Hoe het vaatdoekje uit te knijpen

De Nederlandse vrouw heet stoer en aantrekkelijk te zijn, maar maakt ze werkelijk zo veel van haar leven? Drie nieuwe studies over rimpels, carrière en kinderloosheid....

Ze is groot, mooi en zelfverzekerd, maar loopt het liefst in een lubberend hemdje en op platte stappers. Ze heeft een grote mond maar een klein hartje. Toch krijgt ze haar man, de goeiige sukkel, precies waar ze ’m hebben wil. Huisvrouw of geleerde, caissière of binnenschipper, ze laat zich niet vertellen door baas, moeder of man hoe ze haar leven moet inrichten.

Zelf heeft ze die neiging wel. Of ze nu kinderen heeft of niet, ze overtuigt anderen hartstochtelijk van de juistheid van die keuze. Ze vreest ouderdom en verval maar laat zich niet snel verlokken door het chirurgenmes. Een slopende carrière trekt haar niet, maar ze is evenmin een vileine verleidster of geweldige keukenprinses. Op de fiets daarentegen is ze een duivelskunstenares, met twee kinderen in zitjes en een boodschappentas aan het stuur waaruit preien en pakken karnemelk steken, bij windkracht acht. Ze weet, om het belangrijkste niet te vergeten, heel precies hoe ze een vaatdoekje moet uitknijpen: op háár manier.

Zij is de Nederlandse vrouw en ze nemen haar maar zoals ze is. Ze vindt steeds betere vertolksters van wat haar beweegt en belemmert: de Nederlandse vrouw zelf, de schrijvende variant. Die ontdekken dat het interessantste onderwerp voor het grijpen ligt: zijzelf, en hun seksegenoten. Het Raadsel Vrouw wordt ontsluierd door degenen die het beste weten wat das Weib wil.

Hun publiek is vanzelf enorm, want vrouwen lezen veel. Dat is ook meteen het minpunt. Je zou willen dat mannen deze boeken eens lazen: Geen kinderen geen bezwaar van Opzij-redactiechef Emely Nobis, Rimpelmania van ‘writers on heels’ Manon Spierenburg en Siska Mulder en Dutch women don’t get depressed van Ellen de Bruin, redacteur van NRC Handelsblad.

De drie boeken hebben gemeen dat ze aangenaam zijn geschreven, dat de schrijfsters zichzelf opvoeren als onderdeel van het thema en daarnaast te rade gaan bij deskundigen en onderzoekers. Het inzicht dat ze opleveren verschilt.

Rimpelmania is een vrolijk boekje van twee dertigers over de obsessie met de eeuwige jeugd. Iedereen wil oud worden, niemand wil het zijn. Voor vrouwen verloopt de uiterste houdbaarheid steeds eerder, zo rond hun veertigste. Dan hebben ze de keus: laten ze zich dwingen tot pijnlijke, risicovolle ingrepen, om uiteindelijk toch uit de markt te worden gestoten door niet-opgelapte exemplaren? Of verzoenen zich met hun rol van onzichtbaar, door niemand begeerd moeke met rimpelkop en hangtieten?

Een antwoord of stellingname vind je niet in dit boekje. Rimpelmania is een verzameling satirische stukjes, eigentijdse damesdialogen en informatieve blokjes over de minder opwekkende details van de plastisch-chirurgische bedrijfstak.

Onderzoek verrichten de schrijfsters ook, op de manier waarop kinderen in leerzame VPRO-kinderprogramma’s dat doen. Ze gaan op bezoek bij De Deskundige: sociologe Christien Brinkgreve, psychotherapeut Roefke Carmiggelt, Benoîte Groult, de stokoude schrijfster van erotische romans, apenonderzoeker Frans de Waal, filosoof Ad Verbrugge en econoom Maarten Schinkel. Die zeggen stuk voor stuk behartigenswaardige dingen. De schrijfsters knikken geïmponeerd, maar doen niets met de aangereikte wijsheid. Conclusies durven ze niet aan.

Onduidelijk is wie wat heeft geschreven, en of het gaat om verzinsels of eigen ervaringen. Alleen het voorwoord van Sylvia Witteman en de illustraties van Gummbah – beiden iets grappiger en beroemder dan de schrijfsters zelf – zijn ondertekend. Door de vrijblijvende opzet beklijft dit onderhoudende boekje net zo min als een onderhoudende vrouwenglossy.

In het veel degelijker Geen kinderen geen bezwaar is wel duidelijk waar de schrijfster naar toe wil. Te duidelijk. Hoewel Emely Nobis, zelf kinderloos, er alles aan doet haar boek geen pamflet te laten zijn, is het effect toch dat van een strijdbare verdediging van het kinderloze bestaan als de allerbeste keus.

Het onderwerp is belangrijk. Van de huidige generatie hoogopgeleide dertigers zal een op de drie vrouwen kinderloos blijven, gewild of ongewild. Het is interessant om te weten waarom steeds meer vrouwen ervoor bedanken om het mindere halfje te zijn in het ‘anderhalfverdienersmodel’ – beetje werken, veel zorgen – dat bij ons tot norm verheven is.

Nobis ontkracht overtuigend de gangbare clichés. Bewuste kinderloosheid is niet de ‘schuld’ van de emancipatie – in landen met goede faciliteiten voor werkende vrouwen, zoals Zweden, krijgen vrouwen meer kinderen dan in traditionele landen als Spanje en Italië. Niet-moeders zijn ook geen notoire kinderhaters, of streberige nepmannen.

Maar waarin verschillen deze vrouwen dan wél wezenlijk van moeders? ‘Kinderen krijgen behoorde nu eenmaal niet tot hun biografie’ is een uitspraak die telkens terugkeert. Nee, kennelijk niet. Maar waarom? Nobis interviewde achttien vrouwen, die allemaal erg stellig zijn in hun beslissing geen kinderen te krijgen. Twijfelaars komen niet in beeld. Vervolgens hangt ze haar conclusies over bewust kinderlozen sterk op aan de uitspraken van deze zelfgekozen achttien. In die gesprekken duiken de clichés, zoals ‘veel tijd voor mezelf hebben’ en ‘geen vrijheid willen inleveren’, toch vaak op, ondersteund door onderzoek dat precies van pas komt.

Nobis eindigt met een krachtig pleidooi voor een overheid die – door middel van goede kinderopvang en het stimuleren van parttime werk door mannen – de keus werkelijk aan de vrouwen laat. Het pleidooi impliceert dat de oprukkende kinderloosheid ongewenst is. Dat was toch niet de bedoeling?

Wat vooral bijblijft is de klacht van deze vrouwen dat ze voortdurend ter verantwoording worden geroepen door moeders. ‘Geen kinderen? Je weet niet wat je mist!’

De neiging van vrouwen om anderen de maat te nemen, is ook een thema in Dutch women don’t get depressed– Hoe komen die vrouwen zo stoer?, met als running gag de metafoor van het vaatdoekje, dat echt maar op één manier uitgeknepen mag worden. Ellen de Bruin schrijft niet minder luchtig dan de ‘writers on heels’ en is niet minder grondig dan Nobis. Zij trekt wel conclusies uit studies van en gesprekken met kenners van de Nederlandse ziel (m/v), zoals historici Simon Schama en Herman Pleij, domheidskenner Matthijs van Boxsel, Nederlandse en buitenlandse expats en prostitutie-ervaringsdeskundige Mariska Majoor. Het boek staat boordevol interessante verhalen over de oorsprong van de clichés over vrouwen.

Het portret dat De Bruin schetst is herkenbaar én verfrissend. De schrijfster is gezegend met prettige zelfspot. De Nederlandse vrouw, met haar kwakkelende carrière, oppermachtig binnen de muren van haar huis, heeft weinig reden tot zelfgenoegzaamheid. Een tikkeltje verwend is ze wel. Maar ook stoer en doorgaans goedgehumeurd. Met die eigenschappen zou ze bergen kunnen verzetten, buiten het tuinhekje. Ook bij een overheid die haar bedje niet spreidt. Met of zonder kinderen.Aleid Truijens

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden