REPORTAGE

Hoe historisch Amsterdam verrijst in Boedapest

Een stukje Amsterdam is aan de oevers van de Donau verrezen. Daar wordt de film Publieke werken opgenomen, naar het beroemde boek. Maar waarom juist daar?

Het Hotel Victoria in Amsterdam, op de kruising van het Damrak en de Prins Hendrikkade, montage van toen (1890) en nu. Beeld Cigdem Yuksel en Stadsarchief Amsterdam

'Hoe staat het eigenlijk met de nummers 46, 47?' De stem van architect en projectontwikkelaar Johann Henkenhaf klinkt onheilspellend. Zijn assistent voelt de bui hangen. 'Het is een stijfkop, een ijdeltuit.' Henkenhaf dringt aan. Uiterlijk morgen wil hij duidelijkheid over de aankoop van twee panden aan de Prins Hendrikkade in Amsterdam. De eigenaren weigeren er afstand van te doen. 'Mórgen', herhaalt Henkenhaf.

Regisseur Joram Lürsen zoekt na twee takes de acteurs even op; Leon Voorberg speelt Henkenhaf, Thomas Cammaert is de assistent. De volgende keer mag het nog wat dreigender, 'wat meer volume'.

Het valt sowieso niet mee om het vertrek met de stem te vullen. De camera staat in een imposante ruimte met een brede erker. Een plafond vol ornamenten, marmer op de wanden, licht krakend visgraatparket op de vloer. Om er te komen, moeten crew en cast monumentale trappen op.

De filmset van Publieke Werken. Beeld CigdemYuksel

Het voormalige verzekeringskantoor, dat al tien jaar leeg staat, is een geliefde filmlocatie aan het Vrijheidsplein in Boedapest. In Publieke werken, naar de historische roman van Thomas Rosenboom, is het een architectenbureau. Maar ook Die Hard 5 is er gedraaid, de erker is op de computer tot ontploffing gebracht.

De producenten, Frans van Gestel en Arnold Heslenfeld van Topkapi Films, worden tijdens een rondgang langs de sets voor Publieke werken het niet moe om uit te leggen dat er geen ontkomen aan is: zelfs voor deze roman, die zich afspeelt op twee oer-Hollandse locaties - het centrum van Amsterdam en de Drentse veenkoloniën -, moet je naar Boedapest. Ook hollywoodproducties strijken veelvuldig neer aan de oevers van de Donau. Van Gestel gebaart naar de klassieke zaal van Henkenhaf. 'Waar vind je dit nog?' En zie de Prins Hendrikkade maar eens lam te leggen voor een shoot.

De filmset in Hongarije

Geld

Natuurlijk spelen de belastingen een rol. Van alle kosten die in het land worden gemaakt (voor Publieke werken is dat 2,4 miljoen euro op een totaal van 6 miljoen) is 25 procent terug te vragen - rechtstreeks bij het Hongaarse filmfonds of aan de hand van certificaten die investeerders kunnen kopen. Zelfs van kosten die buiten Hongarije zijn gemaakt, is een deel aftrekbaar. Van Gestel en Heslenfeld krijgen nog geld retour. Dat bedrag wordt weer in de film gestopt.

De zogeheten tax rebate, ingevoerd in 2004, is een groot succes, zegt Krisztina Endrényi, medewerkster van de co-producent; het inhuren van een Hongaarse partner behoort tot de voorwaarden. 'Het zegt veel dat in alle bezuinigingsoperaties van de overheid deze regeling telkens buiten schot is gebleven.' Buitenlandse producenten die zich aanmelden, moeten een culturele test doorstaan. Wat is het verhaal? Voegt het iets toe aan het Europese erfgoed? 'Porno, soapseries en geweldfilms maken geen kans.' En Die Hard 5 dan, waarin er toch stevig op los wordt gemept? Endrény glimlacht. 'Het systeem is flexibel.'

Het draait niet alleen om retributies en locaties. Filmmakers roemen de faciliteiten en het vakmanschap. Op het complex van de Origo Studio is een metershoge replica van de gevelrij aan Prins Hendrikkade in Amsterdam uit 1888 verrezen, gemodelleerd naar zwart-witfoto's uit die tijd. Wie echter de deuren opent, stapt zo de leegte in. Het zijn façades van purschuim en hout. De hogere verdiepingen zullen later op de computer worden ingevuld. Het Victoria Hotel is in aanbouw, reclameborden leunen tegen de bouwsteigers. Simplex Rijwielen. Veers Cacao en Chocolade, zeer goed! Zichtbaar is hoe de inkapseling van de huisjes van vioolbouwer Vedder en de kleermakerij van A. Carstens is begonnen; zij weigeren te wijken voor het hotel. Op de kade staan heuse gaslantaarns, die geven een mooie gloed in het donker. Het plaveisel van de kade bestaat uit echte kasseien, dat ratelt lekker als straks een koets voorbij trekt. Verderop is een straatje New York in de maak. Achter een schutting waar de set van Publieke werken ophoudt, staan tanks en liggen de karkassen van een uitgebrande helikopter en een bus; een spektakelfilm in wording.

Het gewicht van erfgoed

Publieke werken is een van de beste Nederlandstalige romans. Is het verfilmen een lust of last?

De producenten beklemtonen dat ze de verfilming van Publieke werken als een grote verantwoordelijkheid ervaren. Frans van Gestel: 'Je mag nergens ook maar iets op toegeven. Je raakt aan Nederlands cultureel erfgoed.' Het boek, in 2000 bekroond met de Libris Literatuurprijs, wordt gerekend tot de tien beste Nederlandstalige romans aller tijden. Het verhaal speelt zich af tegen de achtergrond van de zich doorzettende industriële revolutie en de emigratiegolf naar Amerika en Canada.

Twee topacteurs spelen de hoofdrollen: Gijs Scholten van Aschat is vioolbouwer Walter Vedder, Jacob Derwig is diens neef, apotheker Christof Anijs. De verdeling had ook andersom kunnen zijn, in de aanloop hebben ze elkaars rollen gespeeld.

Scholten van Aschat aarzelde niet toen de uitnodiging binnenkwam. 'Ik houd van dit soort tragikomische rollen. Zo'n man die zich zelf belangrijk vindt en uiteindelijk ten onder gaat aan zijn grootheidswaan. Hij is the man you love to hate. Het mooie is ook dat de kijker al weet wat hij zelf nog niet doorheeft. Je bent geneigd om te roepen: kijk uit, achter je!'

Derwig: 'Ik denk dat Vedder ook wel beter bij Gijs past. In de film is Anijs zachtmoediger gemaakt dan in het boek, iets jonger ook - de karakters moesten wat meer uit elkaar worden getrokken. Hij klopt zich wat minder op de borst dan Vedder. Dat staat dichter bij mij.'

Voelen de acteurs het gewicht van de film? Scholten van Aschat: 'Dat ervaar ik niet zo. Maar het moet zeker een bijzondere film worden.' Derwigs tegenspeelster Rifka Lodeizen, diens vrouw Martha in de film: 'Ik probeer er geen rekening mee te houden. Tijdens het spelen lukt dat, maar 's avonds, in mijn bedje, wil het me wel eens aanvliegen. Zo veel geld, zo'n goed scenario, zo'n bijzonder boek. Dan wil ik er wel eens tegenop zien.'

Production designer Hubert Pouille, Vlaming, overziet welwillend het bonte toneel. 'Hier gelden de maatstaven van Hollywood.' Hij wordt zelf nog geregeld verrast. 'Voor de set van de film Kenau schilderden twee jonge vrouwen grote vlakken voor het decor; ik dacht dat het Roma waren, ze droegen van die trainingspakken. We hadden borden met opschriften nodig. Die twee pakten een penseeltje en brachten, zo uit de losse hand, perfecte letters aan. Dat is een ambacht dat bij ons niet meer bestaat. Ze hadden de kunstacademie gedaan, dat is hier een klassieke opleiding. Bij ons werken academies vrijwel alleen nog conceptueel.'

In een immense hal van de studio zijn drie interieurs opgetrokken: Vledders woning, de apotheek van zijn neef Christof Anijs en een huisje op de veengronden. Pouille wijst op het patroon van de tegelvloeren en het behang. Een deel is geprint, maar er zijn ook oppervlakten met de hand geschilderd. 'Kijk deze pomp eens. Het is spaanplaat. Iemand bracht even wat verf aan, in enkele minuten tijd. Het zag er meteen uit als gietijzer.'

Beeld CigdemYuksel

Het turfstekersdorp Elim is nagebouwd op nabij platteland. De hutten bestaan uit modder en plaggen, de daken zijn rietgedekt. Van Gestel: 'Een paar dagen na de aanleg zag het eruit alsof de natuur al bezig was het dorp in te nemen. Er groeide klimop, er lag mos op de daken. Een speciaal bedrijf was langs geweest. Bizar gewoon.'

Kan production designer Pouille berekenen wat het verschil is tussen draaien in Nederland of Hongarije? Hij aarzelt. 'Als ik de decors in Nederland zou gebruiken, zou ik ze zelfs hier laten maken en dan op transport sturen naar Nederland. Zo'n business, op industriële schaal, hebben wij gewoonweg niet.' Het is ook een kwestie van mankracht. 'Als ik het decor wil wijzigen, komt hier zo een ploeg van twintig man tevoorschijn.'

Hij kan wel wat cijfers kwijt: de lonen liggen hier eenderde tot de helft lager dan in Nederland en Vlaanderen. Doorwerken in het weekeinde leidt niet tot hogere vergoedingen van 150 procent en meer. Filmwerkdagen bestaan uit elf uur, tegen tien in Nederland. Eén uitzondering op de goedkopere arbeidskrachten: paard en wagen zijn in Boedapest duurder. Kwestie van vraag en aanbod; er komen in historische films nogal wat koetsen voorbij.

Breitner

Voor de Amsterdamse decors hebben de makers van Publieke werken vooral de foto's van Georg Breitner (1857-1923) bestudeerd, de schilder van het stadsleven aan 't IJ. Volgens production designer Hubert Pouille was dat materiaal voor hem waardevoller dan dat van de Amsterdamse stadsfotograaf Jacob Olie, die de ontwikkeling van Amsterdam aan het eind van de 19de eeuw vastlegde. 'Breitners foto's zijn meer snapshots. Daaraan was niks gecensureerd, het was voor hem schetsmateriaal. Er staan veel bouwwerven op, dat kwam goed uit.'

Producent Heslenfeld maakt een sommetje uit de losse pols. 'Ik schat dat we 1 tot 1,5 miljoen euro goedkoper uit zijn. Hier geven we 2,4 miljoen uit, in Nederland zou dat 3,5 miljoen euro of meer zijn geweest.'


Op één buitenlocatie moeten de makers van Publieke werken zich gewonnen geven: de apothekerswoning, met een deur in het midden en aan weerszijden twee ramen (huis en winkel), aan een kaarsrechte vaart hebben ze in de omgeving van Boedapest niet kunnen vinden. Ook niet in Drenthe, trouwens. Het is Kockengen, Utrecht, geworden, de opnamen beginnen volgende maand.

De eigenaren van 46 en 47

Twee vrouwen beheren de BV waaronder de twee historische panden vallen. Slopen mag niet. Het hotel wil ze graag kopen, de dames houden de opties open.

Na 125 jaar heeft Hotel Victoria in Amsterdam de moed niet opgegeven: nog altijd is er interesse in de aankoop van de twee historische pandjes die bij de bouw van het hotel aan de Prins Hendrikkade in 1889 volledig zijn ingekapseld. De directie heeft de eigenaren van de nummers 46 en 47, de familie Van den Ende, afgelopen jaren enkele keren laten blijken in de markt te zijn.

De projectontwikkelaar en architect Johann Henkenhaf wilde destijds de panden slopen, maar liet ze inbouwen toen de toenmalige eigenaren weigerden tot verkoop over te gaan. Door het boek Publieke werken kwam die geschiedenis tot leven.

Van sloopplannen is geen sprake meer. Beide gebouwen dateren uit de 17de eeuw en vallen onder beschermd stadsgezicht. Volgens het hoofd technische dienst van het hotel, Chris Stooker, die zelf van 1972 tot 1980 in een van de panden heeft gewoond, is er al gedacht over het inrichten van een espressobar op de begane grond en een splitlevel hotelkamer op de verdiepingen erboven. De puien blijven gehandhaafd, maar het idee voorziet in een verbinding tussen de achtergevel en het hotel. Op dit moment zijn beide panden in gebruik als souvenirwinkel, van binnen zijn ze doorgebroken.

Stooker: 'Het is in ons belang dat er later geen eigenaren of huurders in trekken die wat minder in de buurt passen.'

De eigenaren van de panden zeggen dat verkoop voorlopig niet aan de orde is. 'Personeel van het hotel heeft er wel eens op gezinspeeld, maar er is nooit serieus een bod gedaan', zegt Aranka Niebuurt-Van den Ende. Samen met haar zus Saskia beheert zij de BV waaronder de gebouwen vallen. 'Je weet natuurlijk nooit wat de toekomst brengen zal, maar de familie is echt met de huisjes vergroeid.'

Hun grootvader kocht de huisjes aan in 1913. Een van de eigenaren was de tapper/slijter Johannes Verburgt die bij de bouw van het hotel zijn hand had overspeeld door meer dan het dubbele te vragen dan het bod van de projectontwikkelaar. Na aankoop door de familie Van den Ende is het pand tot 1985 café gebleven. Ernaast transformeerde de tabakszaak geleidelijk tot souvenirwinkel.

De familie Van den Ende krijgt vaker telefoontjes waarin naar de mogelijkheden tot aankoop wordt gepeild. Niebuurt: 'We gaan er nooit op in.' Geeft ze het hotel, als het eens zover zou komen, een voorkeursbehandeling? 'Ik gun het ze wel. De verhouding is goed. Maar ik hou alle opties open.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden