Nieuws Basquiat

Hoe een klein Heerlens museum een New Yorkse wereldster naar Nederland haalde

Een eerbetoon aan het rauwe, vroeg gestorven New Yorks talent Jean-Michel Basquiat (1960-1987).

Terwijl in Fondation Vuitton in Parijs 120 schilderijen van de New Yorkse kunstenaar Jean-Michel Basquiat (1960-1987) na een succesvolle tentoonstelling zijn ingepakt, wordt 400 kilometer noordelijker, in Schunck in Heerlen, druk gewerkt aan de opbouw van wat de blockbuster van het jaar moet worden: Basquiat – The Artist and his New York Scene.

Groter contrast is niet mogelijk. Fondation Vuitton, het museum van de oprichter van het modehuis Louis Vuitton, is een kunstpaleis aan de rand van het Bois de Boulogne en heeft een paar miljoen bezoekers per jaar. Schunck is een centrum voor kunst gevestigd in het voormalige warenhuis Schunck, een architectonische pareltje uit de jaren dertig van de vorige eeuw, midden in het stadscentrum van Heerlen. Aantal bezoekers per jaar: 25 duizend.

Kwamen ze in Parijs voor de schilderijen van Basquiat de superster, wiens Untitled (1982) in 2017 op de veiling 110 miljoen dollar opbracht, in Heerlen staat het werk en leven centraal van een kunstenaar twee jaar voor zijn grote doorbraak, voor zijn vriendschappen met Keith Haring, zijn relatie met Madonna, voor zijn samenwerking met Andy Warhol, voor de kunstverzamelaars in de rij stonden om de nog natte doeken onder zijn handen vandaan te kopen.

Jean-Michel Basquiat Kings of Egypt II, 1982

Basquiat - The artist and his New York Scene begint in de East Village in New York. Het is 1979 als Jean-Michel Basquiat een appartement betrekt in een uitgewoond pand in East 12th Street, samen met celbioloog Alexis Adler. De economie in New York ligt op zijn gat. Er is leegstand en afbraak, Times Square is een hoerenbuurt, de spuiten liggen op straat en de ratten knagen aan de vuilniszakken omdat de reinigingsdiensten staken. Hier woont, op zeshoog, een 19-jarige jongen die geen geld heeft om schilderslinnen te kopen en die de muren, de koelkast, de radiator en de deuren gebruikt om op te schilderen. Basquiat, geboren in Brooklyn uit een Haïtiaanse vader en een Puerto Ricaanse moeder, is dan al een paar jaar, samen met schoolvriend Al Diaz, onder de naam SAMO© bezig een spoor van graffiti achter te laten op de muren van de stad.

SAMO© for the so-called avant-garde

SAMO© 4 mass media mindwash

SAMO© as an alternative for bullshit. 

Basquiat als graffitikunstenaar SAMO©. Beeld Bobby Grossman

Niemand weet dan nog wie SAMO© is, tot zijn tags ook in het trappenhuis aan East 12th Street verschijnen. Het is met twee enorme blow-ups van de muren in dat trappenhuis dat we aan het eerste hoofdstuk van de tentoonstelling beginnen. Basquiat Before Basquiat is de titel van dit hoofdstuk. Wat hier hangt was in 2017 voor het eerst als zelfstandige tentoonstelling te zien in het Museum of Contemporary Art Denver.

Een vergeeld velletje ruitjespapier, daarop een tekening van een hoofd als een cirkeltje met vier sprieten haar, en de tekst non descript white male in his thirties. Foto’s van Basquiat, de voorste helft van zijn schedel kaalgeschoren, de achterste met korte dreadlocks. Vier door hem beschilderde sweaters, notitieboekjes met aanzetten tot verhalen, een foto van Basquiat voor de koelkast, op de onderste plank een televisie, George Bush senior in beeld – een installatie over de koude oorlog. Fotokopietjes waar overheen is geschilderd, de Amerikaanse vlag.

De collectie, afkomstig uit het appartement van Alexis Adler, heeft een opmerkelijke voorgeschiedenis. Ze dook in 2014 voor het eerst op in een catalogus van veilinghuis Christie’s. Aan de Amerikaanse pers vertelde Adler hoe ze na Sandy, de orkaan die downtown New York blank zette, dozen met schetsen en aantekeningen had gered die bijna dertig jaar in een bankkluis hadden gelegen, en hoe bij het openen ervan haar jaar met Basquiat weer tot leven kwam. Dat ze foto’s had gevonden die ze van hem had gemaakt, en dat ze maanden bezig was geweest om een stuk muur vrij te maken waarop hij had geschilderd – het zou een van de topstukken op de veiling worden.

De erven van Basquiat spanden een rechtszaak aan en eisten een miljoen dollar van Christie’s  - de werken waren niet door hen geauthenticeerd, en Christie's had toestemming moeten vragen om Basquiats beelden te gebruiken in de catalogus. De veiling ging toch door,  twee door de Basquiat Estate geauthenticeerde werken werden verkocht,  de online veiling van het archief van Adler werd uitgesteld en toen afgeblazen. De publiciteit bereikte de conservator van het Museum of Contemporary Art Denver, en drie jaar later was de tentoonstelling Basquiat before Basquiat een feit. Aan de authenticiteit van Adlers archief wordt overigens niet meer getwijfeld sinds kunsthistoricus en Basquiat-biograaf Dieter Buchhart het 'de missing link’ in Basquiats oeuvre noemde.

Basquiat in zijn appartement, 1981. Beeld Alexis Adler

‘Is dat niet iets voor jullie?’, mailde de historicus en curator Fabian de Kloe aan Lene ter Haar, in die tijd artistiek directeur van Schunck. Hij had in The New York Times een interview met Adler gelezen waarin ze vertelde over de op handen zijnde tentoonstelling. Cynthia Jordens, hoofdconservator van Schunck, herinnert het zich nog goed: ‘Dat stuk eindigt met Adlers wens dat de collectie zo veel mogelijk mensen bereikt. Ik las dat als een open uitnodiging om de tentoonstelling hierheen te halen, en heb meteen contact gezocht.’

Dat werk van Jean-Michel Basquiat een keer naar Heerlen zou komen, was al jaren een innige wens. Jordens noemt hem ‘een passende figuur voor Schunck’: graffiti en straatcultuur horen bij Heerlen sinds de stad in de jaren zeventig door de sluiting van de mijnen in een vrije val belandde. Niet dat je de Bongerd, het plein waaraan Schunck gevestigd is, nou helemaal kunt vergelijken met de East Village in New York, maar toch: ook hier was hoge werkeloosheid en leegstand en drugs en prostitutie. Een ideale voedingsbodem voor een subcultuur.

In oktober 2017 stapte Jordens op het vliegtuig om de opening in Denver bij te wonen. Daar liep Adler, ze droeg de glanzend gouden jas waarin ze op een avond op de bank in slaap was gevallen. Toen ze wakker werd, merkte ze dat Basquiat de rug had beschilderd. Jordens: ‘Ik vond het indrukwekkend, en ook bijna te persoonlijk. Het was nog steeds haar jas, en niet een kunstwerk.’

Ook De Kloe ziet de collectie van Adler als de ontbrekende schakel in Baquiats oeuvre. ‘Je ziet hier het werk van een spelende jongvolwassene, op zoek naar zijn vorm. Als je zijn teksten leest, snap je dat hij ooit heeft gezegd dat hij nog liever schrijver dan schilder wilde worden. Hij heeft alles uitgeprobeerd, van klarinet spelen tot installaties maken en performances opvoeren. Het leuke van dat zoekende is dat je al veel ziet van de kenmerkende elementen waarmee hij later beroemd zal worden: de kroon, de zwarte maskers, de stokpoppetjes die kleine kinderen ook tekenen, de scherpe observaties over racisme, de collages van fotokopieën, de energie en de woede.’

Hoe komt het toch dat Basquiat de laatste jaren zo in de belangstelling staat? In 2017 en 2018 gingen drie nieuwe documentaires over hem in première. En afgezien van de tentoonstellingen in Schunck en Fondation Vuitton was er vorig jaar ook een grote overzichtstentoonstelling, Boom for Real, een samenwerking tussen Schirn Kunsthalle in Frankfurt en The Barbican in Londen.

Zou dat ook allemaal zijn gebeurd als Untitled in mei 2017 niet voor 110 miljoen dollar was afgehamerd? Of speelt er meer mee?

Ja, zegt Jordens. ‘Met het openbreken van de witte dominantie in de westerse kunst komt ook de herinnering aan die ene kunstenaar wiens werk bomvol verwijzingen zat naar racisme.’

Ja, zegt ook De Kloe. ‘In sommige kringen in New York heerst een zeker heimwee naar de jaren tachtig, toen de stad nog niet onbetaalbaar en aangeharkt was. Het wordt nu misschien geromantiseerd, maar mensen verlangen terug naar de tijd dat de stad nog gevaarlijk was en vies en avontuurlijk. En in die stad, althans, in de kunstscene van die stad, was Basquiat een van de sleutelfiguren.’

Goed idee van de tentoonstellingsmakers, om het appartement in East 12th Street ook weer te verlaten, de straat op met een serie foto’s van SAMO© tags, en dan door naar Times Square, in die tijd bestempeld als ‘the sleaziest block of America’ – vies dus, en onguur. Hier deed Basquiat in de zomer van 1980 mee aan de legendarische Times Square Show: vier verdiepingen in een voormalig bordeel met videokunst, tekeningen, performances, foto’s, muziek. De show was 24 uur per dag open en op de begane grond kon je werk voor een habbekrats kopen. Het was een anti-establishmentshow van een nieuwe artistieke beweging; niet abstract of conceptueel maar geëngageerd. Er deden honderd kunstenaars mee, van sommigen zouden we nooit meer horen, anderen werden groot: Keith Haring, fotograaf Nan Goldin, regisseur Jim Jarmusch, beeldend kunstenaar Jenny Holzer.

Basquiat in een performance Beeld Alexis Adler

In Schunck hangen vijftig werken van diverse kunstenaars uit de Times Square Show. Speelde Basquiat er nog een marginale rol, een half jaar later kreeg hij een hele wand in de tentoonstelling New York New Wave in PS1 in Queens, en was zijn naam definitief gevestigd.

Basquiat – The Artist and his New York Scene pakt de draad weer op in 1982. In dat jaar neemt de Rotterdamse fotograaf en galeriehouder Marion Busch het vliegtuig naar New York. Ze heeft kunstenaarsportretten gemaakt voor Museum Boijmans Van Beuningen, en van een kennis uit New York heeft ze gehoord over een jonge kunstenaar die een atelier heeft gekregen in het souterrain van de New Yorkse galerie van Annina Nosei. Hij schijnt fantastisch te zijn. 

Met een bandrecorder en een Leica-camera stapt ze op een middag binnen in de galerie. Nosei had haar van tevoren gewaarschuwd: je kunt wel een tijd met hem afspreken, maar dat betekent niet dat hij er ook zal zijn. 

‘Een naïeve ontmoeting’, noemt Busch haar uur met Basquiat. ‘Onbevangen en onvoorbereid. Ik fotografeerde hem, hij hield mijn bandrecorder vast, ik vroeg hem naar de betekenis van de kroontjes in zijn schilderijen, en naar wie zijn beste vriend was – Keith Haring –, hij vertelde over jazz en noemde namen van muzikanten die ik niet kende. Het was allemaal heel speels. Op een gegeven moment pakte hij een kwast en begon te schilderen. Zo trefzeker en energiek. Ik had bij hem het idee: alle geluiden en indrukken en talen en vloeken die hij op straat in zich heeft opgezogen, moeten zo snel mogelijk op het doek.’

Een duizelingwekkende hoeveelheid van duizend schilderijen en tweeduizend tekeningen heeft Jean-Michel Basquiat in kleine tien jaar tijd gemaakt. Met vier schilderijen uit 1982 en 1983 eindigt de tentoonstelling in Heerlen. Terugkijkend is het onvoorstelbaar dat op de opening van zijn eerste tentoonstelling in Nederland, in 1982 in galerie Delta in Rotterdam, maar vijftig man afkwamen.

Vijf jaar later overleed Basquiat aan de gevolgen van een overdosis. Hij was, zoals Fabian de Kloe het verwoordt,  ‘opgevreten door de kunstwereld’.

Basquiat - The Artist and his New York Scene, t/m 2 juni 2019, Schunck, Heerlen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.