null

AnalyseCoronaregels

Hoe gaan talkshows om met coronaregels?

Beeld Jip van den Toorn

Inmiddels is in talkshows al menig uur volgepraat over het coronavirus. Maar hoe goed volgen praatprogramma’s zelf de regels? De Volkskrant zocht het uit.

Acteur en schrijver Maarten Spanjer heeft op 21 december bij talkshow Op1 een vraag voor de presentatoren. Hij vraagt zich af waarom hij viroloog ‘Appie Osterhaus’ aan tafel altijd rode wijn ziet drinken, maar hijzelf te horen kreeg dat er na 8 uur ’s avonds geen alcohol meer wordt geschonken. ‘Weten jullie hoe dat komt?’ Presentator Margje Fikse heeft geen idee en zegt grappend dat je Ab Osterhaus moet heten om een glas te krijgen.

Aan het eind van het gesprek met Spanjer komt Fikse, ingefluisterd door haar oortje, erop terug. ‘Ook Ab Osterhaus mag geen rode wijn meer.’ De reden, zegt ze, is de verscherping van de coronaregels.

‘Ik kreeg toen al langere tijd water. Het is sappelen’, zegt viroloog Osterhaus telefonisch. ‘Maar ik heb me geschikt in mijn lot. Natuurlijk is het goed dat het programma zich aan de regels houdt. Het gaat allemaal keurig netjes.’

Ab Osterhaus drinkt tegenwoordig water in plaats van rode wijn aan de talkshowtafel. Beeld Jip van den Toorn
Ab Osterhaus drinkt tegenwoordig water in plaats van rode wijn aan de talkshowtafel.Beeld Jip van den Toorn

Microbioloog Rosanne Hertzberger was in haar column in NRC minder enthousiast over de veiligheidsmaatregelen bij Op1. Na een optreden in januari schreef ze: ‘De coronarisico’s van zo’n bijeenkomst met veel mensen zonder mondkapje, inclusief uitgebreide visagie, betekent dat ik de week erna niemand durf te zien.’ Telefonisch zegt Hertzberger weinig te willen toevoegen aan haar column. ‘Maar ik denk dat het veiliger kan.’

Het roept de vraag op hoe talkshows achter de schermen omgaan met de strenge coronaregels. Welke maatregelen nemen ze? Moeten gasten niet vaker, zoals in het Verenigd Koninkrijk, de VS en Duitsland gebruikelijker is, videobellen met de studio in plaats van ernaartoe te komen? En beïnvloedt de avondklok de programmering van de late talkshows Op1 en Jinek?

Gasten van talkshow M moeten zichzelf thuis opmaken. Beeld Jip van den Toorn
Gasten van talkshow M moeten zichzelf thuis opmaken.Beeld Jip van den Toorn

Leidraad voor talkshows is het negen pagina’s tellende Protocol Audiovisuele Sector. Het uitgangspunt daarvan zijn de adviezen van het RIVM. Viroloog Ab Osterhaus zit al sinds het begin van de coronacrisis bij Op1 aan tafel en zag de maatregelen steeds strenger worden: eerst verdween het publiek, daarna volgden de anderhalvemeterregel, gedesinfecteerde microfoons en mondkapjes die aanwezigen moeten dragen als ze bewegen. Ondertussen sloot de bar waar gasten en presentatoren na afloop nog een borrel konden drinken, slonk het aantal gasten en werd zijn glaasje wijn een glaasje water. Sinds kort moeten gasten soms direct na hun bijdrage de studio verlaten.

Bert Huisjes, de directeur van WNL, die namens de omroepen de woordvoering doet voor Op1, zegt dat Hertzberger de eerste is die zich beklaagt. ‘Van OMT-leden als Diederik Gommers en Jan Kluytmans heb ik nog niets gehoord.’ Maar hij neemt haar aanmerkingen ‘heel serieus’. ‘Niet iedereen in de studio schat de risico’s op corona altijd even groot in. We moeten avond in, avond uit op de regels blijven hameren.’

Mondkapjes mogen alleen af aan tafel en tijdens een kopje koffie, zegt Huisjes. De visagist poedert de gasten, spuit soms wat haarlak en brengt mascara aan, maar verder moet de gast het zelf uitzoeken. M, de talkshow van Margriet van der Linden, poedert alleen nog. Gasten van dat programma moeten zichzelf thuis volledig opmaken, zegt hoofdredacteur Nico Arends.

Overal lijken gasten braaf afstand te houden, behalve bij de satirische talkshow Promenade. In de twee eindejaarsuitzendingen omhelsden presentator Diederik Ebbinge en vaste gasten Ton Kas, Eva Crutzen en Henry van Loon elkaar stevig.

Promenade is een talkshow, maar net even anders’, schrijft de omroep NTR in een reactie. Het programma werkt met een protocol dat vergelijkbaar is met dat van dramaproducties: iedereen wordt elke opnamedag getest. ‘Alleen tijdens de opnamen mogen de acteurs binnen anderhalve meter van elkaar zijn, zonder mondkapje’, schrijft de omroep. Media Inside is de enige andere geraadpleegde talkshow die alle gasten sneltest voordat ze aanschuiven. ‘Uit voorzichtigheid’, zegt een woordvoerder van BNNVara.

Het programma Promenade testte alle aanwezigen elke opnamedag op corona. Beeld NPO
Het programma Promenade testte alle aanwezigen elke opnamedag op corona.Beeld NPO

Een sneltest is, net als een normale test, niet altijd betrouwbaar en kan dus tot onzekerheid leiden. Neem het interview van Nieuwsuur met Barack Obama, afgelopen november in Washington. De staf van Obama eiste dat de ploeg van Nieuwsuur − interviewer Tommy Wieringa, twee cameramannen, een geluidsman en een redacteur − een dag voor het gesprek, dat op een vrijdag plaatsvond, een negatieve sneltest liet zien.

Maar op maandag kreeg een cameraman, inmiddels terug in Nederland, klachten en testte hij positief. In theorie zou hij dus, gezien de incubatietijd die gemiddeld vijf tot zes dagen is, besmettelijk kunnen zijn geweest tijdens het interview. ‘Dat is waar. Een negatieve test zegt niet alles, maar dat weten partijen die zo’n test eisen ook’, zegt Nieuwsuur-hoofdredacteur Joost Oranje. ‘Wij hebben voldaan aan de eisen, de cameraman is negatief getest, is op twee meter afstand gebleven en heeft een FFP2-masker gedragen – meer dan dat kun je niet doen. Dit behoort tot de moeilijkheden van deze tijd.’

Tommy Wieringa interviewt Barack Obama. Aanwezigen bij het interview moesten vooraf een sneltest doen. Beeld NPO
Tommy Wieringa interviewt Barack Obama. Aanwezigen bij het interview moesten vooraf een sneltest doen.Beeld NPO

Op dinsdag was Tommy Wieringa te gast bij Op1 om te praten over zijn gesprek met Obama. Had hij toen niet in quarantaine moeten zitten? Hij wist immers van de positieve test van de cameraman en bovendien moesten reizigers uit de Verenigde Staten, waarvoor een oranje reisadvies gold, tien dagen thuisblijven – Wieringa was twee dagen eerder op Schiphol geland. ‘Ik heb altijd afstand gehouden tot de cameraman’, zegt Wieringa aan de telefoon, ‘dus zijn positieve test was volgens de GGD geen reden om in quarantaine te gaan.’

Strikt genomen had hij vanwege het reisadvies wel thuis moeten blijven. Wieringa: ‘Maar volgens de GGD was ik op dat moment immuun, omdat ik een paar weken eerder corona had gehad.’ Voor de zekerheid deed hij nog een sneltest voordat hij naar Op1 ging. Na zijn optreden daar, zegt Wieringa, is hij in quarantaine gegaan.

Peter R. de Vries is regelmatig te gast bij verschillende talkshows en kan dus vergelijken hoe zij met de regels omgaan. ‘Wat je toch overal ziet, is dat achter de schermen soms iemand met een collega of gast een pagina of draaiboek doorneemt. Dan denk je: dat is niet helemaal coronaproof. Maar dat is onvermijdelijk, dat zal op de redactie van een krant ook gebeuren. Alle regels worden verder in acht genomen.’

Het valt hem op dat hij bij de talkshows op de commerciële zenders − RTL Boulevard, Jinek, Beau − borden en pijlen voortdurend op de maatregelen wijzen. ‘Heel erg in-your-face, bijna overdreven.’

Tijd voor Max neemt ook geen halve maatregelen. Omroep Max gaf ongeveer 120 duizend euro uit aan apparaten als de Virobuster en de Maxvac, die virussen met uv-C-licht doden, zegt Jan Slagter, directeur van de omroep. (Virobuster schrijft op zijn site de lucht tot 99,99 procent te zuiveren, maar die claim is omstreden.) De regels voor medewerkers zijn streng, zegt Slagter. ‘Je kunt een keertje een meter bewegen zonder mondkapje, maar bij een tweede keer hoef je niet meer terug te komen.’

Omroep Max gaf veel geld uit aan een Virobuster. Beeld Jip van den Toorn
Omroep Max gaf veel geld uit aan een Virobuster.Beeld Jip van den Toorn

Gasten moeten bij binnenkomst hun handen ontsmetten, zegt Slagter, anders zijn ze niet welkom. Tot dusver heeft één persoon dat geweigerd: een politicus die zou worden geïnterviewd door WNL − de omroep waarmee Max een studio in Hilversum deelt. ‘Hij zei dat hij afgeleid zou raken van de geur van dat desinfectiespul’, zegt Slagter. ‘Hij is uiteindelijk wel binnengekomen, omdat mijn gastvrouw verbouwereerd was door zijn reactie: hij liep gewoon langs haar. Als ik er was geweest, was ik voor hem gaan staan.’ Welke politicus het was? Slagter: ‘Ik zeg alleen dat hij gek is op zakjes lavendel.’

De voorzichtigheid van Slagter is begrijpelijk: Omroep Max is een ouderenomroep en de gasten die hij ontvangt behoren relatief vaak tot de risicogroep. Met het bezoeken van een talkshow nemen zij een risico – hoe streng de maatregelen er ook zijn. Slagter: ‘Het voelt als een enorme verantwoordelijkheid.’

Talkshows horen weleens dat ouderen niet meer willen komen. De 75-jarige schrijver en oud-voetballer Jan Mulder is een van hen. ‘Ik zit in de risicogroep en loop in zo’n studio een groter risico dan thuis’, zegt hij. Alleen voor belangrijke onderwerpen maakt hij een uitzondering. Voor de dood van Maradona kwam hij de deur niet meer uit, voor de dood van een bekende vriend wel? ‘Ja, dan wel. Maar wie heb je op het oog?’

Voorlopig wil Jan Slagter nog gasten in zijn studio ontvangen. ‘Maar als de besmettingscijfers oplopen, is het zeker mogelijk dat we ze ook via videoverbindingen gaan spreken.’ Hij kijkt met jaloezie naar CNN. ‘Zij hebben nul vertraging bij videogesprekken. Als je bij ons een vraag stelt, duurt het drie seconden voordat de ander hem hoort. Weinig is zo irritant als dat.’ Slagter heeft aan een collega gevraagd om uit te zoeken welke software CNN gebruikt.

Wetenschapsjournalist Diederik Jekel zegt instemmend dat het ‘verbijsterend’ ingewikkeld is om een fatsoenlijke videoverbinding te krijgen. Jekel doelt niet op gesprekken met verslaggevers waarbij een satellietwagen aanwezig is − die verlopen soepel. Hij doelt op gasten die thuis, achter de computer, hun verhaal doen.

‘Of het ziet er goed uit maar er is vertraging, of er is geen vertraging maar het ziet er slecht uit’, zegt Jekel. Er kleven meer nadelen aan. ‘Als je inbelt mis je non-verbale communicatie: je ziet het niet als iemand op zijn stoel zit te schuiven en wil onderbreken.’ Bij Studio voetbal sprak Theo Janssen, omdat het programma het aantal aanwezigen wilde beperken, via een videoverbinding mee. Hij blies op een fluitje als hij wilde interrumperen.

Theo Janssen blies bij Studio voetbal op een fluitje als hij wilde onderbreken. Beeld NPO
Theo Janssen blies bij Studio voetbal op een fluitje als hij wilde onderbreken.Beeld NPO

Ondanks alle bezwaren heeft Jekel twee weken geleden besloten zijn bijdragen aan RTL Boulevard, waarvan hij de corona-expert is, alleen nog per videoverbinding te doen. ‘Als ik zeg dat iedereen thuis moet werken’, zegt Jekel, ‘is het geloofwaardiger als ik zelf ook thuis ben. We moeten niet alleen met de inhoud, maar ook met de vorm uitstralen dat de situatie ernstig is. Als ik met een bakje nootjes in de studio met Nikkie Plessen sta te praten over een nieuwe kledinglijn, kan bij de kijker de indruk ontstaan dat het allemaal wel meevalt.’

Volgens hem moeten tv-programma’s ‘minder mekkeren’ en meer een voorbeeldrol gaan vervullen. ‘In de VS, Groot-Brittannië en Duitsland zijn videogesprekken al veel gebruikelijker.’

Nico Arends, hoofdredacteur van M, ziet videoverbindingen niet zitten. Hij is ‘erg voor’ een tafelgesprek. ‘Soms kan zo’n videogesprek urgentie uitstralen, bijvoorbeeld als ziekenhuisdirecteur Marcel Levi vanuit Londen verslag doet. Maar een interview met Frénk van der Linden over de vechtscheiding van zijn ouders, zoals we laatst hadden, zou compleet anders zijn geworden als het digitaal was gevoerd.’

Als het aan WNL-hoofdredacteur Huisjes ligt, worden ook de gesprekken bij Op1 zo veel mogelijk aan tafel gevoerd. Vanwege de techniek én de dynamiek. Bij CNN is een videoverbinding eenvoudiger, zegt Huisjes, want daar voeren ze vaak een-op-eengesprekken. ‘Bij ons is het gebruikelijk dat andere gasten interrumperen. Dat wordt lastig als iedereen via een scherm meepraat, ook vanwege de vertragingen.’

null Beeld Jip van den Toorn
Beeld Jip van den Toorn

Toch zullen videogesprekken gebruikelijker worden bij Op1. Oorzaak is de avondklok. Talkshows zijn daarvan uitgezonderd, maar politici hebben al aangegeven het goede voorbeeld te willen geven en niet te vaak in een studio te gaan zitten. ‘We zullen daar als kabinet heel terughoudend in zijn’, zei premier Rutte op een persconferentie. ‘Je kunt ook inbellen of je ’s middags laten filmen. Je hoeft niet per se aan tafel te zitten, maar als het moet en ze wat langer met je willen doorpraten, dan vind ik dat dat verstandig is.’ Minister Grapperhaus (Justitie) en Kamerlid Dilan Yesilgöz (VVD) waren na invoering van de avondklok al digitaal te gast.

Rutte zei dat talkshows waren uitgezonderd van de avondklok omdat actualiteitenprogramma’s en journaals ‘ontzettend belangrijk’ zijn voor ‘de overdracht van informatie’. Is het dan te rechtvaardigen om ook gasten uit te nodigen die over amusement komen praten? Na invoering van de avondklok zei RTL-programmadirecteur Peter van der Vorst dat ze de komende tijd gasten ‘nog kritischer’ gaan selecteren. NRC-columnist Marcel van Roosmalen concludeerde daaruit dat de ‘Dries Roelvinken en Wolter Kroesen bij dezen zijn kaltgestellt’.

Van der Vorst was niet bereikbaar voor commentaar, maar de gastenlijst van afgelopen week toont aan dat amusement bij Jinek nog niet is verdwenen: op woensdag 27 januari zaten Aaf Brandt Corstius, Rayen Panday, Daphne Bunskoek en Miljuschka Witzenhausen aan tafel om te praten over hun hobby, wandelen.

Ook bij Op1 zullen de onderwerpen niet alleen maar zwaar zijn, zegt WNL-hoofdredacteur Huisjes. ‘De NPO moet het in tijden van nood niet alleen hebben over nood, maar ook mensen een hart onder de riem steken. Dus kunnen we best een uitzending eindigen met een typetje van De TV Kantine.’

Peter R. de Vries vindt dat een begrijpelijke keuze. ‘Amusement leidt misschien, meer dan een zwaar onderwerp, tot geluksgevoel en happiness, en kan daardoor, in deze tijden van vereenzaming en isolatie, belangrijk zijn voor het welzijn van de kijkers.’

Coronaproof interviewen

Vlak voordat NOS-correspondent Lucas Waagmeester naar een bijeenkomst van Trump-supporters in Washington reed, hoorde hij op tv iemand zeggen: ‘Geef bij voorkeur iemand die je niet kent een stevige omhelzing.’ Hoe interview je corona-ontkenners coronaproof? Waagmeester gaat pas filmen als de stoet begint te lopen, dan is het makkelijker afstand houden. Hij draagt een mondkapje, maar houdt de microfoon in zijn handen en gebruikt geen stok, om beter contact te kunnen maken. Hij laat zich veelvuldig testen en noemt het, ondanks de maatregelen, ‘een wonder’ dat hij nog geen corona heeft gehad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden