BinnenblijfhitI Will Survive - Gloria Gaynor

Hoe I Will Survive een levenslustige evergreen werd

Beeld Anna Kiosse

Er zijn weinig nummers met zo veel levenskracht als I Will Survive van Gloria Gaynor. Ook nu bewijst de discohit zijn waarde. Dat had geen van de makers, Gaynor voorop, verwacht.

Gloria Gaynor had zich echt voorgenomen om zich dit voorjaar voor een tijdje terug te trekken in haar vakantiehuis in Myrtle Beach, South Carolina, totdat de coronapleuris uitbrak. Dan kan je als Gaynor (70) maar één kant kiezen, en dat is de kant kiezen van mensen die alles op alles moeten zetten om te overleven.

And I grew strong
And I learned how to get along

Want oproepen tot overleven is al sinds eind jaren zeventig haar corebusiness. Natuurrampen, persoonlijke tegenslagen, gebroken harten, uit-de-kast-kommomenten, moeizame intrinsieke zoektochten, dramatische gebeurtenissen, vechtscheidingen en kutziekten hebben haar nodig.

Gaynor gaat voorop in de strijd, voor ons allemaal.

I Will Survive is haar signature song, haar lijflied, het nummer dat voor eeuwig aan haar is vastgeplakt.

Dus dook ze in maart in een paarse jurk haar badkamer in, om daar twintig tellen lang haar handen te wassen, en in haar zwart getegelde onderkomen het alles overwinnende handwasanthem de wereld in te slingeren, I Will Survive. Was je handen! En als The Queen of Disco iets wil, zelfs in haar nadagen, dan gebeurt het ook. Het voor de spiegel je handen wassen, in het zicht van al je volgers op sociale media, kreeg massaal navolging als de #IWillSurviveChallenge.

Door al die overweldigende reacties staat Gaynor weer vol in de spotlights. Ze had nog net tijd om met Pasen in radioshow The Bobby Jones & Friends Easter Special te zingen, met andere gospelgrootheden. Ja, want Gaynor is al lang niet meer van de disco, maar van de Heer. Ze liet op Instagram de boodschap achter dat Jezus Christus ons hoop heeft gegeven door terug te keren uit de dood, alsof dat voor ons simpele zielen een optie is.

Vorig jaar heeft ze haar eerste gospelplaat uitgebracht, Testimony, waarmee ze de allerhoogste muziekonderscheiding binnenhengelde, een Grammy. De laatste keer dat dit haar overkwam, was met I Will Surive in 1980, voor Beste discoartiest. Met dit nummer scoorde ze een nummer-1-hit in zowel de Verenigde Staten als het Verenigd Koninkrijk, ze verkocht er miljoenen exemplaren van. Door muziektijdschrift Rolling Stone werd het nummer uitgeroepen tot een na beste discohit ooit, net achter Stayin’ Alive van de Bee Gees.

Haar blazoen, en die van haar song, is in de jaren verder opgepoetst. In 2015 ontving ze een eredoctoraat voor haar muzikale verdiensten in het algemeen en I Will Survive in het bijzonder. Een jaar later werd het nummer opgenomen in de National Recording Registry, een lijst met opnamen die van cultureel, historisch en esthetisch belang zijn geweest voor het leven in de Verenigde Staten. Het nummer is niet alleen belangrijk geweest voor Amerika, er bestaan meer dan tweehonderd versies, in vele talen, waaronder het Hindi, Kroatisch, Spaans, Turks en Fins.

De enige taal die het chagrijn het nummer binnenfietste, was het Nederlands. André Hazes gaf er in zijn versie ’t Is voorbij een weinig triomfantelijke slinger aan:

Ik dacht dat je zei ’t is nu echt voorbij

Ik kon ’t eigenlijk niet begrijpen 

t Was ’n klap voor mij

De wereldwijde, stormachtige opkomst van I Will Survive werd voorafgegaan door een raadselachtige duikeling van Gaynor op het podium van het Beacon Theatre in New York in 1978. Tijdens de show struikelde ze zomaar over een monitor en viel pardoes achterover. Natuurlijk stond ze op en ging ze door, haalde na de show nog wat te eten en schoof daarna tevree onder de lakens.

Ah, wat was dat, dacht ze de volgende ochtend. Het leek wel alsof haar lichaam was uitgezet. Vanaf haar middel was ze verlamd. Wat was dit? Wat moest ze doen? Bidden, dat sowieso, en nadenken. Niet dat het wat hielp. Ze kon helemaal niks! En zeker niet optreden! Hoe moest het verder? In het ziekenhuis werd ze geopereerd, en er werd een soort versteviging in haar wervelkolom aangebracht. Zo zou ze in ieder geval weer kunnen lopen, op den duur.

Voor deze hele fysieke heisa had ze wel een slecht moment uitgekozen, want platenmaatschappij MGM was klaar met haar en een verbeterd contract zat er niet in. Als The Queen of the Disco had ze afgedaan, en een nieuwe koningin regeerde, Donna Summer. Wat moesten ze nu nog met een tweederangskoningin die niet meer vanuit de heupen kon discodansen?

Op de International Disco Convention, kort na haar ontslag uit het ziekenhuis, werd ze met rolstoel en al op het podium gehesen. De nieuwe koningin, Donna Summer, zette haar heel tactisch in het zonnetje als The First Lady of Disco, en wat volgde was een staande ovatie voor Gaynor. Hé, dacht ze, het hoeft nog niet gedaan te zijn, ik kan terugkomen, my career will survive.

Beeld Rouwhorst + Van Roon

De loopbaan van Gloria Gaynor, geboren als Gloria Fowles, leek nog het meest op een knotsekneuzenrally, aldus Harry Knipschild, muziekhistoricus en voormalig medewerker van platenmaatschappij Polydor. ‘Ik heb haar één keer ontmoet, bij ons op het kantoor in Rijswijk’, vertelt Knipschild. ‘Ze maakte niet een heel pientere indruk. Ik had het idee dat ze haar hele loopbaan een speelbal was geweest voor de mensen om haar heen.’

Van een arm meisje in een koor, zangeres in nachtclubs en tal van naamloze combo’s, belandde ze in de Soul Satisfiers. Johnny Nash, die later wereldberoemd werd met de hit I Can See Clearly Now, adviseerde haar een commerciëlere achternaam te kiezen voor haar solocarrière. Doe iets met een G, zoals Gaynor, dan gaan de mensen je GG noemen. Daarmee was ze er nog niet. Wat volgde was een rits onbetrouwbare minnaars en managers en abortussen. Een permanent verblijf in een toplessbar behoorde tot de mogelijkheden.

Dat ze uiteindelijk groot succes kreeg, had alles te maken met een nieuw fenomeen dat begin jaren zeventig de kop opstak: discomuziek. Haar nummer Honey Bee uit 1974 deed het buitengewoon puik onder de discobal, net als opvolger Never Can Say Goodbye. Meestermixer Tom Moulton had de liedjes door zijn discomachine gehaald: het tempo was versneld, de hihat liet hij sissen, en Gaynors vocalen werden zo uitgerekt alsof ze bijna schreeuwde. Ook liet hij nummers op één kant van haar langspeelplaat, Never Can Say Goodbye, naadloos in elkaar over gaan, tot een 19 minuten lang durend disco inferno, een volstrekt nieuw fenomeen.

Ook in Nederland werd Gaynor populair, en langer dan in de rest van Europa, hetgeen voor een groot deel te danken was aan Ferry Maat en zijn fameuze radioprogramma de Soulshow, met circa 750 duizend luisteraars per week. ‘Wij liepen hier toen vooruit op de troepen’, zegt Maat (73). ‘Het was voor iedereen lastig om de laatste hits uit Amerika te bemachtigen, maar ik kreeg als enige wat samples toegestuurd. Ze wisten toen al in Amerika: als het in Nederland lukt, lukt het overal.’

Hans Sparnaay (57), de gewezen voorzitter van de Europese Gloria Gaynor-fanclub en nu beheerder van de Facebookpagina Friends of Gloria Gaynor, hoorde ook bij de Soulshow voor het eerst Never Can Say Goodbye. ‘Ik was gelijk gegrepen door die stem, dat powerhouse’, vertelt hij. ‘Dat kwam precies uit in de tijd dat ik me realiseerde dat ik anders was dan heterojongens uit de klas. Sluimerend of latent aanwezig maar het kreeg voor mij een naam rond m’n 14de, 15de. Dat was precies in die tijd. Ik heb me eindeloos verloren in die stem, tekst en beat.’

Via muziekperiodiek Hitkrant zocht hij zielsverwanten en trof hij een penvriend die nog steeds zijn beste vriend is. Vele jaren later zou hij Gaynor ontmoeten in Londen, en werd ze zelfs een vaste waarde in zijn leven. ‘Het is een heel lief, innemend mens’, zegt hij. ‘Wat ze tegenwoordig doet met gospel, daar heb ik niks mee. Voor mij blijft ze vooral de zangeres uit de discotijd. Ja, en I Will Survive. Dat is zo goed, zo krachtig. Het is veel gecovered, maar niemand komt in de buurt bij haar versie uit 1979. Alles kwam toen samen: haar emoties, de discomuziek en die geweldige tekst. Het heeft me kracht en moed gegeven toen ik uit de kast kwam.’

And so you’re back

From outer space

Dino Fekaris (75) werkte zeven jaar bij platenmaatschappij Motown Records in een poule van liedjesschrijvers, vanaf eind jaren zestig. Voor Martha Reeves and the Vandellas schreef hij een b-kantje, net als voor Diana Ross, maar voor de platenbonzen was dat veel te mager: hij werd ontslagen. Op de valreep had hij wel nog meegewerkt aan het themanummer van een televisieserie. Toen hij op een dag uit verveling de tv aanzette en dat nummer hoorde, begon Fekaris blij op het bed te springen: wacht, ze krijgen me niet klein, ik blijf liedjesschrijven, I will survive!

In Freddie Perren (1943-2004), ook weggelopen uit de Motown-stal, vond hij een legendarische muzikale partner. Hij had meegeschreven aan legio Jackson 5-hits, was de man achter Tavares (Heaven Must Be Missing an Angel) en werkte mee aan de discosoundtrack van Saturday Night Fever (1977). Fekaris had zijn tekstuele wederopstanding gegoten in een liedje, over iemand die zijn geliefde verloor, maar niet zichzelf. Perren wist als geen ander hoe hij deze tekst in de discosound kon dopen.

En toen was daar Freddie Haayen (1941-2007), de legendarische Nederlandse platenbaas die in de jaren zestig (The) Golden Earring(s) had ontdekt. Hij was in 1978 de grote man geworden bij Polydor in New York en wilde Gaynor, met haar door een brace verstevigde rug, opnieuw in het discozadel helpen. Freddie Perren kreeg de opdracht om Substitute, een nummer van de Zuid-Afrikaanse band Clout, Gaynor-technisch uit te lijnen. Voor de b-kant zei Perren nog wel een leuk nummer in portefeuille te hebben, geschreven door zijn ouwe maat Dino Fekaris, I Will Survive.

Toen beide nummers waren opgenomen, was het zonneklaar: hier was sprake van een reusachtige, muziekhistorische inschattingsfout. Het onfeilbare hitgevoel van Haayen zat ernaast: Substitute was best een aardig nummer, maar – halleluja, halleluja – die b-kant was een dijk van een hit. Dit diende te worden rechtgezet. Maar hoe?

In de beroemdste discotheek van het heelal, Studio 54 in New York, hadden ze een handlanger in dj Richie Kaczor. Ook al was I Will Survive door het trage begin (22 seconden geen beat!) geen instant floorfiller, hij bleef volharden en het werkte. In het boek Turn the Beat Around – The Secret History of Disco schrijft Peter Shapiro dat binnen een mum van tijd alle dj’s in de discotheken de b-kant draaiden. Polydor herstelde subiet deze weeffout. ‘I Will Surive was zo’n extreem zeldzaam liedje dat meer een natuurkracht was dan zomaar een pophit’, aldus Shapiro. ‘En het nummer had alles dat een goed disconummer hoorde te hebben: een pakkende basslijn, dramatische strijkers, sissende hihat en een snufje Broadwayglamour.’

Ferry Maat: ‘Ik was gelijk verkocht. Ik weet nog dat ik ’m uit Amerika binnenkreeg. Die slome eerste noten. Dat volle arrangement. Het verbaast me ook niet dat het nummer nog steeds populair is. Het is onverslijtbaar goed. En dan heb ik het niet over de tekst, want daar luister ik nooit naar.’

Gloria Gaynor, 1984.Beeld ANP

Aanvankelijk werd gedacht dat Gaynor met I Will Survive een feministisch dan wel gayanthem had gelanceerd. Maar zo zag ze het zelf niet. Het mocht dan lijken alsof ze na een bezoek aan Lourdes pardoes haar rolstoel aan de wilgen had gehangen, ze was alles behalve pijnvrij. ‘Het lied verwees vooral naar het herstel na mijn operatie, en hoe ik moest omgaan met die pijn’, zo liet ze optekenen in het boek van Shapiro. ‘Bovendien had het voor mij ook te maken met toch doorgaan na de dood van mijn moeder. Ik weet dat veel mensen bij dit nummer denken aan relaties of hoe je onafhankelijk moet zijn als vrouw, maar ik denk daar nooit aan.’

Naarmate de jaren vorderden wist Gaynor de wordingsgeschiedenis van het nummer verder te mythologiseren. Het liedje dat door Dino Fekaris in een oprisping was geschreven, door Freddie Perren uit de losse pols geproduceerd en door haar soulvol gezongen, kreeg oudtestamentische proporties. Alsof I Will Survive de ontbrekende pagina was uit de Bijbel. ‘Ik heb altijd geloofd dat God tot de liedjesschrijver zei: ‘Ga zitten, schrijf dit nummer, houd het bij je en ik zal het naar iemand sturen.’ En hij stuurde het naar mij.’

Lalalalalalalala

Lalalalalalalala

Op 3 november 1994 kreeg I Will Survive in het Weserstadion in Bremen een wedergeboorte, die Gaynor nooit had kunnen zien aankomen. Feyenoord won met 4-3 van Werder Bremen, en om de wachtende, uitgelaten Feyenoordfans te bekoren, werd een cover van I Will Survive gedraaid van de Hermes House Band.

Deze Rotterdamse studentenband had een strijkarrangement aan het eind van het nummer versimpeld, en teruggebracht tot een reeks lalalalala’s. In studentenkitten door het hele land gonsde het al van de lalalala’s, en nu namen de supporters in Bremen het massaal over. De Hermes House Band scoorde er zelfs een nummer-1-hit mee. Het hield nooit meer op: nog steeds klinkt na elk doelpunt van Feyenoord in De Kuip deze makkelijk mee te zingen nastoot van Gaynors overwinningsroes.

‘Aanvankelijk was Gloria Gaynor er niet van gecharmeerd’, zegt Eugene Lont van de Hermes House Band. ‘Tijdens een optreden in Den Haag begon haar publiek en masse lalalalala te zingen – en niet tot haar genoegen. Later leerde ze ermee te dealen. In 1998, tijdens het WK voetbal, werd I Will Survive hét nummer van het Franse voetbal, mét lalalalala’s. Het hele land zong mee, dus zelfs de president. Wij stonden op nummer 1, en zij op nummer 2. I Will Survive zorgde voor verbroedering. Sindsdien staat dat nummer voor veel Fransen in dat licht. Het is een tweede volkslied geworden.’

I will sur-vee-hee-heeeev!

I will sur-vee-hee-heeeev!

Als je het hebt over de allerallermooiste versie in de geschiedenis van de mensheid – ja, nog fraaier dan Gaynor herself – kom je uit bij Tony Clifton, het alter ego van komiek Andy Kaufman. Om het nummer zo lijp en puntgaaf te zingen, kun je het best dood zijn en dan terugkomen en croonen alsof je een krolse kat hebt doorgeslikt, en iedereen op de banken krijgen. Dan ben je op de schaal van I Will Survive, de koning van de comeback.

Huh? Wat?

Uitleg! Er was dus een Amerikaanse komiek die Andy Kaufman (1949-1984) heette, die ervoor leefde om alles met grappen en grollen te ontregelen. Hij had een koppeltje alter ego’s, onder wie Tony Clifton, een morsige zanger, ruim bepruikt en bebuikt, van het ongetalenteerde kaliber. Over Kaufmans leven werd in 1999 een speelfilm gemaakt, The Man on the Moon, met in de hoofdrol Jim Carrey.

Andy Kaufman ging dood aan longkanker, op 35-jarige leeftijd, in 1984. Een jaar later was er een herdenkingsbijeenkomst – en baf! – daar was Tony Clifton, alsof hij vanuit de dood was teruggebombardeerd. Voor het oog van Andy’s vriendin en beste vrienden was hij daar met een dampende versie van I Will Survive – en daarmee met de geboorte van een celebrity myth van formaat.

Want als Andy dood was, wie sprak hier dan in zalmroze jasje de vocale wens uit om te overleven? Wie speelde Tony Clifton? Zijn beste vriend en medegrapjas Bob Zmuda? Of leefde Kaufman nog en was alles een grap?

Het was allemaal, zoals vaker in de muziekgeschiedenis, veroorzaakt door Elvis Presley. Dat Elvis nog zou leven en zo nu en dan opdook, na zijn dood in 1977, vond Andy een waan-zin-nig grappig idee. Dat wilde hij ook, dat was de ultieme practical joke. Een jaar voor zijn vermoedelijke dood sprak Kaufman het voornemen uit, om niet-dood dood te gaan, om dan 15 jaar later op Kerstavond een restaurant binnen te lopen. Of dertig jaar later. Tot op heden liet Andy zich niet zien, al treedt Tony Clifton nog steeds op.

Wat is waar? Het is vooral een verhaal over hoe iemand, en zijn komische ziel met hem, voortleeft.

Om met Elvis te zeggen: only the strong survive.

Beeld Daan Rietbergen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden