Hoe het Dordrechts Museum een bijzondere Jongkind aankocht

'Zijn beste werk is niet minder dan Monet'

Hoe de Jongkind niet als bruikleen maar als eigendom naar Dordrecht kwam. Conservator Gerrit Willems legt uit wat zo bijzonder is aan het werk.

Johan Barthold Jongkind, Le Port de Dordrecht (1869).

Afgelopen zomer deed Gerrit Willems, conservator bij het Dordrechts Museum, bij zijn collega's van het Museum Flehite in Amersfoort een bruikleenaanvraag voor een schilderij van proto-impressionist Johan Barthold Jongkind (1819-1881), Le Port de Dordrecht (1869).

Tevergeefs: de collectie waarvan het werk deel uitmaakte werd later die maand geveild bij Christie's. Snel besloot Willems dan zelf maar te bieden: 'Wij bezaten van Jongkind al een stadsgezicht bij maanlicht. Lukte het ons er nog eentje bij daglicht aan toe te voegen, dan waren we klaar. '

De missie slaagde. Le Port kwam naar Dordt. Prijs: 55 duizend euro. Begunstigers: stichting Bedrijfsvrienden. Het schilderij is blikvanger op een expositie over Jongkind en zijn tijdgenoten, die in oktober in het museum opent.

Op het stadsgezicht is de Grote Kerk te zien vanaf de Nieuwe Haven. Houten vlonders ervoor, dukdalven en schepen. 'Alles badend in een paarsig, omfloerst licht', zegt conservator Willems. 'Het schip links lijkt me trouwens aan de grote kant. Dat is wellicht een latere toevoeging.'

Want volgens Willems is het werk niet ter plekke geschilderd. 'Het is gebaseerd op studies in waterverf die Jongkind tijdens zijn verblijven in Dordrecht in 1868 en 1869 maakte. Jongkind wist de kracht en vlotheid van die aquarellen over te brengen naar het uiteindelijke schilderij. Zoals schrijver Emile Zola opmerkte: 'Jongkind was in staat een impressie vast te houden.'

Dordrecht was in die tijd populair bij schilders van stadsgezichten. 'Het was - en is! - een aantrekkelijke stad. Pittoresk. De tijd had er eeuwen behoorlijk stilgestaan. Je reisde van Rotterdam naar Dordrecht over het water. Dat is nog altijd indrukwekkend.'

Volgens Willems is het verleidelijk te denken dat Jongkind naar Dordrecht trok in het voetspoor van andere schilders. 'Hij werd opgeleid bij Schelfhout in Den Haag. Hij zal daar het Mauritshuis hebben bezocht en het werk van Cuyp hebben gezien. Toch was dat niet zijn belangrijkste drijfveer, denk ik. Jongkind werkte niet zo vanuit een academische attitude. Hij schilderde wat hem voor de neus kwam. In Parijs kon dat een afbraakmuurtje of een stel heipalen zijn. Hier in Dordrecht waren dat die kade met vlonders en een kerk.'

Willems had meerdere redenen om juist dit schilderij te verwerven. 'Het is een gezicht op Dordrecht - dat is één. Het toont Jongkind op de top van zijn kunnen - twee. En voor zijn doen is het vrolijk. Jongkind was een rare Hollandse jongen, een realist die wat hij zag raak typeerde. Zijn beste werk is niet minder dan Monet. Manet noemde hem niet voor niets 'vader van het moderne landschap'.'

Jongkind en vrienden, Dordrechts Museum, v.a. 29/10.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.