‘Nu is het alsof we met onze ogen hebben geknipperd en de coronawinter is alweer voorbij.’

BESCHOUWING

Hoe kon dit jaar, een aaneenrijging van grijze dagen, zo snel voorbij zijn?

‘Nu is het alsof we met onze ogen hebben geknipperd en de coronawinter is alweer voorbij.’Beeld Hilde Harshagen

Uitgerekend dit jaar, een brij van van eentonige dagen en gemiste hoogtepunten, lijkt te zijn voorbijgevlógen. Hoe kan dat?

Waar is dit jaar gebleven? Het was verschrikkelijk, dus ik had gedacht dat het als een eeuwigheid zou voelen. Maar wanneer ik erbij stil sta dat het precies een jaar geleden is dat Mark Rutte het land toesprak, dat we in lockdown gingen (‘een intelligente’), lijkt de tijd voorbijgevlogen.

Hoe kan dat?

De tijd vliegt toch juist als je plezier hebt? Geniet ik ergens diep van binnen op een verdorven manier van dodelijke pandemieën en noodmaatregelen?

Het maffe is, als ik terugdenk aan hoe ik de meeste dagen van het afgelopen jaar heb beleefd, dan sleepten die zich wel degelijk voort. En ook nu nog gaan de dagen traag. Hoe kan het dan dat 365 trage dagen niet optellen tot één onvoorstelbaar lang jaar? Hoe is het mogelijk dat ze dan juist lijken op te gaan in een gecomprimeerd pakketje?

Ik blijk niet de enige. ‘Van de week stond ik te schuren in een van mijn zaken’, zegt een buurman die horecaondernemer is, ‘En toen dacht ik ineens: verrek, dit stond ik een jaar geleden ook al te doen. Dat voelde alsof het vorige week was. Het is omgevlogen. Het moment dat de ellende begon, staat in mijn geheugen gegrift. Dat ik in m’n zaak naar de tv keek en hoorde: jullie moeten over een half uur dicht. Dát voelt kort geleden. Het is alsof de dagen heel lang duren, maar de weken en maanden juist sneller gaan.’

Wie ik het ook vraag, bij niemand verloopt de tijd zoals gewoonlijk. De meesten hebben met elkaar gemeen dat de dagen langzaam gaan terwijl het jaar snel voorbij lijkt. Een actrice: ‘Als ik bedenk dat de tournee waar ik in zat een jaar geleden stopte, dan voelt dat absurd kort. Maar dat alle dagen op elkaar lijken, dat er geen zak te doen is, dat voelt lang.’ Een tachtigjarige die alleen woont: ‘Oooh, het is een jaar! Dat die eerste gevallen bekend werden voelt zo kort geleden. Terwijl ik het een en al ellende vond. De weken gaan ook zomaar voorbij: ineens is het weer zondag. Dat had ik nooit.’ Een scholier uit groep 7: ‘Dat Mark Rutte zei dat we geen handen meer mochten geven en zelf een hand gaf. Dat voelt kort geleden. Maar een dag voelt lang.’

Zelfs als ik het met een vriendin heb over de coronawinter die net achter ons ligt, met ook nog de avondklok, is er een discrepantie. We zagen er allebei als een berg tegenop. Maar nu is het alsof we met onze ogen hebben geknipperd en hij is alweer voorbij. ‘Het komt doordat we weinig doen’, denkt zij. ‘Steeds op dezelfde plekken zijn, niet reizen. Ook niets plannen, niets hebben om naartoe te leven.’ Dat hoor ik vaker. Voor haar zijn bijvoorbeeld carnaval en Lowlands ijkpunten in het jaar. Voor de actrice zijn het premières, laatste voorstellingen, vakanties, feestdagen, verjaardagen. Een andere vriend, die vanwege zijn kwetsbare gezondheid erg weinig mensen ziet, zegt dat hij normaal leeft van sociale activiteit naar sociale activiteit. ‘Die zijn er nu bijna niet.’ ‘Een brij zonder hoogtepunten’, noemt de tachtigjarige het.

‘Waarom kan de tijd voor je gevoel überhaupt snel of langzaam gaan?’ Beeld Hilde Harshagen
‘Waarom kan de tijd voor je gevoel überhaupt snel of langzaam gaan?’Beeld Hilde Harshagen

Interne timer

Gevraagd naar ijkpunten die er wél zijn geweest is het voor de meesten schrapen. Iemand noemt de seizoenen. Een indrukwekkende maar toevallige privégebeurtenis. Meer dan eens komen coronamaatregelen langs: scholen open, scholen dicht, die treurige mijlpalen.

Onderzoeken in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk tonen dat corona van de meeste mensen het tijdsbesef in de war heeft geschopt. Wat gebeurt hier in ons hoofd? Waarom kan de tijd voor je gevoel überhaupt snel of langzaam gaan?

Hedderik van Rijn, hoogleraar experimentele psychologie aan de Universiteit van Groningen, is gespecialiseerd in tijdsbesef. Hij waarschuwt dat daarover veel wetenschappelijk gezien nog niet duidelijk is, maar hij wil wel hardop meedenken over wat er aan de hand kan zijn. Allereerst is het handig om te beseffen dat wij mensen weliswaar een idee van tijd en een vierentwintiguursritme hebben, maar geen werkelijke interne timer. Om de tijd in te schatten beredeneren we – snel en grotendeels onbewust – op grond van allerlei gegevens hoeveel tijd er verstrijkt.

Eén bron van informatie is wat we om ons heen zien gebeuren: het is licht of donker, het is lente of herfst, er is een nationale feestdag bezig of iets anders dat op een vast moment terugkeert. Een andere indicatie is hoe we ons voelen: klaarwakker of moe, hongerig of verzadigd.

Ook handig bij het bepalen van de tijd is dat we onthouden hoelang iets een vorige keer heeft geduurd. De werkdag duurt acht uur, de lunchpauze een half uurtje, de fietstocht naar huis twintig minuten. Dat was de vorige keer zo, dus dat zal nu ook zo zijn. Dat geldt ook voor heel korte gebeurtenissen: de liftdeuren die openschuiven, hoelang een stoplicht rood is, de pauzes die een gesprekspartner laat vallen.

Op grond van al die stukjes en beetjes schatten we de tijd in, maar dat is uiteraard niet van een Zwitserse precisie. Én er kan van alles gebeuren wat onze inschatting beïnvloedt. Hier geldt wel degelijk het cliché: time flies when you’re having fun. En vice versa, zie de coronadagen die zich op de dag zelf eindeloos lijken uit te strekken.

‘Velen van ons hebben allemaal dagen beleefd die heel erg hetzelfde zijn’, zegt cognitiewetenschapper Van Rijn. ‘Vooral voor thuiswerkers vloeien werken en niet werken daarbij in elkaar over. Er zijn geen duidelijke markeringspunten en er is weinig om naar uit te kijken. Dat maakt dat alles kruipt. Bovendien heb je, als het saai is, de neiging om juist voortdurend te controleren hoeveel tijd er is verstreken en daardoor duurt het allemaal nog langer. Bewustzijn van tijd zorgt ervoor dat tijd lang duurt.’

‘Hoe kan het zo zijn dat wanneer je terugkijkt, al die lange dagen samen ineens superkort zijn geworden?’ Beeld Hilde Harshagen
‘Hoe kan het zo zijn dat wanneer je terugkijkt, al die lange dagen samen ineens superkort zijn geworden?’Beeld Hilde Harshagen

Mentale foto’s

Goed, tot zover is het conform verwachting. Maar hoe kan het zo zijn dat wanneer je terugkijkt, al die lange dagen samen ineens superkort zijn geworden? Dat komt doordat mensen voor het achteraf schatten van tijd een nog minder betrouwbare methode hebben. Van Rijn: ‘Als je terugkijkt, denk je aan memorabele momenten. Normaal hebben we allemaal grote dingen in zo’n jaar zitten. Die zijn weggeslagen. De dagen verdwijnen in het niets. Het is allemaal dezelfde grijze dag geworden.’

Van Rijn vergelijkt herinneringen opslaan met foto’s maken. Als we in een bepaalde periode een bepaald aantal foto’s hebben gemaakt, dan concludeert ons brein: dat moet al met al ongeveer een jaar zijn geweest. Maar in een jaar met weinig gedenkwaardige gebeurtenissen, hebben we minder van die mentale foto’s gemaakt en trekken onze hersenen de conclusie dat dat dus nooit een heel jaar kan zijn geweest.

Hoe nieuwer of intenser een ervaring, des te groter de kans dat we zo’n foto maken en opslaan. ‘Mensen herinneren vaak wel nog hun eerste zoen, maar niet zoen nummer 382. Als ze later nog eens een zeer bijzondere zoen hebben gekregen, kunnen ze die wel terughalen. Die heeft niet de nieuwigheidsbonus, maar wel de intensiteitsbonus.’

‘Dat is waarom kindervakanties achteraf eindeloos leken te duren. Die waren volledig gevuld met leuke dingen. En het is waarom de tijd sneller gaat als je volwassen bent. Omdat je wat meer hetzelfde doet. Terwijl op de basisschool elke dag vol nieuwe ontdekkingen zat: het getal nul! Een pokemonruil! Iemand ontmoeten die je heel leuk vindt!’

Een nog heftiger versie van de ‘intensiteitsbonus’ zie je bijvoorbeeld bij een auto-ongeluk. Van Rijn heeft dat zelf eens beschreven in een college. Een paar jaar geleden slipte hij op een ijzige weg in de VS en verloor hij de controle over het stuur. Hij gleed vlak voor een grote truck langs in de greppel. ‘Dat voelde als een half uur, terwijl ik weet dat het maar een paar seconden waren.’ Met een stoot adrenaline in zijn lijf was Van Rijn in die paar tellen als een dolle herinneringen aan het opslaan. Achteraf is het gevoel dan: zo’n stapel foto’s, dat moet een hele tijd hebben geduurd.

Het coronajaar is voor veel mensen het tegenovergestelde van een slippartij of een kindervakantie. De pandemie is natuurlijk nieuw voor ons, daarom hebben we ook meer herinneringen aan de begintijd, maar wat de meesten van ons dóen is dat niet. ‘Je gaat uit eten bij vrienden, net als anders, maar je gaat vroeger naar huis vanwege de avondklok’, aldus Van Rijn. ‘We leiden een afgevlakte versie van ons leven.’ Minder intens, dus minder foto’s.

Komt bij dat we niet zoveel opties hebben, daardoor steekt wat we wel doen nauwelijks af bij wat we niet doen en blijft het ons minder bij. Tijdens ons gesprek hebben Van Rijn en ik allebei moeite om ons te herinneren wat we het afgelopen weekend hebben gedaan, slechts een paar dagen eerder. Uiteindelijk schiet hem te binnen: ‘Ik heb zondag boompjes geplant met de buurman. Normaal zou zo’n rustig dagje een bewuste keus zijn: hèhè, even geen gejakker.’ Door het verdwijnen van die keus, krijgt wat we doen minder reliëf en wordt het nog minder memorabel.

En dan is het ook nog zo dat wij mensen, sociale dieren als we zijn, gebeurtenissen mede onthouden doordat we weten wie erbij was. Corona vermindert de sociale omgang en dus de kans dat je iets opslaat.

Nu is het coronajaar uiteraard lang niet voor iedereen een ondefinieerbare drab geweest van zoomen en thuisonderwijs. Voor heel wat mensen was dit het intensiefste jaar ooit. Zouden die nu terugkijken op een megalang jaar?

Manouk Oster werkt op een longafdeling in het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordrecht, die werd veranderd in een covid-afdeling. Anne van der Spek werkt op de intensive care in het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam. Wat blijkt? ‘Het jaar is heel snel voorbij gegaan’, zeggen ze allebei.

‘Omdat het zo druk was en we veel nieuwe dingen moesten doen’, denkt Oster. ‘Het ziekteverloop was zo onvoorspelbaar. Je kon je omdraaien en iemand stortte in. Ook iemand van veertig. Ik kon in die begintijd nog niet veel voor mensen doen. Omdat ze eerst geen bezoek mochten ontvangen, zat ik vaak bij mensen te waken. Ik wilde niet dat iemand alleen was als hij kwam te overlijden.’

‘En als je thuis de tv aandeed, bleef je erin zitten. Het leven bestond uit corona. Ik ben er ook weinig tussenuit geweest. Een weekje aan het Markermeer in de zomer. Ik klaag niet hoor, maar ik kijk normaal wel uit naar vakanties. Net als de feestdagen en mijn verjaardag, die toevallig op Koningsdag valt. Inmiddels zijn er meer rustige momenten. Ik ben flexibeler geworden en meer aan deze ziekte gewend geraakt. We weten ook iets beter hoe we mensen moeten behandelen.’

Slecht verwerkte herinneringen

Ook Van der Spek wijst op het ‘verraderlijke’ karakter van corona, waardoor vooral het eerste half jaar een flits lijkt. ‘Je moest zo alert zijn. Iemand kon opknappen en vijf dagen later terug zijn op de ic. En er zijn heel veel mensen overleden. Sociaal gebeurde er weinig. Ik houd enorm van reizen. Dat stond stil. Ik had er wel last van, wist niet hoe ik het moest loslaten. Het voelde uitzichtloos. Sleur, geen perspectief. Ik kwam op mijn werk veel ellende tegen en haalde er niet veel voldoening uit.’

Ook zij heeft het nu iets minder druk. ‘Het ligt vol hoor, maar er is flink opgeschaald en patiënten zijn beter over het land verdeeld. Al met al lijkt het laatste half jaar minder snel te zijn gegaan dan het eerste.’

Het jaar is dus niet alleen in een vloek en een zucht voorbijgegaan voor de horecabaas en de actrice die niet aan het werk konden, niet alleen voor de oudere vrouw en de scholiere, niet alleen voor mij en mijn vrienden, maar óók voor deze verpleegkundigen die zich kapot hebben gewerkt én die ongelofelijk veel nieuwe, indringende ervaringen opdeden. Terwijl ook voor hen de dagen op zichzelf lang duurden, vertellen ze.

Dat laatste is niet raar, zegt Van Rijn. Het is bekend dat niet alleen verveling, maar ook stress het gevoel geeft dat de tijd langzaam verstrijkt. En dat ook het jaar van deze verpleegkundigen achteraf zo vluchtig lijkt? Dat kan ermee te maken hebben dat ze nauwelijks een adempauze hebben gehad. ‘We weten dat tijdsbesef terugkijkend erg afhankelijk is van het aantal grote gebeurtenissen dat we hebben opgeslagen. Als we gebeurtenissen niet goed konden opslaan, wordt de tijd daar korter van. We maken het mee, maar we verwerken het niet goed en slaan het niet goed op. Dat zou althans mijn hypothese zijn.’ Er zijn waarschijnlijk wel foto’s genomen, maar ze zijn niet in een album geplakt. Dat komt mogelijk pas later.

‘Het hangt er vanaf of je aan een herinnering bewust het contrast met nu hangt.’ Beeld Hilde Harshagen
‘Het hangt er vanaf of je aan een herinnering bewust het contrast met nu hangt.’Beeld Hilde Harshagen

Toch zijn er meer gekke dingen aan de hand. Want als het jaar achteraf voorbijgevlogen lijkt, dan zou alles wat nét iets langer dan een jaar geleden is, ook kort geleden moeten lijken. Maar bijna niemand die ik spreek ervaart dat zo. ‘De tijd dat we gewoon open waren’, zegt de horecaman, ‘kan ik me eigenlijk niet eens meer herinneren. Alsof dat iets uit een ver verleden is.’

‘Ik kan me niet meer voorstellen dat ik iets meer dan een jaar geleden nog uitbundig carnaval heb gevierd’, zegt de vriendin die van feesten houdt. De 80-jarige, de 11-jarige, de vriend die zich vergaand isoleert, hier denken ze allemaal hetzelfde over. ‘De reis naar Israël dat we vlak voor de lockdown maakten’, zegt de laatste, het voelt alsof die minstens twee jaar geleden was.’

‘Het hangt er vanaf of je aan een herinnering bewust het contrast met nu hangt’, denkt Van Rijn. ‘Tijd achteraf is gereconstrueerd. En die reconstructie wordt beïnvloed door je gevoel. Als je het gevoel meeneemt dat het inmiddels wel een andere wereld lijkt, dan lijkt het heel lang geleden. Ik verwacht dat als je mensen vraagt: beschrijf alles wat anders was aan je laatste feestje dan nu, dat ze daarna een langere inschatting geven van de verstreken tijd dan wanneer je gewoon zegt: hoe lang geleden was dat feestje?’

Klinkt logisch: als je iets mist, lijkt het lang geleden. Toch lijkt het voor mij alsof mijn vrienden pas nog opeengepakt rond de eettafel zaten om mijn verjaardag te vieren, terwijl dat in februari 2020 was. En reken maar dat ik zulke avonden mis. De actrice vindt het afschuwelijk dat ze niet kan werken, maar zegt: ‘Dat we stonden na te praten bij mijn laatste voorstelling, dat had ook anderhalve maand geleden kunnen zijn.’ Als ik het hier met haar over heb, komen we tot de conclusie dat dat misschien wel is hoe we met dat gemis omgaan: we doen alsof die feestjes en voorstellingen gewoon ‘eventjes’ op pauze staan, alsof we elk moment de draad weer kunnen oppakken. Ontkenning dus.

Nu zou je kunnen concluderen: eigenlijk wel fijn dat zo’n rotjaar achteraf zo kort voelt. Maar van enige opluchting is bij niemand sprake. ‘Ik ben niets opgeschoten, het voelt als een verloren jaar’, verzucht de carnavalvierende vriendin. ‘Het voelt alsof ik een jaar kwijt ben’, zegt de horecaman.

Japanse messen slijpen

Is dat de veeleisende westerse prestatiesamenleving, die we daar horen? Zijn we niet mindful genoeg? Kunnen we niet simpelweg ‘zijn’? Dat zit dieper, denkt Van Rijn. ‘We hebben een ingebakken productiviteit. Heel basaal evolutionair zijn we er om ons voort te planten en de soort succesvoller te maken. Daar draagt een jaar niets doen niet aan bij.’

Tijd inschatten, dat staat oorspronkelijk ten dienste van die evolutie, zegt hij. ‘Als we een vrucht uit een boom wilden hebben, moesten we kunnen bedenken hoeveel tijd en energie ons dat zou kosten.’

Die productieve neiging moeten we ergens op botvieren. Geen wonder dus dat mensen aan het begin van de lockdown zuurdesembroden gingen bakken. Of breien. Of Japanse messen gingen slijpen.

‘Je hoort de laatste tijd dat mensen coronamoe zijn omdat het al zo lang duurt.’ Beeld Hilde Harshagen
‘Je hoort de laatste tijd dat mensen coronamoe zijn omdat het al zo lang duurt.’Beeld Hilde Harshagen

En de fase waarin we nu zitten, nu het inenten is begonnen en er zicht is op een uitweg? Wat doet die met ons tijdsbesef? Je hoort de laatste tijd dat mensen coronamoe zijn omdat het al zo lang duurt. Maar die moeheid lijkt juist verhevigd sinds het eerste hoopgevende nieuws over vaccins kwam. Dat klopt dan weer, want door je in te stellen op een datum waarop je uit deze ellende bent, word je je bewust van de tijd. We hadden al geleerd: bewustzijn van tijd maakt dat tijd lang duurt. Raak je er ook nog van in de stress, dan wordt het een nóg ergere martelgang.

Wil je dat het een beetje opschiet, dan is de kunst om binnen de beperkte mogelijkheden toch zoveel mogelijk nieuwe, leuke indrukken op te doen. En dat dan met een beetje een regelmatige dag- en weekindeling. Dan gaat het niet alleen vlotter, dan wordt ook je interne timer beter afgesteld en heb je straks minder het gevoel dat ook deze maanden je als zand door de vingers zijn geglipt.

Lusteloos de dagen aftellen kan uiteraard ook. En dan straks doen alsof die anderhalf jaar er gewoon niet zijn geweest. Want zo zal dat een beetje voelen.

Als je dit stuk helemaal hebt gelezen, duurde dat zo’n 11 minuten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden