Hoe expliciet breng je misstanden in beeld?

Twee Aziatische filmmakers oogsten lof in Cannes met hun maatschappijkritische films.

Berend Jan Bockting
Apichatpong Weerasethakul wint een Gouden Palm in 2010. Beeld epa
Apichatpong Weerasethakul wint een Gouden Palm in 2010.Beeld epa

'Go West!', zingen de Pet Shop Boys onder de eerste en laatste scène van Mountains May Depart, de ambitieuze nieuwe film van Jia Zhang-ke (Still Life, A Touch of Sin), die dinsdagavond in Cannes na afloop op applaus werd getrakteerd. Met een verhaal in drie hoofdstukken (1999, 2014 en 2025) over een uit elkaar vallend gezin, slaat de controversiële en invloedrijke Chinese filmmaker zelf ook zijn vleugels uit. Nooit eerder filmde hij buiten zijn moederland, waar de staatscensuur zijn vorige film, de geweldsstudie A Touch of Sin, lange tijd voor het publiek verborgen hield.

Kort nadat Mountains May Depart was geselecteerd voor Cannes, haastte de regisseur zich naar Weibo, waar hij vertelde dat de Chinese censuur ditmaal groen licht had gegeven. 'Ik heb nog flink wat tijd voor de boeg', zei de regisseur woensdagmiddag tijdens de persconferentie in het festivalpaleis. 'Ik wil graag vooruit blijven gaan.'

Jia Zhang-ke. Beeld afp
Jia Zhang-ke.Beeld afp

En inderdaad: de film wroet beduidend minder expliciet in de maatschappelijke misstanden in China, maar toont desondanks kraakhelder hoe de economische voorspoed in zijn land, met het verstrijken van tijd, resulteert in een samenleving die zijn gevoel van oorsprong en identiteit verliest.

Dat begint al voor de eeuwwisseling, wanneer het personage van hoofdrolspeelster Zhao Tao (tevens echtgenote van de regisseur) kiest voor een toekomst met een jonge gesjeesde rijkaard. Ze krijgen een kind dat ze Dollar noemen. Via het heden arriveert de film in 2025, waar Dollar elk thuis- en familiegevoel is kwijtgeraakt: hij woont in Australië, interesseert zich nergens voor, is vernoemd naar een munteenheid die jarenlang enkel in waarde daalde en beheerst het Mandarijn niet meer. Over het toekomsthoofdstuk: 'Zo begrijpen we de gevolgen van onze beslissingen in het verleden.' En over de Pet Shop Boys: 'Het woord West is niet zo belangrijk. Het woord Go wél.'

Een dag eerder sprak de Thaise filmer Apichatpong Weerasethakul ('Joe' voor eenieder die zich in zijn naam verslikt) zich explicieter uit tegen de censuur in eigen land. Zijn film Cemetery of Splendour, opgenomen in het officiële bijprogramma Un Certain Regard, geeft daar ogenschijnlijk weinig aanleiding toe. Het is een fraaie en uiterst subtiele impressie van droom en werkelijkheid, die zich afspeelt in en rond een ziekenhuis waar een medium converseert met comateuze soldaten. Het leger portretteren als slapende grootmacht, daar is het Joe om te doen. De bedragen die zijn land spendeert aan een militaire grootmacht jagen hem angst aan, vertelde hij in een lawaaierige strandtent. Vrienden uit de kunstwereld worden geregeld opgepakt. Voor Joe, die om de censuur te omzeilen ook symboliek inzet, is de maat vol. 'Mijn volgende film wil ik in Zuid-Amerika maken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden