Hoe kijken toenmalige Bhagwan-volgelingen naar de Netflixserie Wild Wild Country?

Hoe kijken toenmalige volgelingen van goeroe Bhagwan naar de Netflixserie Wild Wild Country, over de opkomst en ondergang van zijn commune? Vijf ‘sannyasins’over die tijd. 

Bhagwan, Wild Wild Country, stills Foto Chris Rovroy

Toen Maroesja Perizonius op Netflix zag dat er de volgende dag een nieuwe documentaireserie over de Bhagwan-beweging online zou komen, Wild Wild Country, stuurde ze meteen een berichtje naar haar hartsvriendin Shanti Koenen. ‘Zullen we morgen bingewatchen?’

De vriendinnen zijn niet zomaar geïnteresseerd in Bhagwan Shree Rajneesh, de Indiase goeroe die met een mengeling van mystieke spiritualiteit, vrije liefde en uitbundige levensdrift wereldwijd tienduizenden volgelingen vergaarde in de jaren zeventig en tachtig. Nee, ze gingen kijken naar hun eigen jeugd.

Shanti Koenen & Maroesja Perizonius, 14 April 2018, Driebergen. Bhagwan, Wild Wild Country Foto Chris Rovroy

Perizonius (46) en Koenen (47) groeiden op in een Bhagwan-commune in Amsterdam en bezochten met hun moeders Rajneeshpuram, de zelfvoorzienende stad die midden in de wildernis van het Amerikaanse Oregon werd gebouwd. Bhagwan woonde er van 1981 tot 1985 met zijn sannyasins, zoals zijn volgelingen heten.

Madhu Rietveld, 12 April 2018, Amsterdam. Bhagwan, Wild Wild Country Foto Chris Rovroy

'Ontluisterend'

Een dag later zat Perizonius, die zelf de documentaire Communekind (2004) maakte over haar sannyasinjeugd, met Koenen klaar voor deze bitterzoete trip down memory lane. De zes afleveringen van een uur joegen ze er in twee sessies doorheen. ‘We zaten op het puntje van onze stoel’, zegt Perizonius. ‘Hoewel ik 95 procent al wist, was het ontluisterend.’

Het is inderdaad tamelijk verbijsterend om te zien, zelfs als je al het een en ander weet van deze geschiedenis, hoe een vredelievende groepering – ze willen absoluut geen sekte worden genoemd – die vooral wil mediteren en het leven in alle vrijheid wil vieren, in een paar jaar afglijdt naar destructie. Buitenstaanders worden vergiftigd, aanhangers bewapend, gedrogeerd en massaal afgeluisterd (zie kader voor een uitgebreide geschiedenis).

Met vijf Nederlandse sannyasins – waarvan vier afvalligen en een aanhanger – blikken we terug op hoe het was in Oregon. Hadden ze toen iets in de gaten? Hoe kwamen ze in de ban van Bhagwan? En hoe verging het ze daarna?

Ojas de Ronde, nu 81 en wonend in Amsterdamse wijk Buitenveldert, was in 1985 Oregon toen Bhagwan vertrok en de commune uiteenviel. ‘Het was een grote schok voor ons, onze utopie donderde in elkaar. De wereld bleek toch niet zo maakbaar te zijn. Onze idealen waren ten prooi gevallen aan kwaadwillenden van binnen én buiten.’ Volgens De Rond wilde de overheid Rajneeshpuram vernietigen.  

Ojas Foto RV

Swami Prem Niren, de advocaat van Bhagwan die ook een grote rol in de serie heeft, riep alle sannyasins bij elkaar in de Buddha-hal nadat hun meester was vertrokken. ‘We gaan het financieel niet lang meer redden’, zei hij. De Ronde: ‘Er waren grote schulden. Toen zijn mijn vrouw en ik ook maar weggegaan. Rajneeshpuram liep heel snel leeg.’

Een jaar eerder waren De Ronde en een paar andere Nederlandse sannyasins door filmmaker Frank Wiering gevolgd voor de beroemde VPRO-documentaire De nieuwe mens, die uitkwam in 1984. Twintig jaar later verscheen een vervolg, De meester en het echte leven. Nog altijd is De Ronde een aanhanger van Bhagwan, die vanaf 1989 Osho werd genoemd.

Er circuleerden allerlei wilde verhalen toen het misging, zegt De Ronde, en niemand wist wat waar was of wie de schuld had. ‘Alles werd afgeschoven op Sheela (de rechterhand van Bhagwan en woordvoerder van de beweging, red.). Maar ik was ook boos op Bhagwan. Een Engelse therapeut nam me apart in een kamer waar een grote foto van Bhagwan hing. ‘Ga maar tekeer’, zei hij. Toen heb ik een half uur staan schelden.’

Daarna begon De Ronde zich af te vragen: ‘Wat is mijn verantwoordelijkheid in dit geheel? Wat heb ik oogluikend toegestaan?’ Hij herinnerde zich een gesprek met een Belgische loodgieter in Rajneeshpuram. ‘Hij vertelde me dat hij tapejes moest vervangen in opnameapparaten, waarmee sannyasins werden afgeluisterd. ‘Dat kan niet!’, zei ik tegen hem. Ik wilde het niet geloven, maar later bleek het waar te zijn.’

Gerrit Boonstra Foto RV

‘Illuminati'

Madhu Rietveld, geboren als Hendrikus, is ervan overtuigd dat de ‘Illuminati' (een geheime elite die volgens complotdenkers de wereld zou besturen) destijds zijn geïnfiltreerd in Rajneeshpuram. ‘De sannyasins hadden lak aan de traditionele instituten zoals het huwelijk, loonarbeid en democratie, en vormden dus een te grote bedreiging voor de gevestigde orde.’

Rietveld, nu een man van 66 met een grijze zeemansbaard, woonde eind jaren zeventig in het Indiase Poona, waar de Bhagwan-beweging toen in een ashram (klooster) was gevestigd. Hij was drie keer in Oregon. Hij betaalde 12 duizend gulden om met zijn toenmalige vrouw en haar kinderen naar het jaarlijkse festival te gaan. Een ‘spiritual Disneyland’, zegt hij. ‘Dansen, zingen, mediteren, neuken, gokken, drinken – alles kon, behalve drugs. Een gewéldige tijd.’

Gerrit Boonstra was een 27-jarige klarinettist in dienst van het Radio Filharmonisch Orkest toen hij zich in 1978 in Poona aansloot bij Bhagwan. Terug in Nederland zat hij in het rood gekleed het orkest. ‘Iedereen dacht dat ik dwaas was geworden.’ Een jaar later nam hij ontslag om zich definitief bij Bhagwan te voegen.

Maroesja in 1978 Foto RV

In 1983 trok hij naar de commune in Oregon om daar tweeënhalf jaar te blijven. Hij werkte in het boekenbedrijf, dat boeken van Bhagwan naar de hele wereld verscheepte. De mooiste herinneringen heeft hij aan de dagelijks meditatie in de Buddha-hal. ‘Duizenden mensen die samen stil zijn. Dat is zo krachtig.’

Op het moment dat de schandalen naar buiten kwamen, was Boonstra (66) alweer terug in Nederland. Tegenwoordig woont hij op Vlieland. ‘Op afstand kreeg ik alles mee. Ik belandde in een grote vertrouwenscrisis , ging door een diep dalDat ik van al die misstanden niets in de gaten had! Wij waren zalig onwetend.’ Ondanks alles is zijn ‘spirituele reis’ hem nog altijd dierbaar, maar sannyasin noemt hij zich niet meer.

Over de bewapening verbaasde hij zich destijds al. ‘Het argument was: de buitenstaanders hebben guns, dus wij ook. Dat accepteerde ik. Maar ik heb het altijd jammer gevonden dat onze houding naar de buitenwereld ‘don’t fuck with us’ was. Zo konden we de dreigingen van buitenaf het hoofd bieden, zei men. Maar ik heb zelf nooit ervaren dat die dreiging werkelijk zo groot was.’

Daags nadat Bhagwan in 1985 werd gearresteerd stond er op de kinderpagina van Trouw een interview met Koenen en Perizonius, die toen 14 en 13 jaar waren en in Nederland in de commune zaten. ‘In de gevangenis roken de bewakers sigaretten’, zei Koenen tegen de verslaggever. ‘En Bhagwan kan daar absoluut niet tegen. Ik ben heel bezorgd over zijn gezondheid.’

Bhagwan, Wild Wild Country, stills Foto Chris Rovroy

De verhalen van Shanti Koenen, die oorspronkelijk Astrid heette, en Maroesja Perizonius lijken in grote mate op elkaar, ze ‘zouden zussen kunnen zijn’, noteerde Trouw destijds. Hun beider gescheiden moeders reisden naar India en keerden als sannyasins terug. Koenen was 8 en Perizonius, die vanaf toen Chandra werd genoemd, was 7 toen ze ook ‘sannyas namen’, zoals bekering wordt genoemd.

Koenen en Perizonius ontmoetten elkaar op een feest voor sannyasins in Soest, werden vriendinnen en woonden later samen in de commune in Amsterdam. Koenen: ‘Mijn moeder had alles verkocht, met het idee dat we daar de rest van ons leven zouden wonen.’ Perizonius: ‘Je kwam met één koffer binnen. Je kreeg geen geld voor werk, wat worshipping werd genoemd. Als je eruit wilde, had je niks. Ook geen familieleden die je wilden zien.’

Voor beiden was het nauwelijks een keuze om sannyasin te worden. Koenens moeder en haar vriend, broer en stiefzussen waren het allemaal. ‘Ik wilde gewoon erbij horen.’ Perizonius deed vooral wat haar moeder gelukkig maakte.

Koenen is met haar moeder in 1983 twee weken naar het jaarlijkse festival in Oregon geweest, Perizonius en haar moeder bleven daar ook na het festival nog twee maanden wonen en werken. De periode in Rajneeshpuram herinneren ze zich beiden voornamelijk als een leuke tijd. Ze waren toen 12 en 11.

Madhu Rietveld, Poona (India) 1991/92, video's aan het monteren van de meester. Foto RV

Op kinderen werd niet of nauwelijks gelet in de commune. Ouders waren druk met hun eigen spirituele groei. Perizonius: ‘De gedachte bij de ouders was dat het daar zo veilig was dat de kinderen niets kon gebeuren. Ouders namen geen enkele verantwoordelijkheid.’

‘Ik sliep in een enorme tent met mijn zus’, zegt Koenen. ‘Mijn moeder en broer heb ik nauwelijks gezien, die zaten elders op het terrein. Soms moest ik wat werk doen, bijvoorbeeld helpen met wc’s schoonmaken. Verder werden we volledig vrijgelaten. Achteraf is dat vreemd, maar ik vond het toen een avontuur.’

Perizonius werkte in de fietsenwinkel en later in de kinderkeuken, terwijl haar moeder therapiecursussen volgde. ‘Elke dag moest het eten voor de kinderen om 11:45 uur klaar zijn. Daarna moesten wij allemaal de keuken uit en een kwartier later mochten we weer terugkomen om het te serveren.’

Ze herinnert zich de verhalen: er wordt iets in het eten gestopt. ‘In de serie zie je dat er daklozen worden gedrogeerd met haldol, een antipsychoticum. Ik kan het helaas niet bewijzen, maar ik ben ervan overtuigd geraakt dat de kinderen ook gedrogeerd werden. Terug in Nederland kreeg ik ineens pijn in mijn armen en benen. Een symptoom van acuut stoppen met een antipsychoticum.’

Een vast onderdeel van elke dag, rond het middaguur, was de beroemde drive-by van Bhagwan. In een van zijn 93 Rolls-Royces reed hij langs de tienduizenden sannyasins die langs de weg stonden. ‘Mensen vonden het geweldig’, zegt Koenen. Ze werden hysterisch. Er kwam een energie vrij waarvan ze high werden.’

Gerrit Boonstra, 12 april 2018, Amsterdam. Bhagwan, Wild Wild Country Foto Chris Rovroy

Perizonius: ‘Men gaf elkaar ook tips: Bhagwan kijkt iedereen even aan, maar dan moet je wel naar voren leunen.’ Het was zo heet op het midden van de dag dat je gympen aan het asfalt bleven plakken, herinnert Perizonius zich. ‘Ik was er op een gegeven moment wel klaar mee. Op een dag ging ik in de kantine zitten tijdens de drive-by. Een bewaker richtte toen zijn automatische geweer op mij: naar buiten jij.’

Provocatie

aast zijn vele luxueuze auto’s had Bhagwan dure sieraden en droeg hij een diamantenhorloge dat een miljoen dollar waard was. Dat materialisme was een spel, volgens Ojas de Ronde, die zijn meester er meermaals naar vroeg. ‘Bhagwan provoceerde graag. Zodat mensen over hem gingen praten.’

Toen De Ronde nog in de ashram in Poona woonde, eind jaren zeventig, schonk hij 15 duizend gulden aan Bhagwan. ‘Er was een gat in de begroting, ik schoot te hulp. Drie dagen later reed Bhagwan in een nieuwe Mercedes. Ik ben nog nooit zo kwaad geweest. Vier weken later kreeg ik mijn geld zomaar terug. De Mercedes was in India een enorm schandaal geworden, alle kranten schreven erover. Door die bekendheid stroomde het geld binnen. Opeens verleende de bank ons weer krediet.’

Tekst gaat verder onder trailer.

Veel westerlingen voelden zich aangetrokken tot deze vorm van spiritualiteit, waar schuldgevoel, zuinigheid of nederigheid geen rol speelden. Voor De Ronde, die streng katholiek was opgevoed, was het een bevrijding. Bhagwan legde zijn volgelingen ook geen enkele seksuele beperking op, tevens een van de redenen dat de godvrezende Amerikanen de sannyasins weg wilden hebben uit Oregon. ‘Ze hebben immorele seks’, zeggen bezorgde dorpelingen in de serie.

Huwelijken vond Bhagwan onnatuurlijk: niemand is andermans bezit. Zo werd er ook over kinderen gedacht, je was geen bezit van je ouders, iedereen zorgde voor je. Kinderen werden vaak van hun ouders gescheiden, dat zou beter voor de ontwikkeling van beiden zijn. Perizonius bracht een tijd door op een Bhagwan-school in Engeland, waar ze één brief per week mocht schrijven.

De vrije seksuele moraal strekte zich ook uit naar kinderen, vooral naar jonge meisjes. Toen Perizonius 13 jaar was zei een Engelse docent in de commune tegen haar: ‘We moeten maar eens samen slapen.’ Dat kwam er niet van, maar een paar maanden later was het alsnog raak, met een andere man in de commune in Amsterdam. Haar moeder vond Perizonius in bed met een man die twee keer zo oud was als zij. Op dat moment besloot haar moeder dat ze de commune zouden verlaten.

Shanti in Zorba, 1985 Foto RV

Ook Koenen had relaties met mannen die veel ouder waren. ‘Ik was verliefd en daardoor waren die ervaringen meestal niet vervelend, hoewel er ook mannen waren die over mijn grenzen gingen. Een keer werd ik midden in de nacht gewekt door een vijftiger die vroeg of hij bij me mocht komen liggen. Ik was 15. Gelukkig heb ik hem weggestuurd. Er was geen enkele norm wat betreft seks en leeftijd.’

Normaal leven

Nadat Perizonius de commune had verlaten, is ze tamelijk abrupt gestopt met alles wat met Bhagwan te maken had. Ze ontdeed zich van haar sannyasin-naam Chandra, droeg nooit meer rode kleren en ging zich zo normaal mogelijk gedragen op een gewone middelbare school. ‘Ik was verbaasd over hoe lief, slim en aardig gewone mensen waren. In de commune keken we neer op de domme massa.’

Ook Koenen wilde zo snel mogelijk een normaal leven, al ging dat niet altijd even makkelijk. ‘Mijn terugkeer in de maatschappij duurt eigenlijk al 25 jaar. Ik moest alles over de echte wereld nog leren. Op mijn 23ste kwam ik erachter dat ik helemaal niet wist wat Bhagwan nou precies predikte. Toen ben ik definitief afgehaakt.’ Haar sanyassin-naam hield ze aan. Ze heette op een gegeven moment al langer Shanti dan ze Astrid had geheten. Bovendien vond ze Shanti mooier.

Toen in 2004 de documentaire Communekind van Perizonius uitkwam, waarin zij de confrontatie aangaat met haar moeder, zat Koenen nog in een andere fase. ‘Zo erg was het allemaal niet, dacht ik toen nog. Ik heb lang de aandrang gevoeld om Bhagwan te verdedigen.’

Perizonius knikt. ‘Je ziet dat veel sannyasins nog steeds willen geloven dat Bhagwan onschuldig is. Dat maakt de desillusie kleiner.’

Rajneeshpuram

In 1981 verhuist de Bhagwan-beweging van India naar de Amerikaanse staat Oregon. Binnen de kortste keren wordt in het dorre Amerikaanse landschap een volledig functionerende stad uit de grond gestampt, Rajneeshpuram genoemd, met eigen ziekenhuizen, riolering, een busnetwerk, een vliegveld en een winkelcentrum. De vele westerse volgelingen zetten hun geld, vaardigheden en kennis met alle liefde in voor hun meester.

Bhagwan, Wild Wild Country, stills Foto Chris Rovroy

Maar de paradijselijke oase verliest al snel zijn onschuld. Er ontstaat een grimmige botsing tussen de volledig in rood geklede sannyasins, die met drommen tegelijk aankomen in Oregon, en de lokale bevolking van het nabijgelegen conservatieve plaatsje Antelope, van slechts vijftig inwoners. De slowmotionbeelden van rode sekteleden die in Wild Wild Country door het dorpje struinen doen denken aan een zombie-invasie.

De sannyasins worden door de dreiging van buitenaf steeds meer paranoïde. Ma Anand Sheela, de rechterhand van Bhagwan en de woordvoerder van de beweging, wakkert het vijandbeeld aan en bewapent de commune buitensporig. Ook onderling ontstaan rivaliserende kampen. De lijst misdrijven en schandalen is uiteindelijk lang.

Ojas de Ronde, 12 April 2018, Amsterdam. Bhagwan, Wild Wild Country Foto Chris Rovroy

De sannyasins vergiftigen de plaatselijke bevolking met salmonella, zodat ze te ziek zijn om te stemmen. Ook drogeren ze met het verdovende antipsychoticum haldol de duizenden daklozen die ze hebben binnengehaald om een meerderheid in een verkiezing te kunnen behalen. Het kamp van Sheela luistert op grote schaal Bhagwan en andere sannyasins af. Op een van de opnames hoort Sheela Bhagwan met zijn lijfarts over zelfdoding praten, waarna een van haar handlangers de dokter probeert te vermoorden met een dodelijke injectie.

Tamelijk snel daarna, in de herfst van 1985, valt de utopische gemeenschap uit elkaar. Eerst vlucht Sheela met haar gevolg naar Duitsland. Niet veel later, als de FBI op het punt staat om een grote inval te doen die uit zou kunnen lopen op een gewapende strijd, vertrekt ook Bhagwan met zijn vaste vertrouwelingen per vliegtuig uit Rajneeshpuram. Ze worden als voortvluchtigen opgepakt op een vliegveld in North Carolina.

Bhagwan wordt aangeklaagd voor immigratiefraude, omdat hij zijn volgelingen schijnhuwelijken laat sluiten, om verblijfsvergunningen te krijgen. Uiteindelijk treft Bhagwan een schikking waarbij hij geen schuld bekent, maar wel toegeeft dat er genoeg bewijs is om hem te veroordelen. Hij moet een boete van 400 duizend dollar betalen en de VS verlaten. Terug in India hernoemt hij zichzelf Osho en in 1990 overlijdt hij aan hartfalen.

Meer over