Hilary Mantel: ‘Ik wist nog niet dat het drie boeken en vijftien jaar zou duren, maar ik zag de vorm van het verhaal van meet af aan voor me.’

INTERVIEWHILARY MANTEL

Hilary Mantel: ‘Jaren was Cromwell mijn richtsnoer, dat is niet zomaar weg’

Hilary Mantel: ‘Ik wist nog niet dat het drie boeken en vijftien jaar zou duren, maar ik zag de vorm van het verhaal van meet af aan voor me.’Beeld David Levene / The Guardian & The Observer / HH

Hoe schrijft de schrijver? Het duurde een half schrijvers­leven voordat Hilary Mantel haar visie op de impopulaire politicus Thomas Cromwell durfde te verwerken in een historische roman. Vijftien jaar en drie boeken later is ze pas met hem klaar. Althans, min of meer.

Ze wilde al van jongs af aan historische romans schrijven. Om te beginnen over de Franse Revolutie. Niet alleen omdat ze het onderwerp buitengewoon interessant vond, maar ook en vooral omdat er naar haar overtuiging achter de bekende historische gebeurtenissen een groot, niet verteld verhaal schuilging. Dus schreef Hilary Mantel in 1979 haar eigen versie van de gebeurtenissen op in haar driedelige roman A Place of Greater Safety (Een veiliger oord). Ze kreeg hem pas in 1993 gepubliceerd, toen ze een gevestigd auteur was.

Naast de Franse Revolutie was er een tweede historisch onderwerp dat Mantel in hoge mate fascineerde, maar het duurde een half schrijversleven voor ze eraan durfde te beginnen: het leven van Thomas Cromwell (1485-1540). Deze machtspoliticus was als adviseur en rechterhand van koning Henry VIII onder meer verantwoordelijk voor de afscheiding van de Church of England, het opheffen van de kloosters en een flink aantal executies, waaronder die van Thomas More en Henry’s tweede vrouw Anne Boleyn.

Ook achter hem schuilt volgens Mantel een fascinerend, niet verteld verhaal. Cromwell, op het bekende portret van Hans Holbein afgebeeld als een stuurse, berekenende potentaat, geldt als een van minst populaire figuren uit de Engelse geschiedenis. Maar Mantel is ervan overtuigd dat de geschiedenisboeken hem onrecht doen. Vijftien jaar geleden had ze voldoende moed en kennis verzameld om haar visie op Cromwell in een roman te verwerken. Het werden er uiteindelijk drie. In Wolf Hall (2009) beschrijft ze Cromwells jeugd en loopbaan aan het Engelse hof, waar hij opklimt tot Henry’s belangrijkste adviseur. Bring Up the Bodies (2012, Het boek Henry) vertelt over Henry’s huwelijk met zijn tweede vrouw, Anne Boleyn. Beide boeken werden bekroond met de Booker Prize.

In het slotdeel van de trilogie, The Mirror and the Light, waarvan de Nederlandse vertaling, De spiegel en het licht, verschijnt op 6 mei, beschrijft Mantel de periode tussen de executie van Anne Boleyn en Cromwells eigen executie, vier jaar later. Een bezoek aan de auteur was niet mogelijk, maar via e-mail konden we haar toch te spreken krijgen.

Op welk moment werd het u duidelijk dat één boek niet genoeg was om uw verhaal te vertellen?

‘Pas toen ik op tweederde van Wolf Hall was aanbeland en ik me verdiepte in de ondergang van Thomas More, Henry’s kanselier, werd mij duidelijk dat het project complexer was dan ik had verwacht. Ik realiseerde me dat de relatie tussen Cromwell en Thomas More anders was dan de meeste mensen denken. Dat wilde ik recht doen, want zijn veroordeling en executie waren veel meer dan een incident. Die gebeurtenissen verdienden het om de climax van Wolf Hall te vormen. Natuurlijk was daarmee nog lang niet het hele verhaal verteld, dus moest er een tweede boek komen. Dat het uiteindelijk een trilogie zou worden, bleek pas toen ik bij het schrijven van Het boek Henry in de geschiedenis van de familie Boleyn dook. Dat boek beschrijft een periode van slechts negen maanden, maar de consequenties van wat er in die tijd gebeurt, zijn gigantisch. Ze voeren je De spiegel en het licht binnen en blijven Cromwell de rest van zijn leven achtervolgen.’

Identificeert u zich met hem?

‘Cromwells verhaal is dat van een man met een obscure, schijnbaar kansloze achtergrond, die niettemin een machtige positie verwerft. Dat zijn altijd de verhalen waartoe ik word aangetrokken. Ik kan me niet voorstellen dat ik het verhaal schrijf van iemand die aan de macht is geboren. Het was mijn taak als schrijver om Cromwell te begrijpen, niet per se om hem aardig te vinden. Hij was een voortdurende uitdaging, een uiteindelijk onoplosbaar raadsel. Er is een moment waarop hij zegt: ‘Ik weet nooit wat ik hierna zal doen.’ Daarmee probeert hij zijn concurrenten aan het hof op het verkeerde been te zetten. Maar het is ook een waarschuwing aan zowel de schrijver als de lezer: denk nooit dat je Cromwell doorhebt. Dat heb je niet.’

Het schrijven van zo’n complex verhaal over een complexe figuur moet veel planning met zich meebrengen. Werkt u met schema’s?

‘Ik had geen vooraf gemaakte schema’s voor bijvoorbeeld de plot, en had ook niet het gevoel dat ik die nodig had. Aan de oppervlakte moest ik de historische lijn volgen. Natuurlijk bevinden zich onder dat historische oppervlak de fictieve, aan mijn verbeelding ontsproten gebeurtenissen. Bij het schrijven van het derde boek kreeg ik steeds meer vertrouwen in mijn kennis van het tijdperk en de cultuur. Ik had een soort mentale database die er bijvoorbeeld voor zorgde dat er verwijzingen en toespelingen in mijn gedachten opkwamen.’

Nu de hele trilogie is verschenen, kunnen we concluderen dat de slotscène van deel drie een spiegeling is van de beginscène van deel één. Hebt u vijftien jaar lang bewust naar die scène toegeschreven?

‘Inderdaad. Toen ik een paar weken bezig was met deel één, heb ik een aantal conceptversies van de slotalinea geschreven. Ik wist nog niet dat het drie boeken en vijftien jaar zou duren, maar ik zag de vorm van het verhaal van meet af aan voor me. Het was geruststellend om te weten dat ik tegen het eind alleen maar die concepten erbij hoefde te halen om de laatste pagina’s te kunnen schrijven.’

‘We wonen in een kustdorp in Devon in een appartement met uitzicht op zee.’Beeld David Levene / The Guardian & The Observer / HH

Het schrijven van een historische roman vergt niet alleen veel onderzoek, maar gaat onvermijdelijk ook gepaard met veel interpretatie.

‘Ja, de twee zijn naadloos met elkaar verbonden. Je moet je bij elke bron afvragen: wie vertelt me dit? Is dit echt wat het lijkt? Onder welke omstandigheden is het geschreven? Wat heeft de schrijver mogelijk weggelaten?’

Wat u de lezer vertelt over Henry’s vierde vrouw, Anna van Kleef, is een mooi voorbeeld van interpretatie. De geschiedenisboeken leren ons dat Henry haar onaantrekkelijk vond. In De spiegel en het licht is het andersom: Anna vindt Henry onaantrekkelijk, zijn afkeer van haar is slechts een reactie hierop.

‘Toen Henry, na het overlijden van zijn derde vrouw, Jane Seymour, op zoek was naar een nieuwe echtgenote, liet men portretten maken van mogelijke kandidaten, zodat hij een keuze kon maken. Henry koos op basis van een schilderij van Hans Holbein voor Anna. Holbein was geen schilder die zijn onderwerp vleide en niemand heeft gesuggereerd dat zijn gelijkenis met Anna anders was dan waarheidsgetrouw. De leden van Henry’s hof die Anna in Calais ontmoetten, waren blij met haar uiterlijk en manier van doen. Nadat de twee elkaar hadden ontmoet, liet Henry zich in het openbaar niet negatief over Anna uit. Ik meende dat het tijd was om de voor de hand liggende vraag te stellen: wat dacht Anna op het moment dat ze Henry voor het eerst zag? Wat waren haar verwachtingen? Het is onwaarschijnlijk dat men haar eerlijk had verteld dat Henry erg dik was geworden en kwakkelde met zijn gezondheid. Ik acht het goed mogelijk dat Anna bij de eerste ontmoeting een zekere schrik of verbijstering heeft getoond, die Henry’s ijdelheid heeft gekwetst. We hebben geen enkele bron die ons vertelt hoe Anna tegen hun huwelijk aankeek. We weten alleen wat Henry over haar tegen Cromwell heeft gezegd. Er is geen reden om Henry als een volledig betrouwbare getuige te zien en Anna alleen door zijn ogen.’

Zijn er tijdens het lange schrijfproces momenten geweest waarop u dreigde te verdrinken in de overweldigende hoeveelheid materiaal, of twijfelde aan de hele onderneming? Of was uw ‘persoonlijke band’ met Cromwell – met zijn wijze raad: ‘U moet vooruitgaan, sire. Het is de enige richting die God toestaat’ – juist een steun?

‘Je zou kunnen zeggen dat Thomas Cromwell in die jaren een richtsnoer was. Hij was er elke dag. En het hielp ontzettend dat hij zo’n krachtige persoonlijkheid was. Ik heb nooit getwijfeld of ik het verhaal zou afmaken, maar het is waar dat er momenten van grote verwarring waren en dat ik soms niet meer wist hoe ik verder moest. Maar ik heb al tijdens het schrijven van mijn eerste boek geleerd dat je er uiteindelijk altijd uit komt. De ervaring leert dat je gewoon geduld moet hebben.’

Klasse speelt een belangrijke rol in de trilogie. Ondanks al zijn prestaties zal Cromwell nooit kunnen ontsnappen aan het feit dat hij afkomstig is uit de onderste laag van de samenleving. In hoeverre zijn de boeken ook een impliciet commentaar op het hedendaagse Britse klassensysteem?

‘Cromwells probleem is inderdaad structureel: de adel zal hem nooit accepteren en het gewone volk ook niet. De koning wel, maar dat is uiteindelijk niet genoeg. Cromwells ondergang wordt naar mijn mening niet veroorzaakt door zijn eigen fouten, tekortkomingen of karakter, maar door zijn achtergrond en de hiërarchische maatschappij van 16de-eeuws Engeland. Dat hij desondanks zo’n loopbaan heeft gehad, is welbeschouwd een wonder. Ik zie de boeken niet als commentaar op het huidige klassensysteem, hoezeer dat onderwerp mij ook aan het hart gaat. Ik ben zelf afkomstig uit de arbeidersklasse en was de eerste in mijn familie die een hogere opleiding volgde. Ik denk zelfs dat ik met die opleiding aanvankelijk moeite had, doordat het me ontbrak aan wat men nu ‘cultureel kapitaal’ noemt. Zelfs vandaag de dag verwijst bijna elke Britse interviewer naar mijn ‘noordelijke accent’. Dat gaat niet over geografie, dat gaat over klasse. Als je succes hebt, wordt er van je verwacht dat je je aanpast aan de grootstedelijke middenklassecultuur. Dat heb ik niet gedaan.’

U hebt uw hele schrijversloopbaan lang lovende recensies gekregen, maar het commerciële succes kwam pas met de Wolf Hall-trilogie. Hoe is dit te verklaren?

‘Doordat zoveel mensen gefascineerd zijn door het geslacht van de Tudors, waarvan Henry deel uitmaakte, denk ik dat ik een hele reeks nieuwe lezers heb gekregen die mijn boeken normaliter niet zouden openen. Welbeschouwd hebben mijn Cromwell-boeken de kloof tussen de literaire en de populaire roman gedicht. Critici stellen dat dit mijn beste werk is. Ik denk dat ze gelijk hebben en dat dat komt doordat ik het pas ben gaan schrijven toen ik er klaar voor was. Als je over een onderwerp schrijft dat je na aan het hart ligt, ben je in staat boven jezelf uit te stijgen. Dat lukt alleen als je probeert hoger te reiken dan je lang bent. Wanneer je aan een boek begint met de gedachte ‘dat ligt wel binnen mijn bereik’, dan ga je je al schrijvend waarschijnlijk vervelen en zal je talent verschrompelen.’

Schrijft u met de hand, op een computer, een typemachine?

‘Ik heb in 1985 met plezier afscheid genomen van mijn typemachine, na het schrijven van mijn derde gepubliceerde roman, Acht maanden in de Gazastraat. Het meeste werk doe ik als ik niet achter mijn bureau zit. Dat bureau dient voor de uiteindelijke montage van materiaal dat ik in de loop der jaren heb gegenereerd. Bijna alles begint in de notitieboekjes die ik altijd bij me heb. Die werk ik uit op de computer, ik print, herschrijf, enzovoort. Ik vind het belangrijk om elke dag met de hand te schrijven. Meestal schrijf ik zodra ik wakker word. Dan noteer ik gedachten, ideeën, dromen. Op die manier ontstaan er altijd verhalen.’

Verloopt een schrijfdag volgens een bepaald ritme?

‘Mijn man en ik wonen in een kustdorp in Devon in een appartement met uitzicht op zee. Vlakbij hebben we een tweede, kleiner appartement waar ik schrijf. Ik begin de dag meestal met administratieve zaken en andere regeldingen. Halverwege de ochtend wandel ik naar mijn schrijfruimte en werk dan tot zeven uur ’s avonds. Als ik de deur achter me dichttrek, weet ik dat ik weer een stap dichter bij de voltooiing van mijn boek ben gekomen en dat alles klaarligt om de volgende dag verder te gaan.’

U bent momenteel bezig met theater- en televisiebewerkingen van De spiegel en het licht, dus u zult nog enige tijd in cromwelleske sferen verkeren. Maar op een dag zult u hem moeten loslaten.

‘Het lijkt erop dat het nog lang zal duren voordat ik wakker word en niet aan Thomas Cromwell denk en aan de manier waarop ik me vandaag weer met hem zal bezighouden. Maar zelfs als het zover is, denk ik niet dat ik hem ooit zal loslaten. Het is mijn ervaring dat deze projecten nooit helemaal ophouden. Na verloop van tijd zijn ze minder prominent aanwezig, maar de personages verdwijnen niet. Die zijn immers scheppingen van je eigen verbeelding en ze hebben jou net zozeer gevormd als jij hen.’

Wie is Hilary Mantel?

Hilary Mantel werd in 1952 geboren in Glossop, Derbyshire. Ze studeerde rechten aan de London School of Economics en Sheffield University. Als twintiger schreef ze een trilogie over de Franse Revolutie: A Place of Greater Safety. Toen ze die niet gepubliceerd kreeg, gooide ze het over een andere boeg en schreef twee in het heden gesitueerde romans: Every Day is Mother’s Day (1985) en Vacant Possession (1986). Mantel woonde een aantal jaar in Botswana en Saoedi-Arabië, waar haar man werkzaam was als geoloog. De roman Eight Months on Ghazzah Street is geïnspireerd op haar Saoedische ervaringen. In haar memoires Giving Up the Ghost schreef ze over endometriose, de ziekte die haar leven bepaalde. Mantel publiceerde nog zes lovend ontvangen boeken, maar brak nooit door bij het grote publiek. Tot in 2009 Wolf Hall verscheen.

Hilary Mantel: De spiegel en het licht. Uit het Engels vertaald door Harm Damsma en Niek Miedema. Meridiaan Uitgevers; 1.248 pagina’s; € 39,99. Verschijnt op 6 mei.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden