recensie de coders

Hoe de computer een jongensding werd ★★★★☆

Programmeurs, hackers, coders: dat zijn mensen die tegenwoordig de macht hebben. Zij zijn het immers die de wereld vormgeven via de door hen ontworpen software. Dat het een nogal eenzijdig samengestelde groep mensen is, heeft gevolgen, betoogt Clive Thompson in zijn boek De coders.

‘Maak alsjeblieft meteen een einde aan je leven. Daar kan de wereld alleen maar beter van worden.’ Aldus de emotioneel gemankeerde übernerd Linus Torvalds, de grondlegger van het besturingssysteem Linux, tegen een andere programmeur.

Absurd gedrag van een zonderling? Niet echt. Clive Thompson, techschrijver bij onder meer The New York Times,  toont overtuigend aan dat dit soort gedrag vaak voorkomt onder coders. Het zit ingebakken in de hackerscultuur waarin het excentrieke genie wordt omarmd. Onschuldig is het allemaal niet. Een groot deel van zijn uiterst leesbare boek gaat over de door witte mannen gedomineerde wereld van programmeurs in Silicon Valley waar pesterijen, intimidatie en seksisme jarenlang ongehinderd hun gang konden gaan omdat de mythe van de briljante hufter nu eenmaal te sterk was.

Het door populaire cultuur gevoede clichébeeld van de wereldvreemde nerd duikt ook in Thompsons boek regelmatig op. Ze bestaan echt, die in vale shirts gestoken, ongewassen coders die in hun eentje iets briljants bij elkaar programmeren, vele uren onafgebroken in opperste concentratie werkend. Het is een aantrekkelijk beeld, laat Thompson zien, omdat iedereen het snapt. Het sterke van Thompson is dat hij nergens aarzelt om diezelfde clichés onderuit te halen.

De schrijver gaat terug tot de jaren vijftig in de Verenigde Staten toen het volstrekt vanzelfsprekend was dat een programmeur vrouw was. ‘Computermeisjes’ werden ze genoemd. Vanaf eind jaren zeventig begint het stereotiepe beeld van de programmeur steeds mannelijker te worden en vanaf 1984 gaat het echt hard. Dat komt door de komst van betaalbare computers als de Commodore 64 in huishoudens. Voor het eerst kunnen tieners thuis met computers experimenteren. En ja, dat zijn jongens. Meisjes krijgen de boodschap dat computers jongensdingen zijn, waardoor mannen een voorsprong hebben als ze met een informatica-opleiding beginnen. Veel van de overgebleven vrouwen verlaten bovendien het vak, ziek van jarenlang seksisme en pesterijen. Dat een vrouwelijke programmeur door haar mannelijke collega’s stelselmatig wordt aangeduid als ‘die kut’ wordt normaal gevonden. Hetzelfde geldt voor de opvatting dat vrouwen geen talent hebben voor programmeren. Kwestie van genetische aanleg. Thompson maakt korte metten met dit soort vooroordelen.

De vervolgvraag die hij stelt, is relevant: is het erg? Ja, allereerst voor de vrouwen zelf. Het effect is echter breder. Wij wonen in een wereld waarvan programmeurs steeds vaker de architect zijn. De beslissingen die zij nemen, sturen ons gedrag. De voorbeelden komen vaker voorbij: de macht van de grote techbedrijven die maar in één ding geïnteresseerd zijn – hun gebruikers zo veel mogelijk tijd op hun platformen te laten doorbrengen. De maatschappelijke effecten daarvan (verslaving bijvoorbeeld) kunnen ontwrichtend zijn. Dat is nog niet alles. Het feit dat de gemiddelde coder een man is, heeft zijn weerslag. Thompson noemt Twitter als voorbeeld. Als daar meer vrouwen hadden gewerkt, was het jarenlang voortwoekerende probleem van scheldpartijen en haat veel eerder erkend. ‘Waarschijnlijk zagen ze het niet eens’, schrijft Thompson, ‘mannen worden veel minder vaak beledigd, gepest of bedreigd op sociale media.’

Uiteindelijk spreekt uit het hele boek vooral een liefde voor het programmeren. De trance-achtige flow waarin je als coder terecht kan komen geeft ook Thompson meer voldoening dan het schrijven van een artikel. En code is esthetisch en doet zelfs aan poëzie denken: ‘In een goed geschreven gedicht heeft elk woord betekenis en een doel. Zo ook met code.’

Clive Thompson: De coders

Uit het Engels vertaald door Piet Dal, Nannie de Nijs Bik-Plasman, Marianne Palm. Maven; 400 pagina’s; € 21,50. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden