Hoe de bejaarde Wolkers de Boekenweek-campagne overleefde

Het Boekenweekweekgeschenk schrijven is één ding. Maar dan komt de campagne. Hoe moest Wolkers, al 80, die overleven?

Straatnamenbord voor het Spui in Amsterdam tijdens de Boekenweek 2005. Beeld Annabel Miedema
Straatnamenbord voor het Spui in Amsterdam tijdens de Boekenweek 2005.Beeld Annabel Miedema

De schrijver van het Boekenweekgeschenk moet over gezonde doodsverachting beschikken. Toch zegde Wolkers toe, toen hij door Henk Kraima, de directeur van het CPNB, werd gevraagd het Boekenweekgeschenk voor 2005 schrijven. Wolkers werd dat jaar 80. 'Als ik dit maar overleef, Henk.'

In de zomer van 2004 schreef Wolkers Zomerhitte. Het was zijn eerste roman sinds twintig jaar - zij het een kleine roman. Een gruwelsprookje 'vol liefde en dood, kunst en religie, natuur, noodlot en geweld'. Aldus de flaptekst.

Het gevaar voor de Boekenweekauteur schuilt niet in het schrijven, niet in de traditioneel lauwe kritieken, en ook niet in de rituele woede van de christelijke boekhandelaren. Die waren boos over het omslag van Zomerhitte, waarop Karina poedelnaakt poseert met triomfantelijk geheven armen en roomblanke billen. 'Niet op mijn kalfslapjes slaan, Jan!'

Nee, het gevaar zit 'm in de moordende campagne van de Propagandisten van het Nederlandse Boek. Scheepsladingen interviewers werden op de boot naar Texel gezet. Dat liep nog goed af. Wolkers vulde hun oren met poetskatoen. Maar de optredens op de wal baarden mij, als toenmalige uitgever van Wolkers, zorgen. Hij kon door wondroos aan zijn voeten de trap van De Bezige Bij niet goed meer op. Zelfs de paar treden naar de voordeur waren lastig. Hij maakte daarvan briljant gebruik door, toen hij de langbenige schrijfster Anna Woltz zag naderen, te doen alsof hij struikelde en pardoes in haar armen te vallen. 'Dat is nog eens een zachte landing.'

Hoe moest dat op het Boekenbal? Wolkers zou de trappen van de Schouwburg niet op en af kunnen. Hij kreeg een tafel midden in de zaal, zodat hij alles kon overzien. Toen ik om twaalf uur even kwam kijken of het nog wel ging, zwierde hij met de vrouw van Henk over de dansvloer.

Tijdens de Boekenweek maakte het interview van Paul Witteman in een afgeladen Carré alle andere interviews overbodig. Omdat Wolkers' reumatische handen signeren niet meer toelieten, werd er een stempel gemaakt van zijn tekening van een haan. Die zette hij in bloedrode inkt op elke titelpagina.

Onno Blom werkt aan de biografie over Jan Wolkers. Voor V hield hij daarover een dagboek bij - waarvan we in zoveel delen de notities presenteren.

De rijen waren huiveringwekkend. Het Spui in Amsterdam voor Athenaeum Boekhandel, werd omgetoverd tot Jan Wolkersplein. Sinds de happenings bij het Lieverdje was het niet meer zo druk geweest. En bij Kooyker, in Leiden, slingerde de rij zich de voordeur uit, tientallen meters de Breestraat in. Jan en Karina hadden me gevraagd naast ze te komen zitten. Ik had mijn 6-jarige dochtertje Donna meegenomen. Die viel na een paar uur in slaap, haar hoofd op de schoot van Jan. Hij aaide af en toe door haar blonde haar en stempelde rustig verder, onderwijl stroopwafels uitdelend als troost voor het wachten.

Een ruïne van een vrouw vroeg of ze met hem op de foto mocht. Dat mocht. 'Maar niet', zei Wolkers, terwijl hij wees naar de billen van Karina op het Boekenweekgeschenk, 'zoals zij.' De duisternis was gevallen toen de laatste klant de boekhandel verliet. Wolkers had het overleefd. Hij citeerde de slotzin van Zomerhitte: 'Eén dode is voorlopig genoeg.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden