EssayAutonomie

Hoe flexibele diensten ons een illusie van vrijheid voorschotelen

Flexapps als Onefit en de Swapfiets geven je een gevoel van autonomie.Beeld Philip Lindeman

Overal kunnen sporten en altijd een nieuwe fiets: nieuwe diensten geven hun gebruikers graag de illusie dat ze autonoom zijn en zachtjes tegen de gevestigde orde schoppen. Tegen een prijs, uiteraard.

Er zit een nieuw meisje in mijn yogaklas. Ze ziet er hetzelfde uit als de anderen – legging, trui, haar in een knot – maar toch is ze anders. Ze neemt als enige haar mobiel mee naar de les, omdat ze een online boekingsbewijs moet laten zien. Als de meeste deelnemers naderhand nog theedrinken of voor zich uitstaren, springt zij alweer op de fiets, de dag in, op naar haar volgende afspraak.

Het nieuwe meisje heeft een abonnement bij Onefit, daarmee kun je flexibel sporten en sinds dit jaar ook op mijn yogaschool lessen volgen. Sindsdien is het drukker. Waar ik me vroeger nog afvroeg of de school niet binnenkort zijn deuren zou moeten sluiten, omdat er slechts vijf mensen op de les waren afgekomen, staan we nu elke ochtend met twintig man in de downwardfacing dog.

Onefit wil ‘een movement creëren’, staat op zijn site. Het bedrijf wil sporten afstemmen op het ‘moderne, flexibele stadsleven’, mensen fit maken door ‘variaties in hun work-out aan te brengen’ en ze ‘nieuwe locaties laten ontdekken’. Voor 65 euro per maand kun je via een app lessen boeken bij aangesloten sportscholen. Onefit is bewegen nieuwe stijl: niet langer vastzitten aan één school met één rooster, maar elke dag een andere les boeken, op een moment dat het jou uitkomt, op een locatie die jij wilt: je kunt voortaan alles zelf bepalen.

Het gekke is dat er maar één les van mijn yogaschool op Onefit staat: de hele vroege, om 7 uur ’s ochtends. ‘De andere lessen waren al vol genoeg’, legt een docent mij uit. Onefit-gebruikers zijn dus welkom zolang het de yogaschool uitkomt; als de les vol genoeg is, verschijnt die niet op de app.

Het is maar één voorbeeld van de manier waarop de Onefit-gebruiker een stuk minder autonoom is dan het bedrijf wil doen geloven. In zekere zin bepaalt Onefit je schema: de app beslist uit welke lessen je kunt kiezen en ook dat je maar twee tot vier lessen per maand op één locatie mag volgen. Je hebt een gevarieerd sportschema, maar je kunt ook zeggen dat Onefit je veroordeelt tot een sportief nomadenbestaan.

Zou ze zich vrij voelen, dat nieuwe meisje in mijn yogales?

Wij zijn het bedrijf

In het onlangs verschenen Uncanny Valley beschrijft The New Yorker-journalist Anna Wiener hoe ze haar baan bij een uitgeverij inruilde voor een carrière in Silicon Valley. In 2013 begon ze als ‘solutions manager’ bij een start-up gespecialiseerd in data-analyse, waar ze vooral in opdracht van onlinewinkels werkte. Een terugkerend motief in het boek is hoe Wiener blind bleef voor de felbekritiseerde praktijken van de start-up.

Wiener had niet door dat de ‘revolutionaire’ start-up aan de band liep van durfkapitaal, waarvan de investeerders enkel meer geld wilden verdienen. Dat ze meewerkte aan systemen die mensen onder het mom van autonomie onvrijer maakten. Toen het nieuws naar buiten kwam dat de National Security Agency (NSA) miljoenen Amerikanen in de gaten hield, werd daarover bij Wieners start-up niet eens gesproken tijdens de lunch. De meeste werknemers, Wiener incluis, beseften niet dat ze dagelijks precies hetzelfde deden.

Wiener dreef steeds verder af van de echte wereld en ging steeds meer op in haar digitale werkomgeving. Ze kon nauwelijks nog face to face met haar collega’s communiceren, terwijl ze op Slack en Skype eindeloos konden ouwehoeren. Toen ze een salaris met zes nullen verdiende, kon ze nauwelijks iets zelf: gordijnen ophangen, koken of een knoop aannaaien was al te veel.

Ondertussen werd Wiener ingelijfd in een ontegenzeggelijk neoliberale arbeidsomgeving. ‘Wij zijn het bedrijf’, bleven zij en haar collega’s als mantra herhalen: elk succes en elke tegenvaller was de persoonlijke verantwoordelijkheid van iedere werknemer. De start-up moedigde Wiener aan vooral een flexibel werkschema aan te houden: werken waar en wanneer ze maar wilde, met een laptop van de zaak. Pas veel later besefte Wiener dat ze door dit ‘vrije’ systeem altijd aan het werk was: wie nooit officieel hoeft te werken, is ook nooit officieel vrij.

De wereld veranderen

De grote vraag na het lezen van Uncanny Valley is hoe Wiener, een intelligente jonge vrouw uit Brooklyn, zo naïef kon zijn. Het antwoord zoekt ze in de bedrijfscultuur van tech-start-ups, daar heerst een sfeer van tegencultuur, van ‘alles anders doen’. Wiener beschrijft hoe de ceo bleef herhalen dat wat zij aan het doen waren levens prettiger maakte en hoe haar collega’s mediteerden, microdoses lsd namen en naar cassettebandjes luisterden. Als dat soort mensen hier werkt, dacht Wiener, dan kan het toch niet slecht zijn wat ik doe? Silicon Valley bood niet zozeer een baan, maar maakte haar deel van de wereldverbeteraars.

Dat maakt Silicon Valley aantrekkelijk maakt voor werknemers en lijkt de aantrekkingskracht van een abonnement bij Onefit: het gevoel iets nieuws te doen, je tegen de status quo te keren. Ga niet bij een suf babyboomerbedrijf werken, maar ontwricht die babyboomwereld met een tech-start-up. Laat je schema niet bepalen door één sportschool, maar bedenk zelf wanneer je welke lessen wilt volgen.

Het razendsnel populair geworden Swapfiets heeft ook deze filosofie. Voor 15 euro per maand (en een opstartbedrag) huur je bij hen een fiets en als-ie kapot is, komt het bedrijf hem gratis repareren. ‘Het nieuwe fietsen’, volgens Swapfiets. Probeer maar eens toe te geven dat je ‘het oude fietsen’ eigenlijk wel prima vond.

Tegencultuur incorporeren in het businessmodel is niet nieuw. Al in 2000 beschreef The New York Times-journalist David Brooks in Bobos in Paradise hoe de nieuwe elite onder het mom van ‘afzetten tegen de gevestigde orde’ een ouderwets kapitalistisch systeem opbouwde. Vrijwel elk bedrijf dat rond de millenniumwisseling tot gigantische proporties uitgroeide, presenteerde zichzelf als een sociale beweging met een filosofie die tegen het oude en voor het nieuwe was. Een ceo was niet langer een man in pak, maar een gast van 35 die op een skateboard naar werk kwam en basgitaar speelde in een rockband met een ironische naam. ‘Mainstream’ was een vies woord geworden, terwijl dat in de praktijk wel het doel bleef: zo mainstream worden als maar kan, zo veel mogelijk verkopen. Bourgeois taferelen in een bohemien-jasje dus, vandaar de term ‘bobo’.

Aan potentiële klanten gingen bedrijven zichzelf expliciet presenteren als het ultieme middel om anders te zijn, om te rebelleren. Brooks herinnert zich hoe Nike eind jaren tachtig steevast het nummer Revolution van de Beatles gebruikte in reclames. De vaste slogan van fastfoodgigant Burger King luidde tijdens de jaren negentig ‘Sometimes you gotta break the rules’, alsof het eten van een hamburger een daad van verzet was. Of denk aan de slogan ‘Think different’, die Apple tot 2002 in vrijwel alle campagnes gebruikte. Het is de bobo-methode pur sang: het idee van ‘anders denken’ koppelen aan een product, in de hoop dat zoveel mogelijk consumenten ervoor vallen, voor het idee dat ze níét bij die massa horen.

Sinds het verschijnen van Brooks’ boek is de bobo-methode enkel populairder geworden. De snel groeiende bedrijven, vooral techbedrijven, beloven vrijwel allemaal met een product gemaakt door mensen die zich absoluut niets aantrekken van de status quo authenticiteit en uniciteit toe te voegen aan de levens van hun afnemers. 

Een goed voorbeeld van zo’n bobo-bedrijf 2.0 is de populaire meditatie-app Headspace. Oprichter Andy Puddicombe stopte als twintiger met zijn studie om een boeddhistische monnik te worden. Na tien jaar in Tibet en India keerde Andy terug naar het Verenigd Koninkrijk om daar de kunst van het mediteren bij te brengen aan hooggeplaatste politici en ceo’s. Een van die ceo’s bleek een handige reclameman en samen begonnen ze Headspace.

Headspace heeft maar één doel, staat op zijn site: de wereld gezonder en gelukkiger maken. Focus een paar minuten op jezelf, laat je even niet meesleuren door wat de maatschappij van je vraagt, en je zult je gegarandeerd beter voelen. Het is ontwrichten op persoonlijk niveau voor 13 euro per maand. Headspace heeft inmiddels meer dan een miljoen betalende gebruikers en heeft een omzet van ruim 90 miljoen euro. Vermoedelijk stond rijk worden, naast het gezonder en gelukkiger maken van de wereld, ook nog op de to-dolijst van Puddicombe.

Een reden voor de populariteit van Headspace is dat de app als een lifehack voelt. Binnen een paar minuten kun je volledig ontstressen, om daarna verder te gaan met je drukke leven. Het biedt instantontspanning, meditatie zonder ingewikkelde cursus of urenlang voor je uit staren.

Headspace illustreert hoe we in het smartphonetijdperk van bijna alles verlangen dat het altijd voor ons klaar staat: de appificering van ons leven. We willen on demand ervaren en consumeren, zonder na te hoeven denken over de totstandkoming van de diensten en producten. We verbazen ons er niet over dat Uber Eats precies weet waar we wonen; we vinden het vooral fijn dat ons eten snel wordt bezorgd. We vragen ons niet af hoe Bol.com weet dat we dat ene boek willen hebben, we klikken direct door naar ons digitale winkelmandje. Het woord ‘surfen’ is des te treffender voor je bewegen op het internet: al surfend over het oppervlak, weet je niet wat zich daaronder afspeelt – en maak je je daarover niet druk. Je moet immers voor je blijven kijken.

Zelfredzaamheid

Op het eind van Uncanny Valley ziet Wiener in dat bedrijven in Silicon Valley niet uit zijn op het ontwrichten van systemen, maar simpelweg op het genereren van winst en invloedssfeer. Apps lossen geen problemen op, ze ronselen infanterie in de digitale wereldoorlog om data en marktwaarde. Behoorlijk naïef van Wiener, zeker bezien door de bril van nu. Maar ze houdt de lezer ook een spiegel voor: precies zoals zij in Silicon Valley werd gehuld in een rookgordijn van idealisme en revolutie, zo is de moderne mens blind voor de manier waarop techbedrijven ons inlijven in een systeem dat draait om winst voor die bedrijven zelf.

Swapfiets belooft autonomie – nooit meer een kapotte fiets – maar neemt ondertussen juist autonomie van je af: je zit vast aan een abonnement dat uiteindelijk duurder is dan de aanschaf van een fiets en af en toe wat reparatiekosten. Bovendien stript Swapfiets de gebruiker van zelfredzaamheid: met het onvermogen zelf je band te plakken geef je een deel van je soevereiniteit op. Op eenzelfde manier verruil je met Onefit een vaste sportschool waar je de baliemedewerkers kent in voor een onvast sportschema, gedicteerd door economische overwegingen van sportscholen.

Het zijn voorbeelden van hoe het neoliberale systeem via je smartphone je leven verder binnendringt. Je wordt geacht steeds vooruit te kijken. Kijk bijvoorbeeld naar deze reclameboodschappen: ‘Moet jij niet eens in beweging komen?’, vraagt een uitzendbureau voorafgaand aan een YouTube-video. ‘De kansen liggen overal. Groei door!’, roept een onderwijsinstelling vanaf een abri. Een radioreclame van een opleidingsbureau: ‘Je bedrijf groeit, maar groeien je medewerkers wel op de juiste manier met je mee?’ De boodschap is duidelijk: groei en ontwikkeling zijn de norm, wie stilstaat is af.

Diensten als Onefit en Swapfiets zijn facilitators van dat gedachtegoed: ze houden ons letterlijk in beweging. Nooit meer wachten op de fietsenmaker, maar meteen een nieuwe fiets aan de deur; je hoeft geen minuut later op werk te komen. Eerder weg van je werk om te gaan sporten? Dat hoeft niet, want er is altijd een sportles die naadloos in je schema past. Ondertussen geeft Headspace ons het idee dat we met een paar minuten mediteren voldoende gewapend zijn tegen stress, en bovendien dat we die stress zelf kunnen oplossen. De app biedt, niet geheel toevallig, ook zakelijke pakketten aan: voor blijere medewerkers en een gezonder bedrijf. Wie leert dat hij zijn stress en frustratie zelf kan oplossen met een ademhalingsoefening, zal minder snel naar zijn werkomgeving kijken en zich afvragen of die invloed heeft op zijn gemoedstoestand.

Ik vraag me af of dat nieuwe meisje in mijn yogales zich vrij zou voelen, met haar Onefit-abonnement. Waarschijnlijk denkt ze helemaal niet na over die vraag en is ze veel te gefocust op het online in elkaar zetten van een ideaal sportregime, op het maken van een grappige story op Instagram van de zoveelste keer dat de Swapfiets-jongen haar fiets moet komen repareren. Geef haar eens ongelijk. In een samenleving die collectief over de golven van vooruitgang en digitalisering surft, is het lastig omlaag kijken. Voor je het weet, word je van alle kanten ingehaald.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden