Hoe barok was de barokpaus eigenlijk?

Dat de Romeinen juichten bij de dood van Paus Urbanus VIII in 1644 - na een bestuur van kerk en staat van 21 jaar - is niet zo bijzonder; ze hebben bij het lijk van veel pausen gejuicht....

Het vertoon dat het bouwen ook was, blijft zichtbaar. Urbanusen zijn familie hebben in die 21 jaar veel aan- en uitgericht;geen paus kon zonder haast, want bij zijn dood was het met demacht gedaan; misschien heeft juist die tijdelijkheid zeker inde Renaissance en de Barok tot zoveel daden geleid.

Urbanus VIII heet de 'barokpaus'; de Barok als een het heleleven beheersende stijl was op zijn top tijdens zijn pontificaat,mede door het werk van een van de allergrootste beeldhouwers enarchitecten aller tijden, Bernini. Of hij zelf een barokke geestwas, is een vraag.

Die vraag blijft overeind na lezing van de uitvoerige studiePower and Religion in Baroque Rome - Barberini Cultural Policiesvan de Nijmeegse hoogleraar Peter Rietbergen. Het kankarakteristiek heten dat we na lezing van het vrij omvangrijkeboek over Urbanus VIII weinig of niets weten. Karakteristiekhierom: het beschrijft in acht studies, die hoofdstukken wordengenoemd, de uiterlijkheden waarmee de macht door de paus en zijnneven (en natuurlijk het hele kerkinstituut) werd uitgeoefend,hoewel, met die omschrijving geef ik het boek de gewensteeenzijdigheid die het niet heeft. Verschillende hoofdstukkencirkelen eerder om het onderwerp dan dat zij een lijn doortrekkennaar het hart van een visie.

Vroegere studies van Rietbergen wezen het ook uit: hij is eenonvermoeibaar onderzoeker in archieven, die van het Vaticaan ende Italiaanse staat vooral. Literatuurverwijzingen zijn bij hem meestal verwijzingen naar archiefstukken. Hij graaf uit en brengtaan het licht, in dit boek heel veel uit demanuscriptenverzamelingen van de Barberini's. Dat alleen al twintigduizend delen! Zijn materiaal is doorgaans nieuw, nietaangeraakt door anderen. In de compositie van het nieuwe met hetvertrouwde of bekende (aan hem en enkelen) - een compositie dietegelijk een confrontatie is - is hij een heel goedegeschiedschrijver. Maar misschien ook te zeer een gretige. Hijlijkt zo blij met wat hij heeft gevonden, dat hij niets durft teverzwijgen.

De acht hoofdstukken zijn voor een deel wat ik maar noemverhalen, zeer onderhoudende, dat moet ik zeggen. Maar ze zijnbijna alle veel te lang, niet afzonderlijk, maar wel in hunfunctioneren binnen het geheel van een studie die machtscultuuren -structuur in het pauselijk Rome zichtbaar wil maken. Zo gaateen heel hoofdstuk over de ongeschoeide Heilige Augustinus in debeeldende kunst. Een strenge tak van de Augustijner orde liet de'stichter' blootsvoets afbeelden, zoals zij zelf liepen. Datleidde tot een strijd met de mildere Augustijnen. Het beeld wordteen machtsfactor door toe-eigening en annexatie, die beide totzelfvergroting leiden. Uiterst boeiend is het stuk, maar te kortvoor een zelfstandige studie en te lang om betrokkenheid bij enversterking van andere stukken mogelijk te maken. En met teweinig historische of kunsthistorische context.

Een ander voorbeeld: in Urbanus' tijd hield een zekereGiacinto Gigli een dagboek bij. Er werd als het ware van onderuittegen de groten van Rome aangekeken, ongevoelig voor straatrumoerwas de auteur ook niet. Het eerste hoofdstuk van Rietbergens boekhandelt over hem. Alweer: een uiterst boeiend stuk. Maar wie netde inleiding over pauselijk machtsvertoon achter zich heeft endenkt een tocht naar een door een these beheerste studie te zijnbegonnen (zie de titel), dwaalt met Gigli door Romes straten,zoekend naar de zin van wat hij allemaal leest. Natuurlijk isalles wel tot een kleine theorie terug te herleiden. Maar hetgrote bezwaar is dat men bij zoveel verhaal te weinig gedachtenmeekrijgt, waardoor het verhaalde niet boven de schitterendeanekdote wordt uitgeheven en zich naar een studie modelleert.

Twee hoofdstukken zijn, bij de hierboven geformuleerdebeperkingen, uitzonderlijk goed: dat over de bouw van deBarberini-kapel - de macht van de kunst is tegelijk die van degodsdienst, beide machten beheerst door de Barberini's - en hethoofdstuk dat het dagelijks leven van de zeer hooggeplaatstekardinaal Francesco Barberini beschrijft. Het laatste is ookhierom goed: het laat zich veralgemenen naar het Roomseprelatenleven in het algemeen. In het ene wordt een maatschappijzichtbaar. (Alleen al het feit dat Francesco vijfhonderdbedienden had.)

Urbanus VIII (Urbanus is een ideale pausnaam: de man van deUrbs, en dat is Rome) was dichter van voornamelijk Latijnsepoëzie met een sterk didactisch karakter. Misschien dat in hethoofdstuk hierover de zwakte van het boek het sterkst blijkt. Hettweede deel van de titel luidt: the power of poetic propaganda.Met dat 'kracht' wordt het hoofdstuk thematisch binnen het kadergewrongen (dat gebeurt op meer plaatsen, enige powercut wasweldadig en goed geweest). De poëzie van Urbanus was vanmiddelmatig belang, ze moet ook binnen de toenmalige poëzieweinig opvallend zijn geweest.

De kracht is dan een toegevoegde kracht: die van de persoonvan de dichter. Maar die doet er in het geval van de poëzie, diegeen machtsvertoon kent, niet toe. Had Urbanus een heel grootdichter in dienst genomen, dan had poëzie als vorm vanmachtsvertoon een grote kans gehad. Niet wat pausen deden, maarwat ze lieten doen was machtsverheffend.

Voor de andere hier niet genoemde hoofdstukken geldt in grotelijnen hetzelfde. Ze zijn boeiend, te bewonderen om het materiaaldat uit archieven en andere verborgen bronnen tevoorschijn isgelezen, maar op de vraag naar het waarom is er geen antwoord.Kortom: de acht hoofdstukken kunnen aan de toevalligheid van hunbestaan niet of nauwelijks ontkomen.

Het boek is een bundel. Niets tegen bundels. Maar hier is ereen pretentie van overkoepeling die niet wordt waargemaakt.

Bij de gepretendeerde samenhang had het begrip Barok nadereanalyse behoefd; het blijft onduidelijk, mede doordat deIntroduction moeilijk op gang komt. Ook de begrippen macht enmachtsvertoon hadden een nadere beschouwing moeten krijgen.Algemene trekken zouden zichtbaar worden. Met wat hier aanmachtsvertoon beschreven wordt als een 17de-eeuwse, pauselijkevariant ervan. Door de afwezigheid van theorie krijgen de stukkendus geen omkadering.

Het is allemaal jammer. 'Acht Studies', het zou een mooieverhalende bundel hebben opgeleverd. Met heel veel nieuwmateriaal. Maar de auteur moet de deur naar de wetenschap - hijnoemt zichzelf nogal eens scholar - zonodig openen. Te betreurenforcering is het gevolg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden