Reportage Die tote Stadt

Hoe de muziek van componist Erich Wolfgang Korngold honderd jaar na dato een comeback maakt

De muziek van componist Erich Wolfgang Korngold (1897-1957), pionier van de filmmuziek, is aan een comeback bezig, met de laatromantische opera Die tote Stadt uit 1920 als voornaamste troef. Hoe komt dit spektakelstuk, een gewaagde keuze van de Nederlandse Reisopera, honderd jaar na dato weer tot leven?

Enkele rekwisieten uit Die tote Stadt. Beeld Ivo van der Bent

In de lege zaal van het Enschedese Wilminktheater zijn de musici van het Noord Nederlands Orkest na de repetitie de orkestbak uit gekomen. Ze hebben plaatsgenomen op het rode pluche om te luisteren naar wat regisseur Jakob Peters-Messer hun te vertellen heeft. Hij legt uit wat zich straks, tijdens de voorstelling, boven hun hoofd op het podium zal afspelen. ‘De emoties in deze opera worden een op een weergegeven door de muziek, ik wil dat jullie zien hoe die emoties op het podium vorm krijgen’, zegt Peters-Messer. ‘Het is een heel filmisch verhaal.’

Die tote Stadt van de Tsjechische componist Erich Wolfgang Korngold ging in 1920 in première en was in de jaren erna mateloos populair in heel Europa. Na de Tweede Wereldoorlog raakte de opera echter uit de mode. Sinds een jaar of vijftien wordt het werk weer wat vaker opgevoerd, maar niettemin lijkt het een gewaagde keuze van de Nederlandse Reisopera om uitgerekend deze productie te brengen. Een gezelschap dat maar twee à drie opera’s per jaar kan brengen, grijpt immers snel naar bekende titels. Maar ‘soms moet je opera’s op het programma zetten waarvan mensen nog niet weten dat ze er behoefte aan hebben’, verklaart directeur Nicolas Mansfield. ‘Het is een universeel verhaal over rouw en rouwverwerking, dat net zo goed in onze tijd zou kunnen spelen.’

Decadentie en doelloosheid

Het hoofdpersonage, Paul, treurt om de dood van zijn echtgenote en raakt verstrikt in freudiaanse obsessies en waanbeelden. In de danseres Marietta meent hij zijn overleden geliefde te herkennen. Verteerd door rouw en schuldgevoel vermoordt hij Marietta. Maar gebeurt dit in werkelijkheid of in zijn verbeelding? Dat verschilt per regisseur. In het libretto is sprake van het laatste. ‘Paul bevrijdt zich van haar in zijn donkere dromen, een soort shocktherapie’, zegt regisseur Peters-Messer. ‘Hij voelt zich vervolgens vrij om verder te gaan met zijn leven.’ De populariteit die de opera rond 1920 genoot, had te maken met de tijdgeest. ‘Heel Europa was in rouw na de Eerste Wereldoorlog, maar men moest verder, men moest zich losmaken van het trauma. Volgens de theorieën van Freud, die indertijd veel bijval kregen, zijn dromen een verhevigde, vaak bizarre weergave van de werkelijkheid en is herbeleving van een trauma een stap naar genezing. Het publiek was daar in die naoorlogse jaren erg gevoelig voor.’

Een van de musici van het Noord Nederlands Orkest tijdens de repetities. Beeld Ivo van der Bent

Maar Peters-Messer koos niet voor een min of meer happy end, zoals in het libretto. Hij opteerde voor een afloop zoals beschreven in het boek dat aan het libretto ten grondslag lag: in Bruges-la-Morte uit 1892 laat de Belgische auteur Georges Rodenbach Marietta werkelijk sterven. Het fin de siècle stond voor onrust, decadentie en doelloosheid. ‘Dat past meer bij onze tijd’, meent Peters-Messer. ‘Bovendien maak ik van het personage Marietta een vrouw van vlees en bloed die zich niet als lustobject laat benaderen; een gedroomd personage is zelden een normaal mens. Ik laat Marietta een menselijke ontwikkeling doormaken.’

Tijdens zijn uitleg aan het orkest benadrukt Peters-Messer de psychodramatische kwaliteiten van Die tote Stadt. De rekwisieten bestaan uit niet meer dan een stoel en een ouderwetse etalagekast, een soort altaar voor Pauls overleden vrouw met een paar rode schoenen, een luit en een lok van heur haar waarmee hij aan het einde – hoe freudiaans – Marietta vermoordt.

Hitchcock

Op de kast een ingelijst portretje van de actrice Kim Novak. Een portret van een andere actrice, Janet Leigh, wordt kamerbreed geprojecteerd op de achterwand, waarna warrige beeldfragmenten volgen van kleurrijke kerkramen en beierende klokken. ‘Deze scene speelt zich af in het hoofd van Paul’, verklaart de regisseur. Peters-Messer haalde een deel van zijn inspiratie uit Hitchock-achtige jarenvijftigfilms. De zwoele blikken van Novak en Leigh zijn een hint naar die tijd – zij speelden hoofdrollen in de filmklassiekers Vertigo en Psycho. De krachtige muziek is beklemmend, theatraal, voorspelt nu eens onheil en dan weer verlichting. ‘Je voelt in deze opera het karakter van Korngolds latere filmmuziek al.’

Rechts op de kast een ingelijst portretje van actrice Kim Novak. Beeld Ivo van der Bent

De componist Erich Wolfgang Korngold, geboren in Brno, in het huidige Tsjechië, was pas 23 toen Die tote Stadt in première ging. Zijn vader schreef het libretto. Onder degenen die in Korngold een soort tweede Mozart meenden te herkennen, waren niet de minsten. Volgens Giacomo Puccini was hij een supertalent. Gustav Mahler noemde hem een genie. Mede door de opkomst van het nazisme vertrok de Joodse Korngold in 1934 naar Amerika, waar zijn schaamteloos romantische muziek in de smaak viel bij Hollywoodregisseurs. In 1936 al kreeg hij zijn eerste van twee Oscars, voor de filmmuziek van Anthony Adverse, waarin onder anderen Olivia de Havilland speelde. Intussen kreeg zijn muziek in Europa het stempel ‘entartet’.

‘Het is vertelmuziek’, zegt dirigent Antony Hermus. ‘Erg filmisch. De muziek lijkt vanuit de tekst vormgegeven: laat-romantische muziek bis auf die Knochen. Er zit bijvoorbeeld veel emotie in de zanglijnen.’ Een stevige klus voor de Zweedse tenor Daniel Frank en de Bulgaarse sopraan Iordanka Derilova, die de rollen van Paul en Marietta vertolken. Niet alleen moeten ze vaak tegen een vol orkest op zingen, ook is het ‘technisch veeleisend omdat er nogal wat hoge noten in zitten’. Als dirigent staat Hermus voor de taak om te voorkomen dat de muziek transparant blijft en niet massief wordt. ‘Voor het orkest is het een soort beklimming van de Mount Everest.’

Backstage bij Die tote Stadt: de kostuums van de acteurs. Beeld Ivo van der Bent

Die tote Stadt, Nederlandse Reisopera, première 8/12 Enschede, tournee vanaf 16/1.

Superfan

Zoals voetbalsupporters hun favoriete club volgen naar buitenlandse wedstrijden, zo reist Clay Harris (67) zijn favoriete opera achterna. Eerder deze week zag hij Die tote Stadt voor de zestigste keer, in het Théâtre du Capitole de Toulouse. Zaterdag zit hij bij de première van de Reisopera in het Wilminktheater. De gepensioneerde journalist van de Financial Times hoorde Korngolds werk voor het eerst in 1995, in Gent, en werd gegrepen door zowel het verhaal als de muziek. Sindsdien zag hij Die Stadt in tientallen Europese, Amerikaanse en Japanse theaters. 

‘Een waanzinnige opera’, zegt hij aan de telefoon vanuit zijn woonplaats Londen. ‘Tweederde van het verhaal is een soort droom. De muziek is prachtig, het is een sterk verhaal over verlies en rouw en hoe we daarmee omgaan. Erg boeiend is de transitie van werkelijkheid naar hallucinatie en terug – een theatrale uitdaging voor elke regisseur. De ene maakt van de hoofdpersoon een psychiatrisch patiënt, de andere een seriemoordenaar.’ Harris’ favoriete regie is die van de Australische theaterregisseur Simon Stone, die hij twee jaar geleden zag in het Zwitserse Basel. ‘Het verhaal speelde zich af in een gewoon huis in onze tijd. En het werkte.’ 

Tijdens een opvoering in het Canadese Calgary werd hij voorgesteld aan Korngolds kleindochter – ‘we zijn ongeveer leeftijdgenoten’ – een ontmoeting die hem ‘dichter bij het kunstwerk bracht, al had ik de opera vaker gezien dan zij’. Harris denkt voorlopig nog wel even door te gaan met zijn ‘verzameling’. ‘I love it. Bovendien geeft het me een excuus om naar plaatsen te reizen waar ik nooit ben geweest en waar ik anders nooit zou komen.’

Pompeuze filmmuziek

Vanaf het moment dat hij arriveerde in Hollywood, in 1934, maakte Erich Wolfgang Korngold furore als filmcomponist. Zijn soms wat pompeuze muziek paste goed bij de romantische avonturenfilms uit die tijd. Tot 1946 schreef hij muziek voor twintig films. Hij beïnvloedde een hele generatie filmcomponisten na hem, onder wie John Williams (1932), die de muziek schreef voor onder meer Jaws en de Harry Potter-films.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.