'Hij gaf geweldig vorm aan een fantasiewereld'

Veel kunstenaars zijn geïnspireerd door andere kunstenaars. Vandaag: dj Joost van Bellen over de performancekunstenaar Leigh Bowery...

Door Sasja Kooistra en  Joost van den Broek

Roxy, 1991. Een enorme blote vent daalt uit de nok van de Amsterdamse club aan een tuigje naar beneden, slechts gekleed in een gigantische roze cape, een fonkelende bh met strass-stenen, een roze helm, een masker bezet met honderden glimmende kralen over het hoofd plus moonboots met gigantische plateauzolen. Door zijn wangen steken veiligheidsspelden die een paar rode plastic poppenlippen voor zijn mond vasthouden en de handen zijn bedekt met goudpoeder.

Na de landing op de catwalk rent hij hysterisch heen en weer, gaat dan op zijn hoofd staan en spuit met de benen wijd een fontein van water uit zijn kont. Bijna twintig jaar later komt het ‘wow’ van dj en feestorganisator Joost van Bellen (48) nog steeds uit zijn tenen als hij het heeft over de klisma-act van de Londense performer Leigh Bowery in Roxy.

Van Bellen was bevriend met Bowery (1961-1994) die naast performancekunstenaar ook clubpromotor, acteur, muzikant, kunstenaarsmodel en modeontwerper was. Ze ontmoetten elkaar voor het eerst rond 1983 in de Londense club The Batcave, ‘een soort gothic hip mode ding’. Een nog bleue Van Bellen ziet er twee ‘waanzinnige types’ binnenkomen met beschilderde gezichten en behangen met gouden Indiase sieraden: Leigh Bowery en zijn maatje Trojan. ‘Die ontmoeting was zo vreemd, alsof er aliens waren geland. Dat heeft zo’n ontzettende indruk achtergelaten’, vertelt Van Bellen aan de keukentafel van zijn Amsterdamse woning. Voor de Amsterdamse dj is het het duwtje in de rug om ‘heel expressieve dingen te gaan doen en alles uit het leven te grijpen wat er is’.

‘Ik ben niet in de eerste plaats dj geworden voor de muziek, maar ook omdat ik het clubleven zo geweldig vond, en vind. Je kunt er een wereld scheppen waar je even helemaal weg bent van de dagelijkse realiteit, net als wanneer je naar Disneyland gaat of naar de Efteling. En Leigh Bowery gaf zo geweldig vorm aan die fantasiewereld.’

Bowery maakte van zichzelf een levend kunstwerk door uitzinnige gedaanteveranderingen. Hij was opgeleid als mode-ontwerper en ontwierp zijn eigen creaties. Daarin verwerkte hij altijd zo’n bizar element, dat monden openvielen en nekken verrekten wanneer hij over straat liep. Zo was er Bowery als clowneske type met twee gloeilampen naast zijn oren of als dragqueen in zwartwit geblokte achttiende-eeuwse jurk met dramatisch wit geschilderde, kale kop. Of Bowery in een fluwelen, lichaamsvervormend pak met enorme uitstulpingen of als een cowgirl met een grote groene hoed die zo uit een tekenfilm lijkt te komen.

In alles was hij over-the-top, waarbij hij speelde met de grenzen tussen mooi en lelijk en tussen die van man en vrouw, en in zijn performances met de grens van het toelaatbare.

In Van Bellens toptien van beste feesten staan het Loveball uit 1994 waar Bowery in Roxy optreedt als zanger van de band Minty en na het vierde nummer plotseling achterover valt en geboorte geeft aan een volwassen naakte vrouw. Ook nu nog zijn Bowery’s avantgardistische ideeën terug te vinden. Van Bellen noemt de ontwerpen van de jonge Britse modeontwerper Gareth Pugh. En ook de opvallende gezichtsbedekkende creaties van Lady Gaga of de zwarte latex outfits van Marilyn Manson lijken zo aan het brein van Bowery ontsproten.

Van Bellen bewondert in Bowery de manier waarop hij met zijn verschijning mensen choqueerde, verwarde en tot nadenken aanspoorde. ‘Of je nu hip bent of conservatief, iedereen zit vaak vast in een dagelijkse routine. Als je iets ziet wat jouw leven op dat moment verstoort, op een niet-geweldadige manier, dan is dat denk ik heel erg goed: je gaat nadenken, je gaat anders in het leven staan en misschien haal je wat meer uit het leven.’

Met zijn clubavonden en feesten probeert Van Bellen onder het motto ‘Weg met de heilige huisjes, leve de gekte’ sinds de jaren tachtig hetzelfde bij zijn publiek te bereiken. Spetterende feesten organiseert hij, met maffe acts, weelderige decors en verkleed publiek, zoals Love Ball, Manifesto, Rauw en Valtifest.

Van Bellen hield contact met Bowery tot aan diens dood, Oudjaarsdag 1994. Bowery overleed op 33-jarige leeftijd aan de gevolgen van aids.

‘Dit jasje heb ik als erfstuk gekregen’, zegt Van Bellen, wijzend naar een foto van Bowery in een bordeauxrood fluwelen jasje. ‘Wil je het zien?’ Even later staat hij zwierig in de keuken met het rode jasje aan. Het past zowaar. ‘Als je het aandoet, voelt het al lekker, alsof je rondjes moet gaan draaien.’

Bij de erfenis zaten ook twee van Bowerys ‘kuttenpruikjes’: driehoekige stukjes stof van tule en harig materiaal. ‘Hij plakte zijn piemel naar achter met tape en lijmde op zijn voorkant met superglue de pruikjes vast. Je ziet de make-up nog zitten.’ Van Bellen bewaart de pruikjes netjes achter glas in een rechthoekige houten kastje.

‘Leigh is iemand die ik heel erg mis, zeker op dit moment.’ Hij vertelt dat zijn keuze voor Leigh Bowery deels van maatschappelijke aard is. Persoonlijke vrijheid en zelfexpressie in het openbaar staan onder druk, merkt hij. Steeds vaker hoort hij dat mensen die zich expliciet kleden het moeilijk hebben op straat: ze worden bespuwd en krijgen klappen. ‘Ik ben echt niet iemand die zegt dat vroeger alles beter was, maar het wás vroeger wel beter wat expressie en vrijheid op straat betreft. Ik durf nu niet meer met mijn vriend gearmd over straat te lopen in Amsterdam. Dat doe je gewoon niet en dat is heel erg.’

Volgens Van Bellen is er een omslag gekomen in de acceptatie van zelfexpressie sinds ‘de tijd van George Bush en Jan Peter Balkenende met zijn normen en waarden’.

‘De wereld en Nederland zijn sindsdien een stuk conservatiever geworden.’ Als tegenwicht tegen het conservatisme en het homogeweld wil Van Bellen oproepen tot meer zelfexpressie op straat. Om zo weer een wereld te creëren waar het niet uitmaakt hoe je erbij loopt en waar iedereen wordt geaccepteerd, zoals dat twintig jaar geleden nog gewoon was.

Hij doet zelf mee door op zijn vaste clubavond Rauw de focus van de muziek te verschuiven naar een clubavond voor persoonlijke vrijheid. ‘In hoeverre dat gaat lukken weet ik niet, maar ik ga proberen dat weer mogelijk te maken.’

Leigh Bowery (1961-1994)
Geïnspireerd door een artikel in het tijdschrift i-D over de hippe Londense New Romantics-scene, belandt de Australiër Bowery in 1980 in het Londense nachtleven. Daar groeit hij uit tot een cultfiguur die modeontwerper, performance kunstenaar, acteur en muzikant tegelijk is. Met zijn uitzinnige gedaanteveranderingen en de spectaculaire muzikale performances die hij geeft in zijn club Taboo (1985-87) – een extremere versie van de Amerikaanse Studio 54 – ontwikkelt Bowery zich in de jaren daarna tot een invloedrijk figuur in de clubscene en een inspirator voor de mode- en kunstwereld (onder meer Alexander McQueen en Vivienne Westwood lieten zich door hem beïnvloeden). Zijn bizarre kostuums zou hij gebruiken om zijn onzekerheden te overschreeuwen, een erfenis uit zijn kindertijd waarin hij veel gepest zou zijn.

Leigh Bowery verschijnt in films en reclames, treedt op in buitenlandse clubs met performances die hij zelf omschrijft als ‘it’s basically just a grand entrance’. Hij ontwerpt kostuums voor onder meer voor Boy George (zanger van Culture Club die hem ‘moderne kunst op benen’ noemt), zingt in de bands Raw Sewage en Minty, danst in een stuk van de Britse choreograaf Michael Clark (een van de smaakmakers van het Holland Festival in de editie van 1988) en showt zichzelf in een performance van een week in de Londense Deeringstreet Gallery. Vanaf 1990 is hij regelmatig naaktmodel voor de Britse kunstenaar Lucian Freud en een jaar later is hij art director van de video van Massive Attacks hit Unfinished Sympathy. Tegen het eind van zijn leven krijgt Bowery erkenning als kunstenaar; zo is hij te zien in kunstinstellingen als Fort Asperen bij Leerdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden