Hoe gaan Nederlandse journalisten om met wantrouwen en complotdenken?

In Duitsland heb je de 'Lügenpresse'. In Nederland scoort de pers op de vertrouwensschaal zelfs lager dan bankiers en politici. Vier journalisten analyseren de argwaan en vertellen wat eraan te doen is.

In Duitsland is Lügenpresse inmiddels een gevleugelde uitdrukking onder rechts-populistische politici en hun groeiende aanhang.

Duitsland-correspondent Jeroen Wollaars (NOS) laat een vers binnengekomen reactie op Twitter zien: 'Ga er maar vanuit dat ook 'journalist' @wol is gekocht door het JA Kamp. #oekraiNEE #stoorzender'. En een minuut later, van dezelfde twitteraar: 'Jeroen, wat heeft jouw doen besluiten om voor geld een Mening te hebben? Geld en Ego tekort? #exit #oekraiNEE'.

Wollaars zucht. Hij had zich voorgenomen niet meer op venijnige aantijgingen te reageren, maar de irritatie wint het uiteindelijk van zijn geduld. 'Van 'gekocht?' naar 'gekocht!' in minder dan 10 minuten. Dat referendum doet mensen hun behandelplan veronachtzamen', twittert hij vinnig.

De tweets zijn slechts een greep uit de verdenkingen die hem vrijwel dagelijks via sociale media bereiken. Wantrouwen dat veel minder was toen hij nog als binnenlandverslaggever in Nederland werkte, zegt Wollaars. 'Maar nu ik in Duitsland door de actualiteit vooral verslag doe van de vluchtelingencrisis merk ik hoe het debat in Nederland gepolariseerd is.'

In Duitsland is Lügenpresse inmiddels een gevleugelde uitdrukking onder rechts-populistische politici en hun groeiende aanhang. Zeker sinds de massa-aanrandingen in Keulen op Oudejaarsnacht, waar Duitse media laat over berichtten, is het vertrouwen in de Duitse media tot een dieptepunt gedaald. Een enquête van Dimap Infratest wees onlangs uit dat 20 procent van het Duitse volk de pers niet alleen wantrouwt, maar ervan overtuigd is dat de media leugens verspreiden. En dat zet journalisten daar aan het denken. Op het bureau van de hoofdredacteur van tv-zender ARD, schreef Volkskrant-correspondent Sterre Lindhout, ligt tegenwoordig een boek over complotdenkers en hoe daarmee om te gaan.

Hoe zit dat in Nederland? Want hier is het nauwelijks beter gesteld. Als het gaat om vertrouwen scoort de Nederlandse pers in 2014 met 31,3 procent zelfs nog lager dan bankiers (36,6 procent) en de politiek (34,6 procent) bleek vorig najaar uit een rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Van de tien genoemde instituties haalde alleen de kerk (29,4 procent) een lager percentage. Hoe gaan Nederlandse journalisten om met wantrouwen en complotdenken?

'Het wantrouwen jegens de media is naar mijn idee de weerslag van het groeiende wantrouwen in de maatschappij', verklaart Volkskrant-journalist Yvonne Hofs. 'In de jaren zestig en zeventig zag de toekomst er voor de meesten rooskleurig uit, iedereen ging erop vooruit. Veel zekerheden van toen zijn verdwenen. In de huidige tijd concurreren bevolkingsgroepen meer met elkaar om de schaarser wordende welvaart. Het onderlinge wantrouwen is daardoor toegenomen en media zijn vaak de boodschapper van slecht nieuws. Veel mensen trekken dat niet, they want to shoot the messenger.'

Maar de media dragen zelf ook schuld, volgens Hofs. 'De vercommercialisering is het grootste gevaar voor de journalistiek. De concurrentie neemt toe en er is maar een kleine groep nieuwsconsumenten die wil betalen voor journalistieke kwaliteit. Dit verhoogt de druk op serieuze nieuwsmedia om commerciëler te worden. In het slechtste geval staat waarheidsvinding dan niet meer voorop, maar het pleasen van de nieuwsconsument.'

Sensatiezucht

Rob Wijnberg, hoofdredacteur van De Correspondent, legt de verantwoordelijkheid voor het gebrek aan vertrouwen zelfs vooral bij de beroepsgroep zelf. 'Media zijn, boud gesteld, niet super zelfreflecterend. De afstand tot, en vaak zelfs het dedain voor, het publiek is erg groot. Het wantrouwen bestaat voor een deel uit 'generaliserende nonsens', vergelijkbaar met 'alle politici zijn zakkenvullers'. Maar voor een ander deel kan ik er goed inkomen: veel media zijn geregeld oppervlakkig, sensatiegericht, misleidend en ongeïnformeerd.'

Voor Hans Nijenhuis, chef Opinie NRC, is het vermoeden bij lezers van een agenda redelijk nieuw. 'Het past in de cultuur van: ik uit me, dus ik besta. Prima hoor. Het helpt het debat helaas niet echt verder. Maar ja, zoals de dichter Otto Weiss al zei: 'Denken, is zo buitengewoon vermoeiend dat velen de voorkeur geven aan oordelen.''

Wollaars liet onlangs een officier van justitie aan het woord die iets meer kon vertellen over de achtergrond van de verdachten in Keulen. Dat mensen op sociale media meteen het NOS-bericht daarover probeerden te falsificeren, vindt Wollaars tekenend. 'Het is ergens logisch en zelfs wel prettig dat mensen alles wat ze online voorbij zien komen willen controleren. Het komt alleen niet vaak voor dat ze dat vanuit nieuwsgierigheid doen.'

Enkele mensen googelden naar aanleiding van het verhaal van de officier van justitie naar andere bronnen, vertelt Wollaars. 'En omdat die er nog niet waren - we hadden hem gebeld, en hij stuurde ons een mail terug - moest het bericht volgens sommige twitteraars wel door ons gefantaseerd zijn.'

Wollaars twitterde een screenshot van dat mailtje om die beschuldigingen te ontkrachten. Het mocht niet baten: 'Er werd nog steeds getwijfeld aan onze intenties en aan ons werk.'

En hier wordt het problematisch: want wat als nieuwsconsumenten je oprecht niet geloven, zelfs wanneer je bewijs laat zien?

Beeld Lumine.nl

Yvonne Hofs schreef de afgelopen jaren artikelen over beladen onderwerpen als vluchtelingen, pensioenen en zzp'ers. Het zijn vaak lange artikelen, ook omdat ze probeert haar stukken zo goed mogelijk te onderbouwen met feiten en cijfers. 'Het slechte imago van de journalistiek zit me wel dwars, dus ik wil er niet aan bijdragen dat dat clichébeeld wordt bevestigd. Het is daarom ook goed dat lezers me scherp houden met inhoudelijke kritiek. Helaas maak ik natuurlijk toch fouten af en toe.' Zoals in het stuk over zzp'ers dat laatst in Vonk stond, toen ze ten onrechte schreef dat zzp'ers geen AOW-premie betalen. 'Daar baal ik enorm van.'

Maar ze weet inmiddels dat lezers ook foutloze stukken kunnen wantrouwen. 'De kwaliteit van de argumenten doet er niet zoveel toe, is mijn indruk. Mensen die het met je eens zijn, applaudisseren en mensen die het met je oneens zijn, boren je de grond in. Zo gaat dat.'

Complottheorieën

En dat vindt ze zorgwekkend: 'Als nieuwsconsumenten het verschil tussen feit en complottheorieën en tussen sterke en zwakke argumenten niet meer zien - of dat verschil onbelangrijk vinden - wat is dan nog het bestaansrecht van de journalistiek?'

Wijnberg wil niet al te cynisch zijn. 'Een flink deel van de mensen die dingen zeggen als 'de media liegt', heeft gewoon een zeer sterke en fundamenteel afwijkende opvatting over wat waar is, zonder per se een complotdenker te zijn. Erachter schuilt vaak meer iets van: ik zie mijn wereldbeeld niet gerepresenteerd - en dat noemen ze dan liegen.'

Het toenemende gebrek aan vertrouwen in de media is voor Wijnberg, Hofs, Wollaars en Nijenhuis evident. Maar als transparantie in je werkwijze en zorgvuldige onderbouwing niet helpen om wantrouwen weg te nemen bij nieuwsconsumenten, wat helpt dan nog wel?

Wijnberg hoopt een begin te maken door af te stappen van de illusie dat er zoiets bestaat als objectiviteit in de journalistiek. Bij het oprichten van De Correspondent, bijna drie jaar geleden, stelde hij een manifest op waarin zijn medium stelt dat journalisten hun aannamen, perspectieven en wereldbeelden expliciet dienen te maken voor de lezer. 'Dat geeft een eerlijker beeld van de gekleurdheid die per definitie in iedere vorm van journalistiek zit. Bovendien is het bij De Correspondent een vast en verplicht onderdeel van je werk dat je in gesprek gaat met lezers. Niet alleen zenden, maar ook luisteren. Dat neemt in mijn ogen al heel veel wantrouwen weg.'

Alleen: voor niet-leden is reageren op De Correspondent niet mogelijk. Daarom plaatst het medium regelmatig verantwoordingsstukken om bijvoorbeeld de werkwijze van een correspondent toe te lichten, zegt Wijnberg. Die stukken zijn voor iedereen toegankelijk. 'Wat mij betreft begint het al bij de journalistieke opleidingen: leren dat interactie met je lezers een vast onderdeel is van het vak.'

Het enige dat je als journalist kunt doen tegen dat wantrouwen bij de lezer is zo goed en integer mogelijk werken, denkt Hofs. 'Maar als lezers je beschuldigen van partijdigheid of van prutswerk omdat je iets opschrijft wat hun niet aanstaat, dan is daar weinig tegen te doen. Die kritiek stoelt dan niet op inhoudelijke argumenten of feiten, maar op emoties, op 'het niet willen weten', op het afwijzen van een onwelgevallige boodschap.'

Ombudsmensen

Hofs reageert vrijwel altijd (eenmalig) op vragen, suggesties en opmerkingen via e-mail, mits er niet wordt gescholden. 'Lezers wijzen er bijvoorbeeld op dat er iets ontbreekt in het artikel. Uit zulke reacties spreekt betrokkenheid en dat vind ik alleen maar mooi.' Twitter laat Hofs liever links liggen - 'te veel boze mensen die iemand de maat willen nemen en met 140 leestekens is er te weinig ruimte om inhoudelijk te reageren - al probeert ze wel te reageren op serieuze tweets.

Heel af en toe nodigt Wollaars mensen uit voor een kop koffie of een rondleiding op de redactie. En soms legt hij mensen uit hoe een item tot stand komt. 'Er zijn geloof ik meer Ombudsmensen dan ooit aan het werk. En terecht. De tijd dat 'wij' wel even vertelden hoe de wereld in elkaar zit, is gelukkig voorbij. Al valt er tegen de ware complotdenker niet op te redeneren natuurlijk.'

En hier wil Wollaars ook gelijk een voor hem belangrijke nuance aanbrengen: wantrouwen en complotdenken ontmoet hij vooral op sociale media. 'Mensen die me mailen zijn over het algemeen meer voor rede vatbaar.'

Voor Nijenhuis is het reageren op lezers en op Twitter in zijn functie een vast deel van zijn werk geworden. Maar aan de manier waarop de NRC stukken selecteert verandert het niets, zegt hij. 'Zoals onze hoofdredacteur zegt: op de opiniepagina's strijden de pennen en mag er bloed vloeien.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden