Hoe een wooncomplex in Moskou symbool werd voor de Russische revolutie

Boek (non)fictie Yuri Slezkine - Het huis van de regering

Eind jaren twintig werd in Moskou een gigantisch wooncomplex gebouwd, waar een nieuwe mens en een nieuwe maatschappij vorm moesten krijgen. Hoe het de bolsjewistische bewoners verging, vertelt Yuri Slezkine aan de hand van hun brieven en dagboeken.

Een kraamkamer voor de Nieuwe Mens. Dat moest het enorme Huis van de Regering worden dat het Sovjetbewind eind jaren twintig van de vorige eeuw langs de Moskva-rivier liet optrekken. Het in constructivistische stijl gebouwde complex, bedoeld voor de nieuwe leiders van het land, was een wereld op zich: het socialisme onder één dak. Het telde 505 appartementen, een theater, een kapsalon, een bibliotheek, een kinderdagverblijf, een bioscoop (de 'Stootarbeider'), een wasserij, een postkantoor, een kantine en andere voorzieningen waardoor de revolutionairen de handen vrij kregen om te bouwen aan de nieuwe wereld.

Opkomst en ondergang

Het complex, schuin tegenover het Kremlin, vormt het onderwerp van Het Huis van de Regering - Een familiesaga uit de Sovjettijd van Yuri Slezkine, die Russische geschiedenis doceert aan de Universiteit van Californië in Berkeley. In twee vuistdikke delen beschrijft Slezkine aan de hand van de bewoners van het grauwe appartementenblok, destijds het grootste woonhuis in Europa, de opkomst en ondergang van de bolsjewistische beweging.

Het gigantische wooncomplex verrees in een deel van Moskou dat bekend staat als het Moeras, een wijk vol armoede, vuil, uitbuiting, prostitutie en misbruik. Een soort Babylon, voor de bolsjewistische hemelbestormers een wereld die moest worden vernietigd om plaats te maken voor de nieuwe communistische maatschappij. 'Het Huis van de Regering moest een soort toren van Babel worden, maar dan omgekeerd: niet een gebouw dat tot verwarring en verdeeldheid leidt, maar juist tot gelijkheid en eenheid', zegt Slezkine tijdens een bezoek aan Nederland.

Yuri Slezkine
(non-)fictie
Het Huis van de Regering - Een familiesaga uit de Sovjettijd
Uit het Engels vertaald door Cornelis van Ginneken, Barbara Lampe en Albert Witteveen
Spectrum
deel I: 639 pagina's; € 49,99
deel II: 636 pagina's; € 49,99

Millennialistische sekte

Hoe meer dagboeken, brieven en aantekeningen van de bolsjewieken Slezkine las, hoe meer hij werd getroffen door hoe vaak het woord 'geloof' viel, hoe intens hun verwachtingen waren. Het beeld van de bolsjewieken als een millennialistische sekte loopt als een rode draad door zijn portret van het Huis en de Sovjet-Unie. 'In het begin van de 20ste eeuw heerste in veel landen een gevoel van verlies en een gevoel dat er iets vreselijks ophanden was, maar het unieke aan Rusland was dat één van die sekten aan de macht wist te komen: de bolsjewieken. Zij hadden het radicaalste programma, beloofden alles meteen en waren het meest gedisciplineerd. Bovendien waren ze de enige heilsbeweging in die tijd die een sterke, charismatische leider had: Lenin.' De leider van de revolutie werd na zijn dood in 1924 zelfs gebalsemd, zodat hij in zekere zin nog voortleeft, terwijl de heilstaat van de bolsjewieken allang niet meer bestaat.

Terwijl de nieuwe machthebbers tot geweld overgingen tegen de boeren en andere elementen die hun Sovjetparadijs in de weg stonden, liep het project voor een nieuwe mens en een nieuwe maatschappij in het Huis van de Regering langzamerhand vast. Slezkine beschrijft hoe de revolutionairen hun constructivistische appartementen verfraaiden met meubels, schilderijen en tapijtjes uit het burgerlijke verleden. Ze namen familieleden van dubieus ideologisch gehalte in huis en hadden soms vrouwen die van het platteland waren gevlucht voor de Rode Terreur in dienst als werkster of kindermeisje. In plaats van Marx en Lenin lieten ze hun kinderen Dostojevski, Tolstoj en Poesjkin lezen. Slezkine: 'Langzamerhand lieten ze het moeras terugkeren in het Huis van de Regering. De dromers van weleer in hun Tolstoj-hemden veranderden eerst in vechters in leren jacks en vervolgens in heren met een jasje en das.'

Heksenjacht

'Het Laatste Oordeel' is de titel van het hoofdstuk waarin Slezkine de terreur beschrijft die losbarstte na de moord op de Leningradse partijleider Sergej Kirov op 1 december 1934. Het was het signaal voor een heksenjacht, vooral in eigen gelederen. De terreur richtte zich vooral tegen de interne vijand, die net als bij andere sekten met des te meer fanatisme werd bestreden. 'Afvalligen zijn niet hetzelfde als de vijand van buitenaf: ze zijn erger, want ze hebben de waarheid gezien.'

De NKVD, Stalins geheime politie, lanceerde een grootscheepse campagne tegen 'saboteurs', 'spionnen' en 'gedeclasseerde elementen' binnen het partij- en overheidsapparaat. Volgens een nieuw decreet moesten aanklachten voortaan binnen tien dagen worden afgehandeld, zonder gelegenheid tot beroep. Doodstraffen moesten meteen worden voltrokken. Ook kinderen vanaf 12 jaar konden de doodstraf krijgen. Tienduizenden jongere 'partijvijandige elementen' verdwenen in speciale kindertehuizen.

Ook over het Huis van de Regering viel een schaduw. Iedere nacht kwam er wel een 'zwarte raaf' - zoals de arrestantenbusjes van de NKVD werden genoemd - de binnenplaats oprijden en hoorden de bewoners hoe een van hun buren door de geheime politie werd meegenomen.

Tekst gaat door onder de afbeelding.

Beeld Claudie de Cleen

Slachtoffer van terreur

De bewoners lagen verstijfd in bed, terwijl ze naar de voetstappen op de gang luisterden en hoopten dat die niet bij hun deur zouden stoppen. Het ene na het andere rode kopstuk werd opgepakt en gedwongen de meest absurde bekentenissen af te leggen. 'Veel revolutionairen van het eerste uur voelden zich schuldig', verklaart Slezkine hun bereidwilligheid. 'Ze vochten voor een wereld waarin iedereen op de eerste plaats loyaal zou zijn aan de staat, maar in de praktijk woonden ze thuis in geprivilegieerde omstandigheden samen met hun vrouwen, ouders en minnaressen. Vaak hadden ze kinderen geadopteerd die ze gered hadden van de terreur die zij zelf hadden ontketend tegen hun medeburgers. Dus als ze van misdaden werden beschuldigd die ze niet hadden begaan, wezen velen van hen die beschuldigingen niet van de hand, omdat ze hun meer algemene schuld erkenden.'

Van de ruim 2.600 mensen die in het Huis van de Regering woonden, werden 800 het slachtoffer van de terreur. Liefst 344 van hen werden geëxecuteerd, de rest verdween naar de Goelag, het stelsel van strafkampen dat zich tot de verste uithoeken van het Sovjetrijk uitstrekte. Bewoners gaven elkaar aan en er ontstond een lugubere stoelendans. Nadat Karl Radek tot tien jaar kamp was veroordeeld, trok Aleksej Rykov, een andere revolutionair van het eerste uur, met zijn gezin in diens appartement. Maar al snel werd ook hij opgepakt, waarna een nieuwe kandidaat voor de ondergang zijn intrek nam in het appartement.

Bang voor iedereen

'Niemand vertrouwt iemand. Iedereen is bang voor iedereen', noteerde Sovjetschrijver Aleksandr Arosev, een van de eerste bewoners van het Huis van de Regering, in 1936. Kort daarna verscheen in de partijkrant Pravda een bespreking van zijn memoires met de omineuze kop: 'Adverteren voor de vijand'. Het duurde niet lang tot hij de kogel kreeg.

Een van de hoofdrolspelers in Slezkines wrede familiesaga is Sergej Mironov, die eind 1936 hoofd van de NKVD in West-Siberië werd. In opdracht van de geperverteerde NKVD-chef Nikolaj Jezjov lanceerde hij een grootscheepse campagne tegen saboteurs. 'Als we 50 tot 100 mensen hebben gearresteerd zul je dag en nacht op kantoor moeten zijn. Iedereen wordt op de proef gesteld. Dit is een slagveld. Elke aarzeling komt neer op verraad', moedigde hij zijn medewerkers aan.

Het gevreesde telefoontje

De campagne had zoveel succes dat de cellen overvol raakten en Mironov het Kremlin om speciale 'trojka's' vroeg die via snelrecht - vaak niet meer dan enkele minuten - de doodstraf konden opleggen. Kort daarna volgde een nog ingrijpender vernieuwing: de plaatselijke NKVD-afdelingen kregen quota opgelegd voor het aantal mensen dat ze moesten arresteren. De meesten van hen kregen de doodstraf.

Ook Mironov zelf ontkwam niet aan de Terreur. In 1939 krijgt hij het gevreesde telefoontje: of hij naar het werk wil komen. Negen uur lang dwaalt hij door de sneeuw in Moskou, voordat hij zich bij zijn toekomstige beulen meldt. 'Je vraagt je af wat er toen in zijn hoofd moet zijn omgegaan', zegt Slezkine. 'Zou hij in die uren hebben gedacht aan wat hij al die andere mensen had aangedaan?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.