Hoe Bill Murray ineens cult werd

Niet voor niets zet Netflix hem in de etalage als opwarmer voor het kerstseizoen: Bill Murray. Hoe groeide deze toch tamelijk doorsnee-acteur uit tot een cultfiguur?

Bill MurrayBeeld getty

Bill Murray staat voor een hotelkamerraam en kijkt uit over New York. Buiten sneeuwt het hard. De acteur draagt bretels, zijn strikje hangt los om zijn nek. Een rendiergewei zit om zijn hoofd geklemd. Hij draait een kwartslag en kijkt vlak langs de camera, naar de pianist.

Het is een blik van zelfmedelijden en melancholie. In die hangende ogen schuilt het besef dat het leven een lijdensweg is, maar ook een feestje, als er maar genoeg drank in huis is.

En dan begint Bill Murray een liedje te zingen. Het is Christmas Blues en hij zingt het met raspende stem. De diepe groeven in zijn gezicht benadrukken dat hij weet waarover hij zingt. Het is niet echt goed en ook niet erg grappig, maar toch zullen miljoenen mensen genieten van Bill Murray die een liedje zingt, simpelweg omdat het, nou ja, Bill Murray is die een liedje zingt. Met een rendiergewei op.

De optelsom is simpel: Bill Murray + Kerst = cult.

Het is precies deze instantcult uit de openingsscène waarop de Netflix-special A Very Murray Christmas, vanaf vandaag online, ongegeneerd inspeelt. In de één uur durende film bedreigt een zware sneeuwstorm het goede verloop van een live kerstvariété-uitzending met Murray als host. Het parodieert alles wat Bill Murray eerder tot cultheld heeft gemaakt.

A Very Murray ChristmasBeeld Netflix

Icoon

Hoe werkt dat precies? Hoe groeit een tamelijk doorsneeacteur uit tot icoon?

De afgelopen tien jaar speelde Murray (65) op het witte doek nauwelijks een rol van betekenis: na zijn onthechte en lethargische rol in Lost in Translation (2003), net als de Netflix-special geregisseerd door Sofia Coppola, werd Murray als acteur weer echt serieus genomen. Ook zijn depressieve en apathische personages in de Wes Anderson-films Rushmore (1998) en The Royal Tenenbaums (2001) hadden daaraan bijgedragen.

Tot dan toe was Murray vooral bekend van enorm populaire, maar ook nogal flauwe comedy's als Ghostbusters (1984), Caddyshack (1980) en Meatballs (1979) en zijn melige sketches als tv-comedian in Saturday Night Live. Murray was de wat gemakzuchtige mainstreamacteur die rolletjes kreeg in blockbusters als Space Jam (1996) en Charlie's Angels (2000).

Een fijnbesnaarde uitzondering op het makkelijker Murray-werk is de haast perfecte film Groundhog Day (1993), waarin hij eindeloos opnieuw dezelfde dag beleeft. Murrays melancholiek-charmante en droogkomische mimiek komt hier uiterst subtiel tot zijn recht. Deze rol moet het zijn geweest die regisseurs als Coppola en Anderson deden inzien dat hij meer potentie had.

Voor de generatie die in de jaren tachtig geboren werd, was Groundhog Day zowat wekelijks op tv te zien. Niet veel later volgden de door hipsters zo geliefde (want ironisch gestileerde) Wes Anderson-films, die Murray monumentale status verschaften. Opeens was hij een figuur met wie je je goede smaak kon etaleren. Zo kon je hem tegenkomen als iemands omslagfoto op Facebook: een screenshot uit The Life Aquatic (2004), waarin Murray een Jacques Cousteau-achtige figuur speelt, Steve Zissou, grijsbebaard maritiem bioloog, met kenmerkende rode muts.

Fratsen

Inmiddels kun je die en vele andere Bill Murray-looks kopen op kitscherige schilderijen, koffiemokken, T-shirts, onesies, telefoonhoesjes, onderzetters, babymobiles, kussens en nog veel meer. Hij is een product geworden: Murray-merchandise. Twintigers en dertigers hebben zijn gezicht op hun armen laten tatoeëren. Blogs houden alles bij wat over Murray te vinden is. De kruisbestuivende werking van absurde real life-anekdotes, de online verspreiding hiervan en de commerciële exploitatie van zijn portret in de beeldcultuur heeft Bill Murray een ongekende populariteit bezorgd.

Bill Murray was altijd al iemand van practical jokes en bizarre fratsen, maar sinds het tijdperk van sociale media staan die uitspattingen allemaal meteen de volgende dag online. In 1977 duikt hij op bij de begrafenis van niemand minder dan Elvis Presley. Er is een foto van: Murray kijkt schalks lachend, kin omhoog, in de lens, met een bloem op zijn revers, waar een enorme seventieskraag overheen hangt. De foto dook een paar maanden geleden online op, maar heeft waarschijnlijk jaren ergens liggen vergelen. Tegenwoordig is zoiets ondenkbaar.

Dus zijn er nu beelden van Murray die de verlovingsfoto's van een jong stel in Charleston 'photobombt', die (met witte veiligheidshelm op) poëzie voordraagt aan bouwvakkers, een bachelorparty crasht en een speech vol levenslessen geeft, die uit het niets een potje kickball (combinatie van voetbal en honkbal) in het park meedoet of achter de bar gaat staan op rockfestival SXSW en iedereen, ongeacht de bestelling, tequila schenkt. Of hij tikt in het park of de metro simpelweg iemand op de schouder en zegt: 'No one will ever believe you.'

Elke keer heeft hij die blik. Hij lacht niet, maar kijkt onaangedaan en gepijnigd tegelijk, zijn laatste beetje haar door de war, met rimpels die alles in zijn gezicht naar beneden lijken te trekken, zijn kin een beetje naar achter, de lippen getuit, ogen op half zeven. Vaak omdat hij ook werkelijk beschonken is. De treurige kant hiervan is dat hij een gescheiden zestiger is die onaangekondigd op feestjes binnenvalt en drinkt met jongens en meisjes wier vader hij zou kunnen zijn.

Zombies en cameo's

Onderdeel van de Bill Murray-cult zijn de cameo's en rolletjes waarin hij zichzelf speelt. In de Looney Tunes-basketbalcomedy Space Jam (1996) passt hij bijvoorbeeld soepel achter zijn rug op Michael Jordan. Fameus is zijn cameo in Zombieland (2009), waarin hij zich om niet op te vallen ook als zombie voordoet. Als hij zo voor de grap iemand wil laten schrikken, schiet die hem neer. Op zijn sterfbed zegt hij op de vraag of hij ergens spijt van heeft: 'Van de film Garfield.'

Slechte carrièrekeuzen

Al sinds de jaren zeventig is Bill Murray de held voor alle mannen die niet knap en ook niet heel stoer zijn, maar zichzelf wel slim en grappig vinden en een flinke dosis zelfmedelijden hebben. Daarna werd hij als ironische stoïcijn de lieveling van hippe jongeren en millennials online. Al met al heeft hem dit een status bezorgd als popculturele performancekunstenaar, bekender om zijn grappen off dan on screen. Een improvisatiekomiek die elke situatie in het echte leven uit zijn comfortzone wil trekken.

De verhalen die over hem de ronde doen, zijn genoegzaam bekend. Zo heeft hij geen agent of manager, ondenkbaar voor Hollywoodsterren van zijn statuur. Wie hem wil bereiken moet een bericht achterlaten op een 0800-nummer of een script aan een vriend van hem geven. Het kan ertoe geleid hebben dat hij ondanks zijn salonfähigheid het afgelopen decennium slechte carrièrekeuzen maakte. Na zijn periode van droevige rollen wilde hij graag weer echt grappig zijn, schrijft goede vriend en scenarist Mitch Glazer (die ook het script schreef voor A Very Murray Christmas) deze maand in een groot persoonlijk essay over Murray in Vanity Fair.

Dat verlangen leidde onder meer tot de pijnlijk flauwe roofkunstfilm The Monuments Men, geregisseerd door goede vriend George Clooney, en de in december te verschijnen comedy Rock the Kasbah (ook van Glazer), waarin Murray een oude, mislukte muziekmanager speelt die zijn enige ster meeneemt naar Afghanistan. De eerste zin uit de recensie van The New York Times: 'Cliché, vermoeiend, beledigend - het is moeilijk om één bijvoeglijk naamwoord te kiezen voor Rock the Kasbah, al voldoet afgrijselijk misschien.'

Ook die in het slop geraakte filmcarrière komt terug in A Very Murray Christmas, als Murray in het trappenhuis wordt benaderd door een manager, gespeeld door Michael Cera (Juno, Super Bad), die hem wil vertegenwoordigen. 'The Murricane' zou in zijn handen beter af zijn, betoogt hij. Want dit is één grote Christmess. Wat moet je nou met Clooney in je kerstspecial? 'Heb je The Monuments Men gezien?'

Murray, droog: 'I was in it.'

George Clooney en Bill MurrayBeeld afp

Taxi

Wellicht is het die onderkoelde zelfspot die zo aanspreekt in Murray. Hij lijkt wars van ijdelheid en doet niet mee aan het voorgekookte promotiecircus van Hollywood. 'Hij heeft een gebrek aan pretentie en nepheid waar mensen op aanslaan', zei Robert Schnakenberg deze week tegen The New York Times. Hij is de auteur van het in september verschenen The Big Bad Book of Bill Murray, waarin alle legenden, verhalen en feitjes zijn verzameld.

Anderen gaan nog verder in hun adoratie voor Murray en zien in hem de belichaming van de romantische levensstijl die misschien wel aan het verdwijnen is. De wil om elke dag te verdwalen, je nooit te conformeren aan sociale conventies, altijd bereid te zijn je plan om te gooien en uit elk moment iets bijzonders te willen halen.

En dat alles om het echte leven meer op dat in films te laten lijken.

Daarin past de anekdote dat Murray vorig jaar in Oakland aan de praat raakte met een taxichauffeur, die hem vertelde over zijn liefde voor de saxofoon. Het instrument lag te verstoffen in zijn kofferbak omdat hij er nooit tijd voor had. Murray stelde voor dat híj zou rijden en dat de chauffeur dan op de achterbank saxofoon zou spelen. Uiteindelijk belandden de twee in een bedenkelijke spareribstent, waar de chauffeur een spontaan optreden verzorgde.

Je kunt die mentaliteit ook korter verwoorden. 'Bill leeft zijn hele leven in het moment', zei regisseur Ted Melfi vorig jaar tegen Rolling Stone. 'Bill koopt nooit een retourtje. Hij koopt een enkeltje en daarna kijkt hij wel wanneer hij weer naar huis wil.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden