Hoe de homo de serie veroverde

Van een amper te tellen percentage in de jaren tachtig hebben homo-personages een forse opmars gemaakt in tv-series. Maar komen zij er nu kwalitatief ook beter af?

De tv-serie Cucumber.

Midden jaren tachtig keek ik als puberend closet-homootje met mijn ouders naar een aflevering van Miami Vice. De plot draaide om een frisse jonge maffiazoon die in opstand kwam tegen zijn vader. Tijdens de apotheose - uiteraard in zo'n serietypisch stijlvol friswit grootgeld-nieuwezakelijkheidsinterieur met diepblauw invallende schemering en een zwembad met een palmboom op de achtergrond - bleek waarom: de zoon was homo, de vader vond dat maar niks. In een dramatische monoloog wierp de zoon de vader gespannen maar verstandig voor: 'You can't switch on or off your sexual preferences, dad.'

Wat een triomf vond ik dat. Miami Vice was cool en had tóch een gaypersonage bedacht. De gay in kwestie was zelfverzekerd, goodlooking, latino, niet verwijfd, zelfs een beetje macho, en zei heel rationele, verstandige dingen over zijn geaardheid. Ik zelf zou, uitstelgedrag, het moment dat ik het aan mijn ouders zou vertellen nog een paar jaar voor me uitschuiven, maar ik hoopte maar dat ze van deze Miami Vice-avond een mentale notitie hadden gemaakt, want yeehaa, wat werden hier in één klap veel stereotypen het raam uit gedonderd. En wat was het leuk dat er überhaupt een beetje een normale homo op televisie was, want die waren few and far between.

(3) Steven Carrington in de megasoap Dynasty (1981-1989). Beeld ABC Photo Archives / Getty Images

Het behoeft weinig betoog dat televisiefictie op zijn minst voor een fiks deel bepaalt hoe je naar de wereld kijkt, wat je goed vindt of moreel verwerpelijk, cool of uncool. In dat licht is het een rare ervaring als je je in fictie zo matig gerepresenteerd weet. Tot diep in de jaren tachtig kwam homoseksualiteit in het gedramatiseerde tv-universum nauwelijks voor, met andere woorden: wat je in het dagelijks leven normaal zou moeten vinden, werd in een belangrijk radertje van je morele kompas vrijwel geheel ontkend.

Dertig jaar later is daar inmiddels veel vooruitgang in geboekt: zo is in het laatst geturfde Amerikaanse tv-seizoen 3,9 procent van de personages een lhbt; lesbiënne, homo, biseksueel of transgender. Dat is tegenover een niet eens te meten percentage in de jaren tachtig aanzienlijk. Die vooruitgang gaat de laatste jaren met veel progressief gejubel gepaard, van Barack Obama die de homoseksuele thug Omar Little uit The Wire (2002-2008) tot zijn favoriete personage verklaart tot de transseksuele actrice Laverne Cox uit Orange Is the New Black (sinds 2013) op de cover van Time Magazine van 9 juni 2014, kop: 'The transgender tipping point - Amerika's nieuwe burgerrechtenfront.'

Maar komen de lhbt'ers er inmiddels behalve kwantitatief ook kwalitatief wat beter af in tv-fictie? Het is aardig om dat - ook met de Gay Pride op komst en de daaraan voorafgaande gayweek op NPO 3 - in vogelvlucht in historisch perspectief te zien. De geschiedenis van het homotelevisiepersonage, in drie emancipatiefases.

1) De sympathiejaren 1977-1997

Billy Crystal speelde als Jodie Dallas in de sitcom (1) Soap (1977-1981) niet de eerste televisiehomo, maar wel het eerste homopersonage dat tot de vaste cast van een mainstreamserie behoort. Soap was een parodie op de overgekookte plots van soapseries en in de eerste paar afleveringen diende Jodie vooral die functie: hij wilde een geslachtsverandering, paradeerde rond in jurken en zong uitzinnige musicalnummers, lekker raar. Maar al snel evolueerde hij tot een vriendelijk, redelijk, vlotgebekt en rustig personage waarvan de hilariteit vooral zat in de idiote vooroordelen die hij over zich heen kreeg. De homo die licht zuchtend, met gevoel voor ironie steeds maar weer moest uitleggen dat hij normaal was - dat zou, surfend op de golf van de grote homo-emancipatiebeweging van de late jaren zestig, vroege jaren zeventig, hét sjabloon worden voor de televisiehomo in de decennia daarna. Steven Carrington in de megasoap (3) Dynasty (1981-1989) bijvoorbeeld, van wie de gayness het centrale plotpunt was - hij kreeg het vanwege zijn voorkeuren aan de stok met zijn vader en deed een serie lang enorm ingewikkeld over zijn seksualiteit door maar niet te kunnen bepalen of hij met een man of een vrouw moest eindigen.

In Groot-Brittannië intussen werd op de BBC een homopersonage nog duidelijker emancipatoir ingezet: vanaf 1986 was in de veelbekeken soap (2) EastEnders de zachtaardige yup Colin Russell een soort wandelend pamflet tegen potenrammen, vooroordelen en rechtsongelijkheid.

(1) Billy Crystal speelde als Jodie Dallas in de sitcom Soap (1977-1981). Beeld ABC via Getty Images
(2) De zachtaardige yup Colin Russell (L) in de veelbekeken soap EastEnders (vanaf 1986). Beeld BBC

En in Nederland, met een traditie waarin tolerantie en een soort onverschilligheid vaak erg op elkaar lijken, werden tv-gays vooral als Heel Normaal gebracht. Hetty Heyting van 1984 tot 1987 als lesbische kinderarts in de blijmoedig politiek correcte comedy Zeg 'ns Aaa, Martijn Apituley als homoseksuele verpleger Guus in Medisch Centrum West (1988-1994) - eenmaal in de serie geschreven werd nadrukkelijk vermeden hun seksualiteit al te zeer te problematiseren. Juist om duidelijk uit te dragen dat homoseksualiteit dus Echt Geen Probleem Is.

En zo waren Amerikaanse, Britse en Nederlandse televisiehomo's in de jaren zeventig, tachtig en vroege jaren negentig varianten op hetzelfde sjabloon: de gays als licht beklagenswaardige onderdrukten die onze eeuwige sympathie en aanmoediging verdienen, al was het maar omdat ze, getuige talloze tv-films, ook nog een hele enge ziekte konden krijgen.

Een aardige overgangsfase: de comedy In de Vlaamsche Pot (1990-1994) rond een restaurantrunnend homostel gespeeld door Edwin de Vries en Serge-Henri Valcke. Vernieuwend genoeg werd hun gay-zijn zó extreem genegeerd dat het naderde tot Ernie en Bert, maar dan zonder de goeie grappen. Gayness als achteloos decorstuk.

Gayweek

Voorafgaand aan de Gay Pride in Amsterdam (31/7-2/8) zendt NPO3 een aantal gay-gerelateerde films en series uit. Herhalingen van Arie Boomsma's uitstekende Uit de kast, het lesbo-gezinsdrama The Kids Are Allright, het fraai realistische Britse romantische drama Weekend, wat Abba, wat Madonna, en de prima nieuwe serie Cucumber, van de schrijver van Queer as Folk - over wie vrijdag meer in V.

(4) Paul de Leeuw in de uitzinnig campy sitcom Seth & Fiona.

2) De accessoirejaren 1997-2002

De diepe aidsangst die de jaren tachtig doortrok, had een wat onverwacht emanicipatoir voordeel opgeleverd. Nadat aids aanvankelijk tot een soort nieuwe preutsheid had geleid binnen de homogemeenschap, werd al snel maatschappijbreed duidelijk dat voorlichting en openheid de beste bestrijdingsmiddelen waren. Je kon eind jaren tachtig, begin jaren negentig bijna van een nieuwe seksuele revolutie spreken: sinds de vroege jaren zeventig was er, van overheidscampagnes tot popcultuur, niet meer zo veel en vrolijk over seks gepraat. En al is het wat pervers om te constateren: aids voorzag het (cliché)beeld van de homo van een intense tragiek - de veelgeplaagde homo werd de tragische held van het aidstijdperk.

Homo-zijn kreeg mede daardoor in de jaren negentig weer iets hips, en van de grootsteeds-libertaire kringen druppelde dat de mainstream van New York en Hollywood binnen. Ook in tv-series - in L.A. Law zag de Amerikaanse tv in 1991 de eerste lesbische kus, in Friends in 1996 het eerste lesbische huwelijk, in een IKEA-reclame in 1994 het eerste Amerikaanse mannenstelletje dat meubels kocht. In Nederland intussen maakte Paul de Leeuw de uitzinnig campy sitcom (4) Seth & Fiona, over een hopeloos smachtende homo, zijn buurvrouw-zus en zijn Duitse leernichtvriend Freek.

Maar de echte omslag volgde op 30 april 1997, toen Ellen DeGeneres als Ellen in de sitcom (7) Ellen haar coming-out beleefde, nadat ze dat al eerder in het echt had besproken bij Oprah en in Time Magazine. De aflevering werd een daverend succes in waardering en kijkcijfers. Homoseksualiteit werd in tv-fictie definitief de flavour of the decade. Het jaar daarna begon (5) Will & Grace aan zijn Emmy-verslindende zegetocht, een comedy over een welgestelde jonge homo die samenwoont met zijn beste vriendin en bevriend is met een flamboyante relnicht, Jack. Een heel klassieke situatiekomedie, in de zin ook dat de homoseksualiteit meer de situatie is dan de drijvende kracht achter het drama. Wills gedoetjes met mannen onderscheidden zich nauwelijks van die van Grace, kregen bovendien veel minder aandacht, en schmiergay Jack was de homo-om-om-te-lachen, in wezen niet veel verschillend van Mr. Humphreys in de Britse billenknijpkomedie Are you Being Served? van twee decennia eerder. Uitzinnig gay-gedrag als comedy-element, met andere woorden: net als in de andere series van de jaren negentig diende de homo in een meer of minder prominente rol als leuk accessoire om je tv-serie een zekere verrassende bite te geven.

(5) De flamboyante relnicht Jack in de comedy Will & Grace (1998 tot 2006). Beeld NBC via Getty Images
(7) Ellen DeGeneres (M) als Ellen in de sitcom Ellen (1997). Beeld Getty Images

Mooie overgangsfase: de Britse serie (6) Queer as Folk (1999). Het opgewonden drama over een groep welgestelde late twintigers die voluit het homonachtleven van Manchester induiken, was net als andere jaren negentig-series beslist gericht op de nieuwsgierigheid en sensatiezucht van een breder mainstreampubliek (Seks! Drugs! Rare gewoonten!), maar bood tegelijk een betrekkelijk volwassen belangstelling voor de emotionele en maatschappelijke implicaties van het homoleven - de vrije georganiseerde seks, de vroege midlifecrises die daarmee gepaard kunnen gaan, de weigering volwassen te worden.

(6) De Britse serie Queer as Folk (1999) over late twintigers die voluit het homonachtleven van Manchester induiken.

3) De postpuberteit 2002-?

Intussen braken de gouden jaren van het televisiedrama aan. Zoals bekend hadden kabelzenders, HBO voorop, ontdekt dat ze kijkers konden trekken met gewaagd en kwalitatief hoogstaand drama, omdat ze anders dan de netwerken nu eenmaal geen last hadden van bemoeizuchtige en conservatieve adverteerders. Gewaagdheid werd een sellingpoint - en homoseksualiteit werd als ingrediënt niet overgeslagen. HBO's gevangenisserie Oz baarde opzien door haast pornografisch de homoseksuele machtsspelletjes van het gevangenisleven in beeld te brengen. En in het bejubelde Six Feet Under (2001), ook van HBO, (10) schreef Alan Ball een prachtig genuanceerde homolijn: een van beide broers die de begrafenisonderneming runnen, wordt gevolgd in zijn schipperende, ruzieachtige relatie met zijn donkere vriend. Misschien wat ouderwets in de zelfhaat en het verborgene van het homopersonage, maar modern in de volwassen toon waarop die wordt behandeld.

(10) Scène uit het bejubelde Six Feet Under (2001, HBO). Beeld HBO
(8) Het personage Omar Little uit The Wire (2002, HBO) is een angstaanjagende crimineel met hoge morele principes én is homo. Beeld Ronald Grant Archive / Mary Evan

(8) The Wire (2002, HBO), misschien wel de beste televisieserie ooit, bracht de homo vervolgens wéér een stap verder - het personage Omar Little is een angstaanjagende crimineel met hoge morele principes én is homo. Journalist/schrijver George Simon, die met The Wire een schitterend fijnmazig en realistisch portret schreef van de hopeloze onderwereld van Baltimore, baseerde Omar op verschillende echt bestaande criminelen - en het mooie was dat de critici van hun stoel vielen van deze onverwachte combinatie van eigenschappen. Zwart, crimineel, gevaarlijk én homo! Het lauweren was niet van de lucht, en de weg was vrij voor homoseksualiteit als Verdomd Interessant Element.

(9) The L Word (2004, kabelaar Showtime) ging met leuke volwassen lesbiënnes aan de haal.

(9) The L Word (2004, kabelaar Showtime) ging met leuke volwassen lesbiënnes aan de haal, ABC's Modern Family (2009) volgende een in hilarische modernismen kibbelend homostelletje als twee van de belangrijkste personages. Tv-schrijver Ryan Murphy slaagde er vervolgens met (11) Glee in om succesvol iets van een gay sensibility op een mainstreampubliek over te brengen: de liefdevol campy behandeling van zoetsappige popklassiekers, zoals de middelbare scholieren die in de serie uitvoeren, werd ongekend populair. Naast uiteraard de meerdere aandoenlijke homopersonages in de reeks.

(11) Scène uit de serie Glee.

Intussen lijkt, van Doctor Who tot Orange Is the New Black, van True Blood tot GTST tot The Vampire Diaries, elke serie zijn verplichte gay character te hebben. In alle gevarieerdheid, van worstelende transen tot sexy vampiers. Het homopersonage lijkt zo bijna volwassen - bíjna. Want de 3,9 procent die in Amerikaanse series werd geturfd, is alsnog minder dan de minstens 5 procent die de grove schatting vormt van het aantal lhbt's in het echte leven. En wat meer is: anders dan heteropersonages hebben televisiemakers met hun homopersonages nog altijd een bedoeling. Dramatisch, doelgroeptechnisch, of anderszins. Volgende fase: de volstrekt willekeurige homo, omdat die kan, maar niet hoeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden