James Blake.

Interview James Blake

Hoe James Blake ontsnapte aan de treurnis en een vrolijker geluid ontdekte

James Blake. Beeld Rebecca Cabage/Invision/AP

James Blake (30), de man met de gepijnigde soulstem in droevige composities, lacht! Zijn nieuwe album barst van de samenwerkingen en klinkt voorwaar opgewekt. De oorzaak? Liefde en therapie. 

Hij woont in het zonovergoten Los Angeles, duizenden kilometers verwijderd van zijn moederland Engeland, waar weer en politiek aanhoudend grijs zijn. Dus als je aan James Blake vraagt of hij nog iets volgt van dat hele gedoe rond de Brexit, antwoordt hij laconiek: ‘Nee hoor, ik heb mijn eigen Brexit georganiseerd.’ Aan de andere kant van de lijn klinkt een milde explosie van vrolijkheid. Een lach! James Blake lacht!

De man die luisteraars drie albums lang met piano, sobere elektronica en een licht gepijnigde soulstem door weemoedige, impressionistische songcollages gidste. De man die vorig jaar nog door een recensent van website Pitchfork schuldig werd bevonden aan het maken van ‘sad boy music’. De man die met zijn titelloze debuutalbum een van de mooiste én somberste platen van deze eeuw maakte; die man is opgewekt.

Ongemak

En niet alleen aan de telefoon. In de helft van de nummers op zijn net verschenen vierde album Assume Form blaakt van tevredenheid. De titels alleen al. Barefoot in The Park – waarin Blake klinkt alsof hij samen met flamencopopzangeres Rosalía (vorig jaar doorgebroken) gelukzalig aan een zondagochtend zit te nippen – , Can’t Believe The Way We Flow – Beachboys op xtc – of het popachtige Power On. Daarin zingt Blake dingen als ‘I thought I might be better dead, but I was wrong’. Alsof iemand die er vrede mee had dat het zijn hele leven nacht zou blijven, opeens heeft gemerkt dat de zon is opgekomen.

En neem de hoes van Assume Form. Voor zijn debuutalbum uit 2011 werd Blake uiterst wazig geportretteerd. Een spook opgetrokken uit een mist van melancholie. Nu, dertig jaar oud, leunt een zelfverzekerd jongmens ontspannen naar achteren en kijkt recht in de camera. Als je aan hem vraagt wat dat allemaal teweeg heeft gebracht, verklaart hij onomwonden: ‘Liefde en therapie.’

Blake: ‘Het is heel gezond om de oorzaken van de gedragspatronen die je gevangen houden onder de loep te nemen.’ Als je vraagt wat die therapie dan precies inhield, proef je nog een spoortje ongemak als hij ontwijkend antwoordt: ‘Maar ik heb ook heel veel samengewerkt met andere muzikanten.’ In interviews die zijn voorgaande album The Colour In Anything (2016) begeleidden, liet Blake zich al uit over hoe hij zich als enig kind geregeld terugtrok in zijn slaapkamer. Op latere leeftijd veranderde de omgeving, niet het gedrag. Voor zijn debuut werkte hij in zijn eentje in de studio. Toen waren daar, aan de ene kant, het overweldigende succes en de laaiende recensies voor die jongen met het bleke kostschoolgelaat en een volstrekt eigen geluid. Aan de andere kant werd hij door de Britse dancescene bekritiseerd omdat het album, afgezien van de wereldhit Limit To Your Love, weinig van doen had met de dubstepachtige producties die hij voor die tijd had gemaakt.

‘Een dieet van isolatie’

De kritiek maakte hem zelfbewust en defensief en het succes verhoogde tegelijk de prestatiedruk. Geen van beide nodigde echt uit ergens sociale aansluiting te zoeken.

‘Ik kon me in mijn uppie prima handhaven. Als je wereldberoemd wordt op je 21ste laten mensen je gewoon doen wat je wilt, of ze het er nou mee eens zijn of niet. Ik was een controlfreak en maakte van mijn zelfverkozen eenzaamheid een comfortzone. Daarin gedijde mijn muziek weliswaar, maar het werd funest voor mezelf.’

Hij leefde in die tijd meer in zijn hoofd dan in de wereld. Hij zegt dat hij zichzelf op ‘een dieet van isolatie’ had gezet. ‘Ik raakte gefrustreerd omdat ik niet de voortgang maakte die ik voor ogen had. Dat werd alleen maar erger omdat ik vond dat ik dat ook helemaal zelf moest oplossen.’

Toen hij zijn eerste vriendin ontmoette, Theresa Wayman van de Amerikaanse rockband Warpaint, besefte hij dat die obsessieve onafhankelijkheid deels voortkwam uit een angst om mensen toe te laten in zijn leven. ‘Ik wilde uit mijn hoofd. Die titel, Assume Form, heb ik echt beschouwd als een motto om een connectie te maken met mezelf en mijn naasten.’

Directer en eerlijker

Bij het maken van zijn vorige album, (The Colour in Anything, 2016) zocht hij al voorzichtig toenadering tot de wereld. Blake riep toen de hulp in van de Amerikaanse meesterproducer Rick Rubin, die onder anderen werkte met Adele en Kanye West. Maar op Assume Form is er een blik aan samenwerkingen opengetrokken. De bekendste namen: Rosalía, de flamencopopzangeres die vorig jaar wereldwijd doorbrak; André 3000, de ene helft van hiphopduo Outkast en het nieuwe singer-songwritertalent Moses Sumney. Dan waren er, los van het album, nog vele allianties met de bewoners van de popolympus. Blake heeft nummers gemaakt voor onder anderen Beyoncé, Kendrick Lamar en Frank Ocean.

‘De afgelopen drie jaar ben ik veel gevraagd voor productiewerk. Daardoor word je gedwongen te luisteren naar anderen en iets van je eigen egocentrische drijfveren te laten varen. Het heeft me ook eerlijker en directer gemaakt in het schrijven van songteksten.’

Dan opmerkelijk gulhartig: ‘Ik heb een hele hoop te danken aan andere mensen.’

Jameela Jamil

Maar de persoon die onbetwist de meeste invloed heeft gehad op Blakes nieuwe muziek is Jameela Jamil. De Engelse actrice, die onder andere te zien is in de Netflixserie The Good Place. Ze is zijn vriendin sinds 2015 en de reden dat Blake naar Los Angeles is verhuisd. Ja, je mag het album gerust een hommage aan haar noemen. ‘Ze heeft mijn leven compleet veranderd.’

In de helft van de nummers van Assume Form viert hij zijn liefde voor haar.

De koortjes in Can’t Believe The Way We Flow vormen een kalme golfslag van euforie waarop je kan wegdrijven. Blake wilde in muziek vangen ‘hoe je jezelf helemaal in de ander kan verliezen’.

I’ll Come Too klinkt als een dwaas liefdesliedje uit een klassieke Hollywoodmusical, waarin ‘hij’ brutaal maar charmant aandringt en ‘zij’ plagerig afhoudt. In de wetenschap dat het toch eindigt in een kus. Een achtergrondkoor van schapenwolkjes zingt oe oe oe en Blake is een en al bevestiging: ‘I do, I do, I do.’

Hij is er nog ondersteboven van. ‘Iemand die zo veel aanvaarding en liefde in zich heeft, doet heel wat met iemand anders die niet helemaal oké is. Iemand die zoveel benauwdheid en angst in zich heeft gedragen. Ze is veel opener en heeft meer zelfvertrouwen, wat mij aanspoorde om me ook meer bloot te geven.’

Jazeker, ze vindt het album prachtig. En als je probeert of ze in de toekomst misschien nog een bijdrage aan zijn muziek gaat leveren, veroorlooft Blake zich zelfs een grapje. ‘En dan worden we de nieuwe Sonny & Cher, hahaha.’

Dat ‘sad boy’-etiket van Pitchfork, vorig jaar toen zijn single Don’t Miss It uitkwam; het deert hem niet meer. 

‘Maar ik bevecht nog steeds dat stigma dat je krijgt als je je triest, of eufemistisch ‘emotioneel’, in je muziek uitdrukt. Mensen worden tegenwoordig aangemoedigd dat vooral niet te doen en dat heeft een schadelijk effect. Ik wil jonge musici juist motiveren om te zeggen wat ze op hun hart hebben. Het is eeuwig zonde als je aan jezelf en je emoties begint te twijfelen en je vervolgens daarvoor afsluit. Je wordt het slachtoffer van depressies en angst en mist zoveel moois in je leven.’

Het frappante is dat in het nummer Don’t Miss It de nieuwe Blake het onttrekkingsgedrag van de oude Blake afzweert, waardoor de uiteindelijke toon juist positief is. Ja, het is een van de weinige sombere tracks op het album maar de tristesse herbergt troost en hoop. Elke keer als Blake’s zijn oude gedragingen opsomt als een mogelijke vlucht uit de werkelijkheid – ‘een monoloog van een egomaniak’ – volgt de conclusie: ‘Maar dan zou ik alles aan me voorbij laten gaan’. Het is advies aan de luisteraar.

I could ignore my busy mind

I could avoid contact with eyes

I could avoid going outside

I could avoid wasting my life

Oh but I’d miss it

Don’t miss it.

Like I did

De zanger heeft een vaste vorm aangenomen. James Blake is nu van vlees en bloed. Het voelt goed.

Mannen hebben ook emoties

Toen het online muziekmagazine Pitchfork vorig jaar James Blake’s single Don’t Miss It omschreef als ‘sad boy music’ sloeg de zanger terug op Twitter. ‘Ik heb die uitdrukking altijd als ongezond en problematisch beschouwd, wanneer die slaat op mannen die openlijk over hun gevoelens praten. Dit benoemen, terwijl we nooit vraagtekens zetten bij vrouwen die het hebben over de zaken waarmee ze worstelen, draagt bij aan de voortdurende en rampzalige stigmatisering van mannen die zich emotioneel uitdrukken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden