de week in boeken T.S. Elliot

Hoe de dichter T.S. Eliot volkomen gelukkig werd (maar ontkende verliefd te zijn)

De liefdesbrieven van T.S. Eliot aan zijn muze Emily Hale zijn gepubliceerd. Ze maakte hem volkomen gelukkig. Maar hij was NIET VERLIEFD!

TS Eliot (1888-1965) aan zijn bureau, in 1944. Beeld The LIFE Picture Collection via Getty

Kunstenaars zijn misschien in staat de liefde in de meest verleidelijke kleuren, betoverende bewoordingen of ontroerende toonaarden te bezingen, dat wil helaas nog niet zeggen dat het zelf goede geliefden zijn. Het is een wijsheid waarmee moeders hun dochters waarschuwen, en T.S. Eliot gaf daar afgelopen week weer eens voeding aan.

De Amerikaans-Britse dichter en toneelschrijver Thomas Stearns Eliot (1888-1965), een van de grootste vernieuwers van de poëzie (zij het niet bepaald van de meest romantische soort), beroemd van gedichten als The Waste Land (1922) en ontvanger van de Nobelprijs voor Literatuur, was in de eerste helft van de vorige eeuw tot over zijn oren op Emily Hale – een talentvolle dramadocent.

Eliot schreef zijn muze van 1930 tot 1957 dikke liefdesbrieven, die zij (tot zijn misnoegen) kort erop aan de Firestone bibliotheek van de prestigieuze Princeton University schonk. De brieven, verordonneerde Hale, mochten pas vijftig jaar na hun beider dood worden ingezien. Vorige week donderdag was het zo ver. Toen kwam ook een verklaring van Eliot vrij, die gelijk met de brieven openbaar gemaakt moest worden. De portee: Zo leuk vond ik Emily nu ook weer niet. ‘Ik was niet verliefd op Emily Hale’, beweert Eliot. ‘Het was me al opgevallen dat ze geen liefhebber van poëzie was, in elk geval niet van de mijne.’ En: ‘Ik had me al zorgen gemaakt over wat voor mij het bewijs leek van ongevoeligheid en slechte smaak’, zo geeft hij haar postuum nog een trap na.

Eliot-exegeten hadden zich vooraf niet veel voorgesteld van de brieven. Eliot was een gereserveerd type, niemand verwachtte dat hij zijn ziel zou blootleggen in een liefdesbrief, zei Eliot-kenner Anthony Cuda in The New York Times. Niets bleek minder waar. ‘Je hebt me volkomen gelukkig gemaakt: dat wil zeggen, gelukkiger dan ooit in mijn leven’, vertrouwde Eliot Hale toe, terwijl hij schrijft over ‘een bovennatuurlijke extase’ en ‘mijn liefde zo puur… als liefde maar kan zijn.’ Je gunt elke vrouw op aarde één zo’n brief. Emily kreeg er van Eliot elfhonderd. Toch was hij NIET VERLIEFD!

Waarom probeerde Eliot te ontkennen wat niet te ontkennen valt? Wat zwart op wit staat, in zijn eigen handschrift, of getypt op zijn eigen schrijfmachine? Daarover buigen zich nu allerhande literatoren. Beschouwde hij zijn verliefdheid als een waan? Voelde hij zich schuldig ten opzichte van zijn eerste vrouw (met wie hij overhaast trouwde toen Hale zijn liefde aanvankelijk niet beantwoordde)? Was hij bang voor zijn tweede echtgenote (met wie Eliot na de dood van zijn eerste vrouw tot Hales grote verbazing in 1957 plots huwde)? Of is het antwoord te vinden in de manier waarop Hale tegen Eliot aankeek? We zullen het niet weten: Eliot vernietigde alle brieven van haar aan hem.

Haar moeder had haar vast nog zó gewaarschuwd: Kind, begin nooit iets met een kunstenaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden