AchtergrondThe last hillbilly

Hillbilly’s dom, arm en vechtlustig? Niet in deze ontroerende Idfa-documentaire

De bergbewoners in de oostelijke staten van de VS hebben vanouds een slechte reputatie: ze zijn arm en zouden dom en vechtlustig zijn. De ontroerende documentaireThe Last Hillbilly laat niets heel van die clichés.

The Last Hillbilly

‘Dus je wilt weten wat een hillbilly is?’, vraagt hoofdpersoon Brian Ritchie plotseling aan de camera. We zijn dan net twintig minuten onderweg in The Last Hillbilly, het portret van een man en zijn familie in de Appalachen in de staat Kentucky, de inmiddels beruchte bergketen waar de Verenigde Staten zichzelf de laatste jaren zijn tegengekomen.

Ja, dat willen we weten. We hebben dan een paar clichés gezien: een man met een baardje in een pick-uptruck, een woonwagen verlicht door een eenzame straatlantaarn, een weg door een mistige vallei, de roestige resten van een kolenspoor. Maar we hebben ook gezien hoe deze man kleine katjes redt, voor zijn koeien zorgt, en we hebben gehoord hoe hij over zijn kinderen en over stervende herten praat. Deze man is geen cliché.

‘Nou, wil je dat echt?’, mompelt hij. ‘Want je weet allang wat een hillbilly is. We zijn dom, ongeschoold, arm, gewelddadig, racistisch, inteelt. Allemaal waar. Het is een populair woord, deze dagen. Wij zijn verantwoordelijk voor Trump en die hele rotzooi. Maar het is een woord dat is blijven steken in het verleden. Verbonden met de steenkool. Maar de steenkool is verdwenen, en komt niet terug. En wat doe je dan, als hetgeen waarop je hele imago is gebaseerd, voorgoed verdwenen is? Waar ga je dan heen?’

En dan komt de rest van deze intense documentaire, zwaarmoedig en lichtvoetig tegelijk. Zeven jaar lang hebben de Franse makers Ritchie en zijn familie met tussenpozen gevolgd – soms een paar weken, soms een paar maanden, waarbij ze soms in zijn trailer bleven slapen – om dat leven te vatten in impressionistische beelden die eigenlijk nergens over gaan, maar alles zeggen.

Kinderen die met hun kleren aan in het beekje achter het huis drijven.

Mannen die door het bos struinen om iets te doen.

Kinderen die in een boerenkarretje scheuren.

Oude vrienden die naar een rotswand kijken - vroeger klommen ze ertegenop.

Mannen die op een helling een huis bouwen.

Een man bij een graf.

Kinderen op hun telefoons bij een kampvuur.

Ritchie, een man die de documentairemakers in 2013 toevallig tegenkwamen toen ze in de VS naar een plek zochten waarop het toerisme nog geen vat had gekregen, blijkt een poëtische observator, die met korte zinnen flarden van zijn leven beschrijft. Een mysterieuze epidemie onder herten, die stierven in de kreken (‘Ze dronken, ze probeerden te drinken, en toen lukte het drinken niet meer’), gaat heel natuurlijk over in Ritchies worsteling met de vroege dood van zijn broer, en de angst dat zijn kinderen hetzelfde zal overkomen (‘Laat mij degene zijn die in stilte lijdt, zodat zij kunnen dromen’). De onsentimentele liefde voor de natuur en de nabijheid van de dood – de levensverwachting hier is tien jaar lager dan in de welvarende Amerikaanse (voor)steden - kom je vaker tegen als je in deze contreien rondreist, maar is niet vaak zo onnadrukkelijk ontroerend verfilmd.

The Last Hillbilly

Het gaat niet alleen over Brian, het gaat over de hele Ritchie-familie. De Appalachen vormen een streek waar in de eerste eeuwen van de Amerikaanse kolonie veel Schotten en Ieren terechtkwamen, en hun clanstructuur is gebleven, in de leegten tussen de bergen. ‘Ze waren verlaten en alleen, een wereld weg van huis’, zoals Ritchie zegt. De overheid wordt gewantrouwd en hun onafhankelijkheid maakt ze afhankelijk van elkaar. Dat wordt geen moment uitgesproken, maar terloops getoond: in de ene scène zie je Ritchie en zijn broer op een nog bijna lege plek praten, en vraagt Ritchie simpelweg waar de slaapkamers komen. In een later fragment zie je een half af bouwwerk – het gebeurt, het is geen project waaraan de makers veel woorden vuil maken. (Opvallend: ook als ze hun woningen zelf bouwen, hebben die de vorm van een woonwagen.)

Die zelfredzaamheid is een bron van trots. Ritchie probeert aan zijn kinderen over te dragen dat dat de essentie van de hillbilly is: een mix van incasseringsvermogen en improvisatievermogen. ‘Ik weet dat het pijn doet’, zegt hij tegen zijn zoontje als die zijn teen heeft gestoten, en huilend op de grond zit. ‘Maar je moet hard zijn.’ Later mompelt hij: ‘Ik geloof dat hij zijn voet gebroken heeft. Of op zijn minst een teen.’

Gaan ze het daarmee redden? Twee meiden in de film hebben het over hun perspectieven: achter de kassa bij een supermarkt of gaan werken in de zorg. Veel meer opties zijn er niet. Het land loopt leeg, tot verdriet van Ritchie, de zelfbenoemde laatste hillbilly. ‘De plek en de mensen zijn verstrengeld, completeren elkaar. Als het ene wordt gescheiden van het andere, wordt die eenheid verbroken, wordt een identiteit vernietigd.’

Toevallig draait vanaf donderdag ook Hillbilly Elegy in de bioscopen, de verfilming van het succesvolle boek van J.D. Vance uit 2016 (in het Nederlands vertaald als Hillbilly blues). Die memoires van een jongen die in deze streek werd geboren, zich aan zijn haren omhoog trok, een beurs kreeg voor de prestigieuze universiteit Yale en vervolgens steenrijk werd als investeerder in Silicon Valley, vormden een handboek voor iedereen die de ‘vergeten mannen en vrouwen’ wilde begrijpen die Trump president hadden gemaakt. Maar het boek kreeg ook veel kritiek: hoe waar ook, Vance bevestigde alle clichés en verwerkte die tot het conservatieve betoog dat nóg minder overheidsingrijpen die steuntrekkers daar vast tot meer discipline zou dwingen.

De filmversie van Hillbilly Elegy is nog wat platter: het is een verhaaltje geworden over vloekende en tierende types met een klein hartje, zonder een enkele persoonlijkheid. Dit zijn de clichés die een miljoenenpubliek zullen bereiken – de mannen en vrouwen van de Appalachen worden aan de vergetelheid ontrukt, maar op een manier die hen weer eens als ‘deplorables’ (beklagenswaardigen) zal bevestigen. Het is tragisch dat zelfs een boek van een ervaringsdeskundige, een jongen uit de streek, het onbegrip van het ene Amerika voor het andere Amerika uiteindelijk alleen maar zal vergroten.

The Last Hillbilly doet het omgekeerde: de makers maken het rauwe bestaan menselijk, en laten het menselijke geworstel zien dat, hoe onbekend ook, voor iedereen invoelbaar is.

The Last Hillbilly

Uiteindelijk gaat het daarbij natuurlijk om de kinderen – de toekomst. ‘Het enige wat hier te doen is, is slapen en lopen’, zegt tiener Carolina, een nichtje uit Californië. ‘Ja, slapen en lopen, dat is hier genoeg te doen’, zegt de dochter van Brian. Gedurende de hele film zie je ze spelletjes spelen op een scherm, maar ook rondhangen in de boerenschuur, spelen met de dieren, rommelen in het water. Bij een kampvuur van afval steekt Ritchie, biertje in de hand, de geloofsbelijdenis van de hillbilly tegen zijn kinderen af. ‘Toen ik een kind was, joegen we op herten. Weet je waarom? Omdat onze mensen al duizend fokking jaar op herten joegen. Mijn vader deed het omdat zijn vader het deed omdat zijn grootvader het deed. Ooit was er een reden voor. We waren arm en hadden honger. Maar nu doen we het omdat we het altijd hebben gedaan, omdat we niet weten wat we anders moeten doen. En als we het niet meer doen, dan zijn we onszelf niet meer. Begrijpen jullie dat?’

‘Pap?’, vraagt een van zijn zoons. ‘Mijn rug doet een beetje pijn en ik krijg echt dorst.’

Ritchie: ‘Ga weer zitten en luister.’

Dan zegt hij: ‘Al die shit van jullie, nintendo’s en smartphones en laptops, dat is allemaal heel erg nieuw. Die shit gaat op een gegeven moment stoppen, maar jullie zijn erin gevangen. Ik was vrij, het laatste vrije kind van Amerika. De laatste hillbilly.’

‘Pap? Ik heb dorst!’

‘Weet je, dáár is het huis. Toen ik een kind was, was het niet zo erg om dat hele stuk te lopen.’

‘Ik ben bang.’

‘Jezus. Kom op, kan iemand met hem meelopen naar huis? Austin heeft zijn voet gebroken, die jankte niet zo erg.’

Het laatste wat je hoort, aan het einde van de film, is een wegijlende kinderstem: ‘Help me.’

The Last Hillbilly

Idfa-competitie

Het Amerikaanse bergbewonersportret The Last Hillbilly van regisseurs Diane Sara Bouzgarrou en Thomas Jenkou is opgenomen Idfa-competitie voor lange debuutdocumentaires, die dit jaar twaalf films telt.

Het festival kent ook competities voor lange, middellange en korte documentaires, studentenfilms en interactieve projecten, plus een aparte sectie voor Nederlandse films. Woensdag 25/11 worden de awards (digitaal) uitgereikt door de jury’s.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden