Hoe de fotografie eind 19de eeuw populair werd

Conservator Mattie Boom promoveert op de opkomst van amateurfotografie

Jonge mannen en jonge vrouwen met geld, dát waren de mensen die fotografie populair maakten. Mattie Boom, conservator in het Rijks, promoveert op de opkomst van amateurfotografie.

Johann Georg Caspel: Affiche 'Iedereen fotografeert' van de firma Guy de Coral & Co, 1901. Beeld Foto: Rijksmuseum

Dit was het begin: een fotoalbum uit 1889. Op het linnen omslag stond 'Scraps', binnenin zaten daglichtgelatinezilverdrukken geplakt, foto's van het alledaagse leven van een gegoede Amsterdamse familie. Het anonieme fotoboek bevond zich al jaren in de collectie van het Amsterdamse Rijksmuseum, waar Mattie Boom ook al jaren werkzaam was. Toch had de conservator fotografie het album nooit goed bekeken. Waarom eigenlijk niet?

Waarom wist ze zo weinig van de amateurfotografie uit die periode? En waarom was er überhaupt zo karig onderzoek gedaan naar de dikwijls onbekende makers van die familiealbums? Boom dook erin en ontdekte, onder meer, mooie parallellen met het heden.

Vandaag promoveert ze aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op de opkomst van de amateurfotografie in Nederland tussen 1880 en 1910. De 'missing link' noemt ze die periode. Immers, de spannende eerste vijftig jaar van de fotografie, uitgevonden in 1839, waren voorbij. Tegelijkertijd was het modernisme nog niet begonnen.

Dit was de tijdsspanne waarin de fotografie uitgroeide tot een 'grootindustrie', waarin George Eastman, grondlegger van Kodak, op zoek ging naar nieuwe afzetmarkten en waarin de basis werd gelegd voor de wereldwijde verspreiding van fotografie zoals we die vandaag kennen. 'Een soort Risk, maar dan met camera's', zegt Boom.

Fototoestellen werden kleiner en handzamer, innovaties volgden elkaar razendsnel op. Door de ontwikkeling van droge platen, die in cassettes werden bewaard, konden mensen de paden op en de lanen in. Er ontstond een grote groep amateurfotografen die de industrie gaande hield, bijvoorbeeld door winkels te openen met fotografiebenodigdheden. Die groep stond ook garant voor nieuwe esthetische ontwikkelingen. De selfie? Is aan het eind van de 19de eeuw ontstaan. De fotografie raakte ingeburgerd en de fotograaf zelf werd steeds vaker het centrum van de wereld.

Henry Pauw van Wieldrecht. Opname van Henry met zijn broer, schoonzus en zus met de zelfontspanner, 1888. Beeld Foto: Rijksmuseum

Die nieuwe groep amateurs of 'doe-het-zelvers', ontdekte Boom, was jonger en dynamischer dan toe nu toe werd aangenomen. 'Het waren geen oude en suffe mannen met bolhoeden en sigaren, zoals het cliché wil. Het waren juist jonge mannen en ook vrouwen van goede komaf, vriendengroepen die veel reisden en dan fototoestellen meenamen. Ze fietsten door heel Nederland, waren lid van de ANWB én van diverse fotografieverenigingen.'

Boom kwam hen op het spoor door leerlingenlijsten van openbare handelsscholen door te spitten. 'Het onderwijs van toen bood allerlei mogelijkheden voor jongens die openstonden voor gadgets en technieken, zoals jongeren van nu geïnteresseerd zijn in de nieuwste telefoons en tablets.'

Het Amsterdamse fotoalbum uit 1889, ooit gevonden op een rommelmarkt, bleek van de familie Piek te zijn geweest. Het is een persoonlijk beeldverslag, 'de bevestiging van het familieleven', zoals Boom schrijft. Het bevat veel groepsfoto's, ongedwongen snapshots en mislukte kiekjes. Het zijn de vroegste Nederlandse Kodak-foto's. Aan de hand van het Piek-album probeerde Boom te reconstrueren bij welke gelegenheden men de camera tevoorschijn haalde en hoe Kodak zijn klanten beïnvloedde. Stukje bij beetje kreeg de Nederlandse amateurfotograaf van rond 1900 een gezicht.

Willem Frederik Piek Jr., circa 1892. Beeld Foto: Rijksmuseum

Dat diepgravend onderzoek naar die periode tot nu toe is uitgebleven, kan Boom wel verklaren. 'Amateurkiekjes zijn al een tijdlang populair. Ze worden gebruikt door hedendaagse fotografen en verzamelaars. Een deel van hun fascinatie komt voort uit het feit dat de foto's anoniem zijn. Dat ontslaat mensen van de plicht om er onderzoek naar te doen. Maar dat moet je nu juist wel doen.'

Veel beroemde 20ste-eeuwse foto's hebben volgens Boom hun wortels in die oude huis-tuin-en-keukenbeelden. Ze noemt Bill Brandt (1904-1983), de Britse fotograaf die in de jaren dertig de Britse chic vastlegde. Die wereldberoemde foto's bevonden zich gewoon in Brandts privé-album, opgeplakt tussen de rest. Daarom is onderzoek nodig: je zou als conservator zomaar het moment kunnen missen dat een kiekje overgaat in een kunstwerk.

Mattie Boom: Kodak in Amsterdam. De opkomst van de amateurfotografie in Nederland 1880-1910 wordt volgend jaar rijk geïllustreerd gepubliceerd door het Rijksmuseum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.