Tv-recensie Haro Kraak

Hoe het oorlogsverleden van een ouder een generatie later nog zijn schaduw werpt

In meerdere aangrijpende documentaires op 4 mei bleek hoe de oorlog een generatie zich nog laat gelden.

Bij de familie Stadtman thuis werd vroeger elke 4 mei door de twee minuten stilte heen geschreeuwd. Door vader. Niet uit protest, maar uit schaamte, vermomd als woede. Rond 4 en 5 mei was de sfeer thuis ‘niet te harden’, zei Willeke Stadtman vrijdag in de NOS-documentaire Mijn vader was fout. Het was een moment waarop hij ‘met zijn neus op de feiten werd gedrukt, dat hij fout was, en dat hij dat nooit meer ongedaan kon maken.’

Nadat het herdenkingsdebat vorige week werd gekaapt door de radicalen van de cultuuroorlogen, keerde direct na afloop de rust terug. Ja, er was een premature Damschreeuwer, een idioot die – mooi beeld – glashard werd genegeerd door een plein vol plechtige gezichten. Van de Nederlander werd, zo op het eerste gezicht, niets afgepakt.

Rond de Dodenherdenking waren op NPO 2 meerdere goede en aangrijpende documentaires te zien. De Treinreis – over de 89 Hongaars-Nederlandse Joden die vanuit bezet Nederland naar het toen nog vrije Boedapest ontsnapten – en Het vergeten verzet van 1943 – over de april/mei-stakingen waarbij 180 doden vielen – waren indrukwekkende historische documenten.

Het uur voor middernacht was het prachtige portret Tedje & Meijer (EO) te zien. Na de oorlog waren Tedje en Meijer – zij zat in een concentratiekamp, hij ondergedoken – beiden wees en leerden ze elkaar kennen op de Gemeentelijke Inhaalcursus voor Ondergedoken Leerlingen. Ze klampten aan elkaar vast als een reddingsboei, en lieten nooit meer los.

Inmiddels zijn ze beiden 90 jaar oud, nog even klef als toen. De symbiose is zo sterk dat anderen op afstand blijven, zelfs voor de kinderen bleek toenadering moeilijk. Meijer zei dat Tedje en hij zich geen ‘Auschwitz-identiteit’ hadden aangemeten, maar de kinderen ervoeren dat anders. Dochter Mirjam: ‘Auschwitz zat bij ons aan tafel en at altijd een hapje mee.’ Zoon Ruben vond dat dusdanig beklemmend dat hij naar Zürich emigreerde en daar rabbijn werd.

Ook in Mijn vader was fout bleek hoe het oorlogsverleden van een ouder een generatie later nog zijn schaduw werpt. De broer van Willeke Stadtman had in 2000 zelfmoord gepleegd omdat hij net zo’n zwartgallige mensenhater als zijn collaborerende vader was geworden. Hij was ‘bang voor het beest in zichzelf’.

Een groot deel van het leven van Rob Riphagen leek nog altijd in het teken te staan van zijn vader, de beruchte oorlogsmisdadiger Dries Riphagen, over wie in 2016 een speelfilm verscheen. Rob schaamde zich haast toen hij zei dat hij óók medelijden voelde voor zijn vreselijke vader, hoe die eenzaam zijn jaren in Argentinië had doorgebracht, op de vlucht.

Interessant was het morele rolpatroon waar beide hoofdpersonen in gevangen waren. De druk om het goede te doen moet torenhoog zijn voor de kinderen van foute ouders. Willeke Stadtman was zich dan ook heel erg bewust van hoe mensen naar haar en haar besmette verleden kijken. ‘Het effect is’, zei ze, ‘dat ik heel erg mijn best moet doen om authentiek te blijven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.