Interview Piet Emmer

Historicus Piet Emmer: ‘Zij die over ons slavernijverleden het hoogste woord voeren, weten sterk te overdrijven’

Over het koloniale verleden van Nederland wordt veel onzin verkondigd, meent historicus Piet Emmer. In zijn nieuwe boek 'Het zwart-witdenken voorbij' zet hij de slavernij in een ontnuchterende historische context.

Piet Emmer. Foto Linelle Deunk

Een boekpresentatie in een afgeladen zaal in Paradiso zit er voor Piet Emmer niet in. Dat lukte de schrijver Ewald Vanvugt wel met Roofstaat, een 'belangwekkende, radicale herschrijving' van ons duistere koloniale verleden, zoals de Volkskrant het door hiphoplabel Top Notch heruitgegeven boek omschreef in een vijfsterrenrecensie. Rapper Typhoon liet zich erdoor inspireren voor zijn nummer We zijn er. Collega Akwasi noemde de auteur een held. Adriaan van Dis prees het boek in De Wereld Draait Door.

'Aperte leugens', 'drammerige eenzijdigheid': als Pieter Cornelis Emmer, historicus en emeritus hoogleraar aan de Universiteit Leiden, het werk van Vanvugt bespreekt, vallen harde woorden. Vilein: 'Het zegt genoeg dat Roofstaat werd gepresenteerd in een poptempel en alleen was onderworpen aan de historische vakkennis van een rapper.'

Emmer staat juist bekend om die vakkennis. Hij geldt als de specialist op het gebied van slavenhandel en heeft er diverse studies over geschreven. Zijn nieuwste boek verschijnt komende week. 'Het zwart-witdenken voorbij' brengt de ontnuchterende historische context - en dan lijkt het opeens ietsje beter te verkroppen wat onze voorvaderen in den verre hebben uitgespookt.

In dit tijdsgewricht is de nuance van Emmer niet populair. Daarom ligt zijn kennis vandaag onder vuur en gelden zijn motivaties als verdacht. Aan zijn keukentafel vertelt Emmer uitvoerig over zijn boek. De ondertitel, 'Een bijdrage aan de discussie over kolonialisme, slavernij en migratie', oogt even bescheiden als - en dat klinkt misschien verrassend - zijn voorkomen, dat iets verontschuldigends heeft.

Weet u wel wat u zich op de hals haalt?

'Ik heb lang geaarzeld om dit boekje te schrijven. Het zijn beladen onderwerpen, vol met landmijnen. Er komen ongetwijfeld felle reacties.'

Waarom toch doorgezet?

'Ik vind het oprecht belangrijk, juist nu, om te laten zien dat het verleden een vreemd land is. Dat moeten we goed beseffen, want er is tegenwoordig de merkwaardige gewoonte om te denken dat onze normen en waarden altijd al hebben bestaan. Dit wordt nu sterk geprojecteerd op ons koloniale verleden en onze rol bij de slavenhandel. Vandaar de beeldenstorm die over Nederland raast: standbeelden van historische figuren moeten neer, straten of instituten die aan hen refereren moeten van naam veranderen, de koloniale onderdanen op de deurpanelen van de Gouden Koets moeten worden overgeschilderd, noem maar op. Dit is waanzin. Wij behoren de geschiedenis niet te bekijken door de bril van vandaag, maar met de ogen van de tijdgenoten.'

En wat zagen de tijdgenoten in de 17de en 18de eeuw?

'Toen wij ons inlieten met Afrikaanse slaven kende Europa geen vrije arbeidsmarkt waar je zelf je keuzes kon maken. In het leger en de koopvaardij had je langlopende contracten van soms wel zeven jaar, waar je niet onderuit kon. Weesjongens moesten verplicht werken aan boord van handelsschepen van de VOC: dwangarbeid en kinderarbeid ineen. Als in Schotland een mijn werd verkocht, werden de mijnwerkers ongevraagd meeverkocht.'

Dat is toch iets anders dan slavernij?

'Jazeker, maar wanneer je de arbeidsverhoudingen in Europa uit die tijd begrijpt, wordt de sprong naar slavernij in overzeese gebieden iets minder groot. Overigens, dichterbij, in Oost-Europa, werkten veel mensen als slaaf; het woord komt daar niet voor niets vandaan. Die dwang vinden we vandaag vreselijk, maar we kunnen het de mensen uit die tijd niet kwalijk nemen dat ze niet op de hoogte waren van de 21ste-eeuwse normen en waarden.'

Toch was er in ons land al sinds 1500 geen slavernij meer. Ook naar de morele maatstaven van die tijd was het toch hypocriet dat Nederlanders hebben meegedaan aan slavernij en slavenhandel?

'Dat ben ik met u eens. Waarschijnlijk kwam slavernij ons niet slecht uit en dus werden er rechtvaardigingen bij gezocht. Zo werd geredeneerd dat de ongelijkheid door God was bedoeld, of dat de kennismaking met het christendom en het tweehoofdige gezin zeer gunstig zou zijn voor de Afrikanen, want in Europese ogen rommelden zij daarginds maar wat aan met hun vage bijgeloven en primitieve opvattingen over relaties.

'U moet overigens niet vergeten dat wij in de koloniale tijd juist een einde hebben gemaakt aan de slavernij in Azië en Afrika, en aan de rooftochten en plunderingen die in deze gebieden veelvuldig voorkwamen. We hebben gezondheidszorg, landbouw, onderwijs en bestuur gemoderniseerd. We hebben riolering, leidingwater, telefoonverbindingen, wegen en spoorwegen aangelegd. Je mag het vandaag niet meer zeggen, maar het kolonialisme bracht moderne beschaving.'

CV Piet Emmer

1944 Geboren in Haarlem

1963-1968 Studie geschiedenis en economie, Universiteit Leiden

1974 Promotie, Universiteit van Amsterdam, proefschrift over de Nederlandse en Britse slavenhandel in de 19de eeuw

1991 Hoogleraar geschiedenis van de Europese expansie en migratie, Universiteit Leiden

2000 Auteur De Nederlandse slavenhandel 1500-1850

2009 Emeritaat

2010 Auteur Atlantisch avontuur

2012 Co-auteur, met Jos Gommans, Rijk aan de rand van de wereld

2018 Auteur Het zwart-witdenken voorbij

Piet Emmer heeft twee kinderen en een kleinkind.

Alleen was de slavernij niet zo modern en beschaafd...

'Klopt.'

U wijst er in uw boek op dat de Nederlandse rol in de slavernij en slavenhandel zo gering was.

'Alle berekeningen laten zien dat de slavenhandel van marginale betekenis was voor de gemiddelde Nederlander. Tijdens de topjaren bedroegen de winsten uit de Nederlandse slavenhandel 0,005 procent van het nationaal inkomen. Goederenhandel, landbouw, veeteelt, visserij, nijverheid: deze sectoren leverden veel meer toegevoegde waarde.

'Ter illustratie: Nederland telde zo'n tweeduizend zeewaardige schepen. Daarvan werden misschien twintig ingezet voor de slavenhandel. Internationaal telden de Nederlanders nauwelijks mee, met niet meer dan 6 procent van de totale slavenhandel. Sterker, de Nederlandse slavenhandel stond bekend om zijn lage rendement. Daarom werd deze handel tijdens de 18de eeuw vrijgesteld van de gebruikelijke belastingen om nog te kunnen blijven bestaan.'

Andere historici, zoals Karwan Fatah-Black en Matthias van Rossum, menen dat de economische waarde wordt onderschat doordat de spin-off nooit is meegerekend, zoals de reparaties aan de schepen en de bevoorrading van de vloot.

'Ach, in Middelburg en Vlissingen, waar in Nederland de meeste slavenhandel plaatsvond, zal er vast een bakker zijn geweest die een paar keer per jaar wat extra broden heeft gebakken voor de scheepsbemanning. Maar het is toch onvoorstelbaar dat dergelijke activiteiten een serieuze bijdrage hebben geleverd aan de economie van een land dat toen twee miljoen inwoners telde?'

Maakt de exacte omvang van dergelijke praktijken echt uit bij onze beoordeling ervan?

'Feiten doen ertoe. Zij die over ons slavernijverleden het hoogste woord voeren, weten sterk te overdrijven. Ze doen alsof we er in dit land gigantisch aan hebben verdiend en al onze rijkdom eraan te danken hebben. Ze zeggen dat er wel zestig miljoen slaven uit Afrika zijn vertrokken, terwijl het volgens de consensus waarschijnlijk gaat om ongeveer twaalf miljoen. Ze doen alsof slavernij en slavenhandel diepe sporen hebben nagelaten, die vandaag nog belemmerend werken. Wij zijn niet zo ver gekomen in ons leven, klinkt het dan, en dat komt doordat onze voorvaderen ooit slaven waren... Tja, ik vind zo'n redenering nogal wonderlijk.'

U ontkent enig verband?

'Het ongelijk van die bewering kan ik niet bewijzen, maar het klinkt curieus. Een wetenschappelijke onderbouwing of verklaring hiervoor heb ik nog nooit gelezen. Dan krijg ik toch sterk het idee dat de geschiedenis wordt gebruikt om, tja, hoe zal ik het zeggen, een bepaald gebrek aan maatschappelijk succes te rechtvaardigen, of om een politieke oplossing door te voeren. Dat geeft te denken.'

U doet alsof louter activisten zich roeren in deze discussie, maar ook historici, antropologen, sociologen en museumdirecteuren geven blijk van een andere kijk.

'Ook onder hen houden sommigen hardnekkig vast aan verkeerde informatie en interpretaties. Door bijvoorbeeld veelvuldig te spreken over 'mensen die tot slaaf zijn gemaakt' doen ze alsof Nederlanders met een vlindernetje rondliepen om de lokale inwoners weg te plukken en op de boot te zetten. In werkelijkheid kende Afrika al een lange geschiedenis van slavernij: sommigen werden geboren als slaaf, anderen waren vrij, maar werden tot slaaf gemaakt, bijvoorbeeld als krijgsgevangene of na een misdrijf of een niet-afbetaalde schuld. Het waren de Afrikanen die bepaalden waar, wanneer en hoeveel slaven ze aan wie verkochten. In de logboeken van de slavenschepen lezen we dat Nederlanders niets te vertellen hadden en klaagden dat de Afrikanen al dagenlang in conclaaf waren, terwijl zij maar moesten wachten. Nederlanders hebben zich aangepast aan de gewoonten die hoorden bij de slavernij en de slavenhandel in Afrika.

'Of neem de cijfers over het aantal doden onderweg aan boord van de slavenschepen. Natuurlijk gingen in die barre omstandigheden slaven dood. Maar de mortaliteit onder de bemanning was bijna net zo hoog als onder slaven: ongeveer 10 tot 15 procent. Ze hadden simpelweg het verkeerde eten aan boord - erwten, brood dat keihard geworden was, geen vers fruit - en de chirurgijnen hadden geen idee hoe ze tropische ziekten moesten behandelen. Overigens waren veel slaven al erg verzwakt vanwege de wekenlange marsen vanuit het Afrikaanse binnenland voordat ze aan de Europeanen werden verkocht. En trouwens, de overlevingskansen van de matrozen en soldaten bij de Verenigde Oost-Indische Compagnie waren nog lager dan in de slavenhandel.'

Piet Emmer. Foto Linelle Deunk

Door dit soort uitspraken bent u wel een 'missionaris in dienst van de relativering' genoemd, die zich bezondigt aan 'verheerlijking van nationale glorie'.

'Och ja, daar valt niet zoveel aan te doen, hè?'

Dat waren overigens nog de vriendelijke omschrijvingen.

'Tja, ach, dat is dan maar zo.'

Uw nuances worden opgevat alsof u onze geschiedenis wilt goedpraten.

'Weet u, dat heb ik altijd zo wonderlijk gevonden. Hoe kan het nu toch dat je het verleden zou goedpraten als je het alleen maar probeert te beschrijven en te verklaren?'

Vindt u niet dat de geschiedenis van slavernij zou moeten worden beschreven door zwarte historici en niet door blanke mannen van een zekere leeftijd?

'Dat lijkt me een misvatting. Of denkt u ook dat de geschiedenis van de oude Romeinen beter kan worden geschreven door een Italiaan? Of dat alleen een Afrikaanse arts een tropenziekte mag behandelen? Wanneer historici bronnen raadplegen, behoren zij volgens bepaalde wetenschappelijke standaarden tot dezelfde conclusies te komen, ongeacht hun huidskleur. Het lijkt me uiterst problematisch als we inzichten gaan verwerpen op grond van huidskleur.'

Accepteert u wel dat iemand met een andere huidskleur anders kijkt naar de geschiedenis?

'Een Duitse historicus zal dezelfde bevindingen over de bezetting in ons land moeten krijgen als een Nederlandse vakgenoot, maar een gemiddelde Duitser zal die informatie anders beleven dan een gemiddelde Nederlander. Zo'n verschil in beleving zal er ook zijn rondom het slavernijverleden, ja.'

De geschiedenis rondom kolonialisme en slavernij, zo wordt beweerd, heeft een blijvende, schadelijke invloed achtergelaten op de voortgang van het Afrikaanse continent. U betwist dat. Waarom?

'Ik zie niet goed hoe de situatie voor de slaven in Afrika destijds - met gedwongen arbeid en enige vrije tijd om bijvoorbeeld gewassen te kweken of kippen te houden en op de markt te verkopen - zoveel anders was dan voor de landarbeiders op de landgoederen in Oost-Europa. Bovendien: in Azië was toch ook volop slavernij? Toch zijn de Aziatische landen economisch snel gegroeid.'

Europese slavendrijvers zouden de arbeidsmoraal hebben geknakt, zoals bijvoorbeeld de Antilliaanse historicus James Schril heeft aangevoerd.

'Nou, die arbeidsmoraal was in Europa anders ook niet bepaald geweldig. Toen de Industriële Revolutie begon, hadden fabriekseigenaren grote moeite om te zorgen dat arbeiders op tijd verschenen en niet dronken waren. Arbeidsmoraal kun je aanleren.'

Wij hebben de sterkste mannen uit Afrika weggehaald, waardoor we het continent hebben verzwakt.

'Dat kun je ook zeggen over de Europese migranten die naar de nieuwe wereld trokken: die landverhuizers waren ook fysiek gezonder en ondernemender dan de thuisblijvers. Bovendien waren er wel zestig miljoen Europeanen die zijn vertrokken naar Noord-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland: veel meer dan alle slaven uit Afrika bij elkaar, dus daarin is Afrika evenmin verschillend.'

Wacht, vergelijkt u nu slavenhandel met vrijwillige verhuizingen?

'Ik besef dat de slavenhandel bepaald geen prettige manier was om weg te gaan, maar het principe is hetzelfde. Dat zien we ook in de effecten op de achterblijvers. Of je nu vrijwillig vertrekt, zoals in Europa, of niet vrijwillig, zoals in Afrika: de achterblijvers hebben onmiskenbaar geprofiteerd vanwege het simpele feit dat er minder monden te voeden waren.'

Het gesprek, bij thee en koekjes, duurt al bijna twee uur. Als Piet Emmer vertelt, klinkt hij als een geschiedenisleraar, verknocht aan zijn vak, vol passie om zijn kennis over te brengen. Dat het kennis betreft die wordt betwijfeld, maakt hem niet aan het wankelen.

Emmer vergelijkt het met de gezondheidszorg: enerzijds is er een ondubbelzinnige vooruitgang in medische kennis en behandeltechnieken, maar tegelijk groeit de sector van onbewezen, 'alternatieve' geneeswijzen. Wel is er een verschil, zo verzucht hij: 'Er is geen wet tegen geschiedkundige kwakzalverij.'

Foto Linelle Deunk

Hoe nu verder met elkaar? Meer aandacht voor ons slavernijverleden op onze scholen?

'Deze episode is al opgenomen in de Canon van Nederland, een lijst van vijftig thema's voor het geschiedenisonderwijs. Economisch, sociaal en cultureel heeft de slavenhandel weinig tot niets aan Nederland veranderd, dus meer aandacht lijkt me onnodig.'

Moeten Nederlanders niet excuses maken om samen door te kunnen gaan?

'Een verontschuldiging heeft iets sympathieks, maar het heeft weinig zin als het gaat om duizenden jaren menselijke geschiedenis. Bovendien kunnen we dan wel aan de gang blijven, want er waren in de tijd van de Nederlandse slavenhandel wel meer misstanden: de positie van de vrouw was zeer onrechtvaardig, jonge kinderen moesten werken, er was grote ongelijkheid, de kindersterfte was hoog, er waren lijfstraffen, er was een gebrek aan democratie, er werd gerookt. Moeten we ons daar ook om schamen en excuses voor maken?'

Voelt u dan geen enkele schaamte als u het verleden bestudeert?

'Natuurlijk komen we zaken tegen die niet zo fraai zijn, maar we moeten leren de geschiedenis te bekijken door de ogen van die tijd. We moeten het verleden niet willen uitwissen, maar bewaren, bestuderen en begrijpen. En vervolgens mogen we heel blij zijn dat we vandaag leven.'

Meer over