Profiel Masahisa Fukase

Hoe het duistere en onheilszwangere werk van fotograaf Masahisa Fukase een tweede leven kreeg

Na een tragisch ongeluk leek het duistere maar veelgeprezen werk van de Japanse fotograaf Masahisa Fukase in de vergetelheid te raken. Totdat een jonge curator het tegenkwam in een oud tijdschrift en getroffen werd door ‘de vernieuwende energie’. Nu is er een overzichtscatalogus en een tentoonstelling in Foam. 

Untitled 1991, uit de serie Private Scenes Beeld Masahisa Fukase Archives, Michael Hoppen Gallery London

Een foto van zijn doodgeboren kind; een opname van drie Japanse heren in pak die volgens gebruik met eetstokjes de botten halen uit de gecremeerde resten van zijn vader; een selfie met een wildplasser op de achtergrond, genomen lang voordat mobiele telefoons met een camera werden uitgerust; zelfportretten in bad, vastgelegd met een onderwatercamera.

Untitled 1987, uit de serie Memories of Father Beeld Masahisa Fukase Archives, Michael Hoppen Gallery London

Het is nogal een autobiografische rollercoaster, de overzichtstentoonstelling in Foam (Fotografiemuseum Amsterdam) van Masahisa Fukase (1934-2012), de Japanse fotograaf die een tragisch leven had. Hij is in Europa vooral bekend van zijn vorig jaar heruitgegeven Ravens (‘raven’), dat op aardig wat lijstjes figureert als een van de beste fotoboeken ooit.

Zijn werk is uitsluitend een spiegel voor zijn eigen leven, stelde zijn vrouw Yoko, die hij obsessief had gefotografeerd. ‘De foto’s die hij van mij nam, beelden onmiskenbaar Fukase zelf af’, schreef zij in 1973 in het Japanse fototijdschrift Camera Mainichi, drie jaar voordat hun stormachtige huwelijk officieel zou stranden. De kop boven dat artikel is weinig vleiend: ‘De ongeneeslijke egoïst’.

1972, uit de serie Family Beeld Masahisa Fukase Archives, Michael Hoppen Gallery London

Fukase zag dit zelf ook in, blijkt uit een ander stuk in datzelfde blad niet lang daarna. ‘Wanneer ik er over nadenk, ben ik geboren in de fotografie en heeft mijn leven altijd rond fotografie gedraaid. Ik kan er nu niets meer aan doen, maar ik heb de mensen van wie ik hield altijd gedwongen om betrokken te raken omwille van mijn fotografie en ik kon niemand gelukkig maken, inclusief mijzelf. Ik was altijd verloren en veroorzaakte dat andere mensen verloren raakten.’

Familiebedrijf

Fotografie is Masahisa Fukase met de paplepel ingegoten. Hij wordt geboren op Hokkaido, het eiland in het uiterste noorden van Japan waar de winters streng zijn. Zijn vader heeft een fotostudio die door diens schoonvader is opgericht. Als peuter helpt Fukase al mee in het familiebedrijf, dat hij als oudste van drie kinderen is voorbestemd om over te nemen. Hij keert na een studie fotografie in Tokio niet terug: vanwege een vrouw blijft hij daar.

1972, uit de serie Family Beeld Masahisa Fukase Archives, Michael Hoppen Gallery London

Zij baart het dode kind dat hij vereeuwigt. Die foto hangt in 1961 op een solotentoonstelling van hem, tussen abstracte foto’s van hun naakte lichamen en opnames die hij in een slachthuis maakte. Het jaar daarop verlaat zij hem zonder een adres achter te laten.

Kort daarna ontmoet hij de fotogenieke Yoko Wanibe. Hij zal meer dan een decennium met haar getrouwd blijven, ondanks zijn drankuitspattingen die met geweld en daarop volgende verwijderingen gepaard gaan. Nadat zij van hem gescheiden is, hertrouwt hij vrijwel onmiddellijk. Twee jaar daarna publiceert hij een boek met foto’s van Yoko, zijn tweede. Op de omslag staat een traditioneel portret van haar in kimono, daarnaast haar ingezoomde gezicht achter gebroken glas.

Onheilszwangere onderwerpen

In 1986 brengt hij Ravens uit, dat wanhoop over de scheiding verraadt. Opnames in zwart-wit van raven, vooral genomen op Hokkaido, het eiland van zijn jeugd, worden afgewisseld met andere onheilszwangere onderwerpen. ‘De diepte van eenzaamheid in Masahisa Fukase’s foto’s doet me huiveren’, schrijft fotoredacteur Akira Hasegawa in het nawoord.

Kanazawa 1977, uit de serie Ravens Beeld Masahisa Fukase Archives, Michael Hoppen Gallery London

Het boek brengt hem erkenning en niet onheil, zoals bijgeloof wil over het zien van raven. Maar later slaat het noodlot wel toe. In 1992 valt hij stomdronken van de trap van zijn stamkroeg in Tokio. De eigenaresse van het café zal later beweren dat dit vaker gebeurde – ze had al drie keer eerder de ambulance moeten bellen. Ditmaal is het echt mis: in het ziekenhuis wordt bij de 58-jarige fotograaf hersenletsel geconstateerd.

Hij kan aanvankelijk nog wel bewegen, maar heeft zijn spraak verloren en weet niet meer hoe hij zijn camera moet bedienen. Terwijl bevriende collega’s als Nobuyoshi Araki en Daido Moriyama internationaal beroemd worden, verblijft hij in een instelling. Fukase’s werk wordt nauwelijks meer tentoongesteld of gepubliceerd. Twintig jaar leeft hij nog, de laatste helft daarvan in vegetatieve staat.

Dat hij nu weer aandacht krijgt, is vooral te danken aan de 35-jarige Tomo Kosuga, een publicist en curator uit Japan. Zeventien jaar geleden kocht die als student een oud fototijdschrift waarin door Fukase genomen foto’s bleken te staan. ‘Ik voelde de vernieuwende energie in zijn werk’, zegt hij voor de opening van de tentoonstelling die hij met Foam-curator Hinde Haest heeft gemaakt.

Untitled 1991,uit de serie Private Scenes Beeld Masahisa Fukase Archives, Michael Hoppen Gallery London

Kosuga raakte zo geïntrigeerd dat hij over de fotograaf ging schrijven. Uit waardering dat iemand nog over hem publiceerde nam een neef van Fukase contact op. In 2014 stichtte die met twee andere erfgenamen de ‘Masahisa Fukase Archives’, met Kosuga als directeur. Een productieve: hij catalogiseerde en scande foto’s en negatieven, stelde tentoonstellingen samen, liet bij uitgevers een handvol fotoboeken verschijnen en maakte een vuistdikke overzichtscatalogus die tegelijkertijd met de nieuwe expositie in Amsterdam is uitgebracht.

Polaroid

In Foam is een keuze uit de series in dat boek te zien. Zoals Fukases vroege werk, dat bewijst dat hij al snel experimenteerde met kleur en montage. Intrigerend zijn de afdrukken die hij in de jaren tachtig maakte met een 90 kilo wegend Polaroidtoestel. Hij versierde fotoafdrukken met punaises, naalden en draad en maakte daarvan nieuwe opnames. Die foto’s hebben een ‘speelse maar ook voodoo-achtige’ uitstraling, zoals curator Haest het noemt.

Sasuke 1983, uit de serie A Game Beeld Masahisa Fukase Archives, Michael Hoppen Gallery London

Uiteraard hangen Fukases veelgeprezen ravenfoto’s er, die hij ook in kleur blijkt te hebben geschoten. Eveneens sterk zijn de portretten die hij van zijn familie maakte met de oude camera in de studio van zijn vader. Als grap stond Yoko daar met ontbloot bovenlijf bij. Dat werd een running gag door de jaren heen, waarbij zij na de scheiding is vervangen door modellen. Later staat hij zelf op die plek, onder meer met een bivakmuts op.

Boven, van links naar rechts: Masahisa, Toshiteru, Sukezo, Hisashi Daikouji. Onder, van links naar rechts: Akiko en Manabu, Mitsue and Kyoko, Kanako and Miyako, Takuya, 1975, uit de serie Family Beeld Masahisa Fukase Archives, Michael Hoppen Gallery London

De serie is volgens Fukase ‘een parodie op mijzelf als de mislukte directeur van Studio Fukase, derde generatie’, maar kan ook als een geschiedenis van verval en dood worden beschouwd. Op een van de latere portretten is Fukase te zien naast zijn vader. Diens ingevallen bovenlijf maakt duidelijk dat hij niet lang meer te leven heeft. Een paar foto’s later staat zijn familie in zwart rond het staatsieportret dat Fukase eerder van hem heeft gemaakt. Lachend, als om te demonstreren dat de kroniek alles ontstijgt.

Masahisa (links) en Sukezo, 1985, uit de serie Family Beeld Masahisa Fukase Archives, Michael Hoppen Gallery London

Gewilde boeken

In Foam zijn ook de fotoboeken te zien die Fukase maakte en die erg gewild zijn. Zijn meest begeerde boeken kosten op de markt duizenden euro’s. Fukases originele foto’s gaan voor een veelheid daarvan weg; bij een veiling in 2016 werd een van zijn beroemdste ravenfoto’s voor ruim 120.000 euro afgehamerd.

Humor is ook een bestanddeel van de vier experimentele series die hij kort voor zijn fatale val exposeerde – een creatieve uitspatting die geen recensie kreeg. In ‘Bukubuku’, wat zoveel als bubbelen betekent, heeft Fukase zichzelf in bad gefotografeerd; je moet ongewild lachen als je hem onderwater meloen ziet eten of bellen blazen met een hoedje en bril op.

Untitled 1991, uit de serie Bukubuku, Masahisa Fukase Archives Beeld Masahisa Fukase Archives

Hoewel de zwart-wit foto’s bijna dertig jaar oud zijn, doen ze modern aan. ‘Private Scenes’ (selfies die hij met een kleine camera nam), ‘Berobero’ (melige foto’s waarop hij zijn tong tegen die van anderen houdt) en ‘Hibi’ (opnames van scheuren in het asfalt op straat) heeft hij met waterverf ingekleurd. Hij liep altijd met zijn hoofd naar beneden, zei hij over het ontstaan van die laatste reeks. ‘Het pad had krassen, net zoals ik.’ Als dank voor de foto’s die hij mocht maken, bracht hij op de scheuren ‘make-up’ aan.

Yoko bleef op bezoek komen

In het laatste werk van Fukase blijken de raven te zijn teruggekeerd. Met een telelens heeft hij ze eindeloos gefotografeerd en de kleine afdrukken daarvan met viltstift bewerkt. ‘We hebben er meer dan duizend van gevonden’, zegt Kosuga.

Tot zijn verdriet ontbreekt een belangrijke serie in de overzichtscatalogus en op de tentoonstelling in Foam: de foto’s van Yoko, de vrouw die van Fukase scheidde maar hem na zijn ongeluk twintig jaar lang iedere twee weken zou bezoeken.

Untitled 1977-78, uit de serie Sasuke Beeld Masahisa Fukase Archives, Michael Hoppen Gallery London

Kosuga werkte met haar samen om ordening in het fotoarchief van Fukase aan te brengen. Helaas brak er ruzie uit tussen Yoko en de familie van de fotograaf. Om juridische redenen kunnen de foto’s met haar erop niet worden getoond, al zijn de boeken over haar wel in Foam te zien. ‘Zij wil geld en controle’, legt Kosuga in gebrekkig Engels uit.

Zichtbaar trots bladert hij door de Japanse versie van zijn boek, waarin hij op het einde emotioneel het woord tot Fukase zelf richt. ‘Ik zag de eerste foto van zijn hand pas jaren na zijn val. Ik heb later de neef gevraagd of ik hem mocht opzoeken, maar dat kon niet. Bijna niemand mocht hem zien, ik weet niet waarom. Daarom praat ik aan het einde van het boek rechtstreeks met hem.’

Masahisa Fukase - Private Scenes, tot en met 12/12 in Foam, Amsterdam.

‘Masahisa Fukase’, in het Engels vertaald, voorwoord Simon Baker, tekst Tomo Kosuga, 416 pagina’s, Editions Xavier Barral, ISBN 978-2-36511-202-4, 65 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.