Hoe en waarom Verlinde Bowies Lazarus naar Nederland haalde

Albert Verlinde over ver hoe en waarom hij Bowies Lazarus naar Nederland haalde. En over zijn volwassenwording naast Joop van den Ende.

Albert Verlinde: `Er is een groot publiek voor het erfgoed van David Bowie.' Beeld Daniel Cohen

Glunderend ontvangt Albert Verlinde (56) in zijn kantoor aan de Zuidas in Amsterdam. Hij heeft nieuws. Het is hem gelukt een bijzondere productie naar Nederland te halen: Lazarus, de musical die regisseur Ivo van Hove in 2015 maakte met David Bowie (de popzanger overleed kort na de première). 'Ik ben apetrots', zegt Verlinde. 'We zijn al met de casting begonnen. Het wordt een Nederlandse cast, maar de liedjes blijven in het Engels.'

De voorstelling, die in New York en Londen volle zalen trok, is vanaf september 2018 te zien in het DeLaMar Theater in Amsterdam. Dan neemt Stage Entertainment Nederland, het bedrijf waarvan Verlinde directeur is, ook de programmering van de grote zaal (950 stoelen) van DeLaMar over. Na het Circustheater in Scheveningen (1.800 stoelen) en het Beatrix Theater in Utrecht (1.500 stoelen) krijgt het musicalbedrijf er in feite een derde theater in Nederland bij.

Het Holland Festival en Theater Carré zaten volgens Verlinde ook achter Lazarus aan, maar hij trok aan het langste eind. 'Anderhalf jaar geleden heb ik Ivo van Hove en Jan Versweyveld (diens partner en vaste decorontwerper, red.) uitgenodigd voor een kennismakingsdiner toen we alle drie in New York waren. Sindsdien zijn we continu in gesprek geweest. Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad om de rechten binnen te halen. Die liggen bij Robert Fox, een belangrijke producent. Hij is van adel, zeg maar.'

Oppermachtig aan het Leidseplein

Het ligt in de bedoeling dat Lazarus minstens een half jaar in het DeLaMar staat. Van Hove wordt oppermachtig aan het Leidseplein; met zijn eigen Toneelgroep Amsterdam in de Stadsschouwburg en aan de overkant van de Marnixstraat zijn regie van de musical. Verlinde verwacht veel van de productie. 'Er is een groot publiek voor het erfgoed van David Bowie. Kijk maar hoe goed de tentoonstelling over hem in het Groninger Museum is bezocht (200.700 bezoekers, red.). Als ik dat optel bij Ivo, die van Lazarus in New York en Londen een succes maakte, denk ik: jongens, dit is 'm.'

Met het halen van de voorstelling zegt hij zich aan te sluiten bij een trend in New York, waar hij net weer een week is geweest. 'Daar zijn niet alleen meer de grote blockbusters belangrijk, maar ook de kleinere producties die geschikt zijn voor theaters van duizend stoelen.' Sinds zijn aantreden als directeur - Stage-oprichter Joop van den Ende benoemde hem per 1 maart 2015 - heeft hij erop gehamerd dat elk theater een eigen profiel moet hebben. Het Circustheater is 'Disney, grote-allure-musicals als The Lion King'. Het Beatrixtheater moet een 'swingend partytheater' zijn. 'Dirty Dancing en Mamma Mia hebben het daar het beste gedaan.' En het DeLaMar? 'Artistiek Broadway.'

Het theater is eigendom van de VandenEnde Foundation, het particuliere cultuurfonds van Joop van den Ende. Die heeft de gemeente Amsterdam moeten beloven, toen hij het theater in 2004 van de stad overnam, dat het niet een podium louter voor zijn eigen bedrijf zou worden. Omdat het theater al jaren verlies maakt, de grote zaal is moeilijk vol te krijgen, mag Stage die nu toch vanaf september 2018 permanent gaan vullen. De kleine zaal (650 stoelen) blijft beschikbaar voor andere producenten. Eindelijk heeft Van den Ende, grondlegger van een musicalimperium (zie kader), de vaste theaterzaal in Amsterdam die hij zich al zo lang wenste.

Lees verder onder de foto.

David Bowie na de première van Lazarus, 7 december 2015. Beeld anp

Musical

De musical Lazarus ging op 6 december 2015 in New York in première, voor een select publiek: The New York Theatre Workshop heeft slechts 200 stoelen.

Bowie stond na afloop breed lachend op het podium, samen met Ivo van Hove. Bij de afterparty was hij niet; daarvoor was hij toen al te ziek. Hij overleed op 10 januari 2016.

Scene uit de Amerikaanse versie van Lazarus. Beeld Jan Versweyveld

Crises

Joop van den Ende en Albert Verlinde kennen elkaar al decennia, maar raakten in 2011 gebrouilleerd. Een van de oorzaken: Van den Ende had de zakenpartner weggekocht met wie Verlinde elf jaar eerder een concurrerend musicalbedrijf, V&V Entertainment, had opgericht. Die coup betekende bijna het einde van zijn bedrijf, bekent Verlinde nu. 'Er waren veel schulden op dat moment.' Door hard te werken - en ruimere betalingstermijnen te vragen - wist hij de tent overeind te houden. 'Joop heeft gezien dat ik niet een luxe theaterpaard was dat bij de eerste tegenslag omvalt.'

In het jaar daarna kwam tussen de twee een gesprek op gang, maar het duurde lang voordat er een verzoening was. Het was een roerige tijd voor Verlinde. Hij maakte een scheiding door die met veel publicitair tumult gepaard ging. De populaire 'entertainmentdeskundige' van RTL Boulevard - eigenlijk zijn tweede baan - was daardoor zelf het mikpunt van de roddelpers geworden.

In zijn eigen productiebedrijf zag hij geen uitdaging meer. 'Ik heb vijftien jaar lang musicals gemaakt en daarmee door Nederland getoerd. Maar er zat geen groei in. Van den Ende heeft weleens tegen mij gezegd dat ik met mijn producties over Doe Maar, Ramses Shaffy en Toon Hermans jáááren vooruit had gekund bij Stage. Door mijn kleine manier van denken draaide alles bij mij maar een seizoen. Ik had ook geen financiele armslag. Ik deed het met mijn pensioengeld en moest dus de risico's beperken.'

Ook Van den Ende had zo zijn problemen. Hij was de 70 gepasseerd, kampte al langer met een wankele gezondheid en had al heel wat potentiële opvolgers versleten. De crisis had diepe sporen in zijn internationale bedrijf getrokken. Hij is een ster in het uit de grond stampen van een bedrijf, maar minder vaardig in het goed op de zaak passen daarna. Musicals werden verliesgevend doordat hij opeens nog extra violisten in het orkest bij wilde, zo gaat de mare.

Durfkapitalist versus zuinigheid

Het leek logisch dat Van den Ende eind 2014 het bedrijf van Verlinde kocht en hem directeur maakte van de (veel grotere) Nederlandse tak van Stage. De jongere concurrent had aangetoond dat hij interessante producties kon neerzetten. Ook een belangrijke factor: Verlinde houdt beter de hand op de knip.

'Joop zei: hoe kan het nou dat jouw grote Flashdance goedkoper is dan mijn kleine Love Story? Die zin is eigenlijk het motto geworden van hoe ik hier binnen ben gekomen.'

Lees verder onder de foto.

'Joop zie: hoe kan het nou dat jouw grote Flashdance goedkoper is dan mijn kleine Love Story?' Beeld Roy Beusker

Zijn start bij Stage, ruim twee jaar geleden, was 'pittig'. Er waren twee 'prachtige' producties, Billy Elliot en Moeder, ik wil bij de revue, maar die trokken te weinig publiek. 'Dan heb je als musicalproducent een groot probleem. Het is big business. Wij moeten in het Circustheater en het Beatrix Theater in totaal 25 duizend man publiek trekken. Per week.'

Ondertussen was Van den Ende in het geheim bezig een aandeelhouder te zoeken voor Stage Entertainment International, het moederbedrijf dat volledig zijn eigendom was. Verlinde: 'Ik wist dat hij aan het praten was, maar niet met wie.' In de zomer van 2015 kondigde Van den Ende aan dat hij 60 procent van zijn aandelen verkoopt (voor een niet bekendgemaakt bedrag) aan het grote, Angelsaksische investeringsbedrijf CVC Capital Partners. Een sprinkhaan, was meteen de reactie, die het bedrijf zal uitkleden. Van den Ende stelde, zonder in details te treden, dat er afspraken zijn gemaakt om dat te voorkomen.

Niettemin werden begin vorig jaar 350 van de 3.000 banen bij Stage geschrapt, vooral in het buitenland. Is het voor Verlinde niet hinderlijk dat een durfkapitalist hem in zijn nek hijgt? 'Ik denk juist dat het mij heeft geholpen. Ik had het grote voordeel dat er in Nederland iets moest veranderen. Aan de manier van produceren, het bedrijf runnen. Als ik niet de steun van de nieuwe eigenaar had gehad, was ik misschien wel gestruikeld.

'Natuurlijk, CVC is een investeringsmaatschappij. Maar dat geeft in de redelijk ongekaderde wereld van het theater wel een kader. Ze dwingen je om te werken zoals normale bedrijven. We hebben nu voor het eerst - we zijn het seizoen 2018-2019 aan het plannen - per theater drie alternatieven klaarstaan. In het verleden liep het bedrijf achter zichzelf aan. Hij gelooft in mij, de musical over André Hazes, was een grote klapper in het DeLaMar, maar daarna was er geen opvolger.'

Geen bewijsdrang

Verlinde prijst de samenwerking met Van den Ende, die commissaris van het moederbedrijf is geworden en nog steeds een doorslaggevende stem heeft aan de creatieve kant (zoals bij de musical over Tina Turner, die volgend jaar in Londen in première gaat). Verlinde woont samen met hem de repetities bij van de nieuwe productie die vanaf september door Nederland reist: Was getekend, Annie M.G. Schmidt. 'Joop denkt groot, ik ben meer van waarom, wat is de kern? Die mix is fantastisch.'

Zit er een goede musical in de verwijdering en verzoening van de twee? 'Ik denk eerder een leuke tv-serie.' Lachend maakt hij de vergelijking met Hedda Hopper en Louella Parsons, de twee Amerikaanse roddelcolumnisten die aartsrivalen waren. 'Er is altijd een krachtenspel tussen ons geweest. Na mijn aanstelling was het best wel lastig. We zitten in hetzelfde pand, hij zit hiernaast vaak te vergaderen. Dit bedrijf is zijn kind. Mijn hoofdopdracht was bijna: ik wil Joop rust geven. Joop dacht: kan Albert die grote verantwoordelijkheid wel aan? Maar ik kan geen examen blijven doen, hè? We hebben moeten zoeken hoe we daarmee omgingen. Nu zijn we eruit.'

Lees verder onder de foto.

Naidjim Severina als Simba en Gaia Aikman als Nala. The Lion King trok in 2016 ruim 600 duizend bezoekers. Beeld Patrick Van Den Hanenberg

En de zaken gaan goed, stelt hij. De teruggehaalde The Lion King nadert de 600 duizend bezoekers in het Circustheater en blijft daar voorlopig staan. The Bodyguard, in het Beatrix Theater, is afgesloten met 850 duizend bezoekers. 'Het is heel lang geleden dat een show een tweede jaar in Utrecht heeft gehaald.'

Verlinde stopte bijna een jaar geleden met RTL Boulevard, waar hij 9 ton per jaar verdiende. 'Het waren gouden jaren'. Bij Stage krijgt hij minder. Dat deert hem niet, zegt hij. 'Ik ben niet iemand met veel personeel en paardenstallen.' Vanaf augustus presenteert hij voor het tweede seizoen de middagtalkshow RTL Live, twee keer per week. 'Ik wil er een andere wereld bij houden.' Soms voelt hij de aandrang om de showbizznieuwtjes te melden die hij nog steeds hoort. 'Maar dan denk ik: doe het nu maar even niet. Ik wil die arena niet meer in.'

Hij is 'minder emotioneel hijgerig' geworden, verklaart hij. 'Ik ben rustiger. Ik heb geen bewijsdrang. Ik veroordeel minder. Dat komt toch doordat ik nu meer in een corporate omgeving zit. Toen ik nog op de kleinkunstacademie zat, traden Dick Cohen en ik met onze cabaretgroep op in Londen. We verbleven in een hotel met toilet en badkamer op de gang. Nu zit ik een week in New York en spreek ik met iedereen in theaterland die iets te betekenen heeft. Noblesse oblige. Daar moet je anders mee omgaan.'

Musicalimperium

Er is eens serieus overwogen om het hoofdkantoor van Stage Entertainment International van Amsterdam naar Duitsland te verhuizen. Daar verdient het door Joop van den Ende opgerichte theaterbedrijf veruit het meeste geld. Naar land uitgesplitste winstcijfers worden niet versterkt, maar Duitsland is goed voor bijna tweederde van de 480 miljoen euro jaarlijkse omzet.

Stage heeft in 6 landen theaters: Duitsland (12), Nederland (binnenkort 3), Spanje (2), Italië (binnenkort 2), Frankrijk (1) en Rusland (1). Het bedrijf maakt daarvoor eigen producties, maar haalt vooral veel musicals uit Amerika. Jaarlijks trekt Stage 7 miljoen bezoekers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden