Hoe China in de 17de eeuw Nederland beïnvloedde

Chinezen rijden in zeilkarren. Allemaal. Klopt niks van, deze eerste indruk uit de 16de eeuw, maar het tekent de hoge dunk die Nederland altijd van China heeft gehad.

Kaart van China met "zeilwagens" erop. Abraham Ortelius, 1584. Maritiem Museum Rotterdam.

In het Frans Hals Museum staat een zeilkar. Zo'n ding waarmee jongens van een jaar of 10, 12 nu dolgraag hun verjaarspartijtje vieren; lekker hard scheuren over land met de wind in de zeilen. Maar dit is een serieus ontwerp, naar een model van de 16de-eeuwse uitvinder Simon Stevin en gemaakt voor prins Maurits van Oranje. In 1606 scheurden prins Maurits en Hugo de Groot in het ding over het Scheveningse strand naar Petten, met zo'n 50 kilometer per uur. Wat een uitvinding!

De zeilwagen was typisch Chinees en hier nagemaakt uit bewondering voor die oude beschaving. Want in China, zo wisten ze in Nederland zeker, reed iedereen op zo'n zeilkar rond. Zó zeker wisten de Hollanders dat, dat op een plattegrond van China kleine Chineesjes in zeilkarretjes werden getekend. China was het land van de zeilkarren.

Stereotypen

Dat klopte net zomin als de in China bestaande veronderstelling dat alle Hollanders rood haar hadden. Er wáren wel karretjes met een zeil; kijk maar in het Rijksmuseum op een Chinese vaas uit begin 17de eeuw. Maar die waren waarschijnlijk voor goederen.

Stereotypen zijn gauw in steen gebeiteld als ze gaan over mensen van het andere halfrond. De indrukken die men van elkaar krijgt zijn kort en niet altijd representatief - Chinezen waren lange tijd slechts door enkele zeevaarders gezien. De beeldvorming in de Gouden Eeuw over en weer tussen Nederland en China had behoorlijk te lijden van die stereotypen. Maar oprecht gefascineerd door elkaar waren ze wel.

Model van een zeilwagen "naar Chinees voorbeeld" door Simon Stevin, gemaakt 18de eeuw, Maritiem Museum Rotterdam.

In Nederland ging die fascinatie behoorlijk ver; zó ver dat er al in 1659 werd geschreven dat niet de Bijbelse, maar de Chinese cultuur de oudste beschaving is. Dat was een kentering in het denken, want het betekende dat de Bijbel niet meer letterlijk genomen moest worden. Isaac Vossius schreef dit in zijn boek De echte ouderdom van de wereld. Confucius' Gesprekken werden in 1675 vertaald in het Nederlands, de eerste vertaling van een geschrift van de Chinese wijsgeer in Europa.

Over de invloed van China in Nederland gaan nu ineens zes tentoonstellingen kort na elkaar open en in Leiden is er een heus Aziëjaar. Opmerkelijk is dat er geen directe aanleiding is. Het is bijvoorbeeld geen jubileumjaar van betrekkingen; China ging in 1623 direct handelen met de Nederlanders via Formosa, het huidige Taiwan, nadat Nederland een paar mislukte pogingen tot gewelddadige invallen had gedaan onder leiding van de beruchte Jan Pieterszoon Coen. 'Ik kan het mis hebben', schreef een van de zeelieden in 1623 naar huis, 'maar naar mijn oordeel zal het ons zeer zwaar vallen de Chinezen met oorlog onze wil op te leggen.' Die inschatting bleek realistischer.

Vorige week opende de tentoonstelling Barbaren en Wijsgeren; het beeld van China in de Gouden Eeuw in het Frans Hals Museum en Porselein met karakter: geheimen op Chinees porselein ontrafeld in het Gemeentemuseum Den Haag en volgende week in het Prinsenhof in Delft Verboden porselein. Al geopend was de tentoonstelling De wereld van de VOC met de discutabele ondertitel No business without battle/ No Delft without China. Het Groninger Museum opent in juni De wereld in huis, over Aziatische keramiek, en dan is er vanaf 23 april in het Drents Museum nog de tentoonstelling The Great Liao over een nomadendynastie in Binnen-Mongolië. Wat hangt er in de lucht?

Tentoonstellingen over Azië
Barbaren en wijsgeren, Frans Hals Museum, Haarlem t/m 20/8.
Porselein met karakter, Gemeentemuseum Den Haag, t/m 22 /10.
De wereld van de VOC, Nationaal Archief Den Haag t/m 7/1/18.
Verboden Porselein, Museum Prinsenhof, Delft, 8/4 t/m 7/7.
The Great Liao, Drents Museum, Assen, 23/4 t/m 29/10.
De wereld in huis, Groninger Museum, 10/6 t/m 28/1/18.

Publicatie: Zijden Draad, China en Nederland sinds 1600, Rijksmuseum, 2015.
Zie ook leidenasiayear.nl voor symposia en tentoonstellingen over Azië in Leiden.

Vertraagde reactie op de actualiteit

Thijs Weststeijn, hoogleraar kunstgeschiedenis, maakte met Menno Jonker de tentoonstelling Wijsgeren en barbaren in Haarlem en is leider van het onderzoeksproject The Chinese Impact, over de wederzijdse invloed van Nederland en China. Volgens hem kunnen de exposities een 'vertraagde reactie op de actualiteit' zijn: 'Wetenschappers reageren op de crisis die in 2008 in het Westen ontstond. Toen werd alom gezegd dat China een groeiende rol zou gaan spelen op het wereldtoneel. Ook werd ervan uitgegaan dat de vrijheid in China - bijvoorbeeld internettoegang - zou toenemen. Dat is niet helemaal waar gebleken, maar het kan de interesse van wetenschappers voor China wel hebben aangejaagd.' Dit zijn de eerste resultaten.

Nederland observeerde China en dat had invloed op het Nederlandse en zelfs het Europese leven. Door de handel in porselein stond er in elk bemiddeld huishouden wel een bord of vaas uit China. De aardewerkfabrieken in Delft en Friesland kopieerden de Chinese blauwwitstijl op hun eigen aardewerk, zonder dat ze het 'geheim' van het bijna doorzichtige porselein kenden. Soms zette men er Chinese figuurtjes op om het aardewerk Oosters te laten lijken. De Chinezen op hun beurt kwamen tegemoet aan de buitenlandse vraag door voorwerpen te maken die ze zelf nooit hadden gebruikt: wandtegeltjes, bierpullen, kruiken en ander typisch Europees spul.

In het Frans Hals Museum, zo ontdekte Willemijn van Noord van het onderzoeksproject, zijn er tussen de Hollandse tinglazuurtegeltjes die de plinten en wanden bedekken een heel aantal te vinden met 'Chinese' afbeeldingen: een Chinese vaandeldrager met driehoekige hoed en een zwaard in zijn riem, een arme Chinees met zijn hoofd in een schandblok (zijn vlechtje bungelt op de grond), een Chinese man of vrouw in lange mantel, lezende figuren en de beroemde pagode van Nanking (de voormalige tempel die eruitzag als een 'gestapelde' toren). Die Hollandse tegels zijn waarschijnlijk in 1913 bij een verbouwing overgebracht uit 17de-eeuwse Haarlemse huizen naar het museum.

De Drie Koninkrijken
Mogelijk het beroemdste verhaal van China is gebaseerd op de geschiedenis van drie keizers - geen koningen, maar het verhaal is toch zo gaan heten. In de 3de eeuw na Christus maakten de krijgsheren van de staten Wei, Shu en Wu aanspraak op troonsopvolging van de Han Dynastie. Wie de strijd won, kreeg de troon. De gebeurtenis staat bekend als een van de bloedigste perioden in de geschiedenis van China en werd de inspiratie voor de 14de-eeuwse Roman van de Drie Koninkrijken van Luo Guanzhong. Dat epische gedicht is nog steeds de beroemdste literaire vertelling in China; het is talloze keren uitgebeeld op porselein, meestal met de eerste strofe in karakters erbij, en er worden nog steeds blockbusterfilms, televisieseries, manga en videospellen over gemaakt.

Beeldvorming

De afbeeldingen laten zien hoe de beeldvorming van China zich verspreidde; ze zijn allemaal gebaseerd op één boek van een ooggetuige in China, Johan Nieuhof, die 150 tekeningen maakte toen hij als kunstenaar in 1655 meeging op een VOC-reis naar Peking. Daarvan zijn prenten wijdverspreid. Maar de prentenmakers vonden dat het nog wel wat exotischer mocht en voegden vrijelijk etages toe aan de pagode of combineerden Chinese elementen uit de ene tekening met die in de andere.

Die uitgaven zijn als modieuze boeken die een beeld scheppen naar de wensen van de Europese kijker. Vergelijk het met de mode van 'chinoiserie' die een eeuw later in Europa zou opkomen en waarin Oosterse elementen werden gebruikt zonder dat het van enig belang was of dat klopten of leken op eigenlijke Chinese voorstellingen.

De gegraveerde titelpagina in Johan Nieuhof, Het gezandtschap der Neerlantsche Oost-Indische Compagnie, Amsterdam 1665.

Andersom werden de Hollanders weliswaar beschouwd als roodharige barbaren, maar met de eerste contacten aan het hof groeide de interesse voor de westerse wetenschap. Tot die tijd had China geen enkele reden op ontdekkingsreis te gaan; alles wat nodig was, was in het enorme rijk voorhanden. Maar de belangstelling voor sterren was groot, en toen de keizer erachter kwam hoe ver de Europese geleerden waren op het gebied van sterren-, wis- en natuurkunde, namen de contacten toe.

Dat ging vooral via de Vlaamse Jezuïet Ferdinand Biest (1623-1688), die het dichtst bij de keizer kwam. Hij was humanistisch en klassiek opgeleid, geleerd in de natuurwetenschappen en wiskunde en hij sprak Mandarijn. Hij ontwierp in Peking een astronomisch observatorium en hij maakte voor de keizer de Chinese kalender met de berekeningen voor periodieke zons- en maansverduisteringen. Die kalender was voor de Chinezen van groot belang omdat er, anders dan in het westen, circulair werd gedacht over geschiedenis: kort gezegd is alles uit het verleden verbonden met heden en toekomst. Ondanks christenvervolgingen in China hield Verbiest zijn positie aan het hof en kreeg hij steeds meer ereambten.

Zhang Rullin, Drie Nederlanders met rood haar, 1738, inkt en verf op zijde, Rijksmuseum.

Taalbarrière

Een van de dingen die minder goed doordrongen tot de Hollandse markt was de taal. China kende weliswaar vele stammen en talen, maar ook een algemene taal van karakters - het werd de Lingua Franca voor een divers volk. De tekens werden geleerd aan iedereen en via de taal kon men sociaal opklimmen; als je geletterd was en je examens haalde, kon je een maatschappelijke rol van betekenis krijgen.

Maar de tekens hadden een heel andere rol in de kunst, laat de tentoonstelling in het Gemeentemuseum, gemaakt door conservator Suzanne Lambooy en sinoloog Diederick van der Lee, zien. Europeanen beeldden bijbelse, mythogische of literaire verhalen uit zonder tekst. Maar Chinese literaire afbeeldingen werden meestal ondersteund door fragmenten uit die teksten, geïntegreerd in de voorstelling. Soms vormt zich uit een bloeiende bamboeboom een karakter, op een vaas. Maar dat konden de Hollanders niet lezen.

Op de expositie in Den Haag ligt het accent (voor zover bekend internationaal voor het eerst) op de karakters op Chinees porselein; op het schrift, de literaire verhalen en de verspreiding daarvan. Je ziet ook hoe in de 17de eeuw de economie groeide en daarmee de toegang van het volk tot het schrift en tot porseleinen objecten waarop verhalen staan uitgebeeld.

Naast de legenden verschenen ook romantische literaire gedichten op schalen en potten. Bijvoorbeeld die over de veertig ongeëvenaarde helden, een verhaal waaruit Disneys film Mulan is voortgekomen, over de 5de-eeuwse, vrouwelijke Chinese krijger en heldin Hua Mulan. Of bijvoorbeeld de legende van de Drie Koninkrijken, die al eeuwen wordt verbeeld en nu nog in China blockbusterfilms voortbrengt (zie kader boven aan pagina V11).

Penseelpot, voor- en achterkant, met gedicht en afbeelding van Kuel Xing, de god van de examens en literatuur, China, begin 18de eeuw, porselein, collectie Gemeentemuseum Den Haag.

In een klein 17de-eeuws kommetje is ingenieus een hele decoratie gesneden, inclusief de karakters die de ontvanger geluk en voorspoed toewensen. Thee valt er niet uit te drinken, het is een zeef geworden met die geperforeerde decoratie, maar mooi is-ie wel. Het is een van de vele wensobjecten, geschenken, die je geeft om geluk, succes of lang leven te wensen.

In een taoïstische waterpot uit de 18de eeuw kun je een perzik herkennen, de vrucht van het lange leven. Alles is symbolisch. Er staat een verhaal op van een klein jongetje dat zijn meester zoekt en hoort dat die in de bergen kruiden verzamelt. Voor Chinezen was dit meteen herkenbaar: de geleerden trokken zich terug in de bergen om na het nuttige en harde werken ontspanning te vinden. Enerzijds was er de natuur en ontspanning in het taoïsme, anderzijds de discipline en inspanning van het confucianisme.

Door de toevoeging van de gedichten en verhalen bij de voorstellingen krijgen de objecten de diepte en context die Europeanen lang misten; eigenlijk is het wonderlijk dat deze tentoonstelling nu pas gemaakt wordt. Zo is deze tentoonstelling ook uit te leggen als een hernieuwde en verdiepte interesse in de Chinese geschiedenis en cultuur.

Bij beeldvorming ligt altijd stereotypering op de loer en men zal altijd vanuit het eigen perspectief kijken. Maar zodra er fundamentele veranderingen in de eigen cultuur optreden, zoals bij ons de crisis van 2008, komt identiteit opnieuw ter sprake. Dat dat ook een nieuwe belangstelling in andere grote culturen met zich meebrengt, is geen verlies.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden