InterviewLavah Shani

Hoe Lavah Shani (31) de jongste chef-dirigent ooit werd in Rotterdam

Lahav Shani, nu 31, werd in 2018 chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest – de jongste dirigent die het orkest ooit aanstelde. Nu concerten er vanwege het coronavirus niet in zitten, heeft hij eindelijk tijd voor een interview. Wie is deze getalenteerde Israëliër?

Beeld Christoph Neumann

Het ging nogal anders dan gebruikelijk, de manier waarop Lahav Shani (31) werd gestrikt door het Rotterdams Philharmonisch Orkest. En: nogal snel. Het was juni 2016, het orkest zocht een chef-dirigent, een opvolger van Yannick Nézet-Séguin die naar de Metropolitan Opera in New York zou verkassen. Al een poosje zong een naam rond van een grote belofte uit Israël.

Lahav Shani had in 2013 het Gustav Mahler-dirigeerconcours gewonnen in het Duitse Bamberg. Nog een pre was dat de beroemde dirigent Daniel Barenboim zich als mentor over Shani had ontfermd. En net als de oude Argentijn Barenboim stond Shani te boek als dubbeltalent: hij is ook inzetbaar als pianosolist.

Het orkest had Shani al vastgelegd voor een zomerconcert in het Amsterdamse Concertgebouw, in augustus 2016. Gebruikelijk is dat een orkest een dirigent eerst een paar keer ‘uitprobeert’ voor het de dirigent benadert om chef te worden. Maar kon het Rotterdams wel zo lang wachten met Shani, lagen er geen kapers op de kust? Leden van het orkest en de directeur hadden hem al aan het werk gezien. De conclusie: dit zou weleens goed kunnen klikken. Ze besloten om hem eerder al uit te nodigen. In De Doelen werd een gratis vaderdagconcert gepland, op 19 juni 2016.

‘In de pauze van de eerste repetitie dacht ik: ik hoop écht dat zij mij vragen’, zegt Shani, destijds pas 27 jaar. ‘En dat deden ze, aan het eind van de week. Iedereen was zo nieuwsgierig, zo goed voorbereid. Het voelde niet alsof ik werd getest.’

In de zomer van 2018 werd hij officieel geïnstalleerd, in een concert waarin mentor Barenboim soleerde als pianist. Lahav: de jongste chef-dirigent in Rotterdam ooit. Volle zalen, een gelukkig orkest. Zijn contract werd onlangs verlengd tot 2026. Alles liep volgens plan. Tot maart.

Shani: ‘We zouden een Amerikaanse tournee doen. Ik was al onderweg naar New York omdat ik niet met een jetlag wilde dirigeren. Toen we landden, zag ik op mijn telefoon het berichtje: je kunt omkeren, de tournee gaat niet door. En nu zit ik hier.’ Hier wil zeggen: Berlijn, Schöneberg, waar Shani woont.

Geen concerten, dat betekent: tijd om eens met de krant te praten, want van een groot interview was het gek genoeg nog niet gekomen. Met wie hebben we nu eigenlijk te maken?

Volgens de overlevering werd Lahav Shani als baby al boos als zijn ouders door de muziek heen praatten. De liefde voor klassiek heeft hij van zijn vader, een koordirigent die hem meenam naar repetities. Zijn moeder (een ‘grote vliegtuiggek’) werkte als stewardess. Vanaf zijn 6de kreeg hij pianoles, en op de speciale middelbare school voor muzikaal talent in Shani’s geboortestad Tel Aviv, begon hij ook contrabas te spelen.

‘Ik wilde in het orkest komen. Ik had al snel specifieke ideeën over hoe de muziek moest klinken. Ik was het vaak niet met de dirigent eens. Waarom spelen we een passage zo hard, terwijl die zacht en intiem moet zijn? Als ik de kans zou krijgen, zou ik het allemaal anders doen. Het was me er niet om te doen in het centrum van de belangstelling te staan.’ Door het samenwerkingsverband van zijn school met het Israëlisch Philharmonisch Orkest, kon hij daar als bassist stage lopen. Later kon hij er als invalbassist terecht. Hij speelde onder grote dirigenten zoals Zubin Mehta, Kurt Masur en Gustavo Dudamel.

Voor Israëlische jongeren kan één ding de artistieke plannen nogal in de weg zitten: de dienstplicht (voor jonge mannen drie jaar, voor vrouwen twee jaar). ‘Musici kunnen auditie doen voor een speciaal programma. Een stuk of twintig worden er toegelaten. Zij kunnen doorstuderen en hoeven geen gevechtshandelingen te verrichten. Ik had het geluk dat ik daarin kwam. Het was zeker niet zo dat ik alleen thuis piano zat te oefenen. Er zijn plaatsen in Israël die vrijwel constant onder vuur liggen. Soms komt het tot een confrontatie. Als dat gebeurt, gaan dienstplichtige musici naar de frontlinie. Zo heb ik opgetreden in crèches, voor kinderen die weken achter elkaar in een schuilkelder zaten, en voor soldaten, voor iedereen die behoefte had aan menselijk contact. We hebben het over plekken waar als de sirene gaat, je tien seconden hebt om een schuilplaats te vinden. In sommige plaatsen in het zuiden van Israël leven mensen voortdurend in die modus.’

Beeld Christoph Neumann

Was hij nooit bang? ‘Nee. Ik ben opgegroeid in wat waarschijnlijk de slechtste periode van de geschiedenis van Tel Aviv was. Je had de moord op Yitzhak Rabin, de Eerste en Tweede Intifada. Er waren elke week zelfmoordaanslagen. Als kind was het de realiteit waarin ik leefde, ik stond er niet bij stil. Voor mijn ouders was het zenuwslopend: als we in de bus stapten, zouden we dan wel aankomen op onze bestemming? Maar elke hoek van de regio is full of suffering.’

Zijn diensttijd heeft hem wel wat opgeleverd. ‘Ik begon daar met het arrangeren van Israëlische liedjes, zodat strijkkwartetten en pianotrio’s ze konden spelen. Dat was de eerste keer dat ik zelf akkoorden begon uit te vogelen. Ik bestudeerde partituren van grote componisten en toetste daaraan wat ik fout deed. Dat was een goede basis voor mijn dirigeerlessen.’

Na de diensttijd ging hij naar Berlijn. Aan de Hochschule für Musik Hanns Eisler stortte hij zich op het dirigeren. Van Barenboim kreeg hij nooit echt les. ‘Maar ik heb zoveel van hem geleerd doordat ik steeds bij zijn repetities in de Staatsoper kon kijken. Hij verwachtte zelfs dat ik er altijd was. Hij vond het leuk als ik vragen stelde: waarom doet u wat u doet?’

Vorig jaar lag Barenboim, 77 inmiddels, onder vuur: hij zou zo streng zijn voor zijn musici en tegen hen uitvallen, dat ze bang voor hem werden. Hoe kijkt Shani daartegenaan? ‘Voor zover ik begrijp, is de storm gaan liggen. De opera heeft hem een contract gegeven voor het leven. Ik kan begrijpen dat het intens is om met iemand te werken die zo veeleisend is, maar ik adoreer hem nog steeds.’

De kritiek op Barenboim roept de vraag op: is de tijd van hardhandig top-downleiderschap bij orkesten voorbij? Shani: ‘Natuurlijk verlangen wij iets anders van leiders dan we honderd jaar geleden deden. Maar alleen aardig zijn, is ook niet altijd goed. Soms moet je aandringen. Je moet autoriteit hebben als dirigent, alleen moet die uitsluitend gebaseerd zijn op kennis van de muziek en op je ideeën.’

Beeld Christoph Neumann

Bewijst het feit dat jonge dirigenten zo gewild zijn dat er behoefte is aan een nieuwe vorm van leiderschap? Na Rotterdam kozen ook het Radio Filharmonisch (Karina Canellakis, nu 39), het Nederlands Philharmonisch (Lorenzo Viotti, 30) en het Groot Omroepkoor (Benjamin Goodson, 29) voor twintigers en dertigers – een stijlbreuk in een wereld waarin een deel van het charisma van de maestro aan leeftijd wordt ontleend. Shani: ‘We moeten waken voor generalisaties. Ik kan alleen voor mezelf spreken. Mijn les is: je kunt musici van alles proberen op te leggen, maar je krijgt betere resultaten als je spelers probeert te overtuigen. Toon aan dat jouw ideeën werken.’

Dat mag hij volgend seizoen ook in zijn geboorteland doen, als hij zijn chefschap in Rotterdam zal combineren met het leiden van het Israëlisch Philharmonisch Orkest. Als ze weer mogen spelen dan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden