Dit is de toekomst Fictie

Hoe fictie de wetenschap beïnvloedt, in vier lessen

Beeld Aisha Zeijpveld

Hoe ziet de toekomst eruit? Daar kan fictie veel over vertellen. Zes Nederlandse auteurs spraken op ons verzoek met wetenschappers en schreven naar aanleiding daarvan een kort verhaal voor de serie Dit is de toekomst. Maar eerst: hoe fictie de wetenschap beïnvloedt, in vier lessen.

Kan een computer ooit de Nobelprijs voor de literatuur winnen, vraagt auteur Arnon Grunberg zich hardop af. Grunberg haalt herinneringen op aan de grunbot, een experiment waaraan hij deelnam toen hij nog dagelijks de Voetnoot schreef op de voorpagina van de Volkskrant.

Tweeduizend van die teksten werden gevoerd aan een kunstmatige intelligentie, die vervolgens zelf voetnoten ging schrijven. ‘Dat was nog niet bepaald concurrentie’, zegt hij lachend. ‘Soms was het bijna poëzie, maar het was nooit echt coherent of logisch.’ En toch, geeft hij toe, heeft het idee hem niet meer helemaal losgelaten. Zou een computer in de toekomst wél een heel eigen, origineel verhaal kunnen schrijven? Hoeveel persoonlijkheid kan een kunstmatige intelligentie überhaupt hebben?

Het is zomaar een van de vele kwesties die voorbijkwamen tijdens de ontmoetingen die de Volkskrant organiseerde tussen Nederlandse schrijvers en wetenschappers voor het project Dit is de toekomst.

Dat project is geïnspireerd op de technologiehorror uit de razend populaire televisieserie Black Mirror, die zich grotendeels afspeelt in de toekomst. Pure fictie, dus. Maar wat de serie zo boeiend - en relevant - maakt, is dat het trends doortrekt die zich nu al in de samenleving aftekenen: of het nu gaat om het blokkeren van mensen in het echte leven, zoals je dat kunt doen op Twitter, of om de extreme versie van digitaal daten, waarbij een kunstmatig intelligent systeem je precies vertelt hoelang je bij je huidige partner zal blijven.

Op die manier bouwde de serie een aardige reputatie op als het gaat om het doortrekken van maatschappelijke ontwikkelingen. Neem de aflevering Nosedive, waarin mensen elkaar na elk gesprek een cijfer van één tot vijf moeten geven. Dat bepaalt welke maatschappelijke rechten je krijgt en lijkt daarmee bijzonder veel op het sociale kredietsysteem dat China rond 2020 wil invoeren. Of denk aan The Waldo Moment, de aflevering waarin een vulgaire computer-geanimeerde beer uit een comedyshow zich ontpopt tot politiek fenomeen. Dat doet zowel denken aan de politieke verruwing onder mensen als Donald Trump als aan de verkiezing van Volodimir Zelenski, de acteur en grappenmaker die op 20 mei werd ingezworen als zesde president van Oekraïne.

The Waldo Moment, een aflevering uit Black Mirror.

Het maakt van Black Mirror een toekomstverkenning door middel van fictie, waarbij de schrijvers zich nadrukkelijk laten inspireren door de wetenschap en technologie van nu. Auteurs Hanna Bervoets, Jan Terlouw, Maxim Februari, Jan van Aken, Marieke Lucas Rijneveld en Arnon Grunberg durfden de uitdaging voor een Nederlandse variant aan en schoven aan tafel bij wetenschappers met vakgebieden die uiteenliepen van quantumfysica en genetica tot leiderschap en sociale robotica.

Na elke ontmoeting kreeg de auteur van dienst de vrije hand. Dat leverde onder meer verhalen op over een wereld waarin iedereen danst naar de nukken van een dictatoriaal algoritme, over grootouders die fantaseren over een kleinkind gemaakt in een oranje petrischaaltje en over de eerste vrouwelijke president van de Verenigde Staten en de manier waarop zij het klimaatprobleem te lijf gaat.

De komende zes weken kunt u al die verhalen lezen in de Volkskrant, of beluisteren via podcasts op volkskrant.nl. Daarin lezen de schrijvers hun eigen verhalen voor en praten zij vervolgens uitgebreid na met de wetenschappers van dienst.

Zo’n kijkje in de toekomst past in een lange traditie. Ook vóór Black Mirror waagden makers van films, televisieseries en geschreven verhalen zich met grote regelmaat aan een blik op wat nog komen moest. Daarbij valt op dat die verhalen de wereld zoals we die kennen geregeld beïnvloeden. Vier lessen over de vruchtbare kruisbestuiving tussen feit en fictie, aan de hand van beroemde voorbeelden.

Hanna Bervoets ging voor de eerste aflevering van de serie Dit is de toekomst in gesprek met quantumcomputerhoogleraar Leo Kouwenhoven van Microsoft. Het leverde een verhaal op over technologie, eenzaamheid en sociale wraak.

Les 1: Hoe bizar ook, toekomstscenario’s blijken later soms akelig realistische waarschuwingen

‘De atoombommen die de wetenschap op de wereld losliet waren vreemd, zelfs voor de mannen die ze gebruikten.’ Was getekend H.G. Wells, in zijn boek The World Set Free. Moderne ogen struikelen over die zin, die plotsklaps opduikt in een boek uit 1914. Hoe kon Wells toen al schrijven over wapens die pas tientallen jaren later de koers van de geschiedenis zouden veranderen?

Wie verder leest, komt al snel tot de ontdekking dat hij het niet heeft over de bommen die aan het slot van de Tweede Wereldoorlog uit de buik van Amerikaanse bommenwerpers buitelden en met twee misselijkmakende knallen het menselijk vermogen tot vernietiging naar een afschrikwekkend nieuw niveau tilden. Zijn varianten waren een soort opgevoerde granaten, explosieven die je aan kon zetten en die vervolgens continu, onophoudelijk bleven exploderen.

En toch zat hij er ook weer niet heel ver naast. Zijn atoombommen zaten tjokvol uranium, vielen uit bommenwerpers en haalden hun explosieve energie uit de splijting van het atoom. Zijn ideeën baseerde hij op de laatste inzichten uit de kernfysica.

Wells had nauwelijks kunnen bevroeden hoe zijn boek de wereld zou beïnvloeden. Meest sprekend is het voorbeeld van de Hongaarse fysicus Leo Szilard die The World Set Free las en naar eigen zeggen direct gegrepen werd door het idee dat in de manier waarop de onderdelen van atoomkernen aan elkaar geplakt zitten, een schier onuitputtelijke energiebron schuilging. Szilard bedacht later hoe je de kettingreactie kon aanzwengelen die plaatsvond in het hart van de bommen die Hiroshima en Nagasaki troffen.

Het maakte van het verhaal van Wells, dat je kunt lezen als waarschuwing voor de onvermijdelijkheid en vernietigende kracht van de oorlog, een ijzingwekkende self-fulfilling prophecy.

Dictators, terroristen en generaals

Ook in Nederland laten wetenschappers zich met enige regelmaat inspireren door fictie. ‘Het eerste dat ik studenten altijd aanraad is om literatuur te lezen over, en uit, de periode waarover ze op dat moment een vak volgen of een artikel over schrijven’, zegt hoogleraar en terrorisme-expert Beatrice de Graaf (Universiteit Utrecht). ‘Literatuur reikt je de handvatten aan om een tijd te begrijpen, de cultuur, context en tijdgeest. Maar helpt ook je verbeelding te prikkelen om menselijke beweegredenen van dictators, terroristen en generaals beter te kunnen herkennen.’

Les 2: Fictieve scenario’s kunnen wetenschappers inspireren tot technologische doorbraken

In 1964 verscheen in Playboy een opmerkelijk verhaal van sciencefictionschrijver Arthur C. Clarke. In Dial F for Frankenstein bespreekt een groep ingenieurs in een restaurant de bizarre gebeurtenissen die plaatsvinden nadat de telefoons van de wereld via een satelliet aan elkaar werden geknoopt. In het verhaal loopt dat niet erg gezellig af: de telefoons worden uiteindelijk zelfbewust en blijken bepaald geen fan van homo sapiens.

Het is een van de vele korte verhalen die Clarke tijdens zijn carrière schreef, en de kans is groot dat Dial F for Frankenstein al vergeten was geraakt als het geen indruk had gemaakt op een jonge Tim Berners-Lee. Hij raakte gefascineerd door het idee van een telecommunicatienetwerk en bedacht uiteindelijk, terwijl hij bij onderzoeksinstituut Cern in Genève werkte, het world wide web. Hoewel Clarke altijd vertelde dat zijn verhaal een directe inspiratiebron was voor de uitvinding van Berners-Lee, heeft de uitvinder dat zelf nooit met zoveel woorden ontkend of bevestigd.

Het verhaal past in een bredere trend, waarin sciencefiction de ontwikkeling van echte technologie inspireert. In 2018 becijferden Amerikaanse onderzoekers dat de invloed van sciencefiction op de ontwikkeling van technologie almaar toeneemt, door te turven hoe vaak vakartikelen in een bepaald vakgebied - de ontwikkeling van computerinterfaces - sciencefictionfilms aanhaalden. En wat bleek: die aantallen zijn sinds 1982, het eerste jaar waarop ze gingen turven, alleen maar toegenomen. ‘Sciencefictionfilms, televisieseries en verhalen bieden een inspiratie voor de grootste uitdagingen in dit vakgebied. Van de discussie over interfaces die van vorm veranderen, tot de ethiek rond de digitale nalatenschap van overleden personen’, schreven de onderzoekers daarover in hun artikel.

Les 3: Soms mag je wetenschappelijk gerechtvaardigd fantaseren

In Star Trek is het de gewoonste zaak van de wereld: ruimteschepen vliegen zonder problemen in luttele uurtjes naar de verste uithoeken van de kosmos. Dat is mogelijk dankzij de zogeheten warp drive, een motor die ruimte (en tijd) kan krommen zodat de afstand naar de plek van bestemming korter wordt.

Toen geestelijk vader Gene Roddenberry die ruimtemotor bedacht, was het niet meer dan een handig trucje om zijn personages over grote afstanden te verplaatsen. Totdat theoretisch natuurkundige Miguel Alcubierre op een avond naar een aflevering van Star Trek: The Next Generation keek. Alcubierre zat op dat moment met zijn gedachten bij de door Albert Einstein ontwikkelde algemene relativiteitstheorie, die stelt dat ruimte en tijd kunnen buigen. Net zoals in Star Trek dus eigenlijk.

De warpdrive uit Star Trek.

Plotseling realiseerde hij zich dat wat hij op het scherm zag ook in het echt moest kunnen. Hij pakte wat kladblaadjes, sloeg aan het rekenen en enkele maanden later - in 1994 - verscheen van zijn hand een artikel in het natuurkundevakblad Classical and Quantum Gravity met de titel ‘De warp drive, hypersnel reizen met de algemene relativiteitstheorie’. Daarin deed hij uitvoerig uit de doeken hoe de wetten van Einstein het bestaan van zo’n ruimtemotor inderdaad mogelijk maken.

Hoewel Alcubierre zelf denkt dat hij de ontwikkeling van een echte warpdrive niet meer zal meemaken, zette hij met zijn publicatie de deur stevig op een kier. Wie hoopt dat we in de toekomst tussen de sterren gaan reizen, zoals in Star Trek, heeft dus reden om te blijven dromen.

Les 4: Populaire toekomstfictie kan collegebankjes vullen

‘We ontdekken meer dinosaurussen dan ooit. Gemiddeld één nieuwe soort per week! Veel daarvan komt door Jurassic Park. Ja, die film. Veel mensen van mijn generatie zijn daar als kind door gegrepen geraakt. En dat is wereldwijd, want ook de Chinezen doen mee, de Argentijnen leiden hun eigen wetenschappers op, overal verschijnen nieuwe vakgroepen, en het zijn niet meer alleen mannen maar ook vrouwen. Jurassic Park heeft het veld zoveel goed gedaan!’ Aldus paleontoloog Steve Brusatte, in een interview dat vorig jaar in deze krant verscheen.

Beeld uit Jurassic Park. Beeld Sygma via Getty Images

Hoewel exacte cijfers ontbreken, laat het zich raden dat fictie een uitstekend wervingsmiddel is voor allerlei disciplines. Neem nu astronaut André Kuipers, die gefascineerd raakte door de ruimte dankzij zijn liefde voor de Duitse sciencefictionboekenreeks Perry Rhodan. Op dezelfde manier zullen Star Trek-fans hun weg vinden in de sterrenkunde of de lucht- en ruimtevaarttechniek. Zullen liefhebbers van The Big Bang Theory opduiken in de collegebanken bij natuurkundeopleidingen. En zal de bachelor forensisch onderzoek naar verwachting volstromen met kijkers van de verschillende CSI-series.

Ondertussen maken ook wetenschappers zelf gretig gebruik van series en films om hun verhaal aan de man te brengen. Natuurkundige James Kakalios vertelde over zijn klus als wetenschappelijk adviseur bij superheldenfilm Watchmen uit 2009 bijvoorbeeld dat het voor hem meest interessante gedeelte niet zijn advies aan de filmmakers was, maar de video die hij voor de website van zijn universiteit opnam over de wetenschap achter de film. Die video werd in korte tijd 1,7 miljoen maal bekeken. Kakalios: ‘Ik zeg weleens: pas wanneer ik zeventien eeuwen lang duizend studenten per jaar had lesgegeven, had ik net zoveel mensen bereikt.’

Verantwoording: de gesprekken met James Kakalios en Miguel Alcubierre voerde George van Hal al in 2015, voor zijn boek Robots, aliens en popcornover de echte wetenschap die schuilgaat achter sciencefictionfilms.

Dit is de toekomst 

Zes Nederlandse topauteurs gingen met gerenommeerde wetenschappers in gesprek over de toekomst en schreven daarover voor de Volkskrant een kort verhaal. Dit zijn die zes verhalen. 

Zaterdag 13 juli: Hanna Bervoets, ‘Superpositie’

Hanna Bervoets, winnaar van de Opzij literatuurprijs en voormalig Volkskrantcolumnist, ging in gesprek met quantumcomputerhoogleraar Leo Kouwenhoven van Microsoft. Het leverde een verhaal op over technologie, eenzaamheid en sociale wraak.

Zaterdag 20 juli Jan Terlouw, ‘Mevrouw de president’

Jan Terlouw, oud-D66 lijsttrekker en bekend van boeken als ‘Oorlogswinter’ en ‘Koning van katoren’ ontmoette hoogleraar en leiderschapsexpert Janka Stoker (Rijksuniversiteit Groningen). Zo ontstond een verhaal over de eerste vrouwelijke president van de Verenigde Staten, en haar poging om eindelijk het klimaatprobleem op te lossen. 

Zaterdag 27 juli: Maxim Februari, ‘Kind tussen twee culturen’

Maxim Febrauri is columnist bij NRC en won in 2008 de Frans Kellendonk-prijs voor zijn gehele oeuvre. Hij sprak met hoogleraar en Spinozapremie-winnaar John van der Oost (universiteit Wageningen) over genetisch knippen en plakken. Dat leverde een verhaal op over (klein)kinderen en een mysterieus oranje petrischaaltje. 

Zaterdag 3 aug: Jan van Aken, ‘Proximale falanx’

Jan van Aken, winnaar van de F.Bordewijk-prijs voor het beste Nederlandstalige prozaboek, sprak met Wiegert Wamelink (universiteit Wageningen) over wat ecologische rampen doen met (eetbare) planten. Het verhaal dat daaruit voortkwam speelt zich af in een ondergelopen wereld met verrassend bekende kenmerken. 

Zaterdag 10 aug: Marieke Lucas Rijneveld, ‘De buitenaardelingen’

Schrijver en dichter Marieke Lucas Rijneveld, in deze krant al eens uitgeroepen tot literair talent van het jaar, filosofeerde met marine bioloog Lisa Becking over octopussen, evolutie en de (on)mogelijkheid van buitenaards leven. Het leverde een verhaal op tjokvol huzarensalade en existentiële twijfel. 

Zaterdag 17 aug: Arnon Grunberg, ‘De beslissers’

Arnon Grunberg, winnaar van de AKO Literatuurprijs en voormalig voetnootschrijver op de voorpagina van de Volkskrant sprak met hoogleraar sociale robotica Vanessa Evers (universiteit Twente) over menselijke kunstmatige intelligente. Het leverde een verhaal op over hoe een nieuw soort digitale dictators ons leven volledig gaan dicteren. 

Hoe feit en fictie steeds verder vermengen

Met de makers van Black Mirror in gesprek over hoe ze hun technologische nachtmerries overtuigend tot leven wekken.

Wat zegt techsatire Black Mirror over ons huidige tijdsgewricht en welke in de serie beschreven ontwikkelingen zijn binnen handbereik? Vijf sprekende voorbeelden.

De gangbare opvatting over sciencefiction, of het nou gaat om verhalen, romans, films of tv-series, is dat het genre de wereld een spiegel voorhoudt, zwart of anderszins. Hebben we iets gehad aan alle sombere voorspellingen over ons huidige tijdperk?

Hollywoodproducties staan steeds vaker bol van de boeiende én nauwkeurige wetenschap en technologie. Dit zijn de vijf interessantste voorbeelden van het afgelopen filmjaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden