Hij vloog met 'The Right Stuff' door de geluidsbarrière

Zeventig jaar geleden begonnen op een basis in Californië geheime testen met straalvliegtuigen. Testpiloot Chuck Yeager (nu 94) ging als eerste door de geluidsbarrière. De hoofdpersoon uit Tom Wolfes The Right Stuff blijkt ook nog gewoon terug te mailen.

Chuck Yeager bij de Bell X-1 in 1947. Beeld US Airforce

Tijdens elke intercontinentale vlucht laat de geest van Chuck Yeager, hoofdpersoon uit Tom Wolfe's The Right Stuff van zich horen. Opeens is er turbulentie in het vliegtuig, een paar fikse luchtzakken, lampjes gaan branden, gordels moeten vast, lichte onrust alom. Dan is er de stem van de piloot, die je cool & kalm toespreekt.

Helemaal Yeager, met die 'mij-een-biet-ach-tjeezus-stem': ze doen het allemaal om de passagiers te kalmeren, let maar op. Het kan niet anders zijn dan een verplicht credo op de pilotenschool: onder druk, wees als Chuck.

Charles Elwood 'Chuck' Yeager deed het zo, tijdens zijn historische vlucht op 14 oktober 1947, terwijl alles in zijn straaljager op 13 duizend meter hoogte begon te trillen, met een snelheid van meer dan 1.235 kilometer per uur, en het even leek alsof zijn borstkas uit elkaar spatte, zijn ogen los kwamen van zijn oogkassen, of zijn ballen uit zijn broek brulden.

Gaat goed... beetje van dit... beetje van dat.. zo'n beetje bijrichtend, richting de ongeruste basis beneden, op zijn allerlijzigst 'rielekst' uitgesproken met een zuidelijke krul in zijn stem.

Die stem, en zijn eigenaar, vormen eigenlijk de hoofdmoot van The Right Stuff (het boek), en is zowaar de verpersoonlijking van The Right Stuff (de uitdrukking). In het Nederlands wordt het liflafferig vertaald als 'Pure Klasse', wat je eigenlijk zegt over de verdedigende kwaliteiten van een goeie rechtsback.

Maar hier gaat het om iets groters, over de samengebalde kracht van een testpiloot van gevechtsvliegtuigen die boven aan de eeuwige pilotenpiramide staat, boordevol zelfvertrouwen, onverstoorbaar, uitpuilend van machismo en moed.

Gebrek aan schoolopleiding

Denk nou niet dat Wolfe's monumentale boek alleen over Yeager gaat, zeker niet. De eerste generatie astronauten, de Mercury Seven, die in de ruimte moest wedijveren met de Russen, wordt uitgebreid belicht. En dan heb je het dus wel over Almachtige Legendarische Amerikanen, als Gordon Cooper, John Glenn en vooral Alan Shepard, de eerste mens in de ruimte.

Yeager hoefde niet zonodig zo'n astronaut te worden, liet-ie optekenen, nadat hij niet was verkozen, wegens een gebrek aan schoolopleiding. Hij had al twee keer eind jaren veertig het snelheidsrecord in de lucht verbeterd, dus het was mooi dat andere gasten nu een kans kregen. Bovendien, zei hij, als je boven in zo'n capsule van een raket zat, was alles geautomatiseerd. Je hoefde zelf niet te vliegen. De eerste vlucht werd niet voor niks door een chimpansee gemaakt.

Een aap... niet vliegen... huh-huh. Je hoort Chuck onderkoeld zijn leedvermaak wegkauwen.

'Iedereen kent de naam van de persoon die helemaal boven op de Olympus stond, de aas der azen om zo te zeggen, onder de ware broeders van de pure klasse', schreef Wolfe, zonder 'm nadrukkelijk te noemen.

Chuck Yeager houdt een schaalmodel vast van de Bell X-1. Het vliegtuig waarmee hij in 1947 door de geluidsbarrière vloog. Beeld Hulton Archive

Angst

Toen Yeager ooit werd gevraagd of hij angst kende tijdens de testvluchten, antwoordde hij dat hij op zijn op zijn 12de al 26 zwarte beren had geschoten - dus... Op zijn 21ste had hij al elf Duitse toestellen neergehaald - dus... Nadien vloog hij in de Vietnam- en Korea-oorlog. Hij heeft meer plakken eremetaal, dan hier op de pagina passen. Bijna elke naoorlogse Amerikaanse president wilde met hem een fotomoment.

Zijn grootste talent: kalm blijven in krappe plekken. En: hou de zon in je rug.

'Glamorous Glennis'

Nu, in 2016, hobbelt Chuck Yeager nog steeds in het rond. Hij is 94 en lijkt niet het voornemen te hebben zich ook in het leven aan de mores der gemiddelden te houden. Vier jaar geleden kroop-ie nog in een straaljager van de Amerikaanse luchtmacht, en zeker niet voor spek en bonen.

'Glamorous Glennis' stond er vroeger op zijn gevechtsvliegtuigen geschilderd, zoals op het oranje beest waarmee hij door de snelheidsbarrière ging. Dit deed hij als ode aan zijn eigen Glennis - die hem in 1990 is ontvallen. In 2003 is hij getrouwd met Victoria, een actrice van half zijn leeftijd

Best duf dat je Zijne Supersonische Hoogheid nu als een normaal wezen kunt e-mailen, middels zijn website - en hem kunt volgen op zijn Twitter- en Facebookaccount. Stel je voor! De Ware Broeder van de Pure Klasse, Chuck Yeager, op zijn 94-ste achter een lullig iPad-schermpje!

En nog wat: je krijgt ook gewoon antwoord, kort en krachtig. 'Have you read the book?', is zijn duidelijke reactie. En een interview? Alleen per e-mail, stelt-ie. 'AFTER you read the book.' Dat boek is overigens niet The Right Stuff, maar de autobiografie Yeager, van de gepensioneerde brigadegeneraal, 'the multi-million copy bestseller'.

Als je hem vraagt, zeg generaal hoe was het om door de geluidsbarrière te vliegen, schrijft hij: 'Plicht, gewoon je werk doen. Als je niet doet wat ze zeggen, word je neergehaald. Historici hebben me verteld dat er maar twee cruciale doorbraken in de luchtvaart zijn: de gebroeders Wright en hun vluchten, en het doorbreken van de geluidsbarrière. Dat geeft me toch een gevoel van voldoening.'

Broos-ogende dandy

Wie Tom Wolfe (85) de laatste jaren wel eens in levende gedaante heeft gezien, kan zich niet voorstellen dat de New Yorker affiniteit zou kunnen voelen met iemand als Yeager en zijn soortgenoten. Die broos-ogende dandy, in zijn witte pakken, die op weergaloze wijze de tijdgeest in proza giet, krijg je in je verbeelding moeilijk in een morsige hangar, of vuilbekkend in een kroeg in de woestijn.

In de jaren zeventig was hij echter 'de aas der azen' in de literaire journalistiek, door hem als 'New Journalism' gemunt, en bij elkaar gezet in een gelijknamige bundel (1973). Gay Talese, Truman Capote, Hunter S. Thompson, Joan Didion en Michael Herr had hij als auteurs voor dit genre gecast, omdat ze de werkelijkheid als schoonschrijvers afhandelden.

Zelf kon hij er ook wat van, in majestueuze reportages, en ging-ie met alle vertegenwoordigers van het alledaags absurdisme op stap. Check vooral het razende sixtiesboek, The Electric Kool-Aid Acid Test (1968). Pas na The Right Stuff ging hij aan de fictie, en dat leverde geweldige romans op als The Bonfire of the Vanities (1987) en A Man in Full (1998).

In 1972 stuurde het periodiek van de protestgeneratie, Rolling Stone, zijn sterreporter naar de lancering van de Apollo 17. Wat Wolfe vooral wilde weten, was wat die gasten bezielde om boven in zo'n grote raket te gaan zitten en te wachten totdat iemand de hens erin stak. Die astronauten die hij te spreken kreeg, snapten eigenlijk niet waar hij het over had. Het niet doen, en vooral niet de moed hebben, om daarin te stappen, was nooit in hen opgekomen.

Zwart gat

Over de astronauten maakte hij een vierdelige serie voor Rolling Stone: Post-Orbital Remorse. Hij was erachter gekomen dat de ruimtereizigers na hun ruimtereis in een zwart gat vielen, met depressies als gevolg. Als follow-up besloot hij een boek te maken over het eerste echte Amerikaanse ruimtevaartprogramma, het Mercury Project.

Voor Wolfe zou het een nieuw journalistiek procedé worden. Hij was gewend op de bal te zitten, mee te bewegen met zijn personages en in realtime verslag te doen. Deze keer moest hij reconstrueren hoe het was geweest - pionierend in die naoorlogse jaren - als een reportage met terugwerkende kracht.

Aanvankelijk schoot hij lekker op, kreeg de volle NASA-medewerking, en wist hij precies uiteen te zetten hoe de astronauten vanwege promotionele aangelegenheden in de markt werden gezet, eind jaren vijftig, begin jaren zestig. Het fameuze weekblad Life liet ze in ruil voor betaling uitgroeien tot de ideale aaibare vaderlanders. Dit waren de zeven helden die de Russen in de ruimte gingen verslaan, dit moest de politiek en de belastingbetaler wel bevallen.

Maar halverwege had Wolfe het idee dat-ie nog steeds de codes van de astronauten, de onbegrensde moed en 'het vanzelfsprekende optimisme, niet in zijn kladden had. Waar kwam dat vandaan, die gietijzeren spirit? Daarvoor dook hij in de wereld van de testpiloten, en kwam hij oog in oog met Yeager.

Chuck Yeager bij de Bell X-1 in 1947. Beeld ap

Testpiloten

Als je hem vraagt, zeg generaal, hoe ging dat ene gesprek met Tom Wolfe, schrijft hij: 'Hij was aan het spitten in het verhaal, en kwam erachter dat testpiloten degenen waren die de echte risico's namen, en nooit de bonussen en publiciteit hadden gehad. En dat de astronauten gratis mochten wonen etc. Ik moest dat stuk over de straaljager F-104 wel helemaal zelf schrijven. Want hij snapte er niks van.'

Hoe dan ook, Yeager maakte hem dus duidelijk dat de echte ridders niet in de ruimtevaart zaten, en dat astronauten in vergelijking met straaljagerpiloten een soort gemodificeerd zetmeel waren. Een Pat-Booneversie van de alles verzengende luchtvaartrock-'n-roll.

Want neem nou Chuck zelf, en dat 'gedinges' met die geluidsbarrière, in zijn X-1, op 14 oktober 1947. Twee avonden voor de historische rit was hij nog een borrel gaan halen bij Pancho Barnes en haar Happy Bottom Riding Club, midden in de Mojave-woestijn. Geheel volgens de militaire traditie van Vliegen & Drinken en Drinken & Rijden zoop hij goed door, met z'n eigen brunette Glennis bij de hand. Rond middernacht diende er nog gezamenlijk een rit te paard te worden gemaakt, door de woestijn. Na een tijdje gingen ze terug en zag Chuck om tal van redenen het toegangshek over het hoofd.

Waar het op neerkwam, was dat hij met twee gebroken ribben, gelanceerd werd met de Bell X-1, de machmeter zag doldraaien en de Zevende Hemel voor Piloten bereikte. Uit respect serveerde Pacho Barnes - een vrouw die beter kon vloeken dan praten - hem 's avonds een gratis biefstuk.

Anti-held

En zo componeerde Wolfe een waar luchtheldenepos, volkomen tegen de tijdgeest in, waar het duister van de Vietnamoorlog nog niet was weggetrokken. In een voorwoord bij de heruitgave, ter gelegenheid van de verfilming van het boek (in 1983) schrijft hij: 'The Right Stuff is het verhaal geworden waarom mannen hopen - hopen? - dolblij zijn! - op kansen als deze, in een tijd dat mensen in literaire zin liever de anti-held voorbij zien komen.'

Want het was zo langzamerhand de gewoonte in de literatuur dat officieren en piloten werden neergezet als 'rauw en filistijns', als marionetten en gekken. 'Ouderwets heldendom' was meer iets voor derderangs literatuur, ongeloofwaardige autobiografieën, pulpbladen en stripboeken, zoals Buck Danny.

Waar bleef de nieuwe Antoine de Saint-Exupéry, de Franse schrijver en beroepspiloot die in 1944 bij een militaire actie in de lucht boven de Middellandse Zee sneuvelde? Dat was wat Tom Wolfe wilde zeggen. Iemand die dus uitmuntend kon schrijven, en die wist hoe het was om in het luchtruim een dogfight te hebben, zoals Yeager het noemde. Iemand met literaire vliegkloten, wat dat ook moge zijn, of in ieder geval The Right Stuff.

Daarom nog één vraag generaal, als historische bovenbaas boven aan de piramide: hoe kom je daar nu precies aan, aan The Right Stuff?

'Experience is paramount', mailt hij. Ervaring gaat boven alles.

Chuck Yeager in de cockpit van de Bell X-1 in 1947. Beeld Underwood archives

boek en verfilming

The Right Stuff is een boek van Tom Wolfe uit 1979. In het Nederlands verscheen het onder de titel Pure Klasse. Het werk van Wolfe wordt uitgegeven door uitgeverij Prometheus. In 1998 verscheen nog een pocketeditie. Op de vraag of dit prachtboek opnieuw wordt uitgegeven, laat de uitgever weten dat in 2017, zeventig jaar nadat Yeager door de geluidsbarrière is gevlogen, er mogelijk een heruitgave volgt. The Right Stuff werd ook verfilmd door Philip Kaufman (1983), met in de hoofdrollen Ed Harris en Sam Shepard. De film kreeg vier Oscars, en sleepte drie nominaties binnen. Yeager had een kleine rol in de film: barkeeper.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden