Hij is af: 'de' biografie van Jan Wolkers (***), maar wat levert het op?

Na 10 jaar is Het litteken van de dood, 'de' biografie van Jan Wolkers af. Van een biograaf die zijn onderwerp liever volgt dan beschouwt. Wat levert dat op?

Jan Wolkers. Foto anp

In 1964 reed Jan Wolkers met zijn jonge vriendin Karina terug naar Oegstgeest, het dorp van zijn gereformeerde jeugd. Het leek gekrompen, net als het bos rond kasteel Oud-Poelgeest waar hij zo vaak had gelegen, soms met een vriend of de zoveelste vriendin, maar altijd met een schetspotlood en bundels van aanbeden dichters als Achterberg, Rilke, Hölderlin of Gorter.

Bij het weerzien trof hem de benauwenis. De bewoners leken van perkament geworden. De beelden die de schrijver, beeldhouwer en schilder in zijn geheugen had opgeslagen, botsten hard op de indrukken die hij als bijna 40-jarige opdeed. In het typoscript van wat Terug naar Oegstgeest (1965) zou worden, trof Wolkers-biograaf Onno Blom de passage aan die de roman niet zou halen, maar die 10 jaar na zijn dood alsnog wordt gepubliceerd: 'Moet je kijken, die mensen in hun villaatjes. De zwarte vlek, de schaduw van mijn jeugd - ik dacht dat ik tot in der eeuwigheid met ze in de hemel zou moeten doorbrengen. En ik wist zeker dat ze hun meubeltjes ermee naartoe zouden nemen, en hun wandkleedjes en snuisterijen, dat ze er allemaal gezellige plekjes gingen maken waar ze met hun zondagse kleren in gingen zitten. Verschrikkelijk. Wat een bevrijding als je dan later merkt dat ze gewoon allemaal op de mesthoop gaan. Dat ze stront worden waar nog geen worm doorheen wil kruipen. De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen. Een schop onder je kont en de kuil in.'

Dagboek

De verwoording die de ervaring andermaal verhevigt, is bij Wolkers op de werkelijkheid gestoeld, méér nog dan we veronderstelden. Zo maakte hij altijd foto's en dia's van de locaties voor zijn boeken, en maakte hij bandopnamen van interviews met ex-partners en familieleden. Eerst kijken en luisteren, dan verwerken, en ten slotte weergeven in verf, glas, staal of woorden. 'Mijn werk wordt door beelden voortgedreven', zei Wolkers (1925-2007) 2 jaar voor zijn dood in de Volkskrant, en de uitputtende levensschets Het litteken van de dood, door Onno Blom onbekrompen tot 'de biografie' uitgeroepen, onderstreept deze zelfkarakteristiek.

In 1967 schrijft Wolkers in zijn dagboek, met een verwijzing naar de roman die hem voorgoed beroemd en berucht zou maken: 'Thema's voor 'Turks Fruit': tortelduiven eten - huiselijk geluk wordt vernietigd. Stoffen. Beklemtoont wrede dingen! Schapenogen en hersens.' Kortaffe notitie, knallend als een pistoolschot. In de robuuste roman uit 1969 die daarvan komt, over een wild kunstenaarsleven en een verzengende liefde met tragische afloop, schuwt hij de pontificale plastiek dan ook niet; aangewend om de eigen huivering te bezweren, maar met een effect dat ook na een halve eeuw nog kan choqueren: 'Ze hadden een luik opzij in haar hoofd gezaagd, en er was een tumor zo groot als een stuk toiletzeep uitgekomen.'

Klare taal

Als Wolkers op zijn 79ste het Boekenweekgeschenk verzorgt, de novelle Zomerhitte, is het mateloze kunstbeest tot een kalmere Texelse natuurvriend geëvolueerd. Onverflauwd is hij blijven observeren, zoals blijkt uit de openingsalinea, die ons voordoet hoe je goed moet kijken: 'Aan het strand vind je soms een door de vloed achtergelaten aantal voorwerpen dat zo perfect van kleur en compositie is dat je onwillekeurig opkijkt of je in de verte niet de schim van Kandinsky ziet wegschuifelen. Verwonderd vraag je je af hoe een paar golfslagen zo'n als vuurwerk exploderend stilleven daar neer hebben kunnen werpen. Een blauwe plastic deksel, een halfvergaan stuk verrafeld oranje vissersnet, een geel brok hout, pokdalig van stookolie en vraat van paalwormen, en een handvol schelpen en zilveren visjes. Als je schilder was zou je de neiging hebben om alles precies zo op een stuk spaanplaat te bevestigen. Het vreemde is dat als je er een eindje vandaan loopt je er niets meer van ziet. De compositie en de kleuren zijn verdwenen. Alles heeft de kleur van het zand.'

Tien jaar heeft Blom aan zijn biografie gewerkt, met een titel die hij ontleende aan een essay van criticus Kees Fens: het litteken van de dood, 'omdat de drager ervan een onheilbrenger is', droeg Wolkers reeds als baby op zijn linkerslaap na een ongeluk met een kapotte kroepketel - hetzelfde litteken dat alter ego Eric van Poelgeest in de roman Kort Amerikaans (1962) heeft. Een treffend beeld, omdat het hele literaire oeuvre van levensgenieter Wolkers in het teken staat van dood, verval, teloorgang en afscheid. De onbevangen en gretige natuurliefhebber die naar eigen zeggen geen schuttingtaal bezigde maar klare taal (namelijk 'die normale mensen ook gebruiken'), houdt altijd in het oog dat de dood alles omkadert, inlijst en uiteindelijk wegvaagt.

De smerigste citaten van Jan Wolkers volgens de Volkskrantredactie

Donderdag is het tien jaar geleden dat schrijver en beeldhouwer Jan Wolkers overleed. De Volkskrant selecteerde het smerigste uit zijn werk. Lees hier het hele artikel. (+)

In het persoonlijk leven van Wolkers waren vooral de dood van zijn broer Gerrit (22) aan difterie, in 1944, die van zijn dochtertje Eva (2) na een gruwelijk ongeluk thuis in 1951, en die van zijn vader Jan senior (86, van hem erfde hij overigens de hebbelijkheid om achter bijna elke zin 'hè' te zeggen) in 1976, de aanjagers van de intense beelden die Jan Wolkers onmiddellijk herkenbaar maken, en die de zinnelijkheid van zijn vermaarde seksscènes welhaast verklaren; grijp het leven, en de schoonheid, nu het nog kan, want de dood is altijd óók in Arcadië, en kan eerder opduiken dan je denkt.

Een 'objectieve biografie bestaat niet', zegt Blom in zijn proloog Virginia Woolf-biograaf Hermione Lee na. Jammer dan dat hij geen oordeel uitspreekt over het verval van Wolkers' schrijverschap, dat door de veelgesmade literaire kritiek blijkens zijn documentatie tamelijk adequaat is gesignaleerd: na de explosie van geweldige romans en onverwoestbare verhalenbundels uit de jaren 60 zette de neergang in, die een reeks misbare romans opleverde, tot Wolkers in Tarzan in Arles (1991) onverwacht mooi uitbarstte in een paar wulps gestileerde essays over inspiratiebronnen als Multatuli, de Bijbel, Marilyn Monroe en Dylan Thomas.

Seksleven

Vaak voert Blom personen sprekend op, alsof hij een reportage maakt in plaats van een biografie, zonder de quotes te wegen. Niemand die Turks Fruit las, kan de crapaud vergeten waar de neuspeuterende schoonvader altijd in zat, omdat de onderkant ervan 'een miniatuurberglandschap was van gedroogde snot'. Wolkers' tweede vrouw Annemarie Nauta, die model stond voor Olga, noemt dat 40 jaar later expliciet 'flauwekul'. 200 bladzijden later heeft Blom het niettemin over 'het met snot beplakte crapaudje van Annemaries vader'. Dat bestond toch alleen in het boek, dus moet het 'Olga's vader' zijn? Ondanks zijn navraag gniffelt Blom liever met de schrijver mee.

Dat gebeurt vaker. Het seksleven van Wolkers, die het tot op hoge leeftijd met jonge meisjes deed, met medeweten en soms ook medewerking van Karina, intrigeert Blom zodanig dat ook híj over een 'lekkere, ronde vriendin' begint, en zinnen gaat schrijven die wedijveren met het platte steno uit de dagboeken van zijn held: 'Als Karina ongesteld was, liet hij haar de slaolie halen om haar in haar reet te neuken.'

Minder aandacht heeft Blom voor zijn eigen taalgebruik, met koddige Polygoonjournaaltaal als gevolg ('De mobilisatie bracht een koortsachtige activiteit en opwinding teweeg'; 'Bij optredens in het land werd Wolkers onthaald op volle zalen en klaterend applaus'), en het aftandse beeld dat Serpentina's petticoat in de gloriejaren als 'warme broodjes over de toonbank' ging.

Vragen

Ook roept de biografie vragen op. In de jaren 60 vervaardigde Wolkers schilderijen waarvoor hij afgedankte rommel gebruikte die hij langs de Amstel vond. Blom: 'Ze zien eruit als een slagveld na een bombardement. Maar bij nader inzien blijkt hoe precies, en met gevoel voor verhouding en ritme Wolkers zijn natures mortes maakte.' Maar wat zíén we dan bij nader inzien, en hóé kan die tweede blik een totaal andere zijn?

Een van de jonge vrouwen die eind jaren 70 bij het echtpaar Wolkers verblijven, is Rosita Steenbeek, die later haar doctoraalscriptie over Wolkers zal schrijven en in 1994 zelf zal debuteren als auteur. De luidruchtige bedscènes worden in extenso geschilderd. In de schaarse vrije uurtjes buiten deze gymnastique à trois was Wolkers zijn eerste roman Kort Amerikaans duchtig aan het herschrijven. Blom, terloops: 'Rosita deed allerlei suggesties, vooral voor de dialogen, waarvan Wolkers er veel overnam.' Interessant! Wat in Kort Amerikaans is van Steenbeek, en wat van Wolkers?

Roman

Van de dikwijls aangekondigde, maar nooit verschenen roman Waar eens LENTE stond trof de biograaf '3 hartverscheurende pagina's' aan in de nalatenschap, geschreven enkele maanden voor Wolkers zou sterven. Blom: 'In het manuscript keert hij terug naar de 3 meest tragische gebeurtenissen uit zijn leven. De dood van Eva. De dood van zijn broer Gerrit. En de dood van zijn vader.' Hoe dan? En hadden die 3 paginaatjes echt niet bij de ruim 1.100 gekund die we nu in handen hebben?

In Bloms eerder verschenen portretten van Gerrit Komrij, Harry Mulisch en oud-uitgever Theo Sontrop (die vorige maand overleed) had hij al laten merken zijn onderwerpen liever te volgen dan ze te beschouwen. Maar voor 'de' biografie is een leidend idee of nieuw inzicht noodzakelijk, waardoor ook een scherpe selectie uit het overvloedige materiaal had kunnen plaatsvinden, wat weer had geleid tot een handzamer omvang. Blom raakt veel aan, maar heeft weinig oog voor de context: waardoor kwam het, bijvoorbeeld, dat selfmade auteurs als Wolkers, Cremer en Reve juist in de jaren 60 zowel geliefd als omstreden waren, en hoe groot is hun invloed geweest op de maatschappij, en op de generatie na hen?

Legt Blom misschien de nadruk op het proza omdat Wolkers als schilder, tekenaar, beeldhouwer en dichter niet zo'n overdonderend kanon was? Hoe dan ook, de grote verdienste van Het litteken van de dood is dat we wél de volledige Jan Wolkers weer zien en horen: veelzijdig, gulzig, volstrekt eenmalig.

Harry Mulisch. Foto anp

De hele Jan Wolkers

'Lieve opa Wolkers' blijkt ook een agressieve testosteronbom
Donderdag is het precies 10 jaar geleden dat Jan Wolkers overleed. De Volkskrant viert de schrijver en beeldhouwer. Onno Blom kreeg met het schrijven van Wolkers' biografie de opdracht van zijn leven.

De smerigste citaten van Wolkers volgens de Volkskrantredactie
Donderdag is het tien jaar geleden dat schrijver en beeldhouwer Jan Wolkers overleed. De Volkskrant selecteerde het smerigste uit zijn werk.

Met Nooit meer Auschwitz revancheerde Wolkers zich als woeste kunstenaar
Jan Wolkers tekende in de oorlogsjaren met een woeste eigenzinnigheid, die hij later kwijtraakte. Maar toen kwam het Wertheimparkmonument.

Wolkers' ik-personen zijn wreed én teder, hebben een grote mond en een bang hart
Je kon iets van seks opsteken voordat je eraan deed. Wolkers bracht de literatuur naar de mensen. Maar hoe goed was Wolkers nou echt?

Wat vond een liefhebber als Wolkers van de verfilming van zijn eigen boeken?
Jan Wolkers was een groot filmliefhebber. Wat vond hij van zijn eigen boeken op het witte doek, en van de acteurs die zijn personages vertolkten?

Wolkers bevrijdende kracht drong met Turks Fruit eindelijk door
In protestantse gezinnen, zoals dat van Bert Wagendorp, hakte Turks Fruit erin. De jeugd kreeg er geen genoeg van, ouders stonden machteloos. En er was geen weg terug. Een ode aan een taboedoorbrekend boek.

Wolkers beeld John Coltrane (Boy Edgar Prijs) blijkt al 54 jaar onverwoestbaar
Verdronken, begraven, goud gespoten, als kerststukje en vergeten. Hoe hard de winnaars het ook hebben geprobeerd, de door Wolkers vervaardigde trofee John Coltrane blijkt onverwoestbaar.

Meer over