Bespreking Electrical Language

Hoe de synthesizer de muziekwereld veranderde

Depeche Mode bij Top of the Pops , 1981. Beeld Getty Images

Muzikanten vreesden voor hun levensonderhoud toen de synthesizer eind jaren zeventig voor iedereen toegankelijk werd. Begrijpelijk, want het apparaat veranderde alles. Luister maar naar de compilatie Electrical Language

In mei 1982 is voor de Londense Musicians Union (MU) de maat vol. Bij recente optredens van de Amerikaanse crooner Barry Manilow heeft men geconstateerd dat de muziek voor band en strijkorkest volledig werd ‘gesimuleerd’ door synthesizers.

De verontwaardigde vakbond vaardigt een ‘motie’ uit die veel media-aandacht krijgt: in plaats van elektronische apparaten hoort er een ‘omvangrijke band met conventionele instrumenten’ op het podium te staan. Synthesizergebruik is broodroof. Hoog tijd dus voor een verbod ter bescherming van de geschoolde beroepsmuzikant.

Wie de popmuziek van begin 1982 bestudeert, gaat de paniek bijna begrijpen: de synthesizer is dan bezig aan een machtsovername. In de mainstream pop geldt hij als een modern en goedkoop substituut voor een begeleidingsband, maar hij is ook het belangrijkste gereedschap van een hele generatie jonge muzikanten. Het modewoord is synthpop, een verzamelnaam die niet zal overwaaien, maar altijd is gebleven.

De Britse hitlijsten worden in de winter van 1981-1982 gedomineerd door bands als Depeche Mode (Just Can’t Get Enough), The Human League (Don’t You Want Me), Soft Cell (Tainted Love, Torch) en Orchestral Manoeuvres in the Dark (Maid of Orleans, Locomotion), nog even los van de groepen van de ‘New Romantics’-golf, die óók arrangeren met synthesizers, van Duran Duran tot Spandau Ballet en Culture Club.

Zelfs in de underground lijken ‘echte instrumenten’ uit de mode te raken: punks, post-punks en new -wavers gaan massaal aan de synths.

De compilatie Electrical Language schetst op vier cd’s een prachtig beeld van de rol die die synthesizer speelt in de Britse indie van 1978 tot 1984: tachtig liedjes van bekende groepen (Human League, OMD, Legendary Pink Dots, Fad Gadget) maar veel vaker van vergeten artiesten als Shox tot Be-Bop Deluxe, van Solid Space tot The Bodhi Beat Poets.

Dat jonge muzikanten rond 1978 massaal synthesizers kochten, is eenvoudig te verklaren. In de jaren zestig en vroege jaren zeventig waren er ook synths (vooral de Minimoog was populair), maar die waren schaars en duur.

Tegen het midden van de jaren zeventig veranderde dat. Synthesizers werden compacter en eenvoudiger te bedienen. Vooral Roland kwam met betaalbare modellen die (anders dan Moogs) in massaproductie gingen: de baanbrekende SH-1000, de System 100 en in 1977 de MC-8 MicroComposer, de eerste eenvoudige sequencer waarin je muziek kon opslaan, ‘editen’ en dus componeren.

Depeche Mode, The Human League, Fad Gadget en talloze andere jonge bands kochten díé apparaten. Paar tientjes de man inleggen en je kon er eentje halen, goedkoper dan een elektrische gitaar.

Een paar jaar later, vanaf 1980, zouden de apparaten waarmee de vroege synthpop werd gemaakt worden opgevolgd door de legendarische serie Roland-drumcomputers (TR-808, TR-909 en TB-303) die tot de houserevolutie zouden leiden. Synthpop was de opmaat.

Blijft de vraag: wat is synthpop dan precies? De samenstellers van Electrical Language erkennen in hun inleiding dat het niet eenvoudig is om het genre af te bakenen, want er zijn nogal wat smaken: van lichte discopop die het goed deed in de gayscene tot sinistere, hoekige post-punk en donkere industrial.

Vóór 1978 werden synthesizers anders ingezet. Min of meer conventionele (rock)bands verrijkten er hun klankenpalet mee: denk aan psychedelische en progressive groepen als Genesis, Yes, Pink Floyd en Gentle Giant. Échte synthesizerartiesten maakten er doorgaans experimentele, instrumentale space- en scifimuziek mee: denk aan Telstar van The Tornados (1962, geproduceerd door Joe Meek) en Gershon Kingsleys Moog-oorwurm Pop Corn (1969). Het werd novelty genoemd: nieuw en een beetje raar.

Synthesizermuziek werd al snel serieuzer (Kraftwerk en andere Krautrock, daarna Vangelis en Jean-Michel Jarre), maar het bleef toch muziek die iets wezenlijk anders beoogde dan een popliedje van drie minuten.

Eigenlijk markeert het moment waarop dát veranderde de geboorte van de synthpop, rond 1978 in Engeland: het moment waarop jongens en meisjes uit eenvoudige gitaarbands popliedjes gingen schrijven met hun betaalbare Roland-synthesizer. Een simpele drumbeat en wat elektronische geluidjes ter inkleuring – en zingen maar.

Niet zo vreemd dat het gemiddelde aantal leden van de bands op Electrical Language laag ligt: veel soloartiesten (David Harrow, Jeanette, Robert Calvert) en duo’s (Two, Passion Polka, Native Europe). Meer mankracht was niet nodig. De muziek was elektronisch, maar de vorm van dance neemt hij nog niet aan: het zijn songs, waarin het minimalistische, rechtlijnige synthesizerarrangement op een wonderlijke manier extra aandacht vestigt op de zangmelodie.

Bij beluistering van Electrical Language kun je vrij eenvoudig benoemen wat alle geselecteerde artiesten, hoe verschillend ook, gemeen hebben. Ze gebruiken hun synthesizers niet om hun geluid voller en rijker te maken (zoals de prog-bands voor hen), maar juist om het zo kaal en droog mogelijk te houden. De synthesizer is geen uitbreiding van het instrumentarium, maar vervangt het.

Rauwe underground en gepolijst hitlijstmateriaal stonden feitelijk vrij dicht bij elkaar, in de jaren van de synthpop: het was zowel New Order als Duran Duran. Als over veertig jaar een Electrical Language-boxje over ons decennium verschijnt, staan Sleaford Mods misschien gezellig naast Years & Years. 

En waarom ook niet, want voor wie het gemist heeft: de synthesizer is nog altijd legaal.

Verbetering: In een eerdere versie van dit artikel werd de mellotron een synthesizer genoemd. Dat is niet juist. De mellotron wordt wel vaak zo beschouwd, maar is het technisch gezien niet.

Electrical Language. Independent British Synth Pop 78-84 (4 cd’s). Cherry Red/Bertus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden