Hoe de Volksbühne in Berlijn slachtoffer werd van het hipsterkapitalisme

De Belg Chris Dercon, geen theaterman maar manager, doet de Duitsers griezelen

Met bier, Buletten en veel geschreeuw op het podium werd de Volksbühne van intendant Frank Castor dé culturele hotspot van Berlijn. Opvolger Chris Dercon is voor veel Berlijners de belichaming van het hipsterkapitalisme.

De Volksbühne in Berlijn Beeld Christoph Neumann

Vraag een Berlijner van boven de 40, links of links-geweest, naar de hoogtijdagen van zijn stad en hij zal verwijzen naar de vroege jaren negentig. Hij zal dwepen. Dwepen met grauwe gevels in het 'wilde oosten', waarachter feesten zonder einde werden gevierd. Hij zal zwijmelen over een Berlijn zonder gelikte koffieketens, minder commercieel, nog niet zo 'doodgerenoveerd'. In Berlijn was ruimte, fysiek, maar ook cultureel.

Dát Berlijn dreigt in de ogen van veel Berlijners verloren te gaan. En de strijd over de toekomst van de stad wordt uitgevochten in een theater: de Volksbühne aan de Rosa Luxemburgplatz.

In 1992 kreeg de jonge regisseur Frank Castorf de zeggenschap over die Volksbühne. De theatermoloch die in 1914 gebouwd was om arbeiders in aanraking te brengen met cultuur, verkeerde na veertig jaar DDR in een deplorabele toestand.

Castorf (nu 66) had in de DDR al naam gemaakt als regisseur en wilde met een jong ensemble theater maken dat zich radicaal onderscheidde van alles wat Berlijn, oost én west, tot dan toe had gezien. 'Of het theater is over twee jaar dood, of ze worden wereldberoemd', voorspelde de toen gevierde theaterman Ivan Nagel. Het laatste gebeurde.

Frank Castorf deed de Volksbühne schudden op zijn grondvesten. Hij liet theaterklassiekers, van Hamlet tot Der Ring des Nibelungen, opvoeren die nauwelijks meer herkenbaar waren. Bij Castorf werd altijd geschreeuwd en gevochten. Regelmatig zwalkten acteurs naakt en bezopen over het podium. Het nepbloed vloeide rijkelijk.

Bier en Buletten

Sindsdien had de Volksbühne onder kunstcritici een handvol notoire vijanden, maar een veel grotere schare devote bewonderaars. In de jaren negentig sleepte Castorf prijs na prijs binnen. Het publiek verjongde. Als je er een beetje bij wilde horen in cultureel Berlijn, moest je met enige regelmaat 'een Castorf zien'.

Bij de Volksbühne kocht je aan de bar bier en Buletten, Duitse gehaktballen met mosterd. Die hielden het Oost-Berlijnse gevoel in stand, net als de grote letters 'OST' op het dak.

Bijna 25 jaar zwaaide Castorf de scepter over een almaar uitdijend imperium van acteurs en regisseurs en eigen werkplaatsen voor decors en kostuums, faciliteiten die in de hedendaagse theaterwereld een zeldzaamheid zijn geworden. Maar dankzij de royale subsidie van de gemeente, nu 18 miljoen euro per jaar, bleef het mogelijk.

Strijdtoneel

Met hun nieuwe voorstelling kwamen de Nederlandse vrouwen van Women in Trouble terecht in een verbeten cultuurstrijd bij de Berlijnse Volksbühne, ziet Herien Wensink.

Aarm aber sexy

Castorf gold als protegé van Klaus Wowereit, tussen 2001 en 2014 de burgemeester van Berlijn. Wowereit bedacht in 2003 de stadsslogan 'arm aber sexy'. In de jaren die volgden werd Berlijn ontdekt door het massatoerisme en de stad werd een merk dat stond voor 'rauw, links, experimenteel en een vleugje DDR'.

Vraag je het aan die nostalgische 40-plusser, dan is Berlijn de afgelopen tien jaar ten onder gegaan aan haar eigen succes. Het Berlijn dat ervoor in de plaats kwam, is een stad waar de gentrificering om zich heen grijpt en de huren harder stijgen dan elders in Europa.

Afgelopen zomer nam Frank Castorf afscheid van de Volksbühne. Niet uit vrije wil, maar omdat de nieuwe burgemeester Michael Müller de tijd rijp achtte voor een nieuw tijdperk. Knarsetandend droeg Castorf het stokje over aan de Belg Chris Dercon, voorheen directeur van het Tate Modern en daarvoor van het Rotterdamse museum Boijmans. Geen theaterman dus, maar een manager, zo griezelden de 40 duizend Berlijners die een petitie tekenden tegen zijn aantreden.

Chris Dercon in 2012 Beeld afp

Dercon heeft de pech dat deze Berlijners de pijn van de teloorgang van het 'wilde' Berlijn op hem projecteren. Hij zou van de Volksbühne een 'neoliberale evenementenstal' willen maken. Dat was ook de reden dat het theater in september drie dagen werd bezet. Castorf nam zelf natuurlijk niet aan de bezetting deel, maar liet in een interview met de Süddeutsche Zeitung weten dat hij het initiatief sympathiek vond.

Met een aantal besluiten lijkt Chris Dercon het vooroordeel over hem te bevestigen. Zo zit er in zijn vijfkoppige artistieke team maar één theatermaker: Susanne Kennedy. Ook wil hij meer internationale gastoptredens programmeren. Hij moest deze plannen bekopen met poep voor de deur van zijn kantoor en een pul bier in z'n nek, van een acteur uit de Castorf-jaren.

Dercon is zeer spaarzaam met uitingen in de media en wil vooral de stukken die hij programmeert laten spreken. Op de openingsavond van 'zijn' nieuwe Volksbühne, een paar weken geleden, stonden monologen van de Ierse toneelschrijver Samuel Beckett centraal. Het was theater zonder opsmuk, zonder lawaai en rondvliegende vloeistoffen. Een middelvinger naar Castorf, interpreteerden de Duitse media.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.