Hoe het hoofd van een Rockefeller in een vuurtje verdween

Een intrigerend boek over de roemruchte verdwijning van Michael Rockefeller in Nieuw-Guinea is in Nederland nagenoeg onopgemerkt gebleven.

Beeld ASSOCIATED PRESS

Overgrootvader John D. moet goed zijn geweest voor zo'n duizend miljoen, vooral in de olie verdiende, dollars. Hij staat te boek als de (relatief) rijkste man aller tijden. John D.'s kleinzoon Nelson R. bracht het tot gouverneur van de staat New York en vicepresident van de VS. Dit najaar verscheen over hem een turf van een boek, nog uitputtender en definitiever dan de maar liefst tien biografieën die daaraan voorafgingen.

Het is Nelson R.'s zoon over wie dit voorjaar een even intrigerend als (althans bij ons) onterecht onopgemerkt boek verscheen. In het land van herkomst van auteur en beschreven hoofdpersoon, werd Savage Harvest van Carl Hoffman zo ongeveer de hemel ingeprezen. Het werd in het Duits vertaald, maar niet in het Nederlands.

Beeld © Bettmann/CORBIS

Kannibalistische koppensnellers

Michael C. Rockefeller was een twintiger toen hij in rook opging aan de zuidkust van wat bij ons toen nog Nederlands Nieuw-Guinea heette, onder omstandigheden die zijn verdwijning stempelt tot een van de meest roemruchte ooit.

Vooral de versie waarin de telg van Amerikaanse (geld)adel tijdens zijn jacht op oerprimitieve kunst beland zou kunnen zijn in de kookpotten van kannibalistische koppensnellers heeft een stortvloed aan meer en vooral minder serieuze boeken en journalistieke producties veroorzaakt.

De jonge Rockefeller verdween in een gebied waarvan de bewoners nog goeddeels in het Stenen Tijdperk leefden. En dat is eigenlijk nog zo, zo heeft de auteur van het boek in kwestie aan den lijve mogen ervaren.

Het was een Nederlandse ambitie geweest die bevolking naar een hoger beschavingsplan te brengen en van het altruïstische van die doelstelling had Den Haag onder de bezielende leiding van onze minister van Buitenlandse Zaken, Joseph Luns, ook geprobeerd de internationale politiek (en dan met name Washington) te overtuigen. Want alleen Amerika had in theorie druk kunnen uitoefenen op Indonesië en ons kunnen behoeden voor een smadelijke aftocht uit Hollandia, gevolgd door het opgeven van Nieuw-Guinea aan Soekarno.

De dood van de jonge Rockefeller (mogelijkerwijs veroorzaakt door koppensnellers op wie onze zegenrijke beschavingsintenties kennelijk geen vat hadden gekregen) zou wereldwijd - maar vooral in het voor ons zo cruciale Amerika, waar de naam Rockefeller zo ongeveer als bij ons royalty klinkt - ernstig afbreuk kunnen doen aan de geloofwaardigheid van onze koloniale beschavingsambitie.

Verdrinking kwam Den Haag beter uit dan het aanstootgevende koppensnellersscenario. Misschien is er dan ook sprake van verdringing die maakt dat de naam van Michael Rockefeller niet eens meer valt in onze eigentijdse geschiedschrijving. Er verscheen een aantal biografieën van de belangrijkste Nederlandse protagonisten in de kwestie Nieuw-Guinea, maar de naam van Michael Rockefeller ontbreekt in de recente studie over de toenmalige premier De Quay en dat geldt ook voor de pillen over Luns en de diplomatieke toponderhandelaar inzake Nieuw-Guinea, Van Roijen.

Beeld © Bettmann/CORBIS
Beeld everett/Hollandse Hoogte

Reisschrijver

Met Savage Harvest (ondertitel: A Tale of Cannibals, Colonialism, and Michael Rockefeller's Tragic Quest for Primitive Art) heeft Carl Hoffman het definitieve boek geschreven over dit onderwerp. Reisschrijver noemt de auteur zich, maar daarbij moeten we dus niet denken aan het soort avontuur waarin de ANWB-Kampioen en de voor Omroep Max reizende Erica Terpstra ons voorzien en evenmin aan de werelden van Djoser en Koning Aap. Hoffmans boek behelst het zeldzaam geworden genre van de ontdekkingsreis. Hij verklaart zich schatplichtig aan een auteur als Wilfred Thesiger, die in Arabian Sands onovertroffen verslag deed van zijn queeste per kameel naar een onbezoedelde Arabische wereld.

De diplomaat Carel Jan Schneider, als romancier bekend geworden onder het pseudoniem F. Springer, begon ooit zijn carrière als bestuursambtenaar in Nieuw-Guinea. In een van zijn boeken begint een kersverse bestuursambtenaar een tocht door wat hij ervaart als een soort jungle. Als hij een tijdje onderweg is, zich door zijn missie in onbetreden gebied almaar meer van zijn kranigheid bewust, stuit hij op een Nederlandse snoepverpakking. Het is het soort relativering waarop Schneider/Springer altijd het patent heeft gehad en het is jammer dat we niet meer zullen weten wat hij gevonden had van Savage Harvest, waarin maar weinig te (glim)lachen valt.

Schimmige schemerwereld

In het Asmat-gebied, waar de Rockefeller-verdwijning speelde, wordt geleefd op een dermate rudimentaire manier dat wij ons er eigenlijk niet goed een voorstelling van konden maken, althans niet voor verschijning van dit niet zelden beklemmende boek.

Op het omslag zien we Michael Rockefeller afgebeeld, peddelend in een prauw. Bril en baard kunnen zijn babyface-achtige trekken nauwelijks verhullen, maar hij zou dan ook niet ouder worden dan 23.

Bij die leeftijd past een zekere onbezonnenheid en het is frappant te vernemen hoe weinig de jonge Rockefeller eigenlijk begreep van de wereld die hij dacht te kunnen exploreren. Zijn voornaamste doel was het bemachtigen van zo veel mogelijk primitieve kunst, een liefhebberij die was overgegaan van vader op zoon en waarvan een deel van het Metropolitan Museum in New York getuigt. Veel van de kunst die hij naar New York liet vervoeren gaat over oorlog, vergelding, dreiging en wraak. De auteur weet aannemelijk te maken dat Michael min of meer verdwaald was geraakt in een schimmige schemerwereld die hij niet begreep (en die ook nauwelijks te begrijpen valt, al kwijt de schrijver zich op bewonderenswaardige wijze van zijn voorlichtende taak), maar waarvan hij wél het slachtoffer werd.

Schipbreuk

De prauw op het omslag van het boek is niet het vaartuigje waarmee Michael in november 1961 schipbreuk leed in de Asmat-regio aan de zuidelijke kust van Nieuw-Guinea. De schipbreuk gebeurde met een provisorisch in elkaar geknutselde catamaran, voortgestuwd door een buitenboordmotor. Toen dat vaartuigje in steeds slechter weer water was gaan maken om uiteindelijk om te slaan, had Michaels medeopvarende, de Nederlandse antropoloog René Wassing, verkozen zich vast te blijven klampen aan het wrak. Hij zou later worden opgepikt na te zijn gespot door een Nederlands marinevliegtuig. De met (te) veel zelfvertrouwen gezegende Michael was aan een kilometers lange zwemtocht naar de kust begonnen.

Aan het tij had het niet gelegen, want dat moet die avond, zo leren we uit Savage Harvest, gunstig zijn geweest. De schrijver kan dat staven door te verwijzen naar de hydrografische archieven van onze eigen Koninklijke Marine. Het is maar één voorbeeldje van de voorbeeldigheid van het onderzoek, dat niet alleen leunt op een tweetal door Hoffman ondernomen expedities naar de zuidkust van wat tegenwoordig West-Irian heet, maar evenzeer op uitputtend spit- en graafwerk naar Nederlandse bronnen door de Nederlandse researcher Erik Thijssen. Het Amerikaans-Nederlandse koppel was gevormd nadat ze elkaar in Bogota, Colombia tegen het lijf waren gelopen.

Thijssen was al aardig op streek toen hij merkte dat er een kaper op de kust was in de vorm van Andere Tijden, waar men zich in november 2011 had gerealiseerd dat de verdwijning zich vijftig jaar geleden had afgespeeld. Er ontstond zodoende enige overlap in getuigenissen tussen boek en tv-documentaire. René Wassing, de man met wie Rockefeller tijdens de schipbreuk onderweg was geweest, moest op beide fronten ontbreken. Hij was overleden, zo ongeveer op het moment dat er weer vernieuwde belangstelling voor het verhaal ontstond. Het was een van de weinige tegenvallers. In beide vertellingen is een belangrijke rol weggelegd voor frappante terugblikken, onder andere door oud-bestuursambenaar Wim van de Waal en ex-missionaris Hubertus von Peij.

De inmiddels hoogbejaarde pater was er zelf niet bij geweest toen Michael aan het eind van zijn zwemtocht op een aantal leden van de Asmat-stam moet zijn gestuit, aan boord van hun prauw zijn getrokken en daar met een voor de visvangst bedoelde speer zijn doorboord. Maar Von Peij's kennis van de Asmat-taal (geen sinecure, al was het maar om de veertien naamvallen) gekoppeld aan zijn vertrouwenspositie onder de bevolking, hadden hem wel in staat gesteld om op basis van de verhalen die in zijn missie-territorium waren rondgegaan, al snel tot een redelijk betrouwbare aanname te komen over wat er moest zijn gebeurd.

Buitenkansje

De dood van Michael was opmerkelijk, vooral omdat de krijgers zich eerder vrijwel nooit aan een blanke hadden vergrepen. Er had in dit gebied eerder een oorlogje gewoed tussen de inwoners van twee dorpen. Omdat er slachtoffers waren gevallen en er koppen waren gesneld, werd namens het koloniaal bewind besloten in te grijpen. Die law and order-expeditie, onder leiding van Max Lapré, een rausdauer die van stevig optreden hield, had in 1958 in een kogelregen geresulteerd, waarbij een aantal Asmat-krijgers was gesneefd.

Drie jaar later had de kwestie de Asmat-gemoederen nog altijd in hevige mate beziggehouden, waarbij speelde dat de slachtoffers niet op een passende wijze gewroken hadden kunnen worden. Toen Michael onverwacht uit zee was opgedoken, moet dat de krijgers zijn voorgekomen als een buitenkansje. Michael had eerder een aantal van de mannen die hem doodden, gefotografeerd. Hij was hevig geïnteresseerd in de 'kunst' die gepaard ging met allerlei doodsrituelen. Hij zal zich niet hebben gerealiseerd zelf onderdeel te kunnen worden van een wereld die hij alleen maar had willen verzamelen.

Pater Von Peij had zijn bevindingen genotuleerd, voor zichzelf en voor de boven hem gestelden. Maar hoger in de katholieke missiehiërarchie verkoos men zich liever doof te houden voor wat hem ter ore was gekomen. Het koloniaal bestuur opteerde voor een zelfde soort opstelling: ja, er was inderdaad sprake van allerlei wilde, onverifieerbare geruchten, maar vooralsnog hield men het toch maar liever op verdrinking als Michaels meest waarschijnlijke doodsoorzaak. Michaels vader, in Nieuw-Guinea geland met een gecharterde PanAm-Boeing 707 vol journalisten, gaf ook al vrij snel de voorkeur aan de verdrinkingsvariant - niet onbegrijpelijk, gezien de gruwelijkheid van het kannibalistische verhaal.

Circumstancial evidence

Op basis van bronnen in de sfeer van missie en koloniaal bestuur sloot Andere Tijden destijds af met de mededeling van presentator Hans Goedkoop dat 'het mysterie blijft bestaan'. Het verhaal van pater Von Peij zal door de tv-makers als hearsay zijn beoordeeld, wat het strikt genomen ook is. Maar auteur Hoffman weet dat ene verhaal aan te vullen met een dergelijke stortvloed aan andere aanwijzingen in de richting van koppensnellerij annex kannibalisme, dat hij denkt te kunnen claimen het raadsel te hebben opgelost. Ook al is er dan geen bril boven water gekomen en er zijn geen botten geïdentificeerd.

Vrijwel alle bewijsmateriaal dat Hoffman op - zeg maar - de plaats delict wist te vergaren, valt in de categorie circumstantial evidence. Die ene smoking gun ontbreekt. Toch ben je geneigd met de auteur mee te gaan in een meeslepend opgeroepen werkelijkheid. Waarna zich geen andere conclusie aandient dan case closed.

De verdienste van Hoffmans speurwerk, gekoppeld aan de overtuigende presentatie daarvan in zijn beeldende stijl, is dat hij je als lezer binnen weet te voeren in een werkelijkheid die het bevattingsvermogen te boven gaat. Dat geldt uiteraard voor de praktijk van het kannibalisme. De lezer met een zwakke maag zij gewaarschuwd voor het overigens maar enkele pagina's tellende hoofdstukje twee. Daarin wordt Michaels einde door toedoen van kannibalen tamelijk sec, maar daarom nog niet minder bloedstollend, beschreven. De krijgers smeren zich in met zijn bloed, en zijn hoofd belandt, na van de romp te zijn gescheiden, in een vuurtje, waarna men zich te goed doet aan de inhoud van dat hoofd, die wordt opgeslurpt van een sagoblad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden