Boekrecensie Jan Brokken

Hoe de Nederlandse Jan Zwartendijk duizenden Joden redde (vier sterren)

Jan Brokken heeft een monument gebouwd voor Jan Zwartendijk, in de oorlog directeur van Philips Litouwen en Nederlands consul. Voor zijn reddingsoperatie kreeg hij pas postuum erkenning.

Jan Zwartendijk met links dochter Edith en rechts zoon Jan. Beeld Archief familie Zwartendijk

Jan Brokken: De rechtvaardigen

Atlas Contact; 504 pagina’s; € 22,99.

Op een foto uit de Tweede Wereldoorlog staat een blonde Litouwer met een ijzeren staaf in de hand. Zijn blik is die van een tevreden boer na gedane arbeid. Om hem heen: lijken. In zijn eentje heeft deze paramilitaire fascist 68 Joden doodgeknuppeld, aangemoedigd door een joelende en waanzinnig geworden menigte. Op die dag in juni 1941, schrijft Jan Brokken, kreeg de misdaad van de Shoah ‘haar smerigste gedaante’. De Einsatzgruppen van de SS deden de rest, en in 1944 werd de kleine Baltische republiek ‘Jodenvrij’ verklaard.

Duizenden andere Joden uit Litouwen en – vooral – buurland Polen overleefden het nazistische vernietigingsproject wel, en dat was grotendeels te danken aan één man: de Nederlandse consul Jan Zwartendijk. In de zomer van 1940 schreef Zwartendijk als een bezetene reisdocumenten uit waarmee Joden via de laatste nog beschikbare route Europa konden ontvluchten: die via de Sovjet-Unie en Japan, richting de Nederlandse Antillen. Brokken heeft geteld, het waren minstens 2.319 visa. Op ieder papiertje reisden meestal twee of drie anderen (echtgenoot, kinderen) mee, dus Zwartendijk moet in totaal tussen de 9 en 10 duizend Joden hebben gered.

In De rechtvaardigen doet Brokken minutieus verslag van deze reddingsoperatie. Zwartendijk was directeur van Philips Litouwen op de vestiging in Kaunas, de tweede stad van het land. Aan het begin van de oorlog werd hij gevraagd consul te worden. Wat dat precies inhield? Vrijwel niets, kreeg hij te horen. Een enkel papiertje uitschrijven misschien.

Nazi-Duitsland had in 1940 de Oostzeekust afgesloten. Alle vluchtroutes noord-, zuid- en westwaarts zaten dicht. Volgens Brokken kwamen twee Nederlandse Joden, wonend in Litouwen, vrijwel tegelijk op hetzelfde idee: kon het consulaat misschien een ‘pseudovisum’ afgeven voor Curaçao? Dat kon. Onder Poolse Joden en studenten van de lokale jesjiva ging het gerucht dat je bij ‘Mr. Radio Philips’ een visum kon krijgen. Voor het consulaat ontstond een lange rij. Zwartendijk had de rugdekking van de Nederlandse gezant in Riga, maar niet van de regering in Londen. Hij schreef de reispapieren uit tot hij een stramme hand had en stopte niet, zo maakt Brokken op uit archiefstukken, toen het consulaat in augustus 1940 door de Sovjet-bezetters gesloten werd. Daarna wiste hij alle sporen uit: de lijst met namen ging de open haard in.

Brokken volgt het spoor van de vluchtelingen, via de Trans Siberië Express en de Japanse stad Kobe tot in het getto van Shanghai. Hij laat de tijd niet in de lengte maar in de breedte uitwaaieren en doet dat knap, met tientallen personages wier levens in elkaar grijpen.

De Japanse consul in Kaunas, Chiune Sugihara, zat in het complot met Zwartendijk, het meervoud uit de titel is goed gekozen. De grenzen die Tokio (nota bene een bondgenoot van Hitler) uitstippelde, rekte de Japanner maximaal op. Het kwam hem na de oorlog op een uitbrander te staan. Als Sugihara in september 1940 het land uit moet, per trein, tekent Brokken bijna filmisch op hoe de Joden hem in de stationshal aanklampen. ‘Visum, visum.’ Sugihara blijft schrijven tot het niet meer gaat. ‘Please forgive me.’ Vanaf het perron reikt een jongetje hem nog een leeg papier aan dat hij tekent. Met dat document, ontdekt Brokken, zijn levens gered. Na de oorlog zei Sugihara: ‘Als ik mijn regering gehoorzaamd had, was ik ongehoorzaam geweest aan God.’

Zwartendijk was nuchterder. ‘Ik moet die mensen helpen’, bekende hij zijn dochter. ‘Anders gaan ze een gewisse dood tegemoet.’ Verrassend is niet alleen de complexiteit van de reddingsoperatie (de Sovjet-Unie gaf transitvisa en verdiende daar flink aan), maar ook het grote aantal diplomaten dat op cruciale momenten zijn nek uitstak. In een oorlog, zei Yale-historicus Timothy Snyder, kan een paspoort ‘een kogel stoppen’. Nederlanders op andere diplomatieke posten zoals Kobe (Japan) en Stockholm sprongen op cruciale momenten voor de Curaçaovaarders in de bres, net als de Poolse ambassadeur in Tokio. Geen van allen belandden de Joden overigens op Curaçao: vanaf Japan ging het naar Australië, de VS en Israël.

Soms, op sporadische momenten, dreigt Brokkens onderneming om te tuimelen door de details en zijpaden, en wil je als lezer tegen hem zeggen: vooruit, terug naar de kern. Toch verlies je nergens de aandacht. Of de schrijver echt heeft weten te achterhalen dat Zwartendijk ‘mompelde’ bij het ontbijt en daarna zijn colbertje aantrok ‘terwijl hij naar de auto liep’, of dat de vrije verbeelding hier aan het werk is, doet niet echt ter zake. Sterker, het zijn juist deze scènes waarmee de dramaturg Brokken zijn feiten invoelbaar maakt.

Bijna twintig jaar na de oorlog kreeg ‘de engel van Curaçao’ een brief van Buitenlandse Zaken. Of hij zich voor tekst en uitleg wilde melden. Zwartendijk rekende op lof en trok zijn beste pak aan. Het werd een reprimande. Hij had niet conform de ‘consulaire richtlijnen’ gehandeld. Zwartendijk kwam lijkbleek thuis. Dat ‘zijn’ Joden in groten getale de oorlog hadden overleefd, was een bericht dat Zwartendijk net te laat bereikte. Hij stierf in onzekerheid over hun lot.

Ruim twintig jaar na zijn dood, in 1998, werd hij erkend als ‘rechtvaardige onder de volkeren’ in Yad Vashem. Met dit boek en met de onthulling van een monument in Kaunas – in juni van dit jaar, in aanwezigheid van koning Willem-Alexander – is zijn eerherstel compleet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.