BoekrecensieHet taaldier mens

Hoe en waarom mensen praten zoals ze praten

null Beeld Lias
Beeld Lias

Als de ‘pre-homo’ niet rechtop was gaan lopen, had het beestje nooit leren praten. Tweevoetigheid vormt een noodzakelijke voorwaarde voor alles wat mensen hun spreekstem geeft. We kunnen elkaar daardoor recht aankijken, makkelijker ademen, het articulatieorgaan in de keel krijgt meer ruimte. Doorslaggevend is uiteraard de forse herseninhoud van de mens. In Het taaldier mens beschrijft Jan Pekelder waarom en hoe mensen in het algemeen en Nederlanders in het bijzonder praten. In een soort columnpjes passeert alles van de taalgeschiedenis tot kunnen tellen de revue.

Grappig is de vergelijking van het Nederlands met andere talen. Zoals de Inuit een stortvloed aan woorden hebben voor ‘sneeuw’, zo kent het Nederlands opvallend veel woorden om de temperatuur te benoemen: ijskoud, koud, kil, fris, koel, warm, heet, snikheet. Veel meer dan bijvoorbeeld het Frans, waar ze vóór een temperatuuraanduiding très (erg) of très très (heel erg) moeten zetten om nuances aan te brengen. Helaas bespreekt Pekelder te veel thema’s in te korte stukjes. Vooral grammaticale uitleg en taalfilosofische beschouwingen worden daardoor gehaast of oppervlakkig.

Jan Pekelder: Het taaldier mens. Lias; € 17,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden