BoekrecensieGeestdrift met verstand

Historicus Rob Hartmans maakte een rijke studie van De Groene Amsterdammer ★★★★☆

Beeld Floor Rieder

Van onderschatte hoofdredacteuren tot intellectuele debatten en communistische sympathieën: Rob Hartmans’ rijke studie van De Groene Amsterdammer is meer dan alleen een persgeschiedenis.     

Wie is de meest onderschatte hoofdredacteur van Nederland? Niet Pieter Klok natuurlijk, of een andere baas van een machtig en kapitaalkrachtig medium. Onderschatte hoofdredacteuren moet je zoeken bij periodieken die ‘de afgrond als natuurlijke habitat’ hebben, zoals historicus Rob Hartmans het formuleert. Zo kom je al gauw terecht bij De Groene Amsterdammer, het weekblad dat al sinds 1877 vecht voor zijn bestaansrecht als onafhankelijke gids voor de vooruitstrevende intelligentsia. Hartmans had in zijn rijke studie van De Groene ruime keus voor de door hemzelf ingestelde prijsvraag. Hij had kunnen kiezen voor Martin van Amerongen, die 35 jaar geleden De Groene, afgegleden tot een armzalig actieblaadje, weer tot leven wist te wekken. Of voor Xandra Schutte, de huidige hoofdredacteur, die De Groene als enig overgebleven links opinieblad gezond en opnieuw relevant wist te maken.

Hartmans roept evenwel Jan de Koo, de eerste hoofdredacteur van De Amsterdammer (die al gauw de bijnaam De Groene kreeg) uit tot meest onderschatte hoofdredacteur aller tijden. De Koo slaagde er inderdaad in de missie van De Amsterdammer voorbeeldig gestalte te geven: ‘Geene partij zal ons regeeren, niet gaarne zouden wij de onafhankelijkheid onzer beschouwingen opofferen aan eenig politiek belang; wij moeten een standpunt innemen, dat niet voor verdachtmaking vatbaar is.’

Dat standpunt was een radicaal liberaal standpunt. Het weekblad leverde felle kritiek op de liberale elite, die zichzelf met vriendjespolitiek in het zadel hield. Grote aandacht was er voor de erbarmelijke omstandigheden van het proletariaat. Veel sympathie was er voor de opkomende arbeidersbeweging, maar socialisatie van de productiemiddelen was voor de liberale Amsterdammer een stap te ver.

Uiteenlopende opvattingen

Ter aanvulling van zijn pleidooien voor algemeen kiesrecht nodigde De Koo vrouwen uit om te pleiten voor gelijkberechtiging. Door aanstormende jonge literatoren als Willem Kloos, Lodewijk van Deyssel, Frederik van Eeden en Albert Verwey aan zich te binden, wist De Koo De Amsterdammer tot kraamkamer van de Tachtigers te maken. Die Tachtigers pleitten voor kunst omwille van de kunst en zetten zich af tegen domineesliteratuur met een christelijke moraal, vaderlandsliefde of sociale bewogenheid. Het aardige van De Koo’s Amsterdammer was dat de gevestigde literaire orde zelf ook in zijn weekblad vertegenwoordigd was, bijvoorbeeld in de – nota bene – katholieke figuur van Joseph Alberdingk Thijm, medewerker toneel, literatuur, geschiedenis, muziek en beeldende kunst. Daarmee vestigde De Koo de reputatie van De Groene als platform voor uiteenlopende opvattingen over cultuur en politiek.

De Koo waarschuwde al vóór 1900 voor de gevaarlijke aspiraties van het Duitse keizerrijk en De Groene zou zich tijdens de Eerste Wereldoorlog niets aantrekken van de neutraliteit die de regering had opgelegd aan de media. Tekenend voor de reputatie die het blad na De Koo had weten te consolideren waren de bijdragen van auteurs in de categorie Thomas Mann, Albert Einstein, Sigmund Freud, H.G Wells, Joseph Roth en Paul Valéry. Hun stukken werden overigens lang niet altijd vertaald; de talenkennis van lezers van De Groene werd als vanzelfsprekend beschouwd.

Gezaghebbend en tegendraads

De opvolgers van De Koo streefden er elk op hun manier na om het tijdschrift zowel gezaghebbend als tegendraads te laten zijn. Dit leverde veel conflictstof op tussen redacteuren, medewerkers en eigenaren. Hartmans ruimt voor die verwikkelingen veel plaats in, waarbij hij voor de laatste halve eeuw kon putten uit interviews met redacteuren die hij vanaf 2000 heeft afgenomen. Maar gelukkig is zijn boek meer dan een persgeschiedenis in engere zin. Doordat De Groene midden in debatten stond die onder progressieve intellectuelen werden gevoerd, komen we daarover veel te weten. Zo doet Hartmans uit de doeken dat De Groene als een van de weinige periodieken altijd kritisch is geweest over het Nederlandse kolonialisme. Maar hij beschrijft ook hoe de muziekkeuze van het Concertgebouworkest bij Groene-criticus Matthijs Vermeulen zelden in goede aarde viel.

Een rode draad door de geschiedenis van het tijdschrift is de verhouding tot het communisme. Hartmans aarzelt niet om De Groene te typeren als de krant van de fellowtravellers, de intellectuelen die naast kritiek vooral begrip wilden hebben voor het reëel bestaande socialisme, hoe repressief dat ook was. Het ergste dat je een redacteur van De Groene kon aanwrijven was dat die een anticommunist was. Alles was beter dan het verderfelijke kapitalisme van Amerika – en dat laatste kunt u nog elke week in het eerbiedwaardige blad nalezen.

Beeld Spectrum

Geestdrift met verstand – Geschiedenis van De Groene Amsterdammer van 1877 tot nu

Rob Hartmans

★★★★☆

Spectrum

704 pagina’s; € 44,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden