Hoe kunst bijdraagt aan het levend houden van de herinnering

Kunsthistoricus Mariëtte Haveman over de door haar geschreven Kees Fens-lezing

Over geheugen, vergetelheid en geluk spreekt kunsthistoricus Mariëtte Haveman in de aanstaande Kees Fens-lezing.

Mariëtte Haveman. Foto Aurélie Geurts

Of Mariëtte Haveman, ter voorbereiding op het gesprek over de door haar geschreven Kees Fens-lezing over kunst en herinneren, een paar afbeeldingen van kunstwerken wil sturen waarbij ze een historische sensatie voelde, alsof ze erbij was geweest? Per mail komt er een afbeelding van een fresco van Giotto, een foto van kinderen op het strand uit de collectie van het Rijksmuseum en een familiekiekje.

'Kinderen Haveman, circa 1962' staat eronder.

Waarom wilde u dat laatste fotootje laten zien?

'Foto's, zeker persoonlijke, zijn natuurlijk de ultieme dragers van de historische sensatie. Ze dragen hele geschiedenissen mee, óók het element van teloorgang - meer dan de beeldende kunst. Het besef: dit is voorgoed voorbij. Wat je hier ziet, is een heel standaard familiekiekje van drie kinderen in hun pyjamaatjes, kinderen die inmiddels zestigers zijn. Ik ben het meisje rechts, de oudere broer is Geert-Jan en de baby is Roelof. De eerste is bij Tata Steel gaan werken als manager, de baby woont in Afrika en helpt met het opbouwen van rechtssystemen, dus wat dat betreft is er al een hele geschiedenis over dit moment heen gespoeld.

'Maar wat deze foto méér maakt dan een kiekje, zijn de dingen die iets zeggen over de tijd: die mix van oude meubels en moderne gordijnen, typisch voor het huishouden van jonge gezinnen in het begin van de jaren zestig. Wat ik ook zie, is dat mijn moeder onze pyjama's streek. Ik geloof niet dat ik daar, toen ik moeder werd, ooit de tijd voor heb gehad. Iedereen van mijn leeftijd die hiernaar kijkt, zal in deze foto iets herkennen, en terugdenken aan een wereld die echt anders is dan de onze.'

Mariëtte Haveman (rechts), circa 1962. Foto Aurélie Geurts

Geluk zit in een fotodoos, schreef Kees Fens nadat hij een doos van zijn moeder vond met oude familiefoto's.

'En besefte: over een tijdje weet niemand meer wie die mensen waren. Dan zijn ze definitief verdwenen. Dat was het mooie van Fens: dat hij op zoek was naar dingen op de rand van de vergetelheid, en ze, door er over te schrijven, nog even wilde vasthouden.'

Mariëtte Haveman (60) is kunsthistorica, schrijver en hoofdredacteur van Kunstschrift, het magazine dat zes keer per jaar een ander thema uitdiept uit de kunstgeschiedenis. Op 14 februari spreekt ze in de Amsterdamse Rode Hoed de jaarlijkse Kees Fens- lezing uit. Het is een van de initiatieven waarmee de Stichting Kees Fens het gedachtengoed van een van de meest toonaangevende essayisten van Nederland in ere houdt.

De Kees Fens-lezing bijwonen?

De Kees Fens Stichting en de Volkskrant nodigen u uit de vierde Kees Fens-lezing bij te wonen. Woensdag 14/2 in de Rode Hoed in Amsterdam, van 15.30 tot 16.30 uur. Toegang is gratis, aanmelden verplicht: kaarten@rodehoed.nl

Vraag Haveman niet naar het eerste stuk dat ze van Fens las - dat is te lang geleden. Vraag haar wat de man die dertig jaar lang in de Volkskrant publiceerde over literatuur en beeldende kunst haar heeft geleerd, en ze antwoordt zonder nadenken: dat hij een van de mensen is die haar heeft leren schrijven. 'In de jaren zeventig en tachtig was er een behoorlijk grote bloei van het type essayistiek waarbij werd geschreven over kunst op een persoonlijke en tegelijkertijd heel goed geïnformeerde manier. Rudy Kousbroek, Karel van 't Reve, Kees Fens, en in Engeland John Berger, in Frankrijk de filosoof en literatuurcriticus Roland Barthes.

'Maar waar Kousbroek van de stellige meningen was en het polemiseren en Barthes flink kon opscheppen, was Fens meer bescheiden. Hij was natuurlijk een ongelooflijk erudiete man, maar zijn eruditie was meer terloops. Ik vond hem bovendien ook vaak geestig. Toen ik serieus begon na te denken over schrijven en vertellen over kunst, dacht ik: zo moet het.'

Was Kees Fens verplichte kost toen u halverwege de jaren zeventig kunstgeschiedenis studeerde?

'Allebehalve. Academisch onderzoek staat centraal in die studie. Het is heel zinvol en goed dat het gebeurt: opgravingen, ontdekkingen en zorgvuldig zoekwerk. Maar ik vind het verbazingwekkend hoe weinig aandacht er in de studie is voor de overdracht, voor vertellen: waarom is dit nu de moeite waard?'

Haveman studeerde af op Arnold Böcklin, een 19de-eeuwse Zwitserse kunstenaar die in de vergetelheid raakte omdat zijn benadering afweek van de mode van de Franse impressionisten.

'Wat ook niet hielp bij zijn reputatie is dat een van zijn beroemdste schilderijen, Das Toteninsel, op de werkkamer van Adolf Hitler had gehangen.'

Kees Fens (1929 - 2008)

Kees Fens werd in 1929 geboren in Amsterdam. Na een studie MO Nederlands werkte hij als leraar. Vanaf 1955 schreef Fens literaire kritieken, eerst voor het weekblad De Linie en dagblad De Tijd en van 1968 tot 1978 voor de Volkskrant. In 1982 werd hij benoemd tot hoogleraar Nederlandse letterkunde in Nijmegen. Spraakmakend waren Fens' maandagverhalen in de Volkskrant, over literatuur, kunst en kerkgeschiedenis. Hij is die blijven schrijven, tot zijn dood in 2008.

Wat zou Fens over hem hebben geschreven?

'Ik geloof niet dat hij veel affiniteit had met die 19de- eeuwse kunst. Die zou hij te 'ingevuld' vinden. Fens hield meer van kunstwerken waar een geheim in zat, zoals in de donkere, katholieke schilderijen van de 17de-eeuwse schilder Francisco de Zurbarán. Als die een paus afbeeldde, zag hij een zwijgende figuur zitten, en dan was dat voor hem aanleiding om over stilte te gaan schrijven, over de stilte van het moment waarop die paus in verf was gevangen. Dat is wat Fens heel goed deed: hij zette de deur open naar de verbeelding. Dat is iets waartoe alle grote kunst uitnodigt.'

Toen bestuur en redactie van de Stichting Kees Fens een paar maanden geleden om de tafel zaten om te praten over het thema van de vierde Kees Fens-lezing, opperde Haveman, lid van de redactie, dat het over het geheugen moest gaan. Of ze er voor voelde zelf de lezing te schrijven, vroeg het bestuur, en na aanvankelijke aarzeling zei ze ja. 'Het geheugen, als levende bron van geschiedenis, is volgens mij hét grote onderwerp van Fens. Ooit schreef hij daar een heel mooi stuk over, Gebonden door verval, over de middeleeuwse kathedraal van Dorchester. Die was bijna meteen na de bouw in onbruik geraakt, en hij schrijft dan hoe de bewoners uit de omgeving van het plaatsje zich al eeuwen inspannnen om een ruïne in stand te houden.

'Fens had een scherp gevoel voor het hopeloze en ook wel heroïsche van die onderneming. Het hele verhaal zegt iets over wat geschiedenis eigenlijk is: een verzameling fragmenten, ruïnes en stukjes die belangrijk zijn om te bewaren. Niet alleen als restant van een afgesloten tijd, maar juist ook als wezenlijk onderdeel van ons bestaan.'

Het belang van de bijzaak, de lezing waarin Haveman zal uitweiden over hoe kunst bijdraagt aan het levend houden van de herinnering, begint met een ergernis. Op bezoek in het Palazzo Ducale in Urbino, waar een paar van de grootste kunsthistorische schatten uit de Italiaanse renaissance te zien zijn, ziet ze een spreuk staan van de Amerikaanse avant-gardecomponist John Cage, vertaald: 'Ik begrijp niet waarom mensen bang zijn voor nieuwe ideeën. Mij jagen de oude angst aan.'

Wat ergerde u?

'De implicatie dat er twee planeten zijn: een waar frisse wind waait en een van een godzijdank verleden tijd. Alsof je die twee van elkaar kunt loskoppelen.'

U schrijft vervolgens: 'Het dagelijks leven bestond zeshonderd jaar geleden uit hetzelfde gescharrel als nu. En als je dat ergens gewaarwordt, is dat in de oude kunst.' Waar zag u daarvan het beste voorbeeld?

'Erg mooie vind je in de Arenakapel in Padua, van binnen helemaal beschilderd door de 14de-eeuwse schilder Giotto. Hij was de eerste kunstenaar die heeft geprobeerd voorstellingen te maken waarmee hij mensen uit zijn tijd persoonlijk raakte. In 1303, toen hij dit fresco maakte over de geboorte van Maria, kregen mensen aan de lopende band kinderen. Zo'n scène als hier is afgebeeld, met de moeder van Maria in het kraambed en het gedoe eromheen, was iets heel alledaags.'

Waarin zit dat voor u?

'Kijk eens naar de vroedvrouw op de voorgrond, die de baby Maria helemaal heeft ingezwachteld. Ik heb het idee dat ze de neus van de baby schoonmaakt, althans, ze knijpt er met een hand in. Door dat kleine detail, waar de kunstenaar goed over heeft nagedacht, ontstaat er voor mij een sterk effect van nabijheid. De Nederlandse cultuurhistoricus Johan Huizinga had het in dit verband over historische sensatie: dat je als het ware door de kieren van het canvas contact kunt maken met de werkelijkheid van toen. Alsof je er zelf bij bent geweest.'

U roept, net als Wieteke van Zeil in haar rubriek Oog voor Detail, op tot het kijken naar de details, omdat die ons vaak meer leren over hoe het vroeger was dan het hoofdonderwerp op een schilderij.

'Of naar huiselijke scènes, zoals die van Giotto, waar de kunstenaar niet bezig was te imponeren of ons een lesje te leren, maar vooral om intimiteit over te brengen, verbinding te leggen. In de kunstgeschiedenis is er lang voorbijgegaan aan die kleine scènes, aan dat terloopse. Kunst ging over hogere waarden, hogere betekenissen. Nu kijken we ook meer naar de hoekjes in de kunst.'

Het gesprek komt nog een keer op het familiekiekje. Als het geluk in een fotodoos zit, impliceert die uitspraak dan ook: het geluk ligt altijd achter je?

Haveman: 'Ik weet niet of dat voor Fens persoonlijk gold. Hij werd erg gelukkig van het vinden van oude brieven en foto's, maar over zijn eigen geschiedenis was hij nogal ambivalent. Maar ik moet bekennen dat ik geneigd ben tot die gedachte, als ik naar mijn eigen oude foto's kijk, en die gedachte gaat ook wel gepaard met melancholie: het besef dat iets voorgoed voorbij is. En of je nu thuis door oude familiefoto's bladert, of zoals Fens deed, over kunst, literatuur of geschiedenis schrijft: het is een menselijke opdracht om het verleden niet zomaar uit je handen te laten glippen.'

Meer over