Hier sloeg Frans Laarmans zijn kaas op

De grote afwezige op de Antwerpse tentoonstelling over Willem Elsschot lijkt de schrijver zelf. Te zien is vooral huisvader Alfons de Ridder, zoals Elsschot in het echt heette....

MIDDEN IN de zaal staat de rode fauteuil waarin de grote schrijver na het middageten even de ogen sloot. Er hangt een fotootje boven van het meubel in de volgepakte huiskamer van Alfons de Ridder, beter bekend als de schrijver Willem Elsschot. En bij dat fotootje hangt een bijschrift: 'Fauteuil waarin Alfons de Ridder altijd zijn middagdutje deed.'

Alles wat Willem Elsschot betreft, is interessant, een andere conclusie is er niet voor wie de tentoonstelling Van De Ridder tot Elsschot bezoekt in het Museum voor Fotografie in Antwerpen. Want waarom anders een fauteuil restaureren die volgens de restaurateur (hij zegt dat in een speciale Elsschot-bijlage van de Gazet van Antwerpen) 'rijp was voor het stort'; waarom anders een tentoonstelling inrichten én een boek uitgeven van foto's die in feite niet meer zijn dan familiekiekjes.

Niet dat het museum doet alsof het om iets anders gaat dan kiekjes. Alle foto's zijn te zien op hun oorspronkelijk formaat, bij elkaar gehangen in zes chronologisch gerangschikte blokken.

Die chronologie begint bij de studioportretten van vader en moeder De Ridder, die een bakkerswinkel hadden aan de 'Antwerpse De Keyserlei 32 (later hernummerd 52)' - handige informatie voor wie op zoek wil naar het geboortehuis. Ze eindigt bij foto's van een zichtbaar zieke Alfons, kort voor zijn dood op 31 mei 1960.

De veertigste sterfdag dit jaar was voor de stad Antwerpen reden 2000 tot Elsschot-jaar uit te roepen, voor de Gazet van Antwerpen grond een speciale bijlage uit te brengen, voor dochter Ida de Ridder (81) de gelegenheid het tweede deel van haar memoires te publiceren (De piano verschijnt op 31 mei).

En voor het Fotografiemuseum was het de aanleiding tot een atypische expositie waarbij het draait om de afgebeelde, en niet om de foto's zelf. Die foto's zijn opgedoken uit archieven van kranten, van letterkundige musea, en uit de fotoboeken of schoenendozen van familieleden. Ze werden voor het grootste deel niet eerder gepubliceerd.

Vooral Alfons de Ridder is erop te zien, en nauwelijks de schrijver Elsschot. Het is de reclameman en huisvader De Ridder, wiens kinderen niet eens wisten dat hij schrijver was - zoals Ida in het eerste deel van haar memoires Willem Elsschot, mijn vader beschreef. Pas op haar dertiende ontdekte zij op school dat Elsschot het pseudoniem van haar vader was. Thuis werd niet gesproken over zijn literaire werk. Naar literaire gelegenheden ging hij liever niet, publieke optredens deed hij weinig. Foto's van de schrijver aan het werk zijn er nauwelijks.

Het werk zelf is ruimer aanwezig: 77 ingelijste pagina's manuscript van Kaas (1933), in een regelmatig, niet altijd even leesbaar handschrift. Het is een vrij 'schoon' manuscript, bijna een eindversie kennelijk, met desondanks een groot aantal doorhalingen, toevoegingen en aantekeningen in de marge.

En dan wordt De Ridder toch nog Elsschot. Want de oude, afwezige moeder op dat fotootje aan de wand, dat is de moeder wier laatste dagen en dood hij beschrijft in de eerste bladzijden van Kaas.

'Ik vroeg haar dan of zij waarachtig Krist niet meer kende, want zo had hij geheten.

Zij deed zich vreselijk geweld aan om mij te volgen.

Zij scheen te begrijpen dat zij iets begrijpen moest, kwam voorover in haar zetel en staarde mij aan met een gespannen gezicht en zwellende slaapaders: een uitgaande lamp die dreigt te ontploffen bij wijze van afscheid.'

Krist, zo werd Alfons' vader Christiaan genoemd.

En, blijkt bovendien: het Museum voor Fotografie is gevestigd in het voormalige Blauwvriesveem - er hangt een foto om het te bewijzen. Het Blauwvriesveem is het pakhuis 'Blauwhoedenveem' uit Kaas. De fictie haalt de werkelijkheid in. 'U staat nu dus boven de kelder waarin Frans Laarmans zijn kaas had opgeslagen.'

En zo zingt bij de foto's steeds het werk mee. Soms is dat grappig - kijk, daar zit de kleine Jan Maniewski op het strand, de hoofdpersoon van Tsjip, met zijn ouders Adèle en Bennek. Om Jan vochten Adèle en haar Poolse echtgenoot na hun scheiding, heeft Elsschot beschreven in De leeuwentemmer. En soms maakt het wat ongemakkelijk, zoals bij de foto van het echtpaar De Ridder op zijn 27-jarige huwelijksfeest, mei 1936, waarbij beide echtelieden nors in de camera kijken. Onmiddellijk dringt zich daar de associatie op met dat gruwelijke gedicht 'Het huwelijk': Hij zag de grootse zonde in duivelsplicht verkeren/ en hoe zij tot hem opkeek als een stervend paard.

Van De Ridder tot Elsschot. Een biografie in foto's. Museum voor Fotografie, Antwerpen, t/m 24 april, di-zo 10-17 uur.

Gelijknamig boek, samengesteld door Wieneke 't Hoen, Uitgeverij Querido, ISBN 90 214 6152 8, fl 25,- in de boekhandel, 500 BFr in het museum.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden