Hoe Dick Maas aan een levensechte leeuw kwam

Vijfendertig motortjes, alleen al in de kop

Hoe - in vredesnaam hoe - creëer je een levensechte, op filmdoek overtuigende leeuw? Filmmaker Dick Maas, die er een nodig had voor zijn nieuwe thriller, vanaf volgende maand te zien, weet het inmiddels. En hij leerde weer veel bij over filmen in Amsterdam.

Dick Maas met de hoofdrolspeler in zijn nieuwe thriller Prooi, die vanaf 13 oktober in de bioscopen draait. Beeld Daniel Cohen

Dick Maas kijkt op, de blik wat mat, maar dat zegt niks bij Dick Maas. Een ontsnapte leeuw in Amsterdam, luidde de vraag, hoe kom je erop? 'Weet ik niet, gewoon', mompelt de 65-jarige regisseur, op het kantoor van zijn producent. 'Het is ook weer niet zo'n briljant idee, hè. Ik bedoel: een haai in de zee, een leeuw in Amsterdam...'

De leeuw in kwestie, hoofdrolspeler in Maas' nieuwe thriller Prooi, eet mensen op. 'Natuurlijk. Maar hij is ook een katalysator voor dingen die dan in de stad gebeuren.' Zo wordt er een gerenommeerde leeuwenjager ingevlogen, tevens de ex van de dierenarts van Artis. En verder wil de Amsterdamse gemeente in een persconferentie zó graag openheid van zaken geven, dat de aanwezige journalisten denken: o, die leeuw is een geintje.

Maas: 'Als je er zo'n soort verhaaltje in kan breien, dan wordt het leuk.'

Prooi, de elfde speelfilm van Dick Maas, draait vanaf 13 oktober in de Nederlandse bioscoop. Het plan voor de thriller lag er al vijftien jaar. Maar ja, die leeuw. 'Ik dacht: we doen dat gewoon met een echte leeuw. De boel hier in de stad afzetten, filmen op straat en in de studio - dat soort dingen. Toen bleek: er mag geen leeuw de stad in. Je mag ze niet eens het land invoeren.'

Producent Dave Schram (58) knikt. 'Allemaal onderzocht. Geen kans.'

'Behalve als de Amerikanen hier komen filmen', zegt Maas. 'Dan kan namelijk alles. Dan zetten ze de Dam heus wel af hoor, voor een scène met een echte leeuw. Maar als ik het wil niet.'

De man in leeuwenpak

Je ziet 'm niet in Prooi. Maar hij was wel nodig: de man in een leeuwenpak van vijf tientjes, aangeschaft bij de feestwinkel. 'Handig op de set voor de onscherpe momentjes', zegt Maas. 'Als het beest op iemand duikt. Of voor de schaduw.'

De regisseur vond op internet wat filmpjes van nagemaakte en van mechaniek voorziene leeuwenkoppen, gebruikt voor internationale speelfilms in de jaren negentig. 'Ik dacht: misschien kan ik er eentje huren, maar zo fantastisch zag het er niet uit.'

Ook bezocht Maas een speciale dierenfilmstudio, buiten Londen. Daar hebben ze alles, van giraf tot leeuw. Maar de eigenaar waarschuwde meteen: geen fysiek contact tussen leeuw en trainer, laat staan tussen leeuw en acteur: veel te gevaarlijk. 'Dus vechten of zo, dat ging al niet. Het lukt misschien één of twee keer per dag ze in beweging te krijgen voor je film: dat ze even een stukje rennen, of ergens opspringen. Die mannetjesleeuwen zijn erg sloom.' En het moest een mannetje zijn, in Prooi. 'Ja, een mannetje ziet er beter uit.'

Ondertussen rukte in de filmwereld de computeranimatie op. Maas verkende de mogelijkheden daarvan met zijn horrorkomedie Sint uit 2010, waarin de lustig moordende goedheiligman digitaal te paard over de daken stormt.

Voor Prooi moest de lat hoger. En werd contact gelegd met Erik-Jan de Boer, de tegenwoordig in Canada woonachtige Nederlander die voor zijn ontwerp van de digitale tijger in Ang Lee's Life of Pi (2012) een Oscar won. 'Voor één scène, die waarin de leeuw achter een scooter aan zit, kwam hij al op iets van een miljoen dollar. Tja. Dat is voor ons gewoon niet te doen.' Prooi had 3 miljoen euro aan budget, in totaal.

Rob Hillenbrink (59) is Nederlands bekendste en meest ervaren ontwerper van realistische vulstukken, meestal props genoemd. Je verrast hem niet snel. Een bewegende krokodil? Maakte hij al vaker, ligt verderop in de opslag van z'n atelier hier in Purmerend. Vogels? Dozen vol. Netjes opgeslagen op het schap naast de baby's en embryo's. Verderop hangt de ijsbeer uit Nova Zembla, die beweegt door elektromechanische aandrijving. Dat heet een animatronic. Vissen zijn er ook. En een uil, een eland, een kat.

Had Dick Maas voor Prooi een ontsnapte en moordlustige olifant bedacht? Geen punt. 'Héb ik al eens gebouwd. Een levensgrote, voor het Nationaal Ballet, begin jaren tachtig. Is nu in bezit van het Russische ballet; twee jaar geleden waren ze er nog mee op tournee. Dat ding is bejaard. Ik heb zelfs eens een inklapbare olifant gebouwd, voor een Amerikaanse illusionist. Doekje erover: weg olifant.'

Een realistische filmleeuw was iets nieuws. 'Weet jij hoe een leeuw kijkt? Nee, weet je niet. Een gorilla is makkelijk: oogbeweginkje, lippen die omhoog kunnen, dan heb je al snel iets herkenbaars.' De bestelling luidde: een beweegbare leeuwenkop. Maar dan moet je net Hillenbrink hebben. 'Ik dacht: laten we een beetje meer doen. Als ik nou een halve leeuw doe? Maar ja, dan wil ik er toch ook een kontje aan zetten.'

De blauwe reiger

Niet de wilde leeuw, maar een blauwe reiger zorgde voor oponthoud op de set van Prooi. Er was, voorafgaand aan de al maanden geplande filmopnamen in het Amsterdamse stadspark Frankendael, opeens een ecoscan vereist. Want de dierenrust mocht niet worden verstoord.

'Komen ze drie dagen voor het draaien mee', zegt Dick Maas. 'Terwijl we dus filmden op de door de gemeente aangewezen plek.'

'Omdat die blauwe reiger misschien aan het broeden was', zegt producent Dave Schram. 'Het is géén beschermde diersoort hè. En dus midden in de stad.'

Er diende een dertig pagina's lang rapport te worden gemaakt, over de mogelijke risico's voor de natuur. Kosten 2.000 euro, voor de filmproductie. Maas: 'Er zou ook nog iemand van de gemeente op de set komen, 's nachts. Die kon dan elk moment de hele shoot stilleggen als hij dacht dat die reiger in z'n rust gestoord werd. Je hebt het dus over een ploeg van vijftig man, met hoogwerker. Gelukkig heb ik dat weten te tackelen.'

Schram: 'We konden met die hoogwerker zo in dat nest kijken. Hij zat er niet eens, die blauwe reiger! Geen eieren, niks.'

Filmen in Nederland is wel iets moeilijker geworden, zegt Maas. 'Toen ik Amsterdamned opnam, kon gewoon alles.'

Nu staat het vierpotige geval in zijn werkplaats, bebloede bek halfopen. De opnamen zitten er bijna op. Maas loopt een rondje om het gevaarte. Er steken slangen en snoeren uit het achtereind, dat overgaat in een soort van stuur, met hendels en knopjes. 'Vijfendertig motortjes, alleen al in de kop', telt Hillenbrink.

Enkel om de mimiek van de kop te bedienen, middels joysticks, zijn meerdere mensen nodig. Lopen hun bewegingen een fractie uiteen, dan lijkt het 'net een dronken leeuw', aldus Maas.

De bouw begon met de aanschaf van een schedel, als voorbeeld voor de mal. Kun je gewoon bestellen, op internet: een kopie van de grootste leeuwenschedel ooit gevonden. Maas: 'Die heb je nog iets groter gemaakt toch?' 'Ietsje erbij ja.'

Er waren zes man nodig om het dier voor de eerste opnamen de trap op te tillen. Met gebruik van de persluchtcilinders kan de 100 kilo zware constructie ook rechtop staan, op zijn achterpoten. Tijdens een scène in een Amsterdams park brak de leeuw een rib. Het stalen skelet werd vervangen voor een nog steviger gestel. De in Amerika vervaardigde haartjes van de vacht zijn, elektrostatisch geladen, rechtop in een lijmlaagje op de huid geschoten. Het resultaat oogt als een gezonde leeuw. 'Dick vond 'm niet vies genoeg', moppert de maker goedmoedig.

Producent Schram verwacht dat de de leeuw straks ook verhuurd zal worden, voor film- en televisieopnamen, of commercials. Hillenbrink weet het niet: 'Ik denk dat ik 'm gewoon op kantoor zet.'

De propmaker voorzag ook in de slachtoffers voor Prooi. Hij trekt wat in doorschijnend plastic verpakte en op een rek gestalde menselijke poppen tevoorschijn, als in een mortuarium. 'Hier, uit Prooi. Als die man helemaal kapot gevreten in de ambulance ligt.'

'O ja', zegt Maas.

'En dit is van die scène in de speeltuin', zegt Hillenbrink, terwijl hij het plastic wegtrekt. Een bleek kind met bijtwonden. Maas, met grijnslach: 'Zo'n lief jongetje.'

Een digitale-vachtspecialist is er ook, voor Prooi. De computerleeuw telt vijfhonderdduizend afzonderlijk bewegende haren, zegt de werknemer van het Amsterdamse visual effects-bedrijf Hectic Electric. Die kun je digitaal kammen, of laten groeien. 'De savanneleeuw bijvoorbeeld, die heeft een heel droge vacht. Is dit eigenlijk een savanneleeuw Dick?'

'Geen idee', antwoordt Maas, die de vorderingen volgt op een monitor: 135 3D-animatieshots, beeldlaag voor beeldlaag opgebouwd. 'Het is wel een een Afrikaanse soort, een Massaileeuw. Ik wilde een beetje spectaculaire leeuw, groot. Maar er zal straks vast wel een of andere professor opstaan die zegt dat er iets niet klopt.' Maas verdiepte zich er wel in, vooraf. En zag wat filmpjes van leeuwenaanvallen. 'Ze gaan voor de weke delen hè.'

Een ploegje animatiespecialisten is een half jaar fulltime bezig geweest met enkel de digitale leeuw, werkend vanuit de nok van een grachtenpand. 'Voor de Hollywoodfilm Life of Pi werkten vierhonderd man aan de digitale effecten', zegt Maas. 'Wij deden het met twaalf.'

Regisseur Dick Maas. Beeld Daniel Cohen

De bedoeling is dat de toeschouwer straks niet ziet waar de mechanische en de digitale leeuw in elkaar overgaan. 'Je hebt ze allebei nodig.' Het digitale dier is van binnenuit opgebouwd: eerst de botten, dan het spierweefsel, het vet, de huid. Buigt de leeuw naar voren, dan rekt de huid mee en vervormt de spiermassa - alles berekend met de werkelijkheid nabootsende software.

Nu, in de afrondende fase, sleutelen de animatiespecialisten aan de micro-expressies. Op het eerste gezicht nauwelijks waarneembare aanpassingen, die cruciaal blijken voor de beleving. Maas: 'Het ene moment denk je: ja, dat is 'm, een echte leeuw. En dan weer nét niet. Het is heel moeilijk om daar de vinger op te leggen. Soms zit het in de beweging, of de lichtval. Het verschilt ook per kijker: je moet de film wel zo leuk vinden dat je er in meegaat.'

Er zitten toch ook alsnog echte leeuwen in Prooi: die uit Artis. Maar die blijven veilig achter de tralies. 'Imposante beesten hoor', zegt Maas. 'Je moet ze wel een beetje porren, vooral dat mannetje.' De huidige directeur van de Amsterdamse dierentuin is een bekende: Haig Balian, ooit als filmproducent verbonden aan klassiekers als Het meisje met het rode haar en Schatjes!.

De makers van Prooi zijn al benaderd door een verontruste dierenstichting: men wilde weten of er een echte leeuw werd gebruikt. Maas: 'Waar bemoeien ze zich mee? Pak dan de paardensport aan. Als je ziet wat daar allemaal gebeurt. Dat mag allemaal maar, dat gedoe met die paarden.'

Komt Prooi met een boodschap? Maas, tegen zijn producent: 'Zit er een boodschap in?' 'Nou', zegt Schram, 'je kunt stellen dat het kappen van het regenwoud ertoe leidt dat steeds meer dieren de grote steden in trekken. In z'n algemeenheid dan.' Maas, instemmend: 'In de Middeleeuwen, of weet ik veel wanneer, zaten er in Europa ook leeuwen. Wie zegt dat ze niet terugkomen? Het wordt hier steeds warmer.'

De in bikini-babes en machovissers happende haai uit Steven Spielbergs klassieker Jaws (1975) viel volgens sommige interpretaties ook wel te beschouwen als commentaar op de seksestrijd, of als straf voor ongebreideld kapitalisme. Maar zíjn leeuw is geen metafoor, vindt Maas. 'Niet wat mij betreft. Maar mensen mogen van alles vinden. Ze noemden Flodder een sociale aanklacht - had ik ook niet zo bedoeld. Het is gewoon wat het is: een gevaarlijke enge leeuw.'

Prooi gaat 13 oktober uit in de Nederlandse bioscoop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.