beschouwing de maan in schilderkunst

Hoe de maan kunstenaarsogen die door eeuwen gescheiden zijn, met elkaar verbindt

Je zou niet zeggen dat de maan het ideale model is, met haar flauwe vorm en bleke teint. Van onheilspellend omen tot romantisch baken van rust: de tentoonstelling La Lune in het Grand Palais in Parijs laat zien hoe ze kunstenaars al eeuwen fascineert.

Zwei Männer in Betrachtung des Mondes (1819-1820) door Caspar David Friedrich. Beeld Getty

Een echt maanmannetje: de Duitse romantische schilder Caspar David Friedrich moest en zou de maan schilderen. Ook op die ene dag ergens in de jaren twintig van de 19de eeuw. Ook toen schilderde hij het ontzagwekkende hemellichaam, en wel naar goed friedrichiaans gebruik: gadegeslagen door twee nachtbrakers met vreemde hoofddeksels en licht werpend op een grillig gevormde boom. Zwei Männer in Betrachtung des Mondes heet dat werk: twee mannen beschouwen de maan.

Wat zien de jonge mannen voor maan? Dat is een eitje: een wassende halve maan, op het punt van ondergaan; het getoonde tijdstip is dus laat in de nacht of vroeg in de ochtend, het rozevingerige uur. Wat prakkiseren ze zoal over de maan? Tja, het zijn romantici, dus het zal wel iets over de onvoorstelbare grootheid van de kosmos zijn, en hun eigen al even onvoorstelbare nietigheid daarin. Friedrichs maan is als de maan van de Engelse dichter Philip Larkin: onverschillig. ‘Jeugd vervliet, generaties verdwijnen, net als ik, met als verschil dat ik morgen gewoon weer aan de hemel sta, dus wie heeft hier nu de betere deal, suckers?’, zegt ze (want manen kunnen praten). Geen van de drie versies van Friedrichs schilderij hangt trouwens op de expositie over de maan in het Parijse Grand Palais, La Lune. Lunacy!

De expositie is een volle maan. Hier figureert de zilveren schrijf in al haar hoedanigheden: als bestemming voor reële en fictieve reizen, als studieobject voor kaartenmakers en astronomen, als personificatie van goden en opperwezens, als veroorzaker van allerhande onheil: satanische rituelen, boosaardige bosnimfen, overspelige vrouwen. En als muze voor kunstenaars, dat vooral: dichters en schilders hebben zich altijd onweerstaanbaar aangetrokken gevoeld tot de maan. Waarom was dat?

Over de maan valt een verhaal vertellen. Correctie, over de verhalen over de maan valt een verhaal te vertellen. Bijvoorbeeld dat het er veel zijn en dat sommige van die verhalen elkaar tegenspreken – lees Oliver Mortons geweldige boek The Moon: A History for the Future (2019) er maar op na. 

Personage, kalender en lichtbron

De maan, zo weten we van het Endymion-verhaal, is een vrouw, Celeste, maar de maan is in de mythe ook een man, Anningan. Over haar (haar)kleur (rood, geel, blauw dan wel zwart), substantie (water, steen, kaas of koek) en invloed op het gemoed of menstruele cyclus bestaan evenmin consensus. De maan is een personage, dat staat vast. Ze kan fungeren als kalender en ze geeft licht, op beide manieren was ze jagers van nut. 

Verder is het enige constante aan de maan zijn veranderlijkheid. Individualistischer gesteld: de maan is wat u wilt dat ze is. Bent u onlangs gedumpt? Een partner in eenzaamheid. Bent u de schrijver Gogol? Een toevluchtsoord voor neuzen. Koekiemonster? Een reusachtig, lichtgevend koekje – hap, schrok – en nu is de maan een halve maan. Bent u kunstenaar, dan ziet u in de maan wellicht de mogelijkheid van schoonheid.

Geheel vanzelfsprekend is het niet, die aantrekkingskracht van de maan op schilders. Perfect ronde vorm, monochrome kleur: nee, van zichzelf is ze allesbehalve een spannend model. Wat de maan populair maakt, is niet de entiteit zelf, maar het effect dat ze heeft op haar omgeving, dat onmiskenbaar is, en onvervreemdbaar. De door lichtvervuiling omringde stadsbewoner maakt het niet vaak mee, maar een maanverlichte nacht is iets bijzonders. Gezichten kleuren wit, water transformeert in zilverpapier. De dingen krijgen een onaardse, droomachtige kwaliteit. Schilders hebben er aardigheid in om deze metamorfose weer te geven.

Een van de eersten die serieus oog had voor de maan was de Vlaming Jan van Eyck. Begin 15de eeuw schilderde hij een diptiek. Op het linkerpaneel met de kruisiging, rechts van de opgehangen moordenaar, treffen we een maantje. Het oogt naturalistisch, maar binnen de context van het verhaal klopt-ie niet. De kruisiging zou volgens de Bijbel hebben plaatsgehad in de middag, maar de afgebeelde bol, weten kenners, betreft een ochtendmaan. Van Eyck kopieerde zonder nadenken een schets die hij eerder maakte in z’n voorstelling. Maar waarom getroostte de Vlaming überhaupt de moeite de maan zo exact weer te geven?

Kruisiging en Laatste Oordel (ca. 1426) door Jan van Eyck. Beeld Jan van Eyck
Uitsnede Kruisiging van Christus door Jan van Eyck. Beeld Jan van Eyck

Het meest voor de hand liggende antwoord: uit nieuwsgierigheid. Van Eyck wilde de hele wereld heel exact weergeven en de maan hoorde daar bij. Een tweede antwoord: vanwege de connotatie van de maan met sterfelijkheid. In de middeleeuwen werd de satelliet namelijk niet enkel geassocieerd met onbetrouwbaarheid, wispelturigheid en vrouwelijkheid, maar ook met de dood. Haar bleke teint zou tijdgenoten hebben herinnerd aan die van een overledene. In haar kraters bespeurde men gelijkenissen met de oogkassen van een schedel. 

Vooruitlopend op deze associaties had de Griekse filosoof Plutarchus al het idee ontvouwd dat de donkere kant van de maan dient als opslagplek voor zielen. In deze context laat de maan op Van Eycks paneel zich lezen als een vooruitwijzing naar Christus aanstaande dood. Een interpretatie die lijkt te worden bevestigd door het formaat van de maan alhier: hij is exact even groot als Christus kop. 

Enige constante in veranderende wereld

Zulke theologische associaties maakten bij latere nocturneschilders plaats voor meer romantische. Op de tentoonstelling in Parijs hangen er tientallen bijeen. De maan figureert er in allerhande staten: vol, halfvol, wassend, afnemend, verschijnend vanachter een wolk, als het muntstuk van een goochelaar of loerend vanuit het duister, als een eenogige zwarte kat. Ze belicht de schapen van Barbizon en de rotskusten van Toscane. Ze tekent de silhouetten van de bomen van Tokoyama en stort een emmer geel in de Bosporus. Ze verschijnt aan Manet in de haven van Boulogne en aan Boudin in die van Honfleur. En wil George Hendrik Breitner haar schilderen, dan houdt ze zich verborgen achter een dik pak wolken. Vette pech, George. 

Maanlicht door Breitner. Beeld Getty

De maan, realiseer je je al rondkijkend, is de enige constante in een immer veranderende en immer anders verbeelde wereld. Ze verbindt kunstenaarsogen die door eeuwen heen van elkaar zijn gescheiden.

Men stelt zich de moeilijkheden voor bij het schilderen van dergelijke nocturnes. Om te beginnen heb je natuurlijk het probleem van de lichtintensiteit: precies hoe helder is een maanverlichte nacht? Tegelijk is er het probleem van de kleur. Wat voor toon hebben de dingen in het donker? Zulke zaken kunnen niet ter plaatse worden vastgelegd. Ze dienen later, uit het geheugen, te worden geschilderd. Schilders als Van der Neer, Remington en Koeïndzji waren daar buitengewoon goed in.

Archip Koeïndzji kende ik niet. Hij blijkt een Russische schilder die deel uitmaakte van de kunstenaarsgroep De Trekkers, en wiens ster rees in de laatste decennia van de 19de eeuw. Hij was bevriend met de astronoom Nikolaj Morozov en had zelf ook een bijzondere interesse in het heelal. Zijn nocturnes heten zo natuurgetrouw te zijn dat je de sterrenbeelden erop kunt aanwijzen, maar mijn astronomische kennis is te gebrekkig om dat te controleren. 

Nacht op de Djnepr (1880) door Archip Koeïndzji. Beeld Getty

Op Nacht op de Dnjepr (1880), Koeïndzji’s in Parijs getoonde werk, is de hemel bovendien bewolkt. Het is een heel apart schilderij. Een diep landschap, een lage horizon en een kronkelende rivier, dat is het. De maan staat er ook op. Haar schijnsel verandert het water van Dnjepr in vloeibaar zilver. De rest van het landschap beïnvloedt ze ook, dat krijgt een groenig, chemisch aangezicht. 

Dichters benadrukken graag de eenzaamheid van de maan. Daar kun je bij het zien van Koeïndzji’s schilderij wel inkomen. Ze vestigen ook graag de aandacht op de klim die de maan dagelijks maakt, elke avond opnieuw dat pokke end naar boven. Ook aan die beeldspraak herinnert de pingpongbal op Koeïndzji’s schilderij. De maan is niks in dit schilderij, en tegelijk alles. Knipte je haar uit als een nachtlampje, dan was er geen rivier en waren er geen mozzarellawolkjes, geen donker kleurende huizen en begroeiing op de rivieroever, dan was er domweg geen schilderij.

Het doek was al voor voltooiing een succes. Koeïndzji’s bewonderaars bezochten zijn atelier om de vorderingen te volgen. De beroemde kunstmecenas prins Konstantinovich kocht het lang voordat de verf gedroogd was. Na voltooiing werd het zo mogelijk nog populairder. Het werd opgehangen in een verdonkerde zaal, uitgelicht door een enkele spot. Vooral de manier waarop Koeïndzji de spiegeling van de maneschijn op het water weergaf, wekte ontzag. Kijkers probeerden achter het schilderij te kijken, omdat ze overtuigd waren dat daar een lamp hing.

De lagune gezien vnaaf het Sint Marcoplein door Eugenio Cecchini Prichard. Beeld Galleria d'Arte Moderna, Milano,Saporetti Immagini d'arte

Niet iedereen ging het schilderen van de maan zo goed af. In de handen van mindere schilders werd de combinatie maan en weerspiegeling algauw een stoplap. Curieus in Parijs is bijvoorbeeld Eugenio Prichards gezicht op het San Marco-plein in Venetië, een tafereel waarop de maan zo fel aan de hemel brandt, en zijn schittering dusdanig fel is, dat het lijkt alsof we kijken naar een zinderende zomermiddag op het beroemde piazza. Het doet denken aan een insta-post van iemand die net ‘t setje filters heeft ontdek. Dat is geen maannacht. Dat is een maankalf.

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden