'Ho Andries, hou je mond effe' (Gerectificeerd)

Als EO-boegbeeld Andries Knevel (52) niet in het Koninkrijk van God zou werken, dan had hij nu 'misschien ergens aan de top van het bedrijfsleven gezeten'....

Onbekommerd zat Andries Knevel als 19-jarige student economie in de collegebanken, toen ineens, volkomen onverwacht, de grote levensvragen door zijn hoofd begonnen te zoemen. 'Andries joh, wat doe je hier, wat is nou de zin van je bestaan? Waar kom je vandaan, waar ga je heen?'

Als een bliksemschicht, zegt hij, nee sterker, als een kernbom sloegen ze bij hem in. 'Het waren geen originele vragen, maar ze kwamen met zoveel kracht op me af dat ik op dat moment zei...'

Klopklop: een EO-medewerker steekt zijn hoofd om de deur. 'Kan ik even storen?'

Knevel praat onverstoorbaar verder: 'Dat ik zei...' - hij verheft zijn stem - 'Wat móet ik nog op deze wereld?'

In één adem door tegen de verraste medewerker: 'Dit is wel het meest existentiële moment waarop je binnen kunt komen!'

Juist.

Knevel - behalve televisiepresentator en programmamaker is hij ook EO-directeur - loopt mee met de man en pikt bij terugkomst meteen de draad op: 'Dus ik vroeg me af: wat moet ik verder met mijn leven? Toen kwam ik in een redelijke crisis terecht. Daarna besloot ik werkzaam te willen zijn in het Koninkrijk van God.'

Hij stopte met economie en ging theologie studeren. Voor het eerst las hij 'met brandend hart' de bijbel. Die kende hij wel, als oudste zoon uit een christelijk gereformeerd gezin, maar er is een verschil tussen kennen en kennen. 'Ik heb nachten doorgehaald met het lezen van de bijbel. Die ging voor het eerst voor me open.'

Waren die vragen aan u een rechtstreekse boodschap van God?

'Ik denk dat het een ingrijpen van Hem is geweest, ja. Ik kan het niet anders verklaren. Ik was op weg naar een leven zonder God. Ik was bezig het geloof uit te doen als een jas. Het raakte me niet meer. Het had me daarvoor eigenlijk al nooit geraakt.'

Later, vlak voordat zijn secretaresse de lunch serveert, vertelt hij over het verwijt van narcisme, dat hem nog weleens is gemaakt, door columnisten en tv-recensenten. Knevel heeft ervan geleerd, zegt hij. 'Ik etaleerde te veel dat ik alles over en van mijn gasten lees. Dus ik zeg niet meer: 'Ik heb in uw boek op pagina 262 gelezen dat...' Dat wekt bij de kijker de verkeerde indruk. Ben je ijdel, wordt me vaak gevraagd. Ik ben normaal ijdel, ja, maar niet narcistisch. Zo'n typering raakt me diep: ik ben te veel betrokken bij anderen om narcistisch te zijn.'

Kun je tegelijkertijd ijdel en diepgelovig zijn?

'Blijkbaar.'

Als je oprecht in God gelooft maak je daaraan je eigen ijdelheid ondergeschikt.

'Jahajaha. Maar misschien heeft mijn geloof in God er wel voor gezorgd dat ik niet narcistisch ben geworden en alleen een zekere ijdelheid heb.'

God heeft u wat afgeremd.

'Geloof corrigeert je leven op talloze manieren.'

Wie was u geweest zonder het geloof?

'Een econoom.'

Niet zomaar een econoom.

'Je moet nooit op stel-vragen antwoorden. Maar: dan had ik misschien nu ergens aan de top van het bedrijfsleven gezeten, ja.'

Met een grote auto en een heel mooi huis?

'Met alles wat erbij hoort. Maar het zijn dingen die me niet boeien.'

En een tweede vrouw, van dertig jaar jonger?

'Nee, ik hou zo van Rietje, mijn vrouw, en zij van mij, nee.' Hij valt even stil. 'Hoewel: als je in zo'n wereld was terechtgekomen, zonder de correctie van het geloof, dan sta je aan alle verleidingen bloot. Dat begrijp ik best. Als topman in het bedrijfsleven, als je continu in mooie hotels verkeert met mooie vrouwen om je heen, kan ik me voorstellen...'

Hij zucht diep. 'Mensen hebben geloof nodig.'

Het prikkelt de verbeelding: Andries van der Hoeven.

'Ik zwijg. Ik zwijg! Maar wil je die alsjeblieft niet in de kop zetten?'

De secretaresse komt binnen. Een mandje broodjes met kaas in plasticfolie, een bekertje melk, een bekertje karnemelk, mandarijntjes, een banaan. 'Hè, wat een luxe', zegt Knevel opgewekt. 'Dat had Cees van der Hoeven niet. Die begon met de champagne, 's middags. Vanaf dat moment ging het mis, zei Albert Heijn nog in een interview.'

Hij wijst naar het mandje: 'Tast toe. Ik eet niet. Televisie vertekent zo. Ik ben weer eventjes op dieet. Het South Beach-dieet. Ik ben nu bezig aan de appels.'

Knevel groeide op in Bussum, in een 'vreugdevol gezin', benadrukt hij - hoe zwaar het verder ook was. Zijn vader, hij is een halfjaar geleden op 86-jarige leeftijd gestorven, kreeg als eind twintiger een trage vorm van ms. 'Ik heb hem jaren getild, ook fysiek, met mijn moeder en mijn broer.' Andries nam als oudste een deel van de rol van zijn vader over. De weinige keren dat zijn moeder nog wegging, vergezelde Andries haar. 'Dan kwamen moeder en zoon binnen op een verjaardag. Dat was best ingrijpend.'

Hij kreeg een degelijk gereformeerde opvoeding. 'Niet de hele benauwende variant.' De kinderen mochten af en toe televisiekijken bij een mevrouw in de straat, naar Pipo de Clown, De verrekijker, Swiebertje. Tijdens vakanties gingen de twee broers naar een kinderloze oom en tante in Rotterdam, waar de kiem werd gelegd voor Andries' Feyenoord-liefde. (En voor Rotterdam: nog steeds kent hij de oude tramlijnen uit zijn hoofd). 'Met mijn oom en tante kon ik door de stad banjeren. Met mijn vader heb ik nooit kunnen lopen, nooit kunnen voetballen. Niks.'

Een vechterbaas was hij, agressief van aard. Een haantje de voorste dat bij de ingang van de school klaarstond om klasgenoten te vertellen wat zich het voorgaande kwartier allemaal had afgespeeld op het plein. 'De dorpsomroeper', met de laatste nieuwtjes - als kleine jongen al. Het latere gezicht van de EO werd zelfs nog van school gestuurd omdat hij spijbelde toen Feyenoord in 1971 uit speelde tegen AC Milan (Feyenoord won dat jaar de Europacup). Na veel gesoebat van zijn moeder bij de rector mocht Andries drie dagen later terugkomen.

Zijn moeder, nu 83, die haar uiterste best deed het een 'gewoon gezin' te laten zijn, ondanks de ingrijpende ziekte van haar man. 'Mijn moeder had een onmetelijk zwaar leven, en ik heb haar niet één keer horen klagen.'

Nee, hij heeft zich nooit afgevraagd: waarom heeft mijn vader deze ziekte? 'Ik heb veel voor hem gebeden, maar nooit gevraagd: waarom?' Die vraag stelde hij zichzelf wel, voorzichtig, toen zijn zusje, met wie hij een zeer hechte band had, op haar 36ste overleed aan kanker. Sindsdien is de glans van zijn leven, zegt hij. 'Het is een breekpunt geweest.'

U bent geen man van vrolijkheid.

'Niet van nature en ook niet door wat het leven met me gedaan heeft. Of liever gezegd: met anderen gedaan heeft en waarin ik heb meegestreden. Ik lijd aan het lijden van anderen.'

Er is ook een andere kant: EO-boegbeeld, drie gezonde kinderen, een gelukkig huwelijk.

'Die is er ook. Samen met mijn vrouw een mooi klassiek concert bezoeken. Naar Toscane gaan - onze grote hobby. Een goed glas wijn drinken. Dan geniet ik wel. Maar altijd met de handrem erop.'

Kunt u ook uitbundig blij zijn?

'Korte momenten, ja.'

Een kwetsbare vrouw was zijn zusje, geteisterd door fobieën. Bang voor alles. Knevel trok jarenlang heel intensief met haar op, leerde zijn zusje opnieuw de tuin in te lopen, op straat te komen, een winkel binnen te stappen. Ze kon weer werken als bejaardenverzorgster, kreeg een man, trouwde. En toen bleek ze ineens kanker te hebben.

Wat deed dat met uw vertrouwen in God?

'Dat is er dus niet aangegaan. Maar natuurlijk heeft mijn leven toen ontzettend staan schudden.'

Uw vader MS, uw zusje zo jong overleden. Dacht u niet: ik ben toch altijd deugdzaam geweest, waaraan heb ik dit verdiend?

'Dat is een vraag die ik niet ken. Ik ben protestant. Iets verdienen in het leven is een categorie waarin ik zelfs niet kan denken. Ik leef zo van genade. Ik leef zo van God die in zijn zoon Jezus Christus naar deze wereld kwam om mijn zonden op zich te nemen.'

Ongelooflijk om zoiets te horen uit de mond van een intelligente en erudiete man.

'Waarom? Waarom? Nee. Het is voor mij de kern van mijn bestaan.'

Wat dacht u over de tsunami?

'Dan denk ik alles. Al jouw gedachten heb ik ook. Het morele kwaad kan ik beter plaatsen. Darfur is de mens, in zijn laagste staat. De tsunami is het fysische geweld, daar worstel ik mee, dan sla ik aan het schreeuwen naar God: waarom verlaat Gij mij? Psalm 42: ik ben die kreunende gelovige. Ik herken me helemaal in die man die dat drieduizend jaar geleden stond uit te schreeuwen, ergens in de woestijn van Judea. Geloof is niet alleen halleluja roepen. Geloof is soms, misschien wel vaak, worstelen voor het aangezicht van God.

'Het lijden van Jezus Christus heeft ons een geweldige verantwoordelijkheid gegeven. Als de mensen zouden leven volgens de geboden van het geloof, zou er ook leed zijn. Maar het zou wel veel minder zijn.'

Denkt u dat nou werkelijk?

'Ja, o ja. Bij de tsunami kun je een verhaal ophangen - maar dat is een groot risico, omdat je de slachtoffers ermee niet helpt - dat dat type leed voorkomen had kunnen worden als wij de wereld rechtvaardiger hadden opgebouwd. Want het zijn wel de armen die getroffen zijn: hun hutjes zijn weg, zij beschikken niet over waarschuwingssystemen.'

Onder de doden zaten ook rijke toeristen. En over het nut van de waarschuwingssystemen valt nog wel wat te zeggen.

'Voor een deel kom ik weg met de manier waarop ik de tsunami een plek probeer te geven, voor een deel ook niet.'

Dan slaat de twijfel toe?

'Wel de twijfel over Gods Wegen in de geschiedenis.'

Kunt u zich voorstellen dat u het geloof ooit de rug toekeert?

Een zucht. 'Als ik zou zeggen: zeg nooit nooit, zou ik misschien tekortdoen aan de genade van God. Er zijn mensen op oudere leeftijd van hun geloof gevallen. Maar God zal mij vasthouden. Zoals Hij me ooit gegrepen heeft.'

U bent meer gaan twijfelen.

'Niet aan het geloof, wel aan een aantal randverschijnselen rond het geloof.'

Uw standpunt over homoseksualiteit is veranderd.

'Ja, dat is veranderd.'

Hoe staat u er nu tegenover?

'Daar wil ik het niet over hebben, omdat ik in mijn eigen context veel met homoseksualiteit te maken heb.'

Ik begreep dat uw broer homoseksueel is.

'Daar geef ik geen antwoord op.'

Waarom kunt u dat niet gewoon zeggen?

'Ik praat niet over anderen. Ik sta nu naast mensen die ongelooflijk worstelen met hun homofiele geaardheid. Soms met hun christen-zijn daarbij, soms niet. Waardoor ik denk: ho Andries, hou je mond effe.'

Het moet dubbel voor u zijn.

Zacht: 'Ja, ja. Nog. Nog.'

U vindt het een vervelend onderwerp.

'Ja. Omdat ik niemand pijn wil doen. Er zijn christenen die homofiel zijn en die vinden dat zij in onthouding moeten leven. Ik heb geleerd dat ik hen kwets in die strijd door begrip te tonen voor christenen die homofiel zijn en niet willen of kunnen leven in onthouding.'

Zes jaar geleden zei u in Opzij: 'Ik zie het niet meer als een afwijking die genezen kan worden.'

'Ik wil het niet benoemen. Ik wil het niet benoemen. Omdat ik altijd op allerlei tenen ga staan.'

Afgelopen najaar vierde Knevel zijn 25-jarig jubileum bij de EO. Volgend jaar stapt hij uit de directie - hij gaat dan meer presenteren. Voor de buitenwacht is het bevreemdend dat iemand zowel programmamaker als programmadirecteur kan zijn. Volgens hem is het bij de EO 'nooit enig punt' geweest. En: 'Ik zou een hele slechterik zijn als iemand die kritiek op mijn programma's heeft daarvan consequenties ondervindt.'

Sinds 1992 heeft Knevel zijn eigen talkshow, Het elfde uur, dat ook niet-christenen aanspreekt. Zich kunnen verplaatsen in ongelovigen, dat is zijn geheime wapen. 'Ik hoor geregeld: wat ben jij een werelds mannetje.' Meer dan 80 procent van de kijkers is geen EO-lid. Zelfs Theo van Gogh (nooit uitgenodigd) was fan, op z'n Van Goghs: 'Die volkomen geobsedeerde gek durft wel de meest impertinente vragen te stellen vanuit zijn geloofje.'

Voor de een is Knevel de scherpe ondervrager die de onderste steen boven haalt, de ander is allergisch voor die rusteloze persoonlijkheid met de laserogen aan de interviewtafel, dwingend en vaak interrumperend. Hij heeft geleerd van de kritiek, zegt hij zelf: 'Ik zit er sinds een jaar of twee iets minder fel op. Jaaaaaaaa: ik ben aan het veranderen. Ik wijs ook minder met dat vingertje. Een tijdlang had ik zelfs een waarschuwingsbriefje op tafel liggen. 'Ogen en handen', stond erop.'

Ondanks die mildere houding maakte hij 'een uitglijder' met 'jongerenimam' Abdul-Jabbar van de Ven, eind vorig jaar. Hij wilde weten hoe iemand uit de radicale moslimhoek dacht over smadelijke godslastering en de weigering van een Turkse imam om Rita Verdonk de hand te schudden. Een paar uur voor de opnamen faxte Van de Ven hem een interview toe met De Gelderlander, waarin de student aan de Radboud Universiteit vertelde dat hij blij was dat Van Gogh dood was. 'Hij had wat mij betreft ook onder een trein mogen komen of aan kanker mogen doodgaan', zei Van de Ven, tegen De Gelderlander. 'Ssssssssshit, dacht ik, toen ik dat las', zegt Knevel.

U zei later verrast te zijn dat Van de Ven Wilders had doodgewenst in het gesprek met u. Maar u had dit toch kunnen verwachten, na lezing van zo'n interview?

'Ja, maar niet zo. Niet zó. Ik zag een aarzeling in zijn ogen toen Van de Ven mij vertelde dat hij jongeren opriep geen hatemail naar Wilders te sturen. Ik had dat interview gelezen en dacht: jij doet je anders voor dan je bent. Ik reageerde intuïtief, ik ben een intuïtieve interviewer. In een split second zei ik: 'Jij wilt Wilders dood, hè?' Ja, antwoordde hij, tot mijn verrassing. En toen ging ik door met die vraag of hij wilde dat Wilders aan kanker overleed, omdat het woord was blijven hangen uit dat interview... het is wijsheid achteraf, het gebeurde allemaal binnen 15 seconden, maar dat was fout van me.'

Knevel doet alsof hij zo vroom is, maar gaat intussen vol voor de kijkcijfers, was de kritiek.

'Ja, wat een ellende kreeg ik daarna over me heen. 'Ondertussen zat hij te genieten', las ik. Daarmee raakten ze me in mijn diepste intenties. Alsof ik me zat te verkneukelen over de kijkcijfers en de commotie die ik heb veroorzaakt in Den Haag. Ik heb geen seconde genoten. Ik kwam thuis en zei tegen mijn vrouw: 'Ik heb een rotavond gehad.' Ik besefte: die jongen gaat eraan.'

Hij geeft jongeren les.

'Gaf, denk ik. Ik heb hem daarna een paar keer geprobeerd te bellen, maar dat lukte niet.'

Dan heeft u ervoor gezorgd dat hij geen jongeren meer onderwijst.

'Nou vooruit dan: dankjewel. Maar ik dacht pas in de vierde plaats: tjonge, het is toch wel erg gevaarlijk, dat die jongen kinderen lesgeeft. Primair en secundair overheerste bij mij toch de meelij.'

Een traumatisch moment in uw televisiecarrière?

'Het ergste. Het ergste, in al die jaren EO.'

U had moeten stoppen na die doodswens?

'Spijt! Wat moet ik meer zeggen dan: spijt!'

Jammer dat in het protestantse geloof de biecht is afgeschaft, hè?

'Had ik maar kunnen biechten. Ik wil de biecht terughebben.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden