Achtergrond Nederlandse visserstruien

Hoe eenvoudig ze ook lijken, elk patroon in een visserstrui vertelt een mooi verhaal

Textieldeskundige Stella Ruhe (68) doet al jaren onderzoek naar Nederlandse visserstruien en reisde met nagebreide exemplaren de hele wereld over. Nu zijn ze te zien in Amsterdam.  

De Vlaardingse logger VL 112, circa 1922. De bemanning van een logger bestond uit circa 14 man, waaronder ten minste vijf jongens onder de 15 jaar. Aan de motieven in de truien is af te lezen dat deze bemanning vooral uit plaatsen als Egmond langs de Noordzeekust vandaan kwam. Beeld Collectie Stadsarchief Vlaardingen

Niemand had gedacht dat het zo’n eclatant succes zou worden. Al had textieldeskundige Stella Ruhe (68) zelf wel een donkerbruin vermoeden. Want het was haar idee om haar eerste boek over visserstruien uit 2013, getiteld Visserstruien, maar meteen in het Engels te laten vertalen. Een prima plan, want het boek verkocht nationaal en internationaal als een dolle, werd vele malen herdrukt en kreeg twee vervolgdelen. Omdat Ruhe door het verschijnen van het eerste boek en de lezingen die ze in Nederland en daarbuiten gaf steeds meer verhalen, truien en foto’s toegestopt kreeg, kon ze haar onderzoek uitbreiden en verdiepen. De truien die voor de foto’s door veertig breisters zijn nagemaakt, nam Ruhe mee op reis. Ze werden tentoongesteld in musea in Alaska, Engeland, Schotland en Denemarken en zijn nu eindelijk weer in Nederland te zien, in het Klederdrachtmuseum in Amsterdam.  

Zes jaar geleden maakte Ruhe op verzoek van uitgeverij Forte een rijk geïllustreerd boek over visserstruien, met foto’s van historische truien en breischema’s om ze zelf na te breien. Voor wie nu denkt: huh? Visserstruien? Moet hier niet schipperstruien staan? Nee dus, want dat zijn truien van na de Tweede Wereldoorlog, geïnspireerd op Engelse marinetruien. Visserstruien zijn veel ouder. Maar juist omdat de trui tegenwoordig zo is ingeburgerd, viel het lange tijd niet op als er op foto’s van rond 1900 mannen in truien stonden afgebeeld. Terwijl vissers de enige mannen waren die een trui droegen en geen kostuum. Alleen in Volendam maakt de visserstrui echt onderdeel uit van de herendracht. Andere oorzaak voor de onbekendheid: veel tastbare truien zijn er niet meer, de breisels werden meestal letterlijk tot op de draad versleten en eindigden als poetsdoek onder de dekzwabber. 

De Hindelooper reddingbrigade, die doorgaans uit vissers bestond, rond 1910. De mannen dragen verschillende truien. Beeld Collectie Museum 't Fiskershûske, Paesens-Moddergat
Detail. Beeld Collectie Museum 't Fiskershûske, Paesens-Moddergat
Truischets door Stella Ruhe naar aanleiding van bovenstaande foto. Beeld Stella Ruhe

Praktisch

De oudste trui die tijdens het onderzoek werd opgesnord, staat op een foto uit 1867. De trend om truien als bovenkleding te gaan dragen, vond Ruhe uit, ontstond rond 1830 in Schotland en Engeland, waar de truien ganseys heten. De Nederlanders ontmoetten hun Engelse en Schotse collega’s altijd op de Shetlandeilanden, waar de haringvangst in juni begon, en gingen net als zij hun dikke, gebreide ondergoedhemden als bovengoed dragen, omdat dat veel praktischer was. In de Nederlandse havensteden breiden vissersvrouwen de truien van sajet, wol van het Tesselaarschaap. Ruhe herkent inmiddels aan de steken en de patronen uit welk vissersdorp een trui afkomstig is: welk motief typisch Hindeloopen is bijvoorbeeld, en welk helemaal Zandvoort – al gaven creatieve breisters er ook vaak hun eigen draai aan.

Oudst bekende foto van een Nederlandse visser in een trui: Matroos Jan Storm die een scheepsramp overleefde en gered werd door een Engels schip. De foto is gemaakt in het Engelse Sunderland in 1867. Beeld Collectie Museum Vlaardingen, schenker Reinder Storm

Als je er eenmaal oog voor krijgt en dat gebeurt vanzelf wanneer je met (of zonder) Ruhe door de tentoonstelling in het Klederdrachtmuseum loopt – worden op het oog alledaagse blauwe en grijze truien die droogkomisch aan bezemstelen hangen opeens verhalenboeken. Kijk, zegt Ruhe, deze driehoekjes zijn vlaggen, deze ruiten staan symbool voor het goddelijk oog. Hier: golven, scheepskabels.  En daar bliksemschichten! Door foto’s van vissers te vergroten, en dat ging vaak prima bij stokoude maar haarscherpe glasplaatfoto's, kon ze zien welke steken er waren gebruikt. Zo kon ze de truien van de foto's door het breien van talloze proeflappen terugvertalen naar breischema’s. Bij wat rijkere dorpen waren de patronen ingewikkelder, want dat kostte meer wol. In arme dorpen, zoals Egmond waren de truien doodsimpel. De mouwen werden vanuit het armsgat gebreid, zodat ze makkelijk uitgehaald konden worden als ze stuk gingen en opnieuw konden worden aangebreid. 

Onbekende visser uit Zandvoort. In bijna alle vissersplaatsen aan de Noordzeekust tussen Den Helder en Hoek van Holland, De Zijde, droeg men truien die uit armoede tot het middel in tricot gebreid waren en slechts in het bovenstuk voor en achter motieven hadden die meer wol gebruikten, omdat daar de longen zaten die warm gehouden moesten worden. Beeld Collectie Zandvoort Vroeger
Truischets door Stella Ruhe naar aanleiding van bovenstaande foto. Beeld Stella Ruhe

Spekvet en vies

De meeste vissers hadden maar één trui en droegen die dag en nacht. ‘Stel je voor’, zegt Ruhe, ‘die mannen zaten een maand of vijf op zo’n logger, met veertien man in het vooronder, met z’n tweeën in een krappe kooi. Ze sliepen, aten, rookten en kookten in één kleine ruimte. Daar werd ook de vis schoongemaakt en stond de verf en de teer. Die truien werden spekvet en vies, maar ook steeds waterdichter. Geen wonder dat een arbeidsinspecteur die op controle kwam op zo’n schip in zijn verslag zette dat hij werd bevangen door de geur. En niet door de gezonde zeelucht.’

Tijdens het maken van haar boeken is Ruhe van een textieldeskundige in een soort visserijhistorica veranderd. Om te snappen hoe bepaalde patronen op verschillende plekken opdoken moest ze diep de archieven en de geschiedenisboeken in, en dat leidde weer tot nieuwe verhalen en inzichten. Komt er nog een vierde boek? Dat niet, het is wel mooi geweest. ‘Ik wil er nog wel mee bezig blijven, maar niet meer zestien uur per dag. Het project heeft me jaren van mijn leven gekost, alleen het maken van die patronen al. Maar ik heb er geen seconde spijt van gehad dat ik ooit ben gestopt als textieldocent en in de uitgeverij ben beland. Dit is zó veel leuker!’ 

Visserstruien, t/m 1/10, Klederdrachtmuseum, Herengracht 427 in Amsterdam. 

Nagebreide truien

Van de in totaal 160 truien die Stella Ruhe liet nabreien hangen er nu 49 in het Klederdrachtmuseum, naast de vaste collectie. Gekozen is voor truien uit dorpen en streken die sowieso al vertegenwoordigd zijn in het museum, zoals Hindeloopen, Volendam, Urk, Spakenburg en Zeeland. De truien van riviervissers ontbreken daardoor grotendeels. Sajet, de stugge, glanzende wol van het Tesselaarschaap die oorspronkelijk werd gebruikt, is helaas niet meer verkrijgbaar. De kleuren – blauwen, naturel, zwart en grijzen – zijn wel historisch correct. Meer info over het project is te vinden op www.visserstruien.nl en facebook.com/visserstruien

Jonge visser uit Paesens-Moddergat in het Noorden van Friesland, waar in 1883 bijna de hele mannelijke bevolking omkwam in het zicht van de haven, toen 17 uitgevaren schepen in een vliedende storm vergingen. Het koordje door de halsboord was een typisch kenmerk van de Nederlandse visserstruiende boord tijdens de lange reis dicht te kunnen knopen. Het koord werd gezekerd door kwastjes of pompons aan de uiteinden. Beeld Collectie Museum 't Fiskershûske, Paesens-Moddergat
Truischets door Stella Ruhe naar aanleiding van bovenstaande foto. Beeld Stella Ruhe
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden