Hit na hit na hit

Pop klinkt strakker, gelikter én identieker dan ooit. Een klein groepje, opvallend vaak Scandinavische mannen is verantwoordelijk voor al die in extreem verslavende siroop gedoopte liedjes. Journalist en oude rocker John Seabrook duikt diep in de 'hitfabriek'.

Beeld Getty Images

Het begon allemaal met een strijd om de autoradio. En die ontstond toen de zoon van John Seabrook oud genoeg was om in de bijrijdersstoel te kruipen en aan de knoppen te draaien. 'Is dit muziek', was vaders eerste reflex. Industrieel dreunende beats, buitenaards klinkende sirenes en ondefinieerbare woordenstromen galmden door de auto. Luisterden mensen hier werkelijk voor hun plezier naar?

Identiek

Seabrook gaf de strijd snel op, zoals het een goed vader betaamt. En toen gingen de gezamenlijke autoritten hun vruchten afwerpen. Tot zijn eigen verbazing begon Seabrook mee te neuriën, uit te kijken naar dat ene refreintje in dat ene liedje. De oude rocker, verstokt fan van Pink Floyd en Led Zeppelin, redacteur van highbrowweekblad The New Yorker, kon opeens Katy Perry woord voor woord meezingen. Seabrook was nu zowel geërgerd als gefascineerd. Waar kwam al deze identieke, extreem verslavende muziek in hemelsnaam vandaan?

In zijn boek The Song Machine duikt Seabrook diep in de zogenoemde 'hitfabriek', waar de liedjes van de band rollen die je hoort in de supermarkt, de sportschool of het stadion, als de tuin van je buren betegeld wordt of op elk middelmatig dansfeestje. Van Rihanna tot Nicki Minaj en Maroon 5: alles lijkt in dezelfde siroop te zijn gedoopt. Het herinnert Seabrook aan de zoete bubblegumpop uit de jaren zestig, maar dan 'aangelengd met flink veel wodka en gecombineerd met mdma'.

Dat al die muziek zo identiek klinkt is geen toeval: een belangrijk deel van de hedendaagse hitlijsten wordt geschreven door een opvallend klein clubje mannen, die ook nog eens opvallend vaak uit Scandinavië komen. Daar begint Seabrook zijn verkenning dan ook, bij een ietwat zonderlinge dj die begin jaren negentig met de eerste muzieksoftware voor de pc liedjes begint te mixen. Zijn combinatie van Amerikaanse hiphopbeats met Europese synthesizer- en keyboarddeuntjes blijkt een gouden greep. Om popmuziek te produceren, zo bleek, hoefde je helemaal geen instrument te kunnen bespelen.

Topliners

In Zweden, bij een groepje nerdy producers, ontstond zo de 'track-and-hookmethode' die eind jaren negentig door de Amerikaanse popindustrie werd omarmd. Mannen met idiote namen als Max Martin, Dr. Luke en Stargate zijn al jaren de hofleveranciers. Ze werken niet meer zoals vroeger, met piano of gitaar, en één iemand die een melodietje speelt en een ander die er woorden bij verzint. Nee: op de computer wordt de achtergrondtrack met beats en akkoorden in elkaar gezet, waaroverheen een 'topliner' vervolgens begint te improviseren, met catchy melodietjes en woordcombinaties. Eén 'track' wordt niet zelden naar tientallen topliners gestuurd, die ieder verschillende mogelijke liedjes aanleveren. Alleen de allerbeste, meest aanstekelijke hit mag uiteindelijk de fabriek verlaten.

Nieuwe technologie, laat Seabrook zien, droeg zo voor een belangrijk deel bij aan het ontstaan van de wereldwijde muzieksmaak. Met de computer worden stukjes zang en muziek opgeknipt en in een perfecte combinatie weer bij elkaar geplakt. Strakker en gelikter klonk pop nooit. Maar er is nog iets anders dat het homogene hitlandschap van vandaag verklaart. Terwijl de hits uit Zweedse stal de Backstreet Boys en Britney Spears in de jaren negentig nog tot ongekende kassuccessen maken, raakt de muziekindustrie vanaf het begin van de 21ste eeuw in een vrije val.

Als de illegale downloaddienst Napster op het toneel verschijnt, kunnen alle oude wetten in de prullenbak. Internet weekt de hits immers los van de albums, wat nog eens wordt versterkt door het besluit van de industrie om al haar geld te zetten op liedjesboer iTunes. De druk om die ene records brekende superhit te maken is gigantisch geworden. Feitelijk zijn liedjes in het internettijdperk een soort advertenties geworden voor datgene waar nog wel mee wordt verdiend: de concerten. Op Spotify gaat het zelfs nog minder om albums dan in iTunes: wat ertoe doet zijn de hits, die in geprefabriceerde playlists samensmelten tot een eindeloze, onidentificeerbare liedjesbrij.

Liedjespooiers

In Seabrooks boek stikt het van de geweldige anekdotes, over hoe nieuwe artiesten als Rihanna en Katy Perry door de worstmachine gaan, een paar hits krijgen aangereikt en megasterren worden. Niet zelden ontstaat kleine ophef als een hit bij nader inzien toch wel erg lijkt op een eerder liedje, het gevolg van de industriële werkwijze. Schrijnend is een passage over zangeres Kelly Clarkson, die haar manager huilend smeekt zelfgeschreven liedjes uit te mogen brengen in plaats van het door haar gehate Since U Been Gone. Hij weigert, waarop het lied haar allergrootste hit wordt. De plaat met eigen werk die ze later alsnog uitbrengt flopt gigantisch. In de beschrijving van de rechtszaak tussen zangeres Kesha en Dr. Luke, die zich nog steeds voortsleept, komt bovendien goed naar voren hoe scheef de genderverhoudingen in de industrie zijn. Liedjespooiers hebben alle macht over vaak piepjonge zangeressen.

Seabrook werpt impliciet de vraag op wat we tegenwoordig van een popartiest verwachten. Terwijl we zo graag geloven in haar authenticiteit, werd ook gitaarmeisje Taylor Swift pas echt populair toen ze haar volledige laatste album liet schrijven door Max Martin. Ook wij, de hitverslaafde massa, zijn onderdeel van de machine. Gedachteloos zoeken we op de radio naar de bekende weg of zetten we zelf een voorgeprogrammeerde lijst met aanstekelijke evergreens aan. Geld betalen voor een fris geluid gebeurt nog zelden. En in de kwakkelende muziekindustrie die zo is ontstaan, worden risico's alleen nog maar verder uitgebannen.

De vele zijwegen die hij inslaat zijn soms wat overbodig, maar Seabrook schrijft met oprechte ver- en zelfs bewondering over de hitspuwende Zweden, die erin geslaagd zijn de hele wereld mee te laten blèren. Op de laatste pagina's van zijn boek constateert hij met enige opluchting dat zelfs zoonlief zijn smaak wat heeft verbreed. Naast Dark Horse van Katy Perry staat inmiddels ook London Calling van The Clash in zijn playlist.

John Seabrook

John Seabrook is sinds 1993 redacteur van The New Yorker, waar hij schrijft over technologie en populaire cultuur, en waar die twee elkaar raken.

Beeld getty
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden