reportage

Hoe Geert terugkwam in Jorwert

Bijna twintig jaar na het verschijnen van zijn klassieker over de leegloop van het Friese platteland, gaat Geert Mak terug. Nu blijken ook de vogels verdwenen, maar toch: met Jorwert kan het goed komen.

Het einde van Jorwert. Beeld null
Het einde van Jorwert.

Op een novemberochtend in 2009 dreef Folkert in de dorpsvaart van Jorwert. Ja, het was hem, Folkert van der Werff, die alle 97 jaren van zijn leven in het dorp had gewoond. Zijn klompen stonden aan de waterkant, thuis lag een briefje waarop stond dat hij niemand tot last wilde zijn. Hij had zo te zien eerst nog een sigaretje gerookt voor hij het ijskoude water was ingestapt. Willy vond hem, de buurvrouw die op hem lette. 'Ze moest wachten op de politie, ze vond het zo treurig', zegt schrijver Geert Mak. 'Ze wilde Folkert liefst meteen uit de vaart halen en in bed stoppen.'

Mak staat voor Folkerts graf op het kerkhof van Jorwert en vertelt over hem alsof hij voorleest uit een nagekomen hoofdstuk van Hoe God verdween uit Jorwerd. Het is bijna twintig jaar geleden dat hij zijn klassieker schreef over de omwenteling op het Friese platteland na de Tweede Wereldoorlog. Vanaf midden jaren vijftig verdwenen de boeren, daarna de winkels, scholen en bussen, en toen verdwenen ook de mensen - dat proces beschreef Mak aan de hand van het Friese plaatsje Jorwert, 10 kilometer ten zuidwesten van Leeuwarden.

null Beeld null

Folkert

Folkert was de man die aan het begin van het boek zijn vriend Peet dood tussen de boerenkool in zijn tuin vond. Folkert en Peet hadden allebei nog meegemaakt hoe in het dorp de petroleumlamp werd vervangen door het elektrische licht, en hoe de auto en de melkmachine kwamen. Maar Peet was er dus allang niet meer, terwijl Folkert maar doorleefde. Hij was er zelf verbaasd over, merkte Mak als hij hem sprak, ook nadat het boek allang af was.

Folkert werd opgebaard op het biljart van het dorpscafé, Het Wapen van Baarderadeel. Er klonken Duitse schlagers, want daar hield Folkert van. En nu ligt hij alweer zes jaar in de grond en staat Mak bij de grijze steen met zijn naam erop. Het is doodstil op het kerkhof. Even draaft er aan de andere kant van de heg een paard over de weg, ritmisch klikklakken de hoefijzers op de straatstenen. Dan wordt het weer stil.

'Het kloppende hart van Jorwert', noemt Mak dit gedeelte van het dorp, lachend natuurlijk. Dat hart wordt gevormd door de kerk met een groepje panden ertegenaan: de pastorie waar een veehandelaar in woont, de notariswoning en Het Wapen van Baarderadeel, dat dicht is omdat de pachter een zomerstop heeft ingelast. En dan heb je nog de boerderij van Sake Castelein, waarin een club onder leiding van het protestantse domineesechtpaar een klooster wil beginnen.

Het idee voor dat klooster komt mede voort uit de titel van Maks boek. 'Ze willen God terugbrengen in Jorwert', zegt hij. Hij is er somber over en met hem meer dorpsbewoners. Een klooster vindt hij op zichzelf een mooi idee, maar de plek is het probleem, midden in het dorp. De kloosterlingen willen zich terugtrekken in stilte, maar over die stilte valt nog van alles te zeggen.

null Beeld null
null Beeld null

Dichtgeplakte ramen

Ik was in de nok van Friesland, waar al bijna de Waddenzee begint. Ik kom wel vaker in Friesland, maar hier schrok ik. De stilte was enorm, in de dorpen waren de straten leeg, ik zag huizen met dichtgeplakte ramen. Meteen dacht ik: dit is het verhaal van Geert Mak. Maar tegelijkertijd vond ik het erger dan dat. Was dit de kaalslag die Mak beschreef, maar dan twintig jaar verder in tijd zodat nu werkelijk alle bloed uit de dorpen was gezogen? En hoe zat het met de rest van de provincie?

Ik vroeg Mak of hij met mij terug wilde naar Jorwert om de toestand op het Friese platteland te bespreken. Een grappige bijkomstigheid: ik had Mak in 1996 ook geïnterviewd, toen Hoe God verdween uit Jorwerd net in de winkel lag - en Jorwert nog niet op z'n Fries met een t werd gespeld.

Mensen zoals ik, met een Friese kop-hals-rompboerderij in de familie die gaandeweg alle oorspronkelijke functies had verloren, dachten: verrek, dat heb ik meegemaakt. Maar ook anderen waren onder de indruk. Mak stelde het beeld bij dat de grootste veranderingen in Nederland na de oorlog hadden plaatsgevonden in de stad, wat je op grond van de bedrijvigheid zou denken. Nee, juist dorpen waren onherkenbaar veranderd.

We gaan terug naar Jorwert, maar eerst spreken we af in café-restaurant Jonker Sikke in het nabijgelegen dorp Jellum, omdat we vanwege de zomerstop dus niet in Het Wapen van Baarderadeel terecht kunnen. Ook in Jellum is Mak geen vreemde. 'Nou, Allard', begroet hij de eigenaar, 'hoe is het jongen?' Het is al een paar dagen warm en wat er dan gebeurt in Friesland: de boeren gaan maaien. In de lucht hangt de sappige geur van gras en er racen tractoren over de weg met indrukwekkende apparatuur erachter. Maar verder is het hier even stil als in die desolate strook bij de Waddenzee.

null Beeld null
null Beeld null

Ruig en leeg

Mak maakt meteen duidelijk dat niet heel Friesland op dat gebied lijkt. In die uithoek, ruwweg alles boven Dokkum, zijn de problemen al decennialang groter dan elders. Een enkele Duitser of Randstedeling vindt het lollig er een tweede huisje te hebben, maar veel andere mensen willen maar één ding: daar weg. 'Krimp roept krimp op', vat Mak de situatie samen. 'Het is daar bijna Amerikaans ruig en leeg.'

Daarmee is niet gezegd dat de rest van Friesland zonder problemen is. De kaalslag op het gebied van winkels en voorzieningen gaat in alle dorpen door, hoewel het vaak om de laatste restjes gaat. Er was al zoveel verdwenen toen Mak zijn boek schreef. In die zin kun je zeggen dat Jorwert 'stabiel' is gebleven, want twintig jaar geleden was er al niets meer over van het dorp dat Folkert en Peet hadden gekend, toen er meer bedrijfjes waren dan er eieren in een pet passen.

Stabiel is bijvoorbeeld het inwonertal van Jorwert: er wonen al jaren 325 mensen. De basisschool heeft gewankeld, maar is nog altijd open. Het Wapen van Baarderadeel loopt buiten de zomerstop goed. Bovendien zijn de jaarlijkse tradities blijven voortbestaan: de Merke, ofwel het dorpsfeest, en het Iepenloftspul waarbij in de notaristuin wekenlang toneelvoorstellingen worden opgevoerd. 'Jorwert is een buitengewoon prettige leefgemeenschap', zegt Mak. 'Jorwert kan goed door de tijden heen komen.'

null Beeld null
null Beeld null

Kortom: het hangt er maar net vanaf waar je in Friesland bent. Er zijn dorpen waar je niet dood gevonden wilt worden en dorpen, denk aan Folkert, waar je begrafenis bijna een schlagerfestival is. 'Het verschil zit hem soms in een paar individuen, want in dorpen heerst de wet van het kleine getal', zegt Mak. Er zijn ook tijden geweest dat het een dooie boel was in Het Wapen van Baarderadeel, maar de nieuwe pachter weet er iets van te maken.

Mak is goed op de hoogte gebleven van de gebeurtenissen in Jorwert. Tussen 2005 en 2012 woonden hij en zijn vrouw Mietsie er het merendeel van hun tijd. Zij zong in het dorpskoor, hij zat in het cafébestuur. 'Friesland heeft me bij de grond gehouden, juist toen ik zoveel succes kreeg. Overdag was ik bezig met pakweg de toelating van Kroatië tot de EU, en 's avonds moest ik vergaderen over een lek in de ijsbaan.'

Ook nu Mietsie en hij ergens anders in Friesland zitten, vergeet hij Jorwert niet. Bij de laatste Merke in juni zat hij nog eindeloos op het terras voor Het Wapen van Baarderadeel.

Boerenstand

In zijn Jorwertboek schetste Mak hoe de omwenteling in Friesland in gang werd gezet door de neergang van de boerenstand. Eeuwenlang was die de economische motor en samenbindende factor geweest. Toen die rol binnen een paar decennia grotendeels wegviel, was de verwarring groot - en dat proces gaat door. Volgens boerenorganisaties zijn er in Friesland 5.500 boerenbedrijven over, wat alweer een kwart minder is dan tien jaar geleden. De verwachting is dat de komende twintig jaar nog zeker tweeduizend bedrijven verdwijnen, in de meeste gevallen omdat de boer geen opvolger heeft.

Het boerenwerk zelf is ingrijpend veranderd. Toen Mak zijn boek schreef, was de melkrobot een nieuwigheid, nu is het ding in talloze bedrijven ingevoerd. De boer zit in zijn kantoor achter de computer en de melkrobot doet het werk, dat is de verdeling. Het heeft schaalvergroting in de hand gewerkt en wat begin jaren negentig nog een bezienswaardigheid was, een bedrijf met 120 stuks vee, is nu normaal. Maar de schulden zijn opgelopen, van tonnen in de jaren negentig tot miljoenen euro's nu, die meestal drukken op één huishouden.

In het interview in 1996 vertelde Mak dat hij het lastig had gevonden zijn boek te schrijven. Hij ontdekte dat het kwam door dit gevoel: 'Leve de vooruitgang, maar we hebben geen winkel meer in het dorp. Leve de vooruitgang, maar alle scholen zitten 10 kilometer verderop. Wij zijn ermee opgevoed dat vooruitgang identiek is aan Het Leven Wordt Beter, maar op het platteland zie je dat daar een grens aan is.'

null Beeld null

Geldt dit nog steeds: leve de vooruitgang, maar alle boeren zitten achter de computer?

'Er is mij verweten dat ik een nostalgisch boek heb geschreven', antwoordt Mak. 'Ik heb er veel over nagedacht, maar ik vind dat niet. Ik heb óók uitvoerig beschreven hoe ellendig, zwaar en arm de boeren het in de jaren dertig, veertig en vijftig hadden.' Zijn vriend Bonne Hylkema, een boer uit Jorwert, zei tegen hem: 'Vroeger moest ik beulen, nu zit ik lekker in een cabine op de tractor met de verwarming en een radiootje aan.'

Mak: 'Er is veel gewonnen, dus inderdaad: leve de vooruitgang. Maar er is ook veel verloren, dat moet je onder ogen zien. Het boerenbedrijf is een veefabriek geworden en het is eenzaam werken. Nostalgie is wel degelijk een belangrijk signaal. Het is de pijn die je voelt omdat essentiële dingen verdwenen zijn.'

'Verrommeld' landschap

De overgebleven boeren hebben het aanzien van Friesland drastisch veranderd. Friesland, denken veel mensen, dat is weiland, met wat plukjes bomen rondom een kerktoren en de klassieke boerderijen. Maar zo is dat niet meer. Door de schaalvergroting bestaat een beetje boerenbedrijf uit meerdere stallen, hokken en silo's en dat heeft het landschap 'verrommeld'. De laatste twee jaar hoort Mak mensen klagen, vooral als ze lang niet in Friesland zijn geweest: 'Wat is hier in godsnaam aan de hand?'

Ook het toegenomen marktdenken onder de boeren heeft gevolgen voor het landschap. Zo wordt de weidegrond bijna uitsluitend ingezaaid met één soort Engels gras, dat een hoge voedingswaarde heeft en snel groeit zodat de boeren wel vijf keer per jaar kunnen maaien. Het heeft het veelkleurige Friese land volgens Mak veranderd in 'een groen tapijt van kunstgras dat nog net natuurlijk is'. Wie zuring, boterbloemen en paardebloemen in een wei wil zien staan, moet goed zoeken.

null Beeld null

Veel koeien zetten praktisch geen poot meer buiten, want die staan in hun megastallen bij de melkrobot. En er zijn meer beesten uit het buitengebied verdwenen. Doordat het waterpeil de laatste jaren extreem laag wordt gehouden zodat de boeren met hun maaimachines zo vroeg mogelijk het land in kunnen, blijven de weidevogels steeds vaker weg. Die hebben niets te zoeken op een grond die hard is als steen. Dáárom is het overal zo stil.

En de laatste vogels worden onthoofd door maaiende boeren. 'Er zijn boeren genoeg die van vogels en de natuur houden', zegt Mak, 'maar moet je sommige eens door het land zien raggen. De jonge vogelkopjes vliegen je om de oren. Er is een wild plan om een gigantisch monument voor de grutto op te richten, ergens boven een snelweg. Ik vind het een krankzinnig idee, net zoiets als de monumenten in Amerika voor de indianen. Ook de grutto is met groot enthousiasme om zeep geholpen.'

Toen Mak Hoe God verdween uit Jorwerd schreef, aan de rand van het dorp, werd hij in de lente steevast vroeg wakker door een hels vogelgekwetter. In 2009 realiseerde hij zich voor het eerst dat er iets was veranderd. Met wat vrienden liep hij op een mooie dag in april door een weiland en ineens zeiden ze tegen elkaar: 'Verrek, wat is hier aan de hand?' Het was stil. 'Doodeng.'

Politiek

Er zijn genoeg mensen in Friesland die net als Mak verontrust zijn over de ontwikkelingen. Deze mensen laten op allerlei podia hun stem horen maar Mak vindt het opvallend wat er vervolgens gebeurt. Zelden of nooit reageert de plaatselijke politiek. 'Ze gaan hier heel vreemd om met oppositie. Het is: wie niet voor ons is, is tegen ons. Het is alsof je een steen in een teil met modder gooit: plop. Dat is de ervaring van iedereen die hier iets wil veranderen.'

Geld is het probleem niet. Volgens Mak hangen er boven Friesland honderden miljoenen euro's, afkomstig van de verkoop van het provinciale energiebedrijf, en subsidiegelden uit Europa en Den Haag. Maar daarmee wordt bijvoorbeeld niet de afbraak gestimuleerd van leegstaande megastallen, wat in andere provincies wel gebeurt. 'Er zijn allerlei trucjes om de verrommeling tegen te gaan en ook het boerenleven aangenaam te houden, maar ik merk er in Friesland niets van.' En wat officieel al verplicht is, bomen planten rondom die stallen, wordt nergens gehandhaafd.

Wat gebeurt er wel met het geld? Het wordt volgens Mak al te vaak gestoken in prestigeprojecten. Neem de vierbaansweg naar Dokkum die nu wordt aangelegd. 'Dokkum', zegt Mak fel, 'is een stad met 13.600 inwoners en daarachter is niks. En daar gaat dan een vierbaansweg naartoe. Het enige waaraan de bestuurders hebben gedacht is hoe je vanuit Dokkum 38 seconden eerder in Amsterdam bent en dan denken ze dat ze Friesland daarmee redden. Intussen hebben hele buitengebieden het sloomste internet ter wereld. Zelfs in Albanië zijn ze erachter hoe belangrijk glasvezel is.'

null Beeld null

Stuntbestuur

Rondwegen, onderdoorgangen, aquaducten, dat alles is populair onder de Friese bestuurders. Mak hoorde een wethouder zeggen: 'De Zuidwesthoek heeft al drie aquaducten en wij nog geen één.' Hij noemt het 'stuntbestuur' en hij ziet het overal. In Drachten is theater de Lawei met krankzinnige tekorten verbouwd maar de muziekschool is dicht. Leeuwarden is uitgeroepen tot Culturele Hoofdstad van Europa in 2018, maar het project heeft nog altijd geen concreet, inhoudelijk plan opgeleverd.

'Eerlijk gezegd vind ik zulk bestuur onvolwassen. Goed en degelijk besturen is meestal saai werk. Het is zorgen dat de muziekscholen, dorpshuizen en sportaccommodaties open blijven en dat er voldoende ziekenhuizen zijn. Je kunt niet veel doen tegen krimp, maar je kunt wel de stemming goed houden, zodat mensen zich wel drie keer bedenken voordat ze verhuizen.'

Het stuntbestuur komt volgens hem voort uit een diepe onzekerheid over wat Friesland voor provincie zou moeten zijn - wat dat betreft is de crisis nog even diep als in Hoe God verdween uit Jorwerd. Voortdurend hoort en leest Mak zinnen als: 'We hebben behoefte aan een markeringspunt, we moeten onszelf neerzetten.' Maar wat dan markeren en neerzetten? En waarom?

Het opvallende is dat provincies als Groningen, Drenthe en Brabant zich beter hersteld lijken te hebben, terwijl ze toch ook hebben meegemaakt dat de landbouw van karakter veranderde of verdween. Maar Friesland, legt Mak uit, was eeuwenlang een landbouwprovincie bij uitstek, met een zeer geavanceerd en succesvol boerenbedrijf waaraan het zich langer heeft vastgeklampt. Zo'n geschiedenis is niet in een paar decennia te vervangen door een nieuwe.

null Beeld null

Niet stil

In Maks Citroën rijden we naar Jorwert, waar het even lijkt alsof de jaren van Folkert en Peet nog niet voorbij zijn, zo oorspronkelijk ziet alles eruit. Maar ineens is de illusie voorbij. Achter een raam hangt een poster van de laatste Merke. Het thema was 'Jorwert oan see' en er waren een 'beach b.b.q' en een 'beach survival'. Op een van de avonden heeft een band met de naam Dak 'r af gespeeld.

Dat is dus volgens Mak het probleem met een klooster midden in het dorp: Jorwert is niet stil. Goed, je hoort de weidevogels in de lente stukken minder en dan kun je makkelijk denken dat álle leven uit het dorp is weggetrokken, maar dat is onzin. Het dorp kan aardig lawaai maken, zeker als Het Wapen van Baarderadeel na de zomerstop weer opengaat. Mak en andere dorpsbewoners zijn bang dat het gaat botsen met de aspiraties van het klooster.

Vorig jaar had Mak op een bijeenkomst de initiatiefnemers van het klooster toegesproken, waarbij hij een ander punt ter sprake had gebracht. Ze mochten nu wel denken dat ze God naar Jorwert terugbrachten, maar op een bepaalde manier was Jorwert nog steeds een religieus dorp. Religie komt van het Latijnse religare, 'verbinden', en daar wisten de Jorwerters alles van - in die zin was God nooit uit Jorwert verdwenen.

Jorwerters doen van alles samen. Ze knotten met elkaar de bomen rondom de kerk of metselen een muurtje. Ze doen er drie zaterdagen over, hebben dikke lol en gaan na afloop aan het bier. Wat ook een zegen is in zo'n dorp: de ouden, dementen en andere hulpbehoevenden krijgen alle hulp. 'Mantelzorg' zeggen ze in Den Haag, maar geen Jorwerter neemt dat woord ooit in de mond. Het gebeurt gewoon.

Misschien, zegt Mak, is het een idee voor de bestuurders van Friesland om het hierover eens te hebben? Want ondanks alles wat is verdwenen, is de kwaliteit van leven op het platteland door dit soort tradities hoog. Dat zou het visitekaartje van Friesland moeten zijn, in plaats van pocherige culturele projecten, bouwwerken of wegen. 'Pomp de boel niet zo op, wees normáál. Friesland is uit zichzelf mooi genoeg, het kan een prachtige provincie zijn.'

null Beeld null

Iepenloftspul

Vorig jaar september liet Jorwert zich opnieuw van zijn beste kant zien toen de 18-jarige Hylke omkwam bij een auto-ongeluk. Tijdens het Iepenloftspul waren hij en wat andere jongens in een auto gestapt - gevalletje joy riding. De auto klapte tegen een boom, Hylke overleefde het als enige niet. Zijn ouders stelden dagenlang hun huis open, vooral voor de vrienden die bij het ongeluk betrokken waren.

Tijdens de begrafenis werd Hylke opgebaard op het toneel van het Iepenloftspul, het hele dorp was er. 'Het was absurd', zegt Mak. 'Toevallig ging de voorstelling over een autosloperij, dus het decor bestond uit verbrande en kapotte auto's. Maar ergens klopte het ook helemaal.'

Hylke ligt op het kerkhof niet ver van Folkert. Zijn graf heeft nog geen steen, er ligt alleen een bult zand, met erop viooltjes, kaarsen en lege bierflesjes. Lege bierflesjes? Mak kijkt nog eens goed naar het tijdelijke bordje met de geboorte- en sterfdatum. 'O, ik zie het al. Hij is net jarig geweest. Zijn vrienden hebben dat bij zijn graf gevierd.'

null Beeld null
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden