RECENSIE

Hisham Matar maakt indruk met zoektocht naar vader

Het dramatische verhaal van Hisham Matar over de zoektocht naar zijn vader is het krachtigst als hij anderen aan het woord laat. Hartverscheurend is het relaas van zijn oom over het bloedbad in de Libische gevangenis in 1996.

Abu Salim-gevangenis in Tripoli in 2011. Beeld Bryan Denton

In 2011 verscheen Anatomie van een verdwijning van de Engelstalige, van oorsprong Libische auteur Hisham Matar (1970). In deze roman komt een jongen voor, Nuri geheten, wiens vader is verdwenen door toedoen van de Libische geheime dienst. In zijn nieuwste boek, De terugkeer, beschrijft Matar de zoektocht naar zijn eigen vader, de diplomaat en dissident Jaballa Matar.

Op het omslag staat wederom 'roman', maar dat moet een vergissing zijn. De Engelse uitgave spreekt van een 'memoir', en dat is het ook. De terugkeer bevat zo goed als geen verzonnen elementen, of het moeten de fragmenten zijn waarin Matar zich probeert in te beelden welke vernederingen zijn vader in Kadhafi's beruchte Abu Salim-gevangenis heeft moeten doorstaan. Van een plot, personages, laat staan karakterontwikkeling is geen sprake.

Hisham Matar (non-fictie) De terugkeer / Uit het Engels vertaald door Manik Sarkar. Meulenhoff; 288 pagina's; euro 19,99.

De terugkeer bevat dus de herinneringen van een nog relatief jonge schrijver die al ruim 25 jaar op zoek is naar de feiten omtrent zijn vaders verdwijning. Een dramatisch verhaal, dat ook het drama van zijn vaderland weerspiegelt, en dat niet vaak genoeg verteld kan worden. Tegelijk is het, vanuit de zoon gezien, het verhaal van een obsessie, van machteloosheid en vooral van schuldgevoel: 'Schuld is de eeuwige metgezel van de banneling.'

Matar studeert in Londen als zijn vader in 1990 in Caïro, waar het gezin al geruime tijd woont, door de Egyptische geheime dienst wordt ontvoerd. Eerst gelooft de familie nog dat hij ergens in Egypte wordt vastgehouden, maar in de weinige brieven die Vader (in het boek meestal met een hoofdletter geschreven) naar buiten weet te smokkelen, schrijft hij dat de Egyptische geheime dienst hem heeft overgedragen aan de Libische geheime dienst. Sindsdien wordt hij in Tripoli gevangengehouden.

De correspondentie stopt in 1996 en in datzelfde jaar vindt in de Abu Salimgevangenis een bloedbad plaats waarbij meer dan 1.200 doden vallen. Matar gelooft lange tijd dat zijn vader een van hen was, totdat er in 2002 bericht komt van een man die meent dat hij Matars vader nog in 2000 in leven heeft gezien. De met moeite verworven zekerheid die Matar enige gemoedsrust had gegeven, wordt hierdoor tenietgedaan en de zoektocht kan opnieuw beginnen.

Hartverscheurend

Het verhaal dankt zijn kracht aan de momenten waarop Matar anderen aan het woord laat, zoals de oude oom die op wonderbaarlijke wijze de slachting in de gevangenis heeft overleefd. Zijn getuigenis, het sluitstuk van De terugkeer, is hartverscheurend.

Maar wanneer Matar zelf zijn gedachten formuleert, blijft hij aan de oppervlakte. Na een zin als: 'Het was vreemd op het bed van mijn dode neef te liggen' vertelt Matar niet wat er zo vreemd is, maar gaat hij over op de beschrijving van een keuken. Jammer, want er valt toch wel meer te zeggen?

In zijn twee romans moest Matar, puur vanwege de vorm, afstand nemen en de verbeelding het werk laten doen. Dat ging hem beter af. Nu lijkt hij niet goed te zien welk gegeven voor het verhaal nodig is, welke gedachte interessant. Hij wil vooral compleet zijn, als bij een reconstructie waarin geen enkele ontmoeting of telefoongesprek mag ontbreken.

Gevolg is dat De terugkeer vol staat met details die niet worden uitgewerkt. Deze overdosis aan informatie maakt dat de schrijver meer indruk maakt met al het werk dat hij heeft verzet, dan dat hij de lezer weet te ontroeren. Daarvoor heeft hij de woorden van anderen nodig, zoals die van zijn vader in een van diens brieven: 'Soms gaat er een heel jaar voorbij zonder dat ik de zon zie of uit mijn cel word gelaten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.