Recensie Beeldende kunst

Hockney en Van Gogh zijn geestverwanten (vier sterren)

De schaduwen buiten lijken scherper, de kleuren intenser. Dat heeft niets van doen met de komst van de lente. Het is het David Hockney-effect.

David Hockney: The Arrival of Spring in Woldgate, East Yorkshire in 2011 (twenty eleven), 9,75 x 3,66 m. Beeld David Hockney / Richard Schmidt, Centre Pompidou, Parijs

De natuur met een erectie: op David Hockneys The Arrival of Spring (2011) toont het bos zich van z’n meest vreugdevolle kant. De takken dansen, het gras zingt; ja, het is alles happy happy, joy joy. Je staat voor dit kolossale werk en je denkt aan het achterdoek bij het schooltoneel en aan de oude Henri Matisse; je denkt aan het achterdoek bij het schooltoneel geschilderd door de oude Henri Matisse, en je kunt maar niet beslissen of je het bedrieglijk eenvoudig of domweg eenvoudig vindt. Ondertussen sta je wel te neuriën. Het lichaam weet al wat het hoofd nog aan het uitvogelen is - zoals dat soms gaat bij Hockney en Van Gogh.

De twee zijn geestverwanten. Zelfde sensitiviteit voor kleur en ruimtelijkheid; zelfde gevoeligheid voor hun directe omgeving. Waar ze woonden, was in zekere zin wat ze maakten. Van Goghs kunst nam een cruciale wending toen hij in 1888 naar de Provence verkaste; Hockney overkwam iets soortgelijks toen hij na een verblijf van decennia in Los Angeles begin jaren nul terugkeerde naar Yorkshire, het landschap van z’n jeugd. In Los Angeles kenden ze slechts één seizoen: zomer. In Noord-Engeland onderscheidde men er wel vier! Het opende hem de ogen voor de natuur. In een oblong boekje maakte hij afbeeldingen van bermgrassen en plantjes zoals Van Gogh dat eerder deed. Ook in hun gretigheid om alles wat ze zien te kennen, lijken de mannen op elkaar.

Wat niet betekent dat ze zich makkelijk naast elkaar laten exposeren. Voornaamste probleem: schaal. Hockneys werk is veel groter dan dat van Van Gogh. Hang de Brit naast de Hollander en die laatste wordt omvergeblazen. De makers van de expositie vonden hier iets op. Ze hingen de schilders niet náást elkaar, maar in elkaars zichtlijnen. Voor Hockneys wandvullende bosgezichten hing men bijvoorbeeld een veel kleiner Frans bosgezichtje van Van Gogh. Op deze manier kan men de twee vergelijken zonder dat het een wedstrijdje wordt.

Hockney - van Gogh: The Joy of Nature. 1/3 t/m 26/5. Van Gogh Museum, Amsterdam.

Hockney is hier de bruuskere schilder, zoals je dat van een hedendaagse meester zou verwachten. Zijn kleuren zijn gemener en contrastrijker dan die van Van Gogh, al moet worden aangetekend dat die van hem honderdtwintig jaar zijn vervaagd. Hockney is ook experimenteler: naast pen, kwast en houtskool maakt hij gebruik van moderne media als  iPhone’s, iPad’s en camera’s met negen lenzen. De Amerikaanse fotograaf Garry Winogrand stelde ooit dat hij fotografeert om te zien hoe de wereld er gefotografeerd uitziet. Over Hockney zou je kunnen beweren dat hij schildert om te zien hoe de wereld eruitziet als een Hockney. Zijn kunst voelt altijd als work in progress. Het geheel is meer dan de som der delen, hoewel ook die delen vaak bovengemiddeld zijn.

Vincent van Gogh: Tuin van de inrichting Saint-Paul (‘Het vallen van de bladeren’), 73,8 x 60,8 cm. Beeld Van Gogh Museum (Vincent van Gogh Stichting)

Het geldt niet voor de iPad-tekeningen, waaruit weliswaar nieuwsgierigheid en virtuositeit spreekt, maar die me evengoed goedkoop en plastic voorkomen, alsof een pianovirtuoos een concert ten beste geeft op een speelgoed keyboard. Het geldt wel voor de zesendertig aquarellen van Midsummer East Yorkshire. Hoe fris ogen deze landschappen met hun landweggetjes en auto’s, hun strobalen en waterplassen in tractorsporen; hoe zelfverzekerd en ongedwongen. Ze zijn heel ruimtelijk. De vlakten en wegen erop kunnen je ogen echt uitwandelen. Van Goghs schilderijen hebben dat ook; ook bij hem heb je het gevoel dat zijn blik het land heeft afgegraasd, helemaal tot aan de einder.

Wat stelt u zich voor van de ‘duurste levende kunstenaar’ van het heelal? Hier is hij dan, David Hockney. Verslaggever John Schoorl at voorafgaand aan zijn tentoon­stelling in Amsterdam een hamburger met de 81-jarige kunstenaar in Los Angeles en volgde hem (en zijn entourage) naareen nieuwe tentoonstelling in Venice Beach.

Een van beste series hier zijn de 25 houtskool-tekeningen die Hockney tekende in de lente van 2013. De lente loopt  zich er warm: sneeuw smelt, takken krijgen knop, het struikgewas groeit dicht. Wie deze tekeningen een kopie van de natuur noemt, slaat de plank mis. Het zijn vertalingen. Voor elk fragment ervan is een treffend substituut gevonden. Elk takje, blaadje en polletje kreeg z’n eigen kronkel, streek, veeg of stip. Hier is de eenvoud zeker bedrieglijk. The Arrival of Spring in 2013 (twenty thirteen) oogt vanzelfsprekend, maar als ik daar had gestaan, dan was ik ondergesneeuwd geraakt door alle indrukken nog voordat ik m’n tekenboekje ook maar uit m’n tas had kunnen halen.

In dit werk kun je een aansporing lezen: kijk. Het vertelt ons iets over onze ogen: gebruik ze. Aanstekelijk. Wandelt u na het zien ervan over het Museumplein, dan kan het zomaar gebeuren dat de schaduwen een beetje scherper lijken, de kleuren intenser. Dat heeft dan niets van doen met de komst van de lente. Het is het David Hockney-effect.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden