Beschouwing Kwame Brathwaite

Hoe één fotograaf, Kwame Brathwaite, eigenhandig de Black is Beautiful-beweging op gang bracht

Het portret dat Kwame Brathwaite in 1968 maakte van zijn vrouw Sikolo. Beeld Kwame Brathwaite / Mendo

Vóór de fotografie van Kwame Brathwaite moest je de plaatjes van modellen met afro’s en een donkerbruine huid met een lampje zoeken. 

Er is geen twijfel over mogelijk: de zwarte vrouw op de foto is van koninklijke statuur. Nee, ze draagt geen tiara, geen hermelijnen mantel, geen scepter of andere onderscheidingen die zeggen ‘dit is royalty’. Maar het portret van Sikolo Brathwaite is een staatsieportret op eigen voorwaarden. Waar je die kroon zou verwachten, rust een hoofdtooi van kralen. Daar doorheen is een perfect gecoiffeerd bolletje haar te zien, gestut door hoofd en schouders die kalme waardigheid uitstralen. Het profiel is elegant genoeg om een munt te sieren.

Het ging de Afro-Amerikaanse fotograaf Kwame Brathwaite om díé elegantie toen hij zijn vrouw Sikolo in 1968 portretteerde. De foto maakte dit jaar deel uit van de expositie Black is Beautiful: The Photography of Kwame Brathwaite in het Skirball Cultural Center in Los Angeles, waarbij een gelijknamig boek is verschenen. Het was de eerste museale expositie van de fotograaf die in de jaren zestig de esthetiek van de Afro-Amerikaanse gemeenschap vastlegde en daarmee hun emancipatie een boost gaf. Brathwaite droeg het idee van zwarte natuurlijke schoonheid uit, een boodschap die nog steeds wordt verkondigd, door andere ambassadeurs. Artiesten als Beyoncé, haar zus Solange – die haar kroeshaar altijd naturel draagt – en Kendrick Lamar zijn de kinderen van Brathwaite die zwarte esthetiek, zelfbewustzijn en emancipatie aan elkaar koppelen. Soms loopt er zelfs een zichtbaar lijntje van Brathwaites jaren zestig naar het heden. In mei dit jaar lanceerde Rihanna, de Amerikaanse zangeres uit Barbados, haar modemerk Fenty en liet weten dat Brathwaite daarbij een grote inspiratiebron was geweest. Een van zijn foto’s vond een plekje op haar Instagram-account: zwarte modellen in een zaaltje van wie er een Afrikaanse headwrap draagt met op de achtergrond een spandoek met het opschrift ‘Buy Black’.

De ‘zwarte Madonna’ van Kwame Brathwaite. Beeld Kwame Brathwaite

Vóór Brathwaite, die als documentair fotograaf de politieke en maatschappelijke veranderingen in de New Yorkse wijk Harlem vastlegde, waren foto’s van zwarte modellen die geen Europees schoonheidsideaal nastreefden schaars. Bladen voor de doelgroep, zoals de zwarte glossy Ebony, kozen voor dames die huidskleurtechnisch eerder naar koffie-verkeerd neigden dan naar mokka en die hun haar sluik hadden gemaakt: ‘gestraight’.

De ogen moesten worden geopend. De African Jazz-Art Society & Studios (AJASS), opgericht door onder anderen Brathwaite om Afro-Amerikaanse evenementen te organiseren, organiseerde in 1962 de modeshow Naturally ’62. In de kelder van de nachtclub Purple Manor in Harlem stond de natuurlijke schoonheid van zwarte Amerikaanse modellen, verenigd in de organisatie Grandassa Models, centraal.

Mochten er twijfels bestaan over de beweegredenen van de show, dan was er nog de ondertitel: ‘The Original African Coiffure and Fashion Extravaganza Designed to Restore Our Racial Pride and Standards’. Hier moesten ‘raciale trots en waarden’ worden hersteld. Daarbij sloeg dat ‘Fashion Extravaganza’ op de Afrikaanse prints die een hippe vertaling kregen naar de couture van de Amerikaans jaren zestig. En ‘Original African Coiffure’ betekende dat er nergens een gestraight haartje te bekennen was. Maar je kunt de boodschap ook net zo kernachtig verwoorden als op de flyers en posters voor het evenement: Black is Beautiful.

Portret van Priscilla Bardonille, ca. 1962. Beeld Kwame Brathwaite

Dat idee van zwarte natuurlijk schoonheid draagt Brathwaite consistent uit in zijn portretfotografie, van voornamelijk vrouwen. Zo maakte hij het opvallende portret waarin het zwarte, perfecte ronde afrokapsel van het model afsteekt tegen een hemelsblauwe achtergrond. De zachte blik omhoog gericht, de aandacht gericht op verhevener zaken. En ondanks de sensualiteit die haar frêle naakte schouders en rug uitstralen, heeft ze iets engelachtigs. Je krijgt het gevoel dat Brathwaite zijn versie van een heiligenportret heeft willen maken, zijn ‘zwarte Madonna’. Het model heeft die traditionele devote, verwachtingsvolle blik en een afro die fungeert als dubbelzijdig cultureel plakband: een symbool van Afrikaans zelfbewustzijn én een aureool. En zoals in het portret van die ‘zwarte Madonna’ iets van Europese heiligenverbeelding na-echoot, zie je in het portret van Sikolo lange glooiende lijnen die we sinds de buste van de Egyptische koningin Nefertiti associëren met vrouwelijke elegantie. Of neem het model in stemmig zwart-wit met een sigarettenhouder tussen de ranke vingers. Het zou een zusje van Audrey Hepburn in Breakfast at Tiffany’s kunnen zijn, afgezien van die donkere huid en dat sierlijke kussentje van haar op haar hoofd.

Al die curves worden gestreeld door getemperd licht. Het is de eeuwenoude vrouwelijke esthetiek; codes voor schoonheid, waardigheid en sierlijkheid. Wie van mening zou zijn dat ‘black’ niet ‘beautiful’ is, wordt door Brathwaite subtiel weersproken met zijn eigen argumenten. Want het is de kunstgeschiedenis zelf die ons heeft verteld dat dit is wat vrouwelijke schoonheid behelst. Brathwaites modellen laten alleen maar zien dat ze in hun eigen context en met hun eigen uiterlijkheden aan de codes voldoen. Inderdaad, black ís beautiful.

Die stelling had in de zwarte Amerikaanse gemeenschap een niet te onderschatten impact. Het was een aanname die niet strookte met de opvattingen van de eigen gemeenschap. Veel zwarte Amerikaanse vrouwen streefden, geconfronteerd met de verschrikkelijkste clichébeelden van Afrikanen in lendendoekjes en botjes door hun neus, een zogenaamd beschaafder Europees schoonheidsideaal na. Ook uit praktische overwegingen: Vrouwen die hun haar niet hadden gestraight konden worden ontslagen.

De fotoshoot van Kwame Brathwaite bij de modeshow ‘Naturally ’68’, met Grandassa-modellen en leden van AJASS in het Apollo Theater in Harlem. Beeld Kwame Brathwaite Philip Martin Gallery, Los Angeles

Een van de voormalige leden van AJASS zei vorig jaar in de New York Post dat hij destijds geen flauw benul had van hoe de zwarte gemeenschap op de modeshow zou reageren. ‘Volgens mij kwamen er ook wat mensen op af om eens flink te lachen.’

Dat gebeurde niet. Aan het eind van de show juichte het publiek de modellen toe in iets wat later een cultureel coming-outfeestje werd genoemd. De Black Is Beautiful-slogan werd een strijdkreet en een beweging die kroeshaar, een donkere huid en het Afrikaanse culturele erfgoed vierde. De Grandassa-modellen, die menig platenhoes sierden, inspireerden meer vrouwen tot een natuurlijke haardracht. Beroemdheden als Miriam Makeba, Nina Simone en Miles Davis bezochten de modeshows die vanaf ’62 jaarlijks werden gehouden. En parallel aan de burgerrechtenbeweging die politiek een vuist probeerde te maken, eiste zwart bewustzijn zijn plek op in de Amerikaanse mainstreamcultuur. Door modetrends en tv-shows werd het landschap van Amerikaanse popcultuur kleurrijker en opener. In 1968 zong James Brown Say It Loud I’m Black and I’m Proud en in 1971 liet het tv-programma Soul Train Amerika kennis maken met zwarte mode, muziek en cultuur.

Kwame Brathwaite, zelfportret, African Jazz-Art Society & Studios (AJASS), Harlem, rond 1964. Beeld Kwame Brathwaite / Philip Martin Gallery Los Angeles

Brathwaites foto’s zijn veel meer dan een bron van esthetisch genoegen, en het motto Black Is Beautiful is veel meer dan een drang naar uiterlijke zelfbevestiging. De slogan was niets minder dan een mantra voor empowerment, een middel om na marginalisering eigenwaarde te hervinden. Brathwaites foto’s zijn, naast het oeuvre van een begenadigd fotograaf, ook het werk van een maatschappelijke pionier.

Het boek ‘Black is Beautiful’ met werk van Kwame Brathwaite Beeld Mendo

Kwame Brathwaite, Black is beautiful, Aperture, 144 pag.; € 37,50.

Haarkunst

Kwame Brathwaite is 81 en fotografeert eigenlijk niet meer, maar hij had vorig jaar maart zijn eerste foto-opdracht in meer dan twintig jaar: een portret van haarkunstenares Joanne Petit-Frère. Petit Frère, wier haarsculpturen aftrek vinden bij sterren als Beyoncé, Solange en Janelle Monáe, werd door Brathwaite gefotografeerd in het museum MOMA PS1 in de wijk Queens in New York, waar de tentoonstelling Hair Wars plaats vond. De Black Is Beautiful-beweging van de jaren zestig was de directe inspiratie om de twee kunstenaars aan elkaar te koppelen.

Fotodetective Hans Aarsman kan als geen ander spannende details ontdekken op een foto. Iedere week licht hij een foto uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden